1. Inleiding – de ‘dancing plague’
-> de dansplaag
-> vrouw danst op straat en kan niet stoppen, andere beginnen mee te dansen tot ze
sterven
-> verklaringen van in de middeleeuwen:
- bezeten door de duivel
- epilepsie
- vergiftiging
=> de verklaring van de sociale psychologie lijkt het meest logisch namelijk:
maatschappelijk moeilijke omstandigheden zorgde voor grotere stressfactoren en
daarom ook meer kans op psychische aandoeningen (massahysterie en angst voor de
plaag -> hypochondrie)
-> sociale psychologie = invloed van anderen op het eigen gedrag en de manier waarop
jij zelf het gedrag van anderen beïnvloed
2. Studieobject en definitie van de sociale psychologie
-> sociale psychologie bestaat uit 2 objecten:
- materiële object = gedrag
- invloed van anderen op gedrag van het individu
- observeerbaar (subtiel)
- bewust (onbewuste)
- formele object = wetmatigheden
- wetenschap
- erklären (verklaren) en verstehen (begrijpen)
Sociale psychologie vs sociologie en algemene psychologie
, Sociale psychologie: een studie die tracht te begrijpen, verklaren en voorspellen hoe de
gedachten, gevoelens en gedragingen van individuen beïnvloed worden door de
waargenomen, ingebeelde of impliciete gedachten, gevoelens en gedragingen van
anderen. (definitie door Allport)
-> 3 doelen:
-> het sociale, beïnvloed door:
- begrijpen
- gedachten
- verklaren
- gevoelens
- voorspellen
- gedragingen
-> het individu:
van anderen
- gedachten
-> het subjectieve:
- gevoelens
- waargenomen
- gedragingen
- ingebeelde
- individuen
- impliciete
3. Geschiedenis van de sociale psychologie
2
, 4. Het belang van ons sociale leven
Sociale behoeften en huidhonger
-> Gevolgen voor algemeen welbevinden:
- angst en eenzaamheid
- relationele problemen
- oproepen bij tele-onthaal
-> online alternatieven:
- zoom fatigue = mentale uitputting
- eigenlijk geen verzachting voor sociaal gemis
-> lichamelijk contact:
- sociale behoefte
- knuffelcontact -> huidhonger
- insula (deel in de hersenen, bevat extreme emoties + aanraking => sociale en
empathische functies) (bv. een knuffel geven kan goed voelen)
- oxytocine (knuffelhormoon)
-> insula en oxytocine heeft een positief effect op het mentaal en fysiek welbevinden
-> grotsyndroom:
- na lange periode van beperkt sociaal contact; vergelijking ->daglicht dat pijn doet
na verblijf in donkere grot (moeite hebben om zich aan te passen aan opeens veel
sociaal contact)
- verklaringen:
- mens = gewoontedier (routines)
- angst voor besmetting
Sociale verbondenheid in motivatietheorieën
-> motivatietheorieën leggen een belangrijke nadruk op nood aan sociale contacten
- het bekendste voorbeeld is de behoeftehiërarchie van Maslow
- zelf-determinatietheorie van Deci en Ryan
- 3 belangrijke voorwaarden voor intrinsieke motivatie
- 3 basisbehoeften
- universeel (geen hiërarchie)
Introversie, verlegenheid en schaamte
3
, -> introversie:
- persoonlijkheidskenmerk die ons maakt tot wie we zijn (introversie – extraversie)
- behoefte aan alleen-zijn en privacy = keuze
-> verlegenheid:
- geen keuze (persoonlijkheidskenmerk)
- wordt ervaren als last of hindernis:
- gevoelens van stress, onzekerheid en angst
- beperkt in mogelijkheden
-> schaamte:
- geen persoonlijkheidskenmerk
- tijdelijke emotie verbonden aan een gedrag of kenmerk en vaak samenhangt met
gevoelens van schuld of angst om geëvalueerd te worden
- dunne grens met verlegenheid
- schuldgevoel vormt het verschil met verlegenheid en introversie = leidraad voor
moreel gedrag
- plaatsvervangende schaamte
Empathie en spiegelneuronen
-> voorwaarden voor een harmonieus functionerende maatschappij
-> empathisch vermogen = zich kunnen inleven in de ander (+mee lijden), zich kunnen
verplaatsen in de schoenen van de ander en proberen te begrijpen hoe de ander zich
voelt en waarom hij bepaald gedrag stelt
-> oorzaken van empathie als vaardigheid:
- nurture: opvoeding en ervaringen
- nature: prefrontale cortex; persoonlijkheid, moreel besef en
inschattingsvermogen
-> spiegelneuronen in prefrontale cortex:
4