Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
1. Positieve Het vermogen om je aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van
gezondheid sociale, fysieke en emotionele uitdagingen in het leven. Het is een middel om je
leven te leiden die bij je past en voldoende bevrediging geeft.
2. De pijlers van 1) Lichaamsfuncties
gezond zijn 2) Mentaal welbevinden (psychische functies)
3) Zingeving (spiritueel en existentieel)
4) Kwaliteit van leven
5) Meedoen (sociaal-maatschappelijke participatie)
6) Dagelijks functioneren
3. Componenten 1) Objectieve kant: gaat over de aan- of afwezigheid van een ziekteproces (b.v.
van gezondheid tumor)
2) Subjectieve kant: gaat over de beleving van iemand (b.v. gevoelen van pijn,
verdriet e.d.)
3) Gedragsmatige kant: gaat over hoe iemand met zijn klachten omgaat.
4. Symptoom- Vanuit het symptoomnetwerk worden de symptomen zelf en hun onderlinge
netwerken relaties gezien als "het probleem".
5. Co-morbiditeit Het tegelijk voorkomen van verschillende ziektebeelden.
6. Brugsymptomen Wanneer mensen twee of meer diagnoses krijgen en sommige symptomen
voorkomen in de lijstjes van deze verschillende diagnoses.
7. Symptomen In de klassieke medische benadering zijn symptomen een uiting van een ziekte.
8. Transdiagnostis- Overeenkomende kenmerken onder de hulpvragers
che factoren
1) Biologische factoren: genetische factoren spelen een rol.
2) Psychologische kenmerken: b.v. laagzelfbeeld, onzekerheid, faalangst en per-
fectionisme.
3) Gedragingen en symptomen: b.v. vermijdingsgedrag, verslaving en overmatig
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
eten.
4) Traumatische ervaringen in het verleden.
Daarmee kunnen dezelfde therapieën effectief zijn bij verschillende aandoenin-
gen.
9. Bio Psychosoci- Werkmodel: model van positieve gezondheid.
aal model Denkmodel: Bio Psychosociaal model.
Het bio psychosociaal model benader gezondheidsproblemen van uit drie per-
spectieven.
10. Perspectieven 1) Biologisch: dit omvat erfelijke factoren; erfelijkheid/aanleg, zenuwstelsel/brein,
van het bio stress systeem in ons lichaam en de werking van hormonen => psychofarmaca.
psychosociaal 2) Psychologisch: persoonlijkheidskenmerken en de wijze van verwerken van
model trauma's; persoonlijkheidsstructuur, cognitieve/emotionele functies en coping =>
psychotherapie.
3) Sociaal: levensomstandigheden; sociale interacties, SES (sociaal economische
situatie), belangrijke anderen en sociaal/fysiek milieu => interventies die richten
op ondersteuning.
11. ICF Een classificatiesysteem dat gezondheid en functioneren begrijpt vanuit het bio
psychosociale denkmodel. Het omvat:
1) Lichaamsfuncties: biologische aspecten en functies.
2) Activiteiten: wat iemand kan doen, incl. dagelijkse taken.
3) Participatie: betrokkenheid in de maatschappij/activiteiten.
4) Omgevingsfactoren: externe factoren
! Het ICF past binnen het bio psychosociaal model. Je kan het inzetten voor o.a.
welzijnsbeoordelingen, functionele beoordelingen, gemeenschapsinterventies,
opstellen van behandelplannen en interventies volgen.
12.
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
Sociaalpsychia- Deze benadering bedrukt de rol van sociale en maatschappelijke factoren bij
trische psychische aandoeningen.
benadering
13. Herstel Herstel is het vinden van een zinvol bestaan met of zonder psychiatrische aan-
doening (Droes & Witsenburg, 2012). Het is een persoonlijk proces dat bij alle
herstellende anders verloopt.
14. De Fasen van 1) Overweldigd door de aandoening: in deze fase ervaren de individuen vaak
herstel (Span- intense emoties en onzekerheid bij de diagnose van een aandoening. Ze voelen
iol, Wewiorski, zich overweldigd door de impact ervan op hun leven.
Gagne en Antho-
ny (2002)) 2) Worstelen met de aandoening: in deze fase proberen mensen actief symp-
tomen te beheersen en de uitdaging aan te gaan die de aandoening met zich
meebrengt. Kan gepaard gaan met behandeling en therapie.
3) Symptomatisch herstel: een proces waarin mensen werken aan het vermin-
deren van de symptomen die gepaard gaan met hun psychische aandoening.
4) Leven met de aandoening: in deze fase hebben mensen geleerd om met de
aandoening om te gaan en hebben ze hun leven aangepast naar de nieuwe
realiteit - gevoel: stabiliteit.
5) Leven voorbij de aandoening: dit vertegenwoordigt het streven naar herstel
en persoonlijke groei. Mensen proberen hun leven te leiden zoals ze dat willen,
ondanks de aandoening - Nieuwe doelen en aspiraties stellen buiten de aan-
doening.
15. Aspecten van 1) Herstel van gezondheid of medisch herstel: het proces waarbij een persoon
herstel probeert om zijn fysieke en mentale gezondheid te herstellen of te verbeteren na
het ervaren van een ziekte, letsel of medische aandoening.
2) Functie herstel: het terugwinnen van het vermogen om dagelijkse activiteiten
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
uit te voeren en een functioneel leven te leiden.
3) Maatschappelijk herstel: Maatschappelijk herstel richt zich op het opnieuw
betrekken in de samenleving na een periode van isolatie of beperking, als gevolg
van een gezondheidsprobleem.
4) Persoonlijk herstel: draait om positieve veranderingen in zelfbeeld, zelfrespect
en het maken van keuzes die overeenkomen met waarden en aspiraties. Het
omvat ook het integreren van gezondheidsproblemen in iemands levensverhaal
en persoonlijke groei.
16. CHIME Een acroniem welke gebruikt wordt in de context van herstelgerichte benadering
in de GGZ; herstel is meer dan alleen het verminderen van symptomen (holis-
tisch)
- Connectedness (verbondenheid): belang en opbouwen van relaties.
- Hope (hoop): geloven in herstel en betere toekomst
- Identity (identiteit): herontdekken van een positieve persoonlijke identiteit en
het loslaten van negatieve labels of zelfbeeld.
- Meaning (betekenis): het vinden van betekenis en doel in het leven.
- Empowerment (zelfredzaamheid): individu is een actieve deelnemer in het
herstelproces en heeft regie over hun eigen leven en beslissingen.
17. Herstel onderste- Een benadering in de GGZ die gericht is op empowerment van individuen,
unende hulpver- zodat ze regie over hun eigen herstelproces kunnen nemen. De persoon staat
lening in het middelpunt van de zorg en moedigt eigen doelen/waarden aan. Dit om
een bevredigend en zinvol leven te bereiken; samenwerking, cultuursensitiviteit,
peer-support, ontwikkelen van zelfmanagementvaardigheden.
18. Kenmerken van - Attitude van hoop en optimisme, draagt dit uit.
herstel onderste- - Present; luistert onbevooroordeeld.
unende zorg - Gebruikt zijn professionele referentiekader terughoudend en bescheiden.
- Sluit aan bij het levensverhaal van de cliënt.
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
1. Positieve Het vermogen om je aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van
gezondheid sociale, fysieke en emotionele uitdagingen in het leven. Het is een middel om je
leven te leiden die bij je past en voldoende bevrediging geeft.
2. De pijlers van 1) Lichaamsfuncties
gezond zijn 2) Mentaal welbevinden (psychische functies)
3) Zingeving (spiritueel en existentieel)
4) Kwaliteit van leven
5) Meedoen (sociaal-maatschappelijke participatie)
6) Dagelijks functioneren
3. Componenten 1) Objectieve kant: gaat over de aan- of afwezigheid van een ziekteproces (b.v.
van gezondheid tumor)
2) Subjectieve kant: gaat over de beleving van iemand (b.v. gevoelen van pijn,
verdriet e.d.)
3) Gedragsmatige kant: gaat over hoe iemand met zijn klachten omgaat.
4. Symptoom- Vanuit het symptoomnetwerk worden de symptomen zelf en hun onderlinge
netwerken relaties gezien als "het probleem".
5. Co-morbiditeit Het tegelijk voorkomen van verschillende ziektebeelden.
6. Brugsymptomen Wanneer mensen twee of meer diagnoses krijgen en sommige symptomen
voorkomen in de lijstjes van deze verschillende diagnoses.
7. Symptomen In de klassieke medische benadering zijn symptomen een uiting van een ziekte.
8. Transdiagnostis- Overeenkomende kenmerken onder de hulpvragers
che factoren
1) Biologische factoren: genetische factoren spelen een rol.
2) Psychologische kenmerken: b.v. laagzelfbeeld, onzekerheid, faalangst en per-
fectionisme.
3) Gedragingen en symptomen: b.v. vermijdingsgedrag, verslaving en overmatig
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
eten.
4) Traumatische ervaringen in het verleden.
Daarmee kunnen dezelfde therapieën effectief zijn bij verschillende aandoenin-
gen.
9. Bio Psychosoci- Werkmodel: model van positieve gezondheid.
aal model Denkmodel: Bio Psychosociaal model.
Het bio psychosociaal model benader gezondheidsproblemen van uit drie per-
spectieven.
10. Perspectieven 1) Biologisch: dit omvat erfelijke factoren; erfelijkheid/aanleg, zenuwstelsel/brein,
van het bio stress systeem in ons lichaam en de werking van hormonen => psychofarmaca.
psychosociaal 2) Psychologisch: persoonlijkheidskenmerken en de wijze van verwerken van
model trauma's; persoonlijkheidsstructuur, cognitieve/emotionele functies en coping =>
psychotherapie.
3) Sociaal: levensomstandigheden; sociale interacties, SES (sociaal economische
situatie), belangrijke anderen en sociaal/fysiek milieu => interventies die richten
op ondersteuning.
11. ICF Een classificatiesysteem dat gezondheid en functioneren begrijpt vanuit het bio
psychosociale denkmodel. Het omvat:
1) Lichaamsfuncties: biologische aspecten en functies.
2) Activiteiten: wat iemand kan doen, incl. dagelijkse taken.
3) Participatie: betrokkenheid in de maatschappij/activiteiten.
4) Omgevingsfactoren: externe factoren
! Het ICF past binnen het bio psychosociaal model. Je kan het inzetten voor o.a.
welzijnsbeoordelingen, functionele beoordelingen, gemeenschapsinterventies,
opstellen van behandelplannen en interventies volgen.
12.
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
Sociaalpsychia- Deze benadering bedrukt de rol van sociale en maatschappelijke factoren bij
trische psychische aandoeningen.
benadering
13. Herstel Herstel is het vinden van een zinvol bestaan met of zonder psychiatrische aan-
doening (Droes & Witsenburg, 2012). Het is een persoonlijk proces dat bij alle
herstellende anders verloopt.
14. De Fasen van 1) Overweldigd door de aandoening: in deze fase ervaren de individuen vaak
herstel (Span- intense emoties en onzekerheid bij de diagnose van een aandoening. Ze voelen
iol, Wewiorski, zich overweldigd door de impact ervan op hun leven.
Gagne en Antho-
ny (2002)) 2) Worstelen met de aandoening: in deze fase proberen mensen actief symp-
tomen te beheersen en de uitdaging aan te gaan die de aandoening met zich
meebrengt. Kan gepaard gaan met behandeling en therapie.
3) Symptomatisch herstel: een proces waarin mensen werken aan het vermin-
deren van de symptomen die gepaard gaan met hun psychische aandoening.
4) Leven met de aandoening: in deze fase hebben mensen geleerd om met de
aandoening om te gaan en hebben ze hun leven aangepast naar de nieuwe
realiteit - gevoel: stabiliteit.
5) Leven voorbij de aandoening: dit vertegenwoordigt het streven naar herstel
en persoonlijke groei. Mensen proberen hun leven te leiden zoals ze dat willen,
ondanks de aandoening - Nieuwe doelen en aspiraties stellen buiten de aan-
doening.
15. Aspecten van 1) Herstel van gezondheid of medisch herstel: het proces waarbij een persoon
herstel probeert om zijn fysieke en mentale gezondheid te herstellen of te verbeteren na
het ervaren van een ziekte, letsel of medische aandoening.
2) Functie herstel: het terugwinnen van het vermogen om dagelijkse activiteiten
, Medische kennis en verslaving (ggz 4.3)
Online studeren bij https://quizlet.com/_iqtlo9
uit te voeren en een functioneel leven te leiden.
3) Maatschappelijk herstel: Maatschappelijk herstel richt zich op het opnieuw
betrekken in de samenleving na een periode van isolatie of beperking, als gevolg
van een gezondheidsprobleem.
4) Persoonlijk herstel: draait om positieve veranderingen in zelfbeeld, zelfrespect
en het maken van keuzes die overeenkomen met waarden en aspiraties. Het
omvat ook het integreren van gezondheidsproblemen in iemands levensverhaal
en persoonlijke groei.
16. CHIME Een acroniem welke gebruikt wordt in de context van herstelgerichte benadering
in de GGZ; herstel is meer dan alleen het verminderen van symptomen (holis-
tisch)
- Connectedness (verbondenheid): belang en opbouwen van relaties.
- Hope (hoop): geloven in herstel en betere toekomst
- Identity (identiteit): herontdekken van een positieve persoonlijke identiteit en
het loslaten van negatieve labels of zelfbeeld.
- Meaning (betekenis): het vinden van betekenis en doel in het leven.
- Empowerment (zelfredzaamheid): individu is een actieve deelnemer in het
herstelproces en heeft regie over hun eigen leven en beslissingen.
17. Herstel onderste- Een benadering in de GGZ die gericht is op empowerment van individuen,
unende hulpver- zodat ze regie over hun eigen herstelproces kunnen nemen. De persoon staat
lening in het middelpunt van de zorg en moedigt eigen doelen/waarden aan. Dit om
een bevredigend en zinvol leven te bereiken; samenwerking, cultuursensitiviteit,
peer-support, ontwikkelen van zelfmanagementvaardigheden.
18. Kenmerken van - Attitude van hoop en optimisme, draagt dit uit.
herstel onderste- - Present; luistert onbevooroordeeld.
unende zorg - Gebruikt zijn professionele referentiekader terughoudend en bescheiden.
- Sluit aan bij het levensverhaal van de cliënt.