Opp: wat gevraagd wordt op het examen
2 kleine open vragen of 1 grote open vraag + MC-vragen
H2 – ‘Weinig aandacht naar op het examen’
- Behandelt problemen met betrekking tot de definitie van criminaliteit in diverse
etiologische theorieën
Niet alleen crimineel gedrag, maar ook gerelateerde concepten zoals de risico- en
beschermingsfactoren
Mogelijke MC-vragen
1. Wat zijn de belangrijke ingrediënten (requirements for a “good” theory) volgens
Opp?
Moet duidelijk zijn, een heldere structuur hebben, de relaties tussen de concepten
beschrijven, …
MAAR is vaak niet het geval, zeker niet in oudere theorieën TOCH blijven het dominante
theorieën AANGEZIEN ze wel gewoon interessante ideeën bevatten
2. Wat is een H-O schema?
Hempel-Oppenheim schema is een hulpmiddel om theorieën helder te formuleren
= manier van voorstellen van de mogelijke relaties tussen de centrale concepten van een
theorie om te zien hoe de auteur de theorie voor ogen heeft
= manier om te vertrekken uit een specifieke stelling en na te gaan in welke mate die stelling
veralgemeenbaar kan zijn
Bv. In bepeelde periodes van het jaar is er meer inbraak ‘Is er een bepaalde wetmatigheid
(theorie) die dit kan verklaren?’
H3 – ‘belangrijk hoofdstuk’
- Er heerst een theoriechaos
= er zijn veel stromingen (die elkaar overlappen) die verschillende ideeën hebben over
bepaalde mechanismen DUS veel theorieën zijn niet expliciet genoeg over bepaalde
linken, zijn onvoldoende uitgewerkt, verklaren niet waarom iets in een bepaalde theorie
werkt
Mogelijke MC-Examenvraag:
1. Wat zijn de theoretische knelpunten in de theoretische criminologie?
- De structuur van de theorieën is onduidelijk
- De relaties tussen de hypothesen van een bepaalde theorie zijn onduidelijk
- Elke theorie bestaat uit verschillende versies – het verschil is niet duidelijk (is de ene
beter dan de andere?)
- Er is onduidelijkheid over de concepten van theorieën
- De relaties tussen de theorieën (of versies) zijn niet duidelijk
- Tekortkomingen in het informatiegehalte van de theorieën (grootste tekortkoming)
Onduidelijkheid van de statements
- Er zijn weinig vergelijkende tests van theorieën (grootste tekortkoming)
Etiologisch onderzoek in de 20e eeuw is te vaak benaderd vanuit eenzijdig
perspectief
- Welke intermediaire processen zijn verantwoordelijk voor die samenhang? Te weinig
aandacht naar hoe iets werkt
OPLOSSING: waarheidsgehalte van een theorie comparatief bestuderen door andere theorieën
uit te dagen
Specifieke en algemene theorieën vergelijken met elkaar en kijken hoe algemene theorieën
specifieke theorieën kunnen verbeteren (= toepassing brede versie van de RCT)
WANT geen rationele ‘homo economicus’ aangezien we ook emoties etc. hebben
, H4
Mogelijke MC-Examenvraag:
1. Wat is het explanandum van de brede versie van de RCT?
Het doel is om gedrag te verklaren op een spaarzame manier op basis van een aantal
proposities / veronderstellingen
2. Wat zijn die drie proposities van RCT?
De Preference Propositie
= individuen hebben verschillende preferenties (normatief of niet), bv. overtuiging over
toelaatbaar is of niet
De Contraints propositie
= individuen verschillen in de mate waarin ze beperkingen ervaren in situaties
Gepercipieerde beperkingen
Het Utility Maximization principe
= er moet een keuze-algoritme zijn
In de brede versie van de RCT is dat dus het algoritme van Utility Maximization
DUS een sociale kosten-baten analyse door te kijken naar geanticipeerde gevolgen van
daden
3. Wat is VET (Value Expectancy Theory)?
- VET is een variant van RCT waar Opp het in zijn versie over heeft
- Antwoord op hoe algemeen gedrag in een context kan verklaard worden
- Subjectieve Value Expectancy Theory
= mensen kunnen verschillende gedragalternatieven zien en gaan (on)bewust aan
verschillende alternatieven een bepaalde waarde hechten
GEVOLG mensen maken een keuze tussen die verschillende alternatieven
Mensen gedragen zich op basis van wat zijn in hun persoonlijke perceptie zien als
een gedragsalternatief met de hoogste kans op het behalen van de doelstelling
4. Welke kritieken op RCT beschrijft Opp en hoe countert hij de kritieken?
- Meeste kritieken op de enge versie
Van theorieën bestaan er vaak niet-bestaande versies (karikatuur). Opp wil deze
karikaturale ideëen over RCT kaderen
- ‘Moderne theorieën gebruiken allemaal dual process waarbij men snel en traag denkt
TERWIJL dat in principe niet hoeft’ – Opp
Opp vindt dit een overbodige complexiteit omdat het keuzemechanisme in beide
fasen gelijkaardig verloopt
RCT gaat over perceptie van kosten en baten en de subjectieve cues die die
percepties beïnvloeden
2 kleine open vragen of 1 grote open vraag + MC-vragen
H2 – ‘Weinig aandacht naar op het examen’
- Behandelt problemen met betrekking tot de definitie van criminaliteit in diverse
etiologische theorieën
Niet alleen crimineel gedrag, maar ook gerelateerde concepten zoals de risico- en
beschermingsfactoren
Mogelijke MC-vragen
1. Wat zijn de belangrijke ingrediënten (requirements for a “good” theory) volgens
Opp?
Moet duidelijk zijn, een heldere structuur hebben, de relaties tussen de concepten
beschrijven, …
MAAR is vaak niet het geval, zeker niet in oudere theorieën TOCH blijven het dominante
theorieën AANGEZIEN ze wel gewoon interessante ideeën bevatten
2. Wat is een H-O schema?
Hempel-Oppenheim schema is een hulpmiddel om theorieën helder te formuleren
= manier van voorstellen van de mogelijke relaties tussen de centrale concepten van een
theorie om te zien hoe de auteur de theorie voor ogen heeft
= manier om te vertrekken uit een specifieke stelling en na te gaan in welke mate die stelling
veralgemeenbaar kan zijn
Bv. In bepeelde periodes van het jaar is er meer inbraak ‘Is er een bepaalde wetmatigheid
(theorie) die dit kan verklaren?’
H3 – ‘belangrijk hoofdstuk’
- Er heerst een theoriechaos
= er zijn veel stromingen (die elkaar overlappen) die verschillende ideeën hebben over
bepaalde mechanismen DUS veel theorieën zijn niet expliciet genoeg over bepaalde
linken, zijn onvoldoende uitgewerkt, verklaren niet waarom iets in een bepaalde theorie
werkt
Mogelijke MC-Examenvraag:
1. Wat zijn de theoretische knelpunten in de theoretische criminologie?
- De structuur van de theorieën is onduidelijk
- De relaties tussen de hypothesen van een bepaalde theorie zijn onduidelijk
- Elke theorie bestaat uit verschillende versies – het verschil is niet duidelijk (is de ene
beter dan de andere?)
- Er is onduidelijkheid over de concepten van theorieën
- De relaties tussen de theorieën (of versies) zijn niet duidelijk
- Tekortkomingen in het informatiegehalte van de theorieën (grootste tekortkoming)
Onduidelijkheid van de statements
- Er zijn weinig vergelijkende tests van theorieën (grootste tekortkoming)
Etiologisch onderzoek in de 20e eeuw is te vaak benaderd vanuit eenzijdig
perspectief
- Welke intermediaire processen zijn verantwoordelijk voor die samenhang? Te weinig
aandacht naar hoe iets werkt
OPLOSSING: waarheidsgehalte van een theorie comparatief bestuderen door andere theorieën
uit te dagen
Specifieke en algemene theorieën vergelijken met elkaar en kijken hoe algemene theorieën
specifieke theorieën kunnen verbeteren (= toepassing brede versie van de RCT)
WANT geen rationele ‘homo economicus’ aangezien we ook emoties etc. hebben
, H4
Mogelijke MC-Examenvraag:
1. Wat is het explanandum van de brede versie van de RCT?
Het doel is om gedrag te verklaren op een spaarzame manier op basis van een aantal
proposities / veronderstellingen
2. Wat zijn die drie proposities van RCT?
De Preference Propositie
= individuen hebben verschillende preferenties (normatief of niet), bv. overtuiging over
toelaatbaar is of niet
De Contraints propositie
= individuen verschillen in de mate waarin ze beperkingen ervaren in situaties
Gepercipieerde beperkingen
Het Utility Maximization principe
= er moet een keuze-algoritme zijn
In de brede versie van de RCT is dat dus het algoritme van Utility Maximization
DUS een sociale kosten-baten analyse door te kijken naar geanticipeerde gevolgen van
daden
3. Wat is VET (Value Expectancy Theory)?
- VET is een variant van RCT waar Opp het in zijn versie over heeft
- Antwoord op hoe algemeen gedrag in een context kan verklaard worden
- Subjectieve Value Expectancy Theory
= mensen kunnen verschillende gedragalternatieven zien en gaan (on)bewust aan
verschillende alternatieven een bepaalde waarde hechten
GEVOLG mensen maken een keuze tussen die verschillende alternatieven
Mensen gedragen zich op basis van wat zijn in hun persoonlijke perceptie zien als
een gedragsalternatief met de hoogste kans op het behalen van de doelstelling
4. Welke kritieken op RCT beschrijft Opp en hoe countert hij de kritieken?
- Meeste kritieken op de enge versie
Van theorieën bestaan er vaak niet-bestaande versies (karikatuur). Opp wil deze
karikaturale ideëen over RCT kaderen
- ‘Moderne theorieën gebruiken allemaal dual process waarbij men snel en traag denkt
TERWIJL dat in principe niet hoeft’ – Opp
Opp vindt dit een overbodige complexiteit omdat het keuzemechanisme in beide
fasen gelijkaardig verloopt
RCT gaat over perceptie van kosten en baten en de subjectieve cues die die
percepties beïnvloeden