1. Wat is schoolpsychologie
-> schoolpsychologen zijn professionals met kennis van psychologie en onderwijs
-> ze worden erkend als specialisten
-> ze bieden psychologische diensten aan voor kinderen en jongeren maar ook aan
leerkrachten, schooldirecties, ouders, …
-> dit doen ze binnen een schoolse en gezinscontext maar ook in andere settings die een
invloed hebben op de groei en ontwikkeling van de cliënt
-> schoolpsychologen ondersteunen de ontwikkeling in 4 domeinen:
- leren en cognitieve ontwikkeling
- psychosociale en gedragsmatige ontwikkeling
- (school) loopbaankeuzeprocessen begeleiden
- gezondheid, fysieke en seksuele ontwikkeling
=> dit zijn ook de 4 kerntaken van het CLB
-> schoolpsychologen begeleiden/coachen gezinnen, leerkrachten en scholen om de
leerlingontwikkeling indirect te ondersteunen
! er wordt niet enkel gefocust op problemen, maar ook op hetgeen wat al goed loopt
-> er zijn 4 kerntaken:
- preventie
- diagnostiek
- counseling/coaching
- behandeling/therapie (psycholoog <-> psychologisch consulent)
-> mogelijke settings:
- scholen (leerlingbegeleider, studiebegeleider, zorgcoördinator)
-> gewoon/buitengewoon, kleuter/lager/secundair, hoger onderwijs
- CLB
- vormingscentrum
- overheid
,2. Wat is pedagogiek
-> uit het grieks: pias= kind en ágō= ik leid
= opvoedkunde
-> pedagogiek <-> psychologie omdat:
- hun achtergrond is anders, de pedagogiek komt uit de sociale werkelijkheid en
historische context
- pedagogiek vertrekt vanuit ervaringskennis van ouders, opvoeders, leerkrachten
naar wetenschappelijk onderzoek en terug
-> pedagogische wetenschappen bestuderen de opvoeding, het onderwijs en de
hulpverlening aan kinderen en jeugdigen, met het oog op verbetering van de praktijk
-> pedagogen zijn specialisten in het opvoeden, onderwijzen en vormen die ouders,
opvoeders en leerkrachten bijstaan in jong en oud in al zijn vormen
-> taken van een pedagoog:
- preventie/voorlichting
- diagnostiek (pedagoog <-> klinisch orthopedagoog)
- advies geven
- begeleiding/ ondersteuning van kinderen/jongeren/volwassenen/ouderen en hun
betrokken instanties
- therapie (pedagoog <-> klinisch orthopedagoog)
! er is niet 1 soort pedagoog
-> verschillende contexten:
- gezin
- school
- werkvloer
- brede samenleving
-> mogelijke settings:
- centra voor algemeen welzijn (CAW)
- huis van het kind
- centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG)
- ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ)
- school
- departement onderwijs en vorming, welzijn, volksgezondheid en gezin
2
,3. School- en pedagogische psychologie
-> als psychologisch consulent nemen we ook een belangrijke rol in:
- we zijn professionals die werken met ouders, opvoeders, leerkrachten, kinderen,
jongeren en adolescenten
- meestal werken ze in een schoolse en/of gezinscontext
- ze doen aan preventie, diagnostiek en/of begeleiding om de ontwikkeling van
kinderen en jongeren te ondersteunen
-> verantwoordelijkheid voor de opvoeding:
-> individuele verantwoordelijkheid:
- in principe zijn beide ouders van een minderjarige gezamenlijk
verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind
- recht van opvoeding:
- recht van zorg of dagelijkse opvoeding
- beslissingsrecht, onder andere over huisvesting, levensonderhoud,
gezondheid, opvoeding, opleiding van het kind
-> maatschappelijke verantwoordelijkheid:
- opvoeding is de individuele verantwoordelijkheid van ouders maar belang
van de eerste 1000 dagen (bv. hechting, voeding, taal, …) wordt benadrukt in de
media/beleid
-> er is dus een grote druk op ouders van buitenaf en dit kan soms leiden tot
problemen in de opvoeding en dus problemen op school (gedrag en prestaties)
-> hierin ontstaat een onrust bij de overheid: voeden ouders wel voldoende
op?
3
, Module 2: een brede blik op opvoeding
1. Hoe wordt een kind gevormd? -> Het bio-ecologisch model van
Bronfenbrenner
-> met het bio-ecologisch model is het de bedoeling om in kaart te brengen hoe verschillende
omgevingsfactoren invloed hebben op een individu, in wisselwerking met het individu
- individu staat centraal individuele kenmerken bv. geslacht, leeftijd, genetische aanleg
- microsysteem meerdere microsystemen bv. gezin, familie, vrienden, school, …
- mesosysteem hoe de microsystemen op elkaar inwerken, of de neuzen een kant op
staan en hoe ze op elkaar inspelen bv. contact tussen ouder en leerkracht
- exosysteem algemene invloeden bv. media, buurt, overheid, economie, gezondheidszorg,
onderwijssysteem, …
- macrosysteem algemene ideeën en overtuigingen in een samenleving bv. wet- en
regelgeving in een land, globalisering, individualisering, kijk op vrouwen, …
- chronosysteem effect van tijd en levensfase, gebeurtenissen die het leven van een
kind en alle systemen rond het kind tekenen maar ook historische gebeurtenissen
(oorlog) en persoonlijke gebeurtenissen (scheiding ouders) hebben hiermee te maken
=> al deze systemen hebben uiteindelijk invloed op je microsysteem
-> kritiek:
- kind bleef passief en lijkt alle invloeden te ondergaan (er wordt geen rekening
gehouden met het feit dat het kind zich ook kan verzetten tegen systemen)
- groepen ontwikkelen ook
=> toepassing:
Pestgedrag:
- individu: ontwikkelingsstoornis, persoonlijkheid (introvert)
- microsysteem: verbondenheid met school, weinig vrienden
- mesosysteem: interacties tussen leraar en leerling (terugtrekken)
- exosysteem: technologie maakt cyberpesten gemakkelijk
- macrosysteem: cultuur van (toxische) mannelijkheid
- chronosysteem: verhuis, overlijden in het gezin
=> toepassing:
The ‘boy crisis’:
- individu: testosteron, geslacht (er is geen aangeboren verschil tussen jongens en meisjes
o.b.v. intelligentie) en ander spelgedrag
- microsysteem: leerkrachten behandelen jongens en meisjes anders, jongens in groep zijn
wilder, gezin dat genderstereotypen speelgoed promoot
4