📌 Deel 1 – Historisch kader
🔹 De rol van Arti del Disegno in de late Renaissance (Vasari)
Arti del Disegno = overkoepelende term voor schilder-, beeldhouw-
en bouwkunst.
Vasari zag tekenen als intellectuele arbeid: niet als puur manueel,
maar als het mentale voorwerk dat voorafgaat aan het fysieke
maken.
Hij definieert ‘Disegno’ als iets dat uit het intellect ontspringt
(procedendo dall’intelletto) en zich dan veruitwendigt via de hand
(poi espresso con le mani).
Vasari’s retorische truc: hij verheft ontwerpers tot het niveau van
intellectuelen, gelijk aan filosofen en wetenschappers.
Daarmee scheidt hij manuele en mentale arbeid, en plaatst de
kunstenaar in een academische, niet-ambachtelijke context.
🔹 De drie onderwijstradities (Franse Revolutie – ca. 1790)
1. L’Ecole des Beaux-Arts (→ elite-esthetiek, compositie)
Charles Percier & Pierre Fontaine: architectonische publicaties als
model.
Charles Blanc: schreef Grammaire des Arts du Dessin (1867), een
samenvatting van esthetische regels.
Julien Guadet: Éléments et Théorie de l’Architecture (1905) = eerste
officiële architectuurhandboek.
Tekening = expressie van idealen, ornamentiek, aquarellen,
representatie.
2. L’Ecole Polytechnique (→ ingenieurs en rationele ordening)
Gaspard Monge: ontwikkelde de beschrijvende meetkunde,
wiskundig grafisch denken.
Jean-Nicolas-Louis Durand: bedacht een ontwerpsysteem op basis
van een grid en standaardelementen, gericht op efficiëntie.
Auguste Choisy: later bekend door zijn constructie-analyses in
axonometrie.
3. Le Conservatoire des Arts et Métiers (→ techniek, ambacht,
volksverheffing)
1
, Opgericht door abbé Grégoire; verwant aan ideeën van Diderot &
d’Alembert (Encyclopédie).
Viollet-le-Duc: publicaties als Dictionnaire raisonné; analytische
restauratiebenadering.
Gottfried Semper: ontwikkelt stilistische theorie (Der Stil) rond vorm
en materiaal.
Tekening = documentatie, ambachtelijke overdracht,
techniekeducatie.
📌 Deel 2 – Esthetiek, Aristoteles & Neurowetenschappen
🔹 Esthetica: aisthesis vs. noesis
Aisthesis = zintuiglijke waarneming (gevoel, tast, zicht), basis van
het ontwerpen.
Noesis = rationeel, logisch denken. → In deze cursus: aisthesis is
fundamenteler voor ontwerpen dan noesis.
Architectuur wordt lichamelijk ervaren vóór ze mentaal wordt
geanalyseerd (Zumthor, Holl).
🔹 Aristoteles en geestelijke vermogens (Robert Fludd schema)
Geestelijk vermogen Functie
gemeenschappelijk zintuig,
Sensus communis
coördinatie
Proportio herkenning van verhoudingen
Synaesthesia vermenging van zintuigen
Memoria geheugen
Reminiscentia herinnering
Hexis / Ethos gewoonte, gedrag
Logos redeneervermogen
Abductie / inductie /
vormen van denken
deductie
Voorstellingsvermogen verbeelden, idealiseren
🔹 Neurowetenschappen en Panksepp
Neurowetenschap = achtergrond, vooral nuttig voor termen als:
haptisch, contrast, symmetrie, oriëntatie, enz.
2
, Panksepp’s zeven endofenotypes:
o Spel, Zorg, Zoeken, Angst, Woede, Lust, Panieksysteem →
Belangrijk voor ontwerpend denken als gedragsgestuurd
proces.
📚 Deel 3 – Tekening als medium van
betekenis
🔹 Riedijks omschrijving van de tekening
1. Code & conventie: tekening volgt gedeelde afspraken (schaal,
symbolen).
2. Transformatie & documentatie: ontwerp ontwikkelt zich via
tekeningen → vastlegging & verandering tegelijk.
3. Metafoor & model: tekening representeert niet enkel, maar
beïnvloedt ook hoe we denken over ruimte.
🔹 Betekenis van graphein (semiotiek)
Graphein betekent “schrijven/tekenen” → het vastleggen van
betekenis.
Semiotiek (tekentheorie) maakt onderscheid tussen:
o Prelinguïstische proto-codering (zoals schetsen)
o Codering (orthografische tekeningen)
o Hercodering (interpretaties, diagrammen, collages)
🔹 Basisargument: perspectiefwisselingen
Ontwerpen gebeurt niet via één tekening, maar via een reeks
perspectieven die aspecten van het ontwerp verkennen.
Het gaat niet om de intentie van de ontwerper of de interpretatie
van de toeschouwer, maar om de tekenpraktijk zelf.
🔹 Charles Peirce – teken als context, code, index
Index: teken verwijst door oorzaak/gevolg (bv. pijl = richting).
Code: tekens krijgen betekenis via culturele afspraken.
Context: betekenis ontstaat binnen een gebruikssituatie (bv.
ontwerptekening vs. werfplan).
🔹 Verschil Vasari vs. Tiago Costa e Silva
3
🔹 De rol van Arti del Disegno in de late Renaissance (Vasari)
Arti del Disegno = overkoepelende term voor schilder-, beeldhouw-
en bouwkunst.
Vasari zag tekenen als intellectuele arbeid: niet als puur manueel,
maar als het mentale voorwerk dat voorafgaat aan het fysieke
maken.
Hij definieert ‘Disegno’ als iets dat uit het intellect ontspringt
(procedendo dall’intelletto) en zich dan veruitwendigt via de hand
(poi espresso con le mani).
Vasari’s retorische truc: hij verheft ontwerpers tot het niveau van
intellectuelen, gelijk aan filosofen en wetenschappers.
Daarmee scheidt hij manuele en mentale arbeid, en plaatst de
kunstenaar in een academische, niet-ambachtelijke context.
🔹 De drie onderwijstradities (Franse Revolutie – ca. 1790)
1. L’Ecole des Beaux-Arts (→ elite-esthetiek, compositie)
Charles Percier & Pierre Fontaine: architectonische publicaties als
model.
Charles Blanc: schreef Grammaire des Arts du Dessin (1867), een
samenvatting van esthetische regels.
Julien Guadet: Éléments et Théorie de l’Architecture (1905) = eerste
officiële architectuurhandboek.
Tekening = expressie van idealen, ornamentiek, aquarellen,
representatie.
2. L’Ecole Polytechnique (→ ingenieurs en rationele ordening)
Gaspard Monge: ontwikkelde de beschrijvende meetkunde,
wiskundig grafisch denken.
Jean-Nicolas-Louis Durand: bedacht een ontwerpsysteem op basis
van een grid en standaardelementen, gericht op efficiëntie.
Auguste Choisy: later bekend door zijn constructie-analyses in
axonometrie.
3. Le Conservatoire des Arts et Métiers (→ techniek, ambacht,
volksverheffing)
1
, Opgericht door abbé Grégoire; verwant aan ideeën van Diderot &
d’Alembert (Encyclopédie).
Viollet-le-Duc: publicaties als Dictionnaire raisonné; analytische
restauratiebenadering.
Gottfried Semper: ontwikkelt stilistische theorie (Der Stil) rond vorm
en materiaal.
Tekening = documentatie, ambachtelijke overdracht,
techniekeducatie.
📌 Deel 2 – Esthetiek, Aristoteles & Neurowetenschappen
🔹 Esthetica: aisthesis vs. noesis
Aisthesis = zintuiglijke waarneming (gevoel, tast, zicht), basis van
het ontwerpen.
Noesis = rationeel, logisch denken. → In deze cursus: aisthesis is
fundamenteler voor ontwerpen dan noesis.
Architectuur wordt lichamelijk ervaren vóór ze mentaal wordt
geanalyseerd (Zumthor, Holl).
🔹 Aristoteles en geestelijke vermogens (Robert Fludd schema)
Geestelijk vermogen Functie
gemeenschappelijk zintuig,
Sensus communis
coördinatie
Proportio herkenning van verhoudingen
Synaesthesia vermenging van zintuigen
Memoria geheugen
Reminiscentia herinnering
Hexis / Ethos gewoonte, gedrag
Logos redeneervermogen
Abductie / inductie /
vormen van denken
deductie
Voorstellingsvermogen verbeelden, idealiseren
🔹 Neurowetenschappen en Panksepp
Neurowetenschap = achtergrond, vooral nuttig voor termen als:
haptisch, contrast, symmetrie, oriëntatie, enz.
2
, Panksepp’s zeven endofenotypes:
o Spel, Zorg, Zoeken, Angst, Woede, Lust, Panieksysteem →
Belangrijk voor ontwerpend denken als gedragsgestuurd
proces.
📚 Deel 3 – Tekening als medium van
betekenis
🔹 Riedijks omschrijving van de tekening
1. Code & conventie: tekening volgt gedeelde afspraken (schaal,
symbolen).
2. Transformatie & documentatie: ontwerp ontwikkelt zich via
tekeningen → vastlegging & verandering tegelijk.
3. Metafoor & model: tekening representeert niet enkel, maar
beïnvloedt ook hoe we denken over ruimte.
🔹 Betekenis van graphein (semiotiek)
Graphein betekent “schrijven/tekenen” → het vastleggen van
betekenis.
Semiotiek (tekentheorie) maakt onderscheid tussen:
o Prelinguïstische proto-codering (zoals schetsen)
o Codering (orthografische tekeningen)
o Hercodering (interpretaties, diagrammen, collages)
🔹 Basisargument: perspectiefwisselingen
Ontwerpen gebeurt niet via één tekening, maar via een reeks
perspectieven die aspecten van het ontwerp verkennen.
Het gaat niet om de intentie van de ontwerper of de interpretatie
van de toeschouwer, maar om de tekenpraktijk zelf.
🔹 Charles Peirce – teken als context, code, index
Index: teken verwijst door oorzaak/gevolg (bv. pijl = richting).
Code: tekens krijgen betekenis via culturele afspraken.
Context: betekenis ontstaat binnen een gebruikssituatie (bv.
ontwerptekening vs. werfplan).
🔹 Verschil Vasari vs. Tiago Costa e Silva
3