Ruimtelijke onderzoeksmethoden
Les 1: Inleiding
Focus van empirisch onderzoek = waarnemend onderzoek
- Methodologie = algemene aanpak
- Methode = concreter, dingen die je doet als onderzoeker
Op een makkelijkere manier meer data verzamelen, een systeem
Les 2: Een studiegebied verkennen
Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
- Diverse schaalniveaus
o Plein/ straat
o Buurt/ wijk
o Gemeente/ stad
o …
Dit is het afbakenen van een studiegebied. (Hier vooral de
leefomgeving van mensen), hier gaat men dan een structuur
voor uitwerken
- Voorbereiding van de gewestplannen, we gaan elk stuk grondgebied
een kleur geven wat daar moet komen = planning
= Richtplan 1969
o Studies opgemaakt (kaarten/ tabellen) om onderbouwt te kunnen
plannen
o Structuurplanning 1980
Bestaande toestand goed begrijpen (hoeveel winkels zijn
er,…)
Trends en evoluties in kaart brengen
Waar willen we naartoe
o Structuurplannen 1997
o Structuurplannen 2002
, o Beleidsplanning 2018
B.v. Beleidsplan ruimte Vlaanderen
= niet voorafgegaan van ruimtelijke analyses,
prognoses of probleemanalyses.
Weinig cijfermatige onderbouwen = leuke lay-out en
veel quotes
Ruimte rapport Vlaanderen bevat wel cijfers en kaarten, maar
link met beleidsplan ruimte Vlaanderen is niet altijd even
duidelijk.
Secundaire (kwantitatieve) data
= analyse van het gebied
- Primaire data = data die je zelf verzameld
- Secundaire data = data die je verwerft van iemand die al onderzocht
heeft
o Databanken van de overheid met gegevens van mensen, deze
kunnen gebruikt worden, maar niet als lijsten. Data wordt eerst
samengevoegd voor privacy.
o Geografische afbakening
Statistische sectoren, gebieden die louter zijn
samengevoegd om data te verzamelen
Postcode
Gemeente
Arrondissement, vervoerregio, …
STATBEL = site met Belgische statistieken. = betrouwbare
info, met parameters hoe het verzameld is en wanneer
,Observatie
- Desktop research/ verkennend
= internet, beeld van het gebied schetsen, verkennend observeren.
- Leren zien, leren een oog hebben voor details
o Voorbeeld: jan Gehl en de bank, hoe snel, wandelen mensen
(welke groepen wandelen het traagst)
= passief observeren = je bent niet actief betrokken, je
beïnvloed de geobserveerde niet
<-> tegengestelde = participerend observeren = actief
deelnemen aan wat je observeert om de ervaring te
voelen, bewust zijn van de invloed die je hebt.
- Protocol vastleggen = vaste manier vastleggen hoe je gaat observeren
en noteren (tijdstip, locatie,…)
- Etikettering van personen in onderzoek = mensen in hokjes steken =
wetenschappelijk, maar opletten dat je mensen niet in hokjes gaat
steken.
, Les 3: Een studiegebied beter leren kennen: interviews en
focusgroepen
Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen/ elite interviews
- Expertinterview: Wie? Wijkagent, kappers, cafébazen, hangouderen
(grote bron van informatie, andere mensen vonden dit niet zo leuk) =
nadruk op kennis, altijd een standpunt
- Elite interviews: mensen die een cruciale rol spelen in een
besluitfunctie van een gebied. Wie? Politici, kabinetsmedewerker. =
focus op sleutelactoren die bepaalde rol spelen, natuurlijk ook
veel kennis
Gatekeeping
= als je iemand gaat interviewen die tegen of het voor het project is gaat die
waarschijnlijk niet de namen van zijn/haar grootste tegenstanders geven. =
toegang tot informatie sturen en afschermen.
Voorbereiding
= belangrijk om voorbereid naar interview te gaan, geeft mensen motivatie
om opener te praten en meer info te geven.
Diepte-interviews
- Informatierijke data verzamelen
- Geen woorden in de mond leggen
- Betekenis geven aan hun leefomgeving of gebeurtenissen die wil je
achterhalen door een zo vrij mogelijk gesprek te hebben
o COREQ
Persoonlijke kenmerken
Relatie met deelnemers
Theoretisch kader
Selectie van deelnemers
Setting
Data-analyse
Rapporteren
o Rol van de interviewer beïnvloedt de geïnterviewde
Bv. Lang haar afgeschoren omdat dat te veel invloed ging
hebben op de geïnterviewde
Les 1: Inleiding
Focus van empirisch onderzoek = waarnemend onderzoek
- Methodologie = algemene aanpak
- Methode = concreter, dingen die je doet als onderzoeker
Op een makkelijkere manier meer data verzamelen, een systeem
Les 2: Een studiegebied verkennen
Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
- Diverse schaalniveaus
o Plein/ straat
o Buurt/ wijk
o Gemeente/ stad
o …
Dit is het afbakenen van een studiegebied. (Hier vooral de
leefomgeving van mensen), hier gaat men dan een structuur
voor uitwerken
- Voorbereiding van de gewestplannen, we gaan elk stuk grondgebied
een kleur geven wat daar moet komen = planning
= Richtplan 1969
o Studies opgemaakt (kaarten/ tabellen) om onderbouwt te kunnen
plannen
o Structuurplanning 1980
Bestaande toestand goed begrijpen (hoeveel winkels zijn
er,…)
Trends en evoluties in kaart brengen
Waar willen we naartoe
o Structuurplannen 1997
o Structuurplannen 2002
, o Beleidsplanning 2018
B.v. Beleidsplan ruimte Vlaanderen
= niet voorafgegaan van ruimtelijke analyses,
prognoses of probleemanalyses.
Weinig cijfermatige onderbouwen = leuke lay-out en
veel quotes
Ruimte rapport Vlaanderen bevat wel cijfers en kaarten, maar
link met beleidsplan ruimte Vlaanderen is niet altijd even
duidelijk.
Secundaire (kwantitatieve) data
= analyse van het gebied
- Primaire data = data die je zelf verzameld
- Secundaire data = data die je verwerft van iemand die al onderzocht
heeft
o Databanken van de overheid met gegevens van mensen, deze
kunnen gebruikt worden, maar niet als lijsten. Data wordt eerst
samengevoegd voor privacy.
o Geografische afbakening
Statistische sectoren, gebieden die louter zijn
samengevoegd om data te verzamelen
Postcode
Gemeente
Arrondissement, vervoerregio, …
STATBEL = site met Belgische statistieken. = betrouwbare
info, met parameters hoe het verzameld is en wanneer
,Observatie
- Desktop research/ verkennend
= internet, beeld van het gebied schetsen, verkennend observeren.
- Leren zien, leren een oog hebben voor details
o Voorbeeld: jan Gehl en de bank, hoe snel, wandelen mensen
(welke groepen wandelen het traagst)
= passief observeren = je bent niet actief betrokken, je
beïnvloed de geobserveerde niet
<-> tegengestelde = participerend observeren = actief
deelnemen aan wat je observeert om de ervaring te
voelen, bewust zijn van de invloed die je hebt.
- Protocol vastleggen = vaste manier vastleggen hoe je gaat observeren
en noteren (tijdstip, locatie,…)
- Etikettering van personen in onderzoek = mensen in hokjes steken =
wetenschappelijk, maar opletten dat je mensen niet in hokjes gaat
steken.
, Les 3: Een studiegebied beter leren kennen: interviews en
focusgroepen
Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen/ elite interviews
- Expertinterview: Wie? Wijkagent, kappers, cafébazen, hangouderen
(grote bron van informatie, andere mensen vonden dit niet zo leuk) =
nadruk op kennis, altijd een standpunt
- Elite interviews: mensen die een cruciale rol spelen in een
besluitfunctie van een gebied. Wie? Politici, kabinetsmedewerker. =
focus op sleutelactoren die bepaalde rol spelen, natuurlijk ook
veel kennis
Gatekeeping
= als je iemand gaat interviewen die tegen of het voor het project is gaat die
waarschijnlijk niet de namen van zijn/haar grootste tegenstanders geven. =
toegang tot informatie sturen en afschermen.
Voorbereiding
= belangrijk om voorbereid naar interview te gaan, geeft mensen motivatie
om opener te praten en meer info te geven.
Diepte-interviews
- Informatierijke data verzamelen
- Geen woorden in de mond leggen
- Betekenis geven aan hun leefomgeving of gebeurtenissen die wil je
achterhalen door een zo vrij mogelijk gesprek te hebben
o COREQ
Persoonlijke kenmerken
Relatie met deelnemers
Theoretisch kader
Selectie van deelnemers
Setting
Data-analyse
Rapporteren
o Rol van de interviewer beïnvloedt de geïnterviewde
Bv. Lang haar afgeschoren omdat dat te veel invloed ging
hebben op de geïnterviewde