Taak 6: Long & ademhaling
1 Hoe werken de ademhalingsspieren bij een rustige en geforceerde ademhaling?
longventilatie: ademhaling, waarbij lucht in en uit de longen wordt verplaatst via fysieke
verplaatsing.
ademhalingscyclus: één in en één uitademing.
ademhalingsfrequentie: het aantal ademhalingen per minuut.
Rustige ademhaling
Inspiratie/inademen Expiratie = uitademing
is een actief(spieren nodig) proces: is een passief proces:
- relaxatie ademhalingsspieren
- contractie van de ademhalingsspieren
- thoraxholte vergroot - thorax volume daalt
- negatieve druk daalt in thorax en longen - longvolume daalt
(sub-atmosferisch)
- lucht wordt aangezogen door neus.. - druk intrathoracaal en
intrapulmonaal stijgt
- lucht wordt uitgeperst
In de praktijk is de ademhaling een samenwerking van de borstspieren en diafragma. Bij
rustige ademhaling overheerst de bijdrage van het diafragma buikademhaling.
Spieren bij inademing:
- Musculi intercostales externi: uitwendige tussenribspieren trekken de ribben omhoog
bij het inademen.
- Diafragma Spieren: middenrifspier het diafragma is een dunne spier die de borst- en
buikholte gescheiden houdt. Deze spier plat af bij het inademen.
- m sternocleidomastoideus
- m scalenus anterior, medius en posterior
- m pectoralis minor
- m serratus anterior
Spieren bij uitademing:
- m transversus thoracis
- mm intercostales interni
- m rectus abdominis
, Geforceerde ademhaling
Inspiratie/inademen Expiratie = uitademing
is een actief(spieren nodig) proces: is een actief(spieren nodig) proces:
- contractie hulpademhalingsspieren - contractie inwendige
tussenribspieren en buikspieren
- inspiratie beïnvloed expiratie
Bij een geforceerde ademhaling is er extra spierkracht nodig. In dat geval wordt er gebruik
gemaakt van de hulpademhalingsspieren. Dit zijn spieren van de borst, hals en de
schoudergordel. Men zal dan ook de schouders optrekken.
- Musculi sternocleidomastoideus: schuine halsspieren
- Musculus serratus anterior:
- Musculus pectoralis major: grote borstspier
1 Hoe werken de ademhalingsspieren bij een rustige en geforceerde ademhaling?
longventilatie: ademhaling, waarbij lucht in en uit de longen wordt verplaatst via fysieke
verplaatsing.
ademhalingscyclus: één in en één uitademing.
ademhalingsfrequentie: het aantal ademhalingen per minuut.
Rustige ademhaling
Inspiratie/inademen Expiratie = uitademing
is een actief(spieren nodig) proces: is een passief proces:
- relaxatie ademhalingsspieren
- contractie van de ademhalingsspieren
- thoraxholte vergroot - thorax volume daalt
- negatieve druk daalt in thorax en longen - longvolume daalt
(sub-atmosferisch)
- lucht wordt aangezogen door neus.. - druk intrathoracaal en
intrapulmonaal stijgt
- lucht wordt uitgeperst
In de praktijk is de ademhaling een samenwerking van de borstspieren en diafragma. Bij
rustige ademhaling overheerst de bijdrage van het diafragma buikademhaling.
Spieren bij inademing:
- Musculi intercostales externi: uitwendige tussenribspieren trekken de ribben omhoog
bij het inademen.
- Diafragma Spieren: middenrifspier het diafragma is een dunne spier die de borst- en
buikholte gescheiden houdt. Deze spier plat af bij het inademen.
- m sternocleidomastoideus
- m scalenus anterior, medius en posterior
- m pectoralis minor
- m serratus anterior
Spieren bij uitademing:
- m transversus thoracis
- mm intercostales interni
- m rectus abdominis
, Geforceerde ademhaling
Inspiratie/inademen Expiratie = uitademing
is een actief(spieren nodig) proces: is een actief(spieren nodig) proces:
- contractie hulpademhalingsspieren - contractie inwendige
tussenribspieren en buikspieren
- inspiratie beïnvloed expiratie
Bij een geforceerde ademhaling is er extra spierkracht nodig. In dat geval wordt er gebruik
gemaakt van de hulpademhalingsspieren. Dit zijn spieren van de borst, hals en de
schoudergordel. Men zal dan ook de schouders optrekken.
- Musculi sternocleidomastoideus: schuine halsspieren
- Musculus serratus anterior:
- Musculus pectoralis major: grote borstspier