Technologische eigenschappen
1. Fysische eigenschappen
1.1 Dichtheid
1.1.1 Bij een bepaald vochtgehalte
= Volumieke massa bij een bepaald vochtgehalte (H = 12%)
In verhouding met volumieke massa water:
< 1 hout gaat drijven
> 1 hout gaat zinken
1.1.2 Ovendroge dichtheid
= volumieke massa bij ovengedroogd hout (H=0%)
- Gedroogd in een geventileerde droogstoof (103 °C ± 2 °C)
- Belangrijk voor in chemische houtindustrie ( papierindustrie), zij moeten weten
hoeveel houtmassa er effectief aanwezig is)
1.1.3 Basisdichtheid
= verhouding tussen massa droogstoof gedroogd hout en volume van het nat hout.
- Terug belangrijk in de chemische houtindustrie ( papierindustrie)
- Nat hout H> 35%
1.1.4 Celwanddichtheid
= theoretische benadering van dichtheid die een celwand heeft
- Al het vocht moet uit het hout zijn (H=0%)
- Poriën mogen niet meegemeten worden !!! => dus samengedrukte cellen
- De waarden schommelen meestal rond 1500 kg/m³ à 1560 kg/m³
,1.1.5 Interpretatie dichtheid
= correlatie tussen dichtheid en sterkte-eigenschappen
Dichtheid variabel (range)
- Dark red meranti (300 kg/m³ tot 860 kg/m³ bij 12% vochtgehalte)
- Groeiomstandigheden
- Boomsoorten per houtsoort
- Plaats in de boom
Effect van de groeisnelheid op dichtheid
- Sterk afhankelijk welk type
Dichtheid van hout kan als herkenning dienen:
Zoals je ziet in tabel drijven niet alle houtsoorten( bij een vochtgehalte van 12%)
Bv: pokhout, azobé, letterhout,…
,1.2 Vochtgehalte
= biedt voor houtherkenning GEEN meerwaarde !
Hoeveelheid water in hout T.O.V. zijn geheel droge massa
Belangrijk voor alle toepassingen
Het bekomen resultaat kan meer zijn dan 100%, dat komt doordat er dan meer water
aanwezig is dan droge massa ( bv: bij pas gevelde bomen)
1.2.1 Meten van het vocht
Je kan het vocht op 2 manieren meten:
- Gravimetrische methode
Staaltje hout wordt gemeten en gewogen, in de oven geplaatst en overdroog gemaakt (H=0%)
dan wordt het verschil berekent en dat is het vochtgehalte
Dit is nauwkeurig maar omslachtig
Sneller is met de droogbalans ( ook nauwkeurig)
- Elektrische vochtigheidsmeter
Met hamereletrode
2 pinnetjes worden in het hout geslaan, geleidbaarheid
daartussen. Nauwkeurigheid daalt hoe lager procent komt.
Met magnetisch veld
Geen markeringen op het hout
Meting door ruwe oppervlaktes en afwerkingen
, Soorten vocht in hout
Vrij water: water in de celholten
Gebonden water: in de celwanden
1.2.2 Vezelverzadigingspunt (VVP)
= het punt waarbij alle vrij water verdwenen is, het gebonden water is wel nog aanwezig in de
celwanden. Die celwanden zijn dan verzadigd.
Als de vochtigheid (H) onder het verzadingspunt duikt veranderen de eigenschappen van het
hout.
Dit is houtsoortafhankelijk!!
Ringporig en halfringporig loofhout ( 22-24%)
Naaldhout met sterk uitgesproken kernvorming:
o Hoog harsgehalte: (22-24%)
o Laag harsgehalte: (26-28%)
Naaldhout met minder uitgesproken kernvorming en spinthout:
(30-34%)
Verspreidporig loofhout en spint: (32-35%)
1. Fysische eigenschappen
1.1 Dichtheid
1.1.1 Bij een bepaald vochtgehalte
= Volumieke massa bij een bepaald vochtgehalte (H = 12%)
In verhouding met volumieke massa water:
< 1 hout gaat drijven
> 1 hout gaat zinken
1.1.2 Ovendroge dichtheid
= volumieke massa bij ovengedroogd hout (H=0%)
- Gedroogd in een geventileerde droogstoof (103 °C ± 2 °C)
- Belangrijk voor in chemische houtindustrie ( papierindustrie), zij moeten weten
hoeveel houtmassa er effectief aanwezig is)
1.1.3 Basisdichtheid
= verhouding tussen massa droogstoof gedroogd hout en volume van het nat hout.
- Terug belangrijk in de chemische houtindustrie ( papierindustrie)
- Nat hout H> 35%
1.1.4 Celwanddichtheid
= theoretische benadering van dichtheid die een celwand heeft
- Al het vocht moet uit het hout zijn (H=0%)
- Poriën mogen niet meegemeten worden !!! => dus samengedrukte cellen
- De waarden schommelen meestal rond 1500 kg/m³ à 1560 kg/m³
,1.1.5 Interpretatie dichtheid
= correlatie tussen dichtheid en sterkte-eigenschappen
Dichtheid variabel (range)
- Dark red meranti (300 kg/m³ tot 860 kg/m³ bij 12% vochtgehalte)
- Groeiomstandigheden
- Boomsoorten per houtsoort
- Plaats in de boom
Effect van de groeisnelheid op dichtheid
- Sterk afhankelijk welk type
Dichtheid van hout kan als herkenning dienen:
Zoals je ziet in tabel drijven niet alle houtsoorten( bij een vochtgehalte van 12%)
Bv: pokhout, azobé, letterhout,…
,1.2 Vochtgehalte
= biedt voor houtherkenning GEEN meerwaarde !
Hoeveelheid water in hout T.O.V. zijn geheel droge massa
Belangrijk voor alle toepassingen
Het bekomen resultaat kan meer zijn dan 100%, dat komt doordat er dan meer water
aanwezig is dan droge massa ( bv: bij pas gevelde bomen)
1.2.1 Meten van het vocht
Je kan het vocht op 2 manieren meten:
- Gravimetrische methode
Staaltje hout wordt gemeten en gewogen, in de oven geplaatst en overdroog gemaakt (H=0%)
dan wordt het verschil berekent en dat is het vochtgehalte
Dit is nauwkeurig maar omslachtig
Sneller is met de droogbalans ( ook nauwkeurig)
- Elektrische vochtigheidsmeter
Met hamereletrode
2 pinnetjes worden in het hout geslaan, geleidbaarheid
daartussen. Nauwkeurigheid daalt hoe lager procent komt.
Met magnetisch veld
Geen markeringen op het hout
Meting door ruwe oppervlaktes en afwerkingen
, Soorten vocht in hout
Vrij water: water in de celholten
Gebonden water: in de celwanden
1.2.2 Vezelverzadigingspunt (VVP)
= het punt waarbij alle vrij water verdwenen is, het gebonden water is wel nog aanwezig in de
celwanden. Die celwanden zijn dan verzadigd.
Als de vochtigheid (H) onder het verzadingspunt duikt veranderen de eigenschappen van het
hout.
Dit is houtsoortafhankelijk!!
Ringporig en halfringporig loofhout ( 22-24%)
Naaldhout met sterk uitgesproken kernvorming:
o Hoog harsgehalte: (22-24%)
o Laag harsgehalte: (26-28%)
Naaldhout met minder uitgesproken kernvorming en spinthout:
(30-34%)
Verspreidporig loofhout en spint: (32-35%)