Week 1
Materiële vragen – art. 350 Sv
1. Is het feit te bewijzen?
2. Is het feit te kwalificeren (strafbaar)?
3. Is de dader strafbaar?
4. Welke sanctie?
Voorwaardelijk opzet
Stap 1
Bepaling ten laste gelegde
Wat is primair en subsidiair ten laste gelegd? Is hiervoor opzet vereist?
Stap 2
Blijkt uit de casus dat de verdachte opzet heeft?
Zo nee, stap 3. Zo ja, opzet kan bewezen worden.
Stap 3
Kan voorwaardelijk opzet bewezen worden?
Voorwaardelijk opzet is het bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat een bepaald gevolg in zal
treden. Voorwaardelijk opzet:
1. Is er een aanmerkelijke kans? Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De
aanmerkelijke kans moet vastgesteld worden aan de hand van algemene ervaringsregels, HR
Slaan met pistool. De aard en ernst van de gevolgen hebben geen invloed op het bepalen van
de aanmerkelijke kans.
2. Bewustheid van de aanmerkelijke kans? Wist de verdachte dat een aanmerkelijke kans
bestond? Hiervoor moet het normaliteitssyllogisme worden toegepast:
- Ieder normaal mens weet dat bij een bepaald handelen, zoals in casu, bepaalde
gevolgen, zoals in casu, kunnen intreden
- Verdachte is een normaal mens, althans
- Verdachte was zich dus bewust van de kans dat de gevolgen in casu zouden
kunnen intreden
3. Aanvaarden van de aanmerkelijke kans? Wilde de verdachte? Als er sprake is van een
aanmerkelijke kans, en de verdachte heeft gehandeld, waardoor bepaalde gevolgen zijn
ingetreden, kan je ervan uitgaan dat de aanmerkelijke kans is aanvaard. De casus kan hierover
informatie geven.
Zo niet, HR Slaan met pistool: valt de aanvaarding uit de omstandigheden van het geval af te
leiden (aard van de gedraging, omstandigheden waaronder deze is verricht, etc.)? Soms kan
de uiterlijke verschijningsvorm van een gedraging dusdanig zijn dat daaruit de aanvaarding
kan worden afgeleid.
Let op: opzet als geobjectiveerd bestanddeel
Let op: verdediging van verdachte; gaat de rechter hierin mee?
,Ontoerekeningsvatbaarheid – art. 39 Sr
Stap 1
Is er een (ziekelijke/psychische) stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens bij
verdachte? Vaak aan voldaan als verdachte loopt bij een psycholoog of psychiater.
Stap 2
Heeft deze stoornis het gedrag beïnvloed?
- Is er een causaal verband tussen de stoornis en het feit?
o Vaststelling kan met behulp van een deskundige
- Handelde verdachte onder invloed van de stoornis?
Stap 3
Sluit de stoornis toerekenbaarheid uit?
- Kan het gedrag de verdachte worden toegerekend? Hiervoor moet gekeken worden naar of bij de
verdachte ieder inzicht in de draagwijdte en de gevolgen van zijn handelen ontbreekt, HR Tolbert.
Enkel het ontbreken van de wilsvrijheid is niet voldoende. Het feit is in dat geval wel
toerekenbaar.
Stap 4
Is er sprake van eigen schuld? Culpa in causa?
- Heeft de verdachte zelf de stoornis veroorzaakt? Ook dan is art. 39 Sr meestal niet van
toepassing.
Stap 5
Conclusie:
- Geen enkel inzicht -> ontoerekeningsvatbaar, OVAR
- Nog enig inzicht -> toerekenbaar
- Eigen schuld -> toerekenbaar
, Week 2
Noodweer – art. 41 lid 1 Sr
Stap 1
Is er een aanranding en verdediging van lijf, eerbaarheid of goed? Het moet gaan om een aanranding
van jezelf of een ander. Niet huisvredebreuk of eer.
Stap 2
Ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding
- Ogenblikkelijk: onmiddellijk dreigend gevaar, HR Bijlmer schietpartij en HR Vrees
- Wederrechtelijk: in strijd met het recht. Noodweer tegen rechtmatig optreden of tegen
noodweer is niet mogelijk.
Stap 3
Geboden door noodzakelijke verdediging
- Subsidiariteit: had de verdachte zich kunnen en moeten onttrekken? HR Boze buurman
- Proportionaliteit: de verdediging moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de
aanranding
Stap 4
Voldaan? Beroep op noodweer slaagt, dit is een rechtvaardigingsgrond. De dader is dan niet
strafbaar, 3e materiele vraag. De einduitspraak is OVAR, ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet-
strafbaarheid van de dader.
Noodweerexces – art. 41 lid 2 Sr
Stap 1
Is er een noodweersituatie? Aan de vereisten van noodweer moet worden voldaan, behalve
proportionaliteit.
Stap 2
Disproportionele verdediging; de grenzen van de noodzakelijke verdediging worden overschreden.
1. Intensief noodweerexces: tijdens de verdediging heeft verdachte té heftig gereageerd, hij
ging te ver
2. Extensief noodweerexces: verdachte begon met verdedigen tijdens de aanranding, maar is te
lang door gegaan met de verdediging, de aanranding was inmiddels al voorbij
3. Tardief noodweerexces (extensief 2e graad): de verdachte begint pas met de verdediging
terwijl de aanranding al afgelopen is.
Stap 3
De aanranding moet veroorzaakt zijn door een hevige gemoedsbeweging
Stap 4
Dubbele causaliteit; de gedraging moet het onmiddellijke gevolg zijn van een hevige
gemoedsbeweging én deze hevige gemoedsbeweging is veroorzaakt door de wederrechtelijke
aanranding.
o De hevige gemoedsbeweging is van doorslaggevend belang. Andere factoren kunnen ook
een rol spelen.