Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting taal en spraakontwikkeling 1ste jaar logopedie en audiologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
25-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Ik heb alle hoofdstukken van inleiding hoofdstuk 1 tot hoofdstuk 6 twee- en meertaligheid samengevat. H1 de inleiding, H2 de voortalige fase, H3 de vroegtalige fase, H4 de differentiatiefase, H5 de voltooiingsfase en H6 de twee- en meertaligheid is allemaal tot in detail samengevat.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Hilde Roeyers


Taal – en spraakontwikkeling
Hoofdstuk 1: inleiding
Het spraak- en taalverwervingsproces bij kinderen
1. Hoe leert een kind taal? Welke factoren beïnvloeden de taalverwerving?
Het gehoor taalaanbod (omgeving) (de Nederlandse taal is
belangrijk om het te horen), zien, cognitieve ontwikkeling,

2. Op welke leeftijd start, begint de taalontwikkeling?
Vanaf de geboorte, maar wanneer het kind nog in de buik van de
mama zit hoort het kind wel wat zaken van buitenaf en vanaf daar
zou het ook al kunnen starten

3. Op welke leeftijd is de taalontwikkeling van een kind voltooid?
Je leert elke dag, elke minuut nog altijd bij, dus er is geen moment
wanneer het is voltooid. (Vanaf 10-12jaar maar een kind van 5 kan
ook al goed spreken)

4. Welke grote stappen kan je in de taalontwikkeling onderscheiden?
Schreien, brabbelen, 1 woord gebruiken, 2 woord zin, meervoud
zinnen, vocaliseren (gemiddeld aan 12maand eerste woordje) 18-
19maand 3 woorden kunnen zeggen (geen mama, papa)
Website: kind en taal

1.1 Taalontwikkeling: een multidimensioneel gebeuren

- ‘Het taalverwervingsproces staat niet op zichzelf, maar is een onderdeel
van het totale proces van verandering waarin kinderen zich bevinden’
- Het spreken van het kind is niet alleen een mooi doel op zich, maar het is
vooral een middel om de communicatieve en de kenniswereld te
veroveren. (Want hoe beter we kunnen praten, hoe beter we ons kunnen
uitdrukken, hoe beter iedereen je begrijpt)


Aan het schijnbaar probleemloos leren praten van kinderen gaan heel wat
voorbereidende processen vooraf, en er moeten heel wat basisvoorwaarden
vervuld worden: een multifactorieel proces dus. (= meerdere factoren die de
taalontwikkeling beïnvloeden)


Wanneer er geen taalaanbod is
dan gaat er geen
taalontwikkeling voordoen.

Aangeboren taal: het kind gaan
vanuit het aanbod dat hij krijgt
zelf regels proberen maken
voor zichzelf (ik heb vandaag
gezwemt)




1

, Hilde Roeyers

- Het taalvermogen moet geactiveerd (getriggerd) worden door een
passende taalomgeving, en dit tijdens de vroege levensjaren.
- Daarnaast zijn ook cognitief inzicht, sociale ervaring, sensorische
waarneming en fijn-motorische beheersing van de spraakorganen
onontbeerlijk om tot een goede taalverwerving te komen.
Maar…
Er is ook sprake van een tweerichtingsverkeer tussen deze externe
modulariteiten (=sociaal, cognitief, sensorische, motorisch) en de
taalvaardigheid.
Sensori – motorische Sensorische ontwikkeling omvat de
ontwikkeling zintuigen, vooral dan het zien en het horen
Motorische ontwikkeling omvat namelijk
het leren bewegen, kruipen, lopen,
Cognitieve ontwikkeling Omvat het denk en leervermogen, de werking
van het geheugen, de algemene intelligentie,

Sociaal – emotionele Dit heeft betrekking op de ontwikkeling van
ontwikkeling de gevoelswereld van het kind en van zijn
interacties met anderen


1.2 Componenten van de taalontwikkeling

1.2.1 Taalontwikkeling
Taalontwikkeling bestaat uit:
1. Taalbegrip = als je vraagt aan kind waar is tutje, gaat hij tutje gaan halen
maar kan zelf nog geen zinnen zeggen, je begrijpt dus sneller taal dan je
het spreekt
2. Taalproductie

1.2.2 Vorm van taaluitingen
o Klanken (fonetiek/fonologie)
= fout van het kind dat hij zegt
VOORBEELD: kopie in de plaats van koffie, skool in de plaats van
school
o Woorden (flexiemorfologie)
= 1 bakker 2 bakkers: het gaat nog altijd om de betekenis van het
woord 1voet 2 voets
o Zinnen (syntaxis)
= zinsopbouw, plaatsen van woorden in de zin
VOORBEELD: Kijk mijn langer haar geworden

1.2.3 de betekenis en het gebruik van taaluitingen
 Betekenis van taaluitingen (semantiek-derivatiemorfologie)
= betekenis van het woord verschilt (achtervoegsels, voorvoegsels)
VOORBEELD: bakker, bakkerin
 Gebruik van taaluitingen (pragmatiek)
= gebruik van taal, gebruiken om dingen mee te delen, om vragen te
stellen, om te onderhandelen: ik moet mijn taal aanpassen aan de
omgeving (context)
VOORBEELD: met beste vriendin is anders dan met directeur

1.2.4 nadenken over taal




2

, Hilde Roeyers

 Nadenken over taal (metalinguïstiek)
= nadenken over de taal, proberen te achterhalen wat de betekenis is van
het woord VOORBEELD: waarom is dat een tafel
Overexten Het is rond en fruit dus elk rond fruit is appel, dus appelsien is
tie appel, tomaat is appel, …
Onderexte Mijn pop is pop dus een andere pop is geen pop.
nie




Het ritme is niet even intens,
pragmatiek loopt door elke
fase




1.3 fasen in de taalontwikkeling
- Prelinguale fase (voortalige periode) (0-12m)
- Vroeglinguale fase (vroegtalige periode) (1 – 2;6jr)
- Differentiatiefase (2;6 - 5jr)
- Voltooiingsfase (5 - 10/12jr)

1.4 kenmerken en stijlen van taalaanbod

1.4.1 kenmerken vaan taalaanbod

- Klanken en uitspraak
De opvoeders gebruiken hoge tonen en overdreven intonatiepatroon om te
praten tegen een baby, een jong kind vindt het leuk om daarnaar te
luisteren. Baby’s begrijpen de taal NIET maar genieten van de stem en de
intonatie van de volwassene. De opvoeder kiest ook voornamelijk uit
gemakkelijke klanken (VOORBEELD: p, b, m, n). in het taalaanbod van
jonge kinderen zitten voornamelijk eenlettergrepige woorden
(VOORBEELD: pop, poes, bal) maar ook soms verdubbelingen
(VOORBEELD: mama, papa, pipi, dodo) dit komt voor in alle talen en
culturen = TAALUNIVERSELE TAAL

- Zinsbouw
Hier zijn er duidelijke aanpassingen wanneer een opvoeder/ volwassene
met een kind praat. De opvoeder spreekt in korte, eenvoudige zinnen,



3

, Hilde Roeyers

gebruikt weinig/ geen vervoegde werkwoorden of vervangt het door de
infinitief. De opvoeder moet proberen zoveel mogelijk het kind aan te
spreken met eigen naam. VOORBEELD: mama gaat Jantje pakken in plaats
van ik ga jou pakken. Praat ook in eenvoudige zinnen als ze het nog niet
begrijpen. VOORBEELD: koek? Jantje koek? Jantje pakken.
- Betekenisvlak
In het begin horen baby’s veel klanknabootsingen (onomatopeeën)
VOOORBEELD: woef, tiktak, piep. Naarmate het kind ouder wordt (vanaf
18maand) is het belangrijk dat het gewone, betekenisvolle woorden uit de
volwassentaal gaat horen om de woordenschat te gaan opbouwen.
VOORBEELD: gebruik dan appel binnen in de categorie van fruit zodat ze
meer specifieke woorden leren. Ze starten met basis – of overkoepelende
woorden (basistermen) daarna leren ze ook hyponiemen en hyperoniemen

 Wat is een basisterm, hyponiem en hyperoniem
VOORBEELD: het basisniveau start bij ‘papa praat over een auto’ auto = de
basisterm, later gaat papa praten over zijn vrachtwagen of sportwagen =
hyponiem, en dan tot slot kan papa dit gebruiken als een vervoermiddel =
hyperoniem

1.4.2 stijlen van taalaanbod

- Conversationele stijl/ turn-abuts
= Gesprek op gang brengen en houden + indirect vormelijk corrigeren/
veel open vragen stellen. Ze onderbreken het kind niet ze moedigen
hem alleen maar aan VOORBEELD: en toen? Wat dan? (Inhoud is minder
belangrijk hier)

- Directieve stijl
= wil het kind activiteiten bijleren. De inhoud komt op de eerste plek
het gesprek is minder belangrijk
VOORBEELD: lichaamsdelen oefenen (waar is je neus?) of aan de hand
van plaatjes in een boekje

- Intrusieve stijl
= Kind zoveel mogelijk laten deelnemen aan de conversatie, maar
volwassene is heel sturend /veel gesloten vragen/ vaak alleen maar
antwoord met ‘ja nee’ vragen

- Didactische stijl
= De inhoud van de conversatie is belangrijker dan de conversatie zelf/
relatief meer beweringen. Het geven van een kordaat bevel of een
instructie
VOORBEELD: geef hier! Leg dat onmiddellijk neer!


Neurobiologische aspecten van de taalontwikkeling
Tot 7 jaar: vorming van verschillende functionele systemen in het CZS
Bij pasgeborene:
 Neuronenaantal gelijk (zenuwcellen)
 Neuronen worden groter
 Meer axonen en dendrieten (axon = uitloper van de zenuwcel)
 Meer synapsen (= contactplaats voor zenuwcellen)




4

Documentinformatie

Geüpload op
25 januari 2026
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ariannelaethem

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ariannelaethem Katholieke Hogeschool VIVES
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen