Anatomie en fysiologie van
het oor
H1: Anatomie en fysiologie van het buitenoor
● Menselijk gehoor gevoelig voor 16-20000 Hz, 10 octaven
○ minimale verschillen in frequentie (JND) en tijd (< 5ms) waarnemen
○ zelfs in slechte signaal-ruisverhouding
○ complexe en gevarieerde geluiden vb. menselijke spraak verwerken
● Daarvoor hebben we 2 oren nodig maar ook connecties naar hersenstam en hersenen
○ kleine verschillen in luidheid tot 1 dB
○ tijdsintervallen van 5-10 s tussen rechts en links = richtinghoren
● Wij vooral: perifeer systeem
Gehoor:
● Oriëntatie (& evenwicht) in de omgeving
● Waarnemen van geluidssignalen
● Horen en begrijpen van gesproken taal
1.1 Binauraal horen
● interaural level differences: door dB verschillen die oren kunnen horen ->
richtinghoren -> waar de bron staat
● interaural time differences: verschillen in tijd detecteren, 10-100µs
● per oor ook heel performant: met 1 oor kan je richting detecteren maar veel moeilijker
1.2 Beenderig skelet
1.2.1 Os temporale
4 delen:
● os petrosum: benige behuizing
● pars tympanica: beenderig deel tot aan
trommelvlies
● pars squamosa: vooral bescherming en
jukbeen zit eraan vast, verbinding met de rest
van de beenderen, geen functie voor het
gehoor
○ processus zygomaticus
● processus styloideus: dingen vasthechten
1.2.1.1 Os petrosum = rotsbeen
Pyramidevorm met punt naar voor en binnen:
● Processus mastoideus = puntig
● Canalis musculotubarius
○ m. tensor tympani, buis van Eustachius en canalis facialis
● Canalis facialis
● Paries labyrinthicus: binnenoor
● n Vestibulocochlearis (VIII) en n facialis (VII) via processus stylomastoideus
1.3 Uitwendig oor
1.3.1 Anatomie
● helix = buitenkant oorschelp
, 2
● anthelix
● concha = ingezakte gedeelte
● tragus = kraakbeen
● meatus: uitwendige gehoorgang = meatus acusticus externus
○ pars tympanica
● lobus = oorlel
● pina = volledige oorschelp
○ ingang van gehoorgang: stop op niveau van trommelvlies
○ TV is scheiding buitenoor en middenoor
Trommelvlies: 3 lagen
● Epitheel: verhoornd squameus epitheel op bot en kraakbeen
○ kraakbeen: talgkliertjes en kleine haartjes net aan de ingang (vibrissae)
■ haartjes maken oorsmeer -> beschermen zodat epitheel van TV naar
buiten gewerkt wordt (TV schilfert)
■ = migratoire eigenschap
○ haartjes zitten enkel aan de ingang, dieper thv benige gedeelte ligt epitheel
rechtstreeks op het bot -> gevoelig
○ oorsmeer enkel in kraakbenig gedeelte van de gehoorgang
■ als oorsmeer thv benig gedeelte zit komt dat omdat persoon dat er zelf
heeft ingeduwd
○ tussen bot en epitheel ligt botvlies = periost, daaronder dan os tympanicum
● Bindweefsel
● Mucosa (binnenkant) = slijmvlies gaat over in huid van gehoorgang
○ geen keratinelaag
1.3.1.1 Otoscopie
Gehoorgang is niet recht bij onderzoek: rekening mee houden met verschil tussen
volwassenen en kinderen
● Volwassenen: oor naar achter en omhoog trekken
● Kinderen: oor gewoon omhoog trekken
=> patiënt beter liggend onderzoeken
1.3.1.2 Otomicroscopie
! Kan zittend en liggend
1.3.1.3 Oorstop verwijderen
● 2 manieren om oorprop weg te doen à zuiger of spuit
○ Zuiger bij kind is niet goed: maakt enorm veel lawaai
○ Spuit is met water: proberen boven oorprop te spuiten zodat het water
erachter komt en het eruit duwt
, 3
● Vroeger werd oorprop er zo uitgespoten maar nu eerder met zuigertje (als gaatje in
trommelvlies zou zitten…)
1.3.2 Fysiologie
● Bescherming
● Modulatie van het geluid
○ schaduwwerking: door positie van schedel en vorm van de oorschelp wordt het
geluid opgevangen en gedirigeerd naar de uitwendige gehoorgang
■ versterkt het geluid
■ cavum vergroten door hand te plaatsen -> beter horen
○ interferentie = weerkaatsing in de gehoorgang
■ lage stemmen (lage frequenties en hoge golflengte) weerkaatsen minder
○ resonantie -> 10 dB versterking
■ half open orgelpijp: λ = 10 cm -> 3400 Hz
● minder gevoelig voor lage stemmen -> minder
Akoestische winst/gain = hoeveelheid versterking in dB afhankelijk van bepaalde frequenties
vb. frequentie responscurve: geluid op 45°
1. Positie van het hoofd
2. x
3. Vorm van concha: vangt geluid op -> duidelijke versterking voor hoge frequenties
4. x
5. Gehoorgang en TV
=> meest gevoelig tussen 2-6 kHz: versterking van ongeveer 15 dB in dat gebied
!! instellen hoortoestel: lokalisatie microfoon en 2-6 kHz minder versterken, juist compenseren
● Geluidslokalisatie: vergelijking tussen linker en rechter oor
○ met een oor of twee oren
■ door de verschillende spectra
■ hoofd bewegen
, 4
○ optimaal waarnemen bij 45°
○ bij 180° een verlies van 10dB
○ frequentiespecifiek
1.3.3 Toepassingen
● Otitis externa = ontsteking van het buitenoor
○ droge vorm:
■ jeukt heel erg (soort eczeem) maar gehoor is niet beïnvloed
■ schilfering van epitheel
■ OPL: cortisone en oli
○ vochtige vorm
■ pijnlijke infectie
■ OPL: zorgvuldig reinigen, antibiotica, ontsmetten, pijnstilling
■ oorzaken: nauwe gehoorgang, zwemmen, teveel reinigen, …
■ !! preventie vb. mensen met hoorapparaten
● Preauriculaire aanhangsel of fistel: meestal onschuldig
● Afstaande oren
○ reconstructie van het oor -> plooi inbrengen
○ OPL: otoplastie
H2: Anatomie en fysiologie van het middenoor
2.1 Anatomie
Als we door gehoorgang gaan kijken:
● Anterieur vooraan: voorste gehoorgangsband -> net achter ligt kaakgewricht (soms
kaakgewricht te fel naar voor = probleem)
● Achterste gehoorgangswand en de bloedvaatjes
● Trommelvlies (3 lagen: epitheel, bindweefsel -> trommeleffect en mucosa)
○ opgedeeld in 4 kwadranten
○ pars tensa: kwadrant IV
■ aangespannen trommelvlies
■ TV zonder pars flaccida
■ epiderm, mucosa en bindweefsel
○ pars flaccida: kwadrant I
■ bovenste stuk
■ geen apart kwadrant maar daar is trommelvlies
dunner (geen bindweefsel)
● Hamer
○ Eerste waar we kijken is hamersteel
■ Lange been
■ Korte been: klein wit dopje dat we zien
uitsteken
■ Umbo = diepste punt van hamersteel
Altijd met licht in oor schijnen -> licht reflecteert -> lichtreflex = Politzer reflex (kwadrant II)
● Normaal maken die een hoek van 90° met hamer
○ Scherpe hoek: ingetrokken trommelvlies
○ Trommelvlies mat: lichtreflex weg
● Met microscoop kijken: dieptezicht
● Met otoscoop kijken: met 1 oog kijken dus geen dieptezicht -> andere trucjes om te
weten hoe trommelvlies staat -> lichtreflex = een van de belangrijkste trucjes
Dus: eerst hamersteel zoeken = brevis en daarboven hebben we pars flaccida -> normaal
trommelvlies: lichtreflex om stand trommelvlies te bepalen
het oor
H1: Anatomie en fysiologie van het buitenoor
● Menselijk gehoor gevoelig voor 16-20000 Hz, 10 octaven
○ minimale verschillen in frequentie (JND) en tijd (< 5ms) waarnemen
○ zelfs in slechte signaal-ruisverhouding
○ complexe en gevarieerde geluiden vb. menselijke spraak verwerken
● Daarvoor hebben we 2 oren nodig maar ook connecties naar hersenstam en hersenen
○ kleine verschillen in luidheid tot 1 dB
○ tijdsintervallen van 5-10 s tussen rechts en links = richtinghoren
● Wij vooral: perifeer systeem
Gehoor:
● Oriëntatie (& evenwicht) in de omgeving
● Waarnemen van geluidssignalen
● Horen en begrijpen van gesproken taal
1.1 Binauraal horen
● interaural level differences: door dB verschillen die oren kunnen horen ->
richtinghoren -> waar de bron staat
● interaural time differences: verschillen in tijd detecteren, 10-100µs
● per oor ook heel performant: met 1 oor kan je richting detecteren maar veel moeilijker
1.2 Beenderig skelet
1.2.1 Os temporale
4 delen:
● os petrosum: benige behuizing
● pars tympanica: beenderig deel tot aan
trommelvlies
● pars squamosa: vooral bescherming en
jukbeen zit eraan vast, verbinding met de rest
van de beenderen, geen functie voor het
gehoor
○ processus zygomaticus
● processus styloideus: dingen vasthechten
1.2.1.1 Os petrosum = rotsbeen
Pyramidevorm met punt naar voor en binnen:
● Processus mastoideus = puntig
● Canalis musculotubarius
○ m. tensor tympani, buis van Eustachius en canalis facialis
● Canalis facialis
● Paries labyrinthicus: binnenoor
● n Vestibulocochlearis (VIII) en n facialis (VII) via processus stylomastoideus
1.3 Uitwendig oor
1.3.1 Anatomie
● helix = buitenkant oorschelp
, 2
● anthelix
● concha = ingezakte gedeelte
● tragus = kraakbeen
● meatus: uitwendige gehoorgang = meatus acusticus externus
○ pars tympanica
● lobus = oorlel
● pina = volledige oorschelp
○ ingang van gehoorgang: stop op niveau van trommelvlies
○ TV is scheiding buitenoor en middenoor
Trommelvlies: 3 lagen
● Epitheel: verhoornd squameus epitheel op bot en kraakbeen
○ kraakbeen: talgkliertjes en kleine haartjes net aan de ingang (vibrissae)
■ haartjes maken oorsmeer -> beschermen zodat epitheel van TV naar
buiten gewerkt wordt (TV schilfert)
■ = migratoire eigenschap
○ haartjes zitten enkel aan de ingang, dieper thv benige gedeelte ligt epitheel
rechtstreeks op het bot -> gevoelig
○ oorsmeer enkel in kraakbenig gedeelte van de gehoorgang
■ als oorsmeer thv benig gedeelte zit komt dat omdat persoon dat er zelf
heeft ingeduwd
○ tussen bot en epitheel ligt botvlies = periost, daaronder dan os tympanicum
● Bindweefsel
● Mucosa (binnenkant) = slijmvlies gaat over in huid van gehoorgang
○ geen keratinelaag
1.3.1.1 Otoscopie
Gehoorgang is niet recht bij onderzoek: rekening mee houden met verschil tussen
volwassenen en kinderen
● Volwassenen: oor naar achter en omhoog trekken
● Kinderen: oor gewoon omhoog trekken
=> patiënt beter liggend onderzoeken
1.3.1.2 Otomicroscopie
! Kan zittend en liggend
1.3.1.3 Oorstop verwijderen
● 2 manieren om oorprop weg te doen à zuiger of spuit
○ Zuiger bij kind is niet goed: maakt enorm veel lawaai
○ Spuit is met water: proberen boven oorprop te spuiten zodat het water
erachter komt en het eruit duwt
, 3
● Vroeger werd oorprop er zo uitgespoten maar nu eerder met zuigertje (als gaatje in
trommelvlies zou zitten…)
1.3.2 Fysiologie
● Bescherming
● Modulatie van het geluid
○ schaduwwerking: door positie van schedel en vorm van de oorschelp wordt het
geluid opgevangen en gedirigeerd naar de uitwendige gehoorgang
■ versterkt het geluid
■ cavum vergroten door hand te plaatsen -> beter horen
○ interferentie = weerkaatsing in de gehoorgang
■ lage stemmen (lage frequenties en hoge golflengte) weerkaatsen minder
○ resonantie -> 10 dB versterking
■ half open orgelpijp: λ = 10 cm -> 3400 Hz
● minder gevoelig voor lage stemmen -> minder
Akoestische winst/gain = hoeveelheid versterking in dB afhankelijk van bepaalde frequenties
vb. frequentie responscurve: geluid op 45°
1. Positie van het hoofd
2. x
3. Vorm van concha: vangt geluid op -> duidelijke versterking voor hoge frequenties
4. x
5. Gehoorgang en TV
=> meest gevoelig tussen 2-6 kHz: versterking van ongeveer 15 dB in dat gebied
!! instellen hoortoestel: lokalisatie microfoon en 2-6 kHz minder versterken, juist compenseren
● Geluidslokalisatie: vergelijking tussen linker en rechter oor
○ met een oor of twee oren
■ door de verschillende spectra
■ hoofd bewegen
, 4
○ optimaal waarnemen bij 45°
○ bij 180° een verlies van 10dB
○ frequentiespecifiek
1.3.3 Toepassingen
● Otitis externa = ontsteking van het buitenoor
○ droge vorm:
■ jeukt heel erg (soort eczeem) maar gehoor is niet beïnvloed
■ schilfering van epitheel
■ OPL: cortisone en oli
○ vochtige vorm
■ pijnlijke infectie
■ OPL: zorgvuldig reinigen, antibiotica, ontsmetten, pijnstilling
■ oorzaken: nauwe gehoorgang, zwemmen, teveel reinigen, …
■ !! preventie vb. mensen met hoorapparaten
● Preauriculaire aanhangsel of fistel: meestal onschuldig
● Afstaande oren
○ reconstructie van het oor -> plooi inbrengen
○ OPL: otoplastie
H2: Anatomie en fysiologie van het middenoor
2.1 Anatomie
Als we door gehoorgang gaan kijken:
● Anterieur vooraan: voorste gehoorgangsband -> net achter ligt kaakgewricht (soms
kaakgewricht te fel naar voor = probleem)
● Achterste gehoorgangswand en de bloedvaatjes
● Trommelvlies (3 lagen: epitheel, bindweefsel -> trommeleffect en mucosa)
○ opgedeeld in 4 kwadranten
○ pars tensa: kwadrant IV
■ aangespannen trommelvlies
■ TV zonder pars flaccida
■ epiderm, mucosa en bindweefsel
○ pars flaccida: kwadrant I
■ bovenste stuk
■ geen apart kwadrant maar daar is trommelvlies
dunner (geen bindweefsel)
● Hamer
○ Eerste waar we kijken is hamersteel
■ Lange been
■ Korte been: klein wit dopje dat we zien
uitsteken
■ Umbo = diepste punt van hamersteel
Altijd met licht in oor schijnen -> licht reflecteert -> lichtreflex = Politzer reflex (kwadrant II)
● Normaal maken die een hoek van 90° met hamer
○ Scherpe hoek: ingetrokken trommelvlies
○ Trommelvlies mat: lichtreflex weg
● Met microscoop kijken: dieptezicht
● Met otoscoop kijken: met 1 oog kijken dus geen dieptezicht -> andere trucjes om te
weten hoe trommelvlies staat -> lichtreflex = een van de belangrijkste trucjes
Dus: eerst hamersteel zoeken = brevis en daarboven hebben we pars flaccida -> normaal
trommelvlies: lichtreflex om stand trommelvlies te bepalen