Introductie Wetenschappelijke Onderzoeksmethoden
(2025-2026, GZW1023)
,Inhoudsopgave
College – Inleiding epidemiologie & frequentiematen ..................................................................... 3
College – Theorie en vraagstelling .................................................................................................11
College – Inleiding onderzoeksdesigns .........................................................................................15
College RCT & Cohortonderzoek ...................................................................................................23
College – Patiënt Controle Onderzoek ...........................................................................................33
College – Opzet van kwalitatief onderzoek ....................................................................................39
College – Vertekening en gestratificeerde analyse .........................................................................43
College – Hypothese genererend onderzoek .................................................................................55
College – Analyse kwalitatief onderzoek .......................................................................................59
College – Meetinstrumenten ........................................................................................................65
2
,College – Inleiding epidemiologie & frequentiematen
Wetenschap: het weten = kennis, het geheel van kennis en de manieren om die kennis
te verwerven.
De empirische cyclus: modelmatige weergave van hoe je wetenschappelijk onderzoek
doet via een bepaalde methodiek. Theorie staat hierin centraal.
Een theorie is een samenhangend stelsel van verklaringen en aannames waarmee
empirische regelmatigheden of verschijnselen (zoals ziekte, gedrag) verklaard en
voorspeld kunnen worden. Afhankelijk van hoe uitgebreid de theorie is, hoe beter je er
mee kunt voorspellen en verklaren, en hoe beter een praktische toepassing gebruikt kan
worden (behandeling in de praktijk testen bijvoorbeeld).
Theorieën kunnen gebaseerd zijn op niet-systematische waarnemingen (niet
verwachte bijwerkingen tijdens een behandeling bijvoorbeeld). Hier kan een geheel
nieuwe theorie op gebaseerd en uitgewerkt worden. Maar grotendeels zijn theorieën
gebaseerd op systematische waarnemingen.
Het afleiden van een vraag uit een theorie heet deductie. Knowledge gaps leiden tot
vragen en hypothesen, die een onderzoeksdesign ontwikkelen. Dit is een plan van
aanpak hoe je gegevens wilt gaan verzamelen bij een groep personen om de vragen te
beantwoorden, door middel van systematische waarnemingen. O.b.v. die gegevens kun
je een data-analyse maken, waarmee de resultaten en conclusies gemaakt kunnen
worden. Deze komt terug bij de theorie, dit heet inductie.
Inductie voorbeeld: ik zie dat 10 leerlingen slechter presteren na weinig slaap
(waarneming). Misschien heeft slaaptekort een negatief effect op prestaties (theorie).
Deductie voorbeeld: bestaande theorie ‘slaaptekort vermindert concentratie’. Leerlingen
die <7 uur slapen halen lagere cijfers dan anderen (hypothese getoetst).
3
, 10% van de hypothesen waar wetenschappelijk onderzoek zich op richt is ‘waar’, te
bevestigen met een terecht positieve studie. 90% van de hypothesen waar
wetenschappelijk onderzoek zich op richt is ‘onwaar’, te verwerpen met een terecht
negatieve studie.
o Van de negatieve studies is een gedeelte fout negatief, waar in werkelijkheid
de hypothese waar is.
o Van de positieve studies is een gedeelte fout positief, waar in werkelijkheid de
hypothese onwaar is (5%).
In de praktijk weten we nog niet welke onderzoeken correct of incorrect zijn. In de
wetenschappelijke wereld hebben we de afspraak dat 1 op de 20 een foute conclusie
kan trekken (5%).
Positieve studies hebben een grotere kans op publicatie in vergelijking met de negatieve
studies – echter blijkt een gedeelte van de positieve studies in werkelijkheid onwaar.
Hippocrates (Griekse Filosoof, grondlegger)/Galenus (Arts): leer der humores
Hippocrates (460-370 v.Chr.): observatie, weinig invasieve behandelingen, balans
herstellen was het doel. Galenus (129-ca 216 n.Chr.): borduurde voort op Hippocrates.
Combineerde humorenleer, anatomie en filosofie (Aristoteles).
Humorenleer: een medische theorie uit de oudheid die verklaart waardoor mensen
gezond of ziek zijn. De leer stelt dat het menselijk lichaam vier lichaamssappen
(humores) bevat en dat gezondheid het evenwicht (balans) tussen deze vier sappen
betekent. Is deze balans verstoord, dan is er sprake van ziekte.
- Theorie: gezondheid = balans slijm, bloed, gele en zwarte gal.
- Kei snijding als behandeling van de aandoening ‘domheid’. Ofwel, een stuk van de
hersenen weghalen.
- Invloed van ziekten uit de oudheid hebben nog steeds invloed op hedendaags
collectieve bewustzijn. De ervaring en gevolgen van infectieziekten uit het
verleden hebben nu invloed op de ontwikkeling van geneeskunst en
wetenschappen.
Hoewel de humorenleer wetenschappelijk onjuist is, vormde zij een essentiële stap in
de ontwikkeling van een systematische, op observatie gebaseerde geneeskunde,
waarvan de invloed tot op heden merkbaar is.
4
(2025-2026, GZW1023)
,Inhoudsopgave
College – Inleiding epidemiologie & frequentiematen ..................................................................... 3
College – Theorie en vraagstelling .................................................................................................11
College – Inleiding onderzoeksdesigns .........................................................................................15
College RCT & Cohortonderzoek ...................................................................................................23
College – Patiënt Controle Onderzoek ...........................................................................................33
College – Opzet van kwalitatief onderzoek ....................................................................................39
College – Vertekening en gestratificeerde analyse .........................................................................43
College – Hypothese genererend onderzoek .................................................................................55
College – Analyse kwalitatief onderzoek .......................................................................................59
College – Meetinstrumenten ........................................................................................................65
2
,College – Inleiding epidemiologie & frequentiematen
Wetenschap: het weten = kennis, het geheel van kennis en de manieren om die kennis
te verwerven.
De empirische cyclus: modelmatige weergave van hoe je wetenschappelijk onderzoek
doet via een bepaalde methodiek. Theorie staat hierin centraal.
Een theorie is een samenhangend stelsel van verklaringen en aannames waarmee
empirische regelmatigheden of verschijnselen (zoals ziekte, gedrag) verklaard en
voorspeld kunnen worden. Afhankelijk van hoe uitgebreid de theorie is, hoe beter je er
mee kunt voorspellen en verklaren, en hoe beter een praktische toepassing gebruikt kan
worden (behandeling in de praktijk testen bijvoorbeeld).
Theorieën kunnen gebaseerd zijn op niet-systematische waarnemingen (niet
verwachte bijwerkingen tijdens een behandeling bijvoorbeeld). Hier kan een geheel
nieuwe theorie op gebaseerd en uitgewerkt worden. Maar grotendeels zijn theorieën
gebaseerd op systematische waarnemingen.
Het afleiden van een vraag uit een theorie heet deductie. Knowledge gaps leiden tot
vragen en hypothesen, die een onderzoeksdesign ontwikkelen. Dit is een plan van
aanpak hoe je gegevens wilt gaan verzamelen bij een groep personen om de vragen te
beantwoorden, door middel van systematische waarnemingen. O.b.v. die gegevens kun
je een data-analyse maken, waarmee de resultaten en conclusies gemaakt kunnen
worden. Deze komt terug bij de theorie, dit heet inductie.
Inductie voorbeeld: ik zie dat 10 leerlingen slechter presteren na weinig slaap
(waarneming). Misschien heeft slaaptekort een negatief effect op prestaties (theorie).
Deductie voorbeeld: bestaande theorie ‘slaaptekort vermindert concentratie’. Leerlingen
die <7 uur slapen halen lagere cijfers dan anderen (hypothese getoetst).
3
, 10% van de hypothesen waar wetenschappelijk onderzoek zich op richt is ‘waar’, te
bevestigen met een terecht positieve studie. 90% van de hypothesen waar
wetenschappelijk onderzoek zich op richt is ‘onwaar’, te verwerpen met een terecht
negatieve studie.
o Van de negatieve studies is een gedeelte fout negatief, waar in werkelijkheid
de hypothese waar is.
o Van de positieve studies is een gedeelte fout positief, waar in werkelijkheid de
hypothese onwaar is (5%).
In de praktijk weten we nog niet welke onderzoeken correct of incorrect zijn. In de
wetenschappelijke wereld hebben we de afspraak dat 1 op de 20 een foute conclusie
kan trekken (5%).
Positieve studies hebben een grotere kans op publicatie in vergelijking met de negatieve
studies – echter blijkt een gedeelte van de positieve studies in werkelijkheid onwaar.
Hippocrates (Griekse Filosoof, grondlegger)/Galenus (Arts): leer der humores
Hippocrates (460-370 v.Chr.): observatie, weinig invasieve behandelingen, balans
herstellen was het doel. Galenus (129-ca 216 n.Chr.): borduurde voort op Hippocrates.
Combineerde humorenleer, anatomie en filosofie (Aristoteles).
Humorenleer: een medische theorie uit de oudheid die verklaart waardoor mensen
gezond of ziek zijn. De leer stelt dat het menselijk lichaam vier lichaamssappen
(humores) bevat en dat gezondheid het evenwicht (balans) tussen deze vier sappen
betekent. Is deze balans verstoord, dan is er sprake van ziekte.
- Theorie: gezondheid = balans slijm, bloed, gele en zwarte gal.
- Kei snijding als behandeling van de aandoening ‘domheid’. Ofwel, een stuk van de
hersenen weghalen.
- Invloed van ziekten uit de oudheid hebben nog steeds invloed op hedendaags
collectieve bewustzijn. De ervaring en gevolgen van infectieziekten uit het
verleden hebben nu invloed op de ontwikkeling van geneeskunst en
wetenschappen.
Hoewel de humorenleer wetenschappelijk onjuist is, vormde zij een essentiële stap in
de ontwikkeling van een systematische, op observatie gebaseerde geneeskunde,
waarvan de invloed tot op heden merkbaar is.
4