Uitgangspunt: politiek stelsel (i.p.v. individu)
→ waarbinnen het handelen van afzonderlijke actoren inhoud en betekenis krijgt
Centraal:
- politiek systeem = een georganiseerd en complex geheel van onderling samenhangende
relaties tussen interdependente onderdelen die samen een geheel vormen
- de interactie van het politieke systeem met de omgeving
Onderverdeling
(Structureel-)functionalisme
In sociologie ontwikkeld en gaat uit van het organicisme: de verschillende onderdelen leveren een
bijdrage tot het ruimer socialer geheel
Functionalisten: meer oog voor gevolgen dan voor oorzaken: het geheel is meer dan de som der
samenstellende delen → zie aparte benadering
Algemene systeemtheorie
Basis: afzonderlijke elementen vormen invloed op elkaar uit en vormen een geheel dat meer is dan
de som der samenstellende delen en dat grotendeels bepaalt wat er met de afzonderlijke delen
gebeurt
Grens tussen systeem en werking: processen binnen systeem kunnen worden verklaard door de
werking van het systeem, niet door de factoren erbuiten
In essentie wordt politiek opgevat als een input-output-systeem, als een kringloop die werkt met
feedback
Kritiek
Onvoldoende uitgewerkt om in concreet empirisch onderzoek vertaald te worden
Gebaseerd op ‘Een plattegrond van de macht – Carl Devos’