Anorectale functiestoornissen
1. De normale darm en anorectale functies
- Er kunnen zich problemen voordoen op 3 verschillende plaatsen.
Transit = passage doorheen het spijsverteringskanaal
o De meeste problemen bevinden zich ter hoogte van het colon.
Evacuatie van de stoelgang.
Constipatie: actief kunnen gaan.
- Stimulatie om naar het toilet te gaan:
Ortho-collisch reflex: bewegen stimuleert het gaan.
Gastro-collisch reflex: een maaltijd stimuleert het gaan.
Cafeïne werkt op de endeldarm.
- Het autonoom zenuwstelsel komt hier aan de pas, maar niet de wil.
Gut brain: netwerk van zenuwweefsel tussen het spierweefsel en submucosa.
o Begint onder de keel tot aan de anus.
Er is modulatie door de para- en orthosympaticus op de dikke darm.
o Orthosympaticus (D9 – D12) heeft een inhiberende beïnvloeding.
o Parasympaticus (S2 – S4) hebben een stimulerende invloed.
o Ortho- en parasympaticus grijpen niet rechtstreeks aan op het spierweefsel.
Er is modulatie door de para- en orthosympaticus op de sfincter.
o Orthosympaticus (D9 – D12) heeft een stimulerende beïnvloeding.
o Parasympaticus (S2 – S4) hebben een inhiberende invloed.
- Massa bewegingen: zorgen dat het voedsel verder gestuwd wordt.
Mensen met een trage transit hebben minder frequente massa bewegingen.
- Het hoofddoel van het colon is het onttrekken van water:
Type 1 – 5 is een goede transit.
Type 6 – 7 is een te snelle transit.
- Ter hoogte van de endeldarm:
Deze moet op het juiste tijdstip geledigd worden.
o Consistentie van de faeces: harde stevige stoelgang is makkelijker op te houden.
o Interna anale sfincter is een gladde spier dus kan die 24/24 gesloten blijven.
o Externe sfincter is een dwarsgestreepte spier en zorgt voor willekeurige actie.
o Puborectalis zorgt voor een knik in de anorectale hoek.
Hoek tussen rectum en anaal kanaal.
o Sensatie: voelen dat er iets zit.
o Compliance: elasticiteit.
, - Wat er gebeurt tijdens het moment van defecatie:
Prikkels via afferente zenuwen (parasympaticus) gaan naar het ruggenmerg en naar
de cortex en zo worden wij dat gewaar.
Recto-anaal inhibitorisch reflex: faeces duwt tegen de wand en de tonus van de
interne anaal sfincter zal dalen.
o Dit gaat naar het ruggenmerg en terug (niet naar de hersenen).
De inhoud komt laag en geeft aandrang tot stoelgang.
o Indien een gunstig moment: defecatie.
Willekeurig ontspannen anale sfincter/ levator ani en opspannen buikspieren.
De snelheid van gaan: hurkzit < voetbankje < normaal.
Bij hurkzit komt het rectum en anaal kanaal op 1 lijn.
o Indien een ongunstig moment: actief ophouden
Opspannen van de anale sfincter/ levator ani.
- Stoelgang bestaat uit:
60% van de stoelgang bestaat uit bacteriën.
40% uit wat niet verteerd is, gegist is en afgestorven cellen.
2. Anorectale functiestoornissen
2.1. Evaluatie van obstipatie
A. Theorie
- Definitie constipatie: en/of
2 of minder defecatie per week.
Stevig moeten persen of blokkage gevoel.
Noodzakelijkheid tot digitale evacuatie.
Gebruik van laxeermiddelen meer dan 1 keer per week.
- Oorzaken: medicamenteus, metabool-endocrien (tweede en derde trimester
zwangerschap) en neurologische aandoeningen.
- Epidemiologie:
Er is een toename met de leeftijd.
Bij jongere mensen is dit hoofzakelijk bij de vrouwen.
- Red flags: 50+, plotse verandering in stoelgang, bloedverlies, gewichtsverlies, koorts,
bloedarmoede, familiale geschiedenis van darmkanker …
1. De normale darm en anorectale functies
- Er kunnen zich problemen voordoen op 3 verschillende plaatsen.
Transit = passage doorheen het spijsverteringskanaal
o De meeste problemen bevinden zich ter hoogte van het colon.
Evacuatie van de stoelgang.
Constipatie: actief kunnen gaan.
- Stimulatie om naar het toilet te gaan:
Ortho-collisch reflex: bewegen stimuleert het gaan.
Gastro-collisch reflex: een maaltijd stimuleert het gaan.
Cafeïne werkt op de endeldarm.
- Het autonoom zenuwstelsel komt hier aan de pas, maar niet de wil.
Gut brain: netwerk van zenuwweefsel tussen het spierweefsel en submucosa.
o Begint onder de keel tot aan de anus.
Er is modulatie door de para- en orthosympaticus op de dikke darm.
o Orthosympaticus (D9 – D12) heeft een inhiberende beïnvloeding.
o Parasympaticus (S2 – S4) hebben een stimulerende invloed.
o Ortho- en parasympaticus grijpen niet rechtstreeks aan op het spierweefsel.
Er is modulatie door de para- en orthosympaticus op de sfincter.
o Orthosympaticus (D9 – D12) heeft een stimulerende beïnvloeding.
o Parasympaticus (S2 – S4) hebben een inhiberende invloed.
- Massa bewegingen: zorgen dat het voedsel verder gestuwd wordt.
Mensen met een trage transit hebben minder frequente massa bewegingen.
- Het hoofddoel van het colon is het onttrekken van water:
Type 1 – 5 is een goede transit.
Type 6 – 7 is een te snelle transit.
- Ter hoogte van de endeldarm:
Deze moet op het juiste tijdstip geledigd worden.
o Consistentie van de faeces: harde stevige stoelgang is makkelijker op te houden.
o Interna anale sfincter is een gladde spier dus kan die 24/24 gesloten blijven.
o Externe sfincter is een dwarsgestreepte spier en zorgt voor willekeurige actie.
o Puborectalis zorgt voor een knik in de anorectale hoek.
Hoek tussen rectum en anaal kanaal.
o Sensatie: voelen dat er iets zit.
o Compliance: elasticiteit.
, - Wat er gebeurt tijdens het moment van defecatie:
Prikkels via afferente zenuwen (parasympaticus) gaan naar het ruggenmerg en naar
de cortex en zo worden wij dat gewaar.
Recto-anaal inhibitorisch reflex: faeces duwt tegen de wand en de tonus van de
interne anaal sfincter zal dalen.
o Dit gaat naar het ruggenmerg en terug (niet naar de hersenen).
De inhoud komt laag en geeft aandrang tot stoelgang.
o Indien een gunstig moment: defecatie.
Willekeurig ontspannen anale sfincter/ levator ani en opspannen buikspieren.
De snelheid van gaan: hurkzit < voetbankje < normaal.
Bij hurkzit komt het rectum en anaal kanaal op 1 lijn.
o Indien een ongunstig moment: actief ophouden
Opspannen van de anale sfincter/ levator ani.
- Stoelgang bestaat uit:
60% van de stoelgang bestaat uit bacteriën.
40% uit wat niet verteerd is, gegist is en afgestorven cellen.
2. Anorectale functiestoornissen
2.1. Evaluatie van obstipatie
A. Theorie
- Definitie constipatie: en/of
2 of minder defecatie per week.
Stevig moeten persen of blokkage gevoel.
Noodzakelijkheid tot digitale evacuatie.
Gebruik van laxeermiddelen meer dan 1 keer per week.
- Oorzaken: medicamenteus, metabool-endocrien (tweede en derde trimester
zwangerschap) en neurologische aandoeningen.
- Epidemiologie:
Er is een toename met de leeftijd.
Bij jongere mensen is dit hoofzakelijk bij de vrouwen.
- Red flags: 50+, plotse verandering in stoelgang, bloedverlies, gewichtsverlies, koorts,
bloedarmoede, familiale geschiedenis van darmkanker …