TELEVISIESTUDIES: CONCEPTEN TEKSTEN
BIGNELL & WOODS (2022)
Mediawijsheid De vaardigheden en competenties die kijkers ontwikkelen om
de audiovisuele ‘talen’ van mediateksten gemakkelijk te
kunnen begrijpen.
Regulering De controle van televisie-instellingen door middel van wetten,
gedragscodes of richtlijnen.
Genre Een soort of type programma. Programma’s binnen hetzelfde
genre hebben gedeelde kenmerken.
Lineaire tv Televisie-uitzendingen die vanuit een centrale bron via een
kanaal in een continue stroom worden uitgezonden, volgens
een vast uitzendschema.
Omroep/ De transmissie van signalen vanuit een centrale bron die door
broadcasting verspreide ontvangers over een groot geografisch gebied
kunnen worden ontvangen.
VCR (videorecorder) Programmeerbaar apparaat dat op een televisie wordt
aangesloten en programma’s afspeelt en opneemt op
videocassettes.
DVR (digitale Programmeerbaar apparaat dat op een televisie wordt
videorecorder) aangesloten en televisieprogramma’s opneemt en afspeelt via
een harde schijf.
Terrestrische tv Uitzendingen via een grondgebonden transmissiesysteem, in
tegenstelling tot uitzendingen via satelliet.
Digitale tv Televisiebeeld en -geluid die zijn gecodeerd in enen en nullen
van elektronische data. Digitale signalen kunnen ook door
kijkers teruggestuurd worden via kabels, waardoor interactie
met televisieprogramma’s mogelijk is.
Analoge tv Uitzendsignalen in golven met variërende frequentie. Analoge
signalen vereisen meer ruimte of ‘bandbreedte’ dan digitale
signalen en maken geen interactieve respons van kijkers
mogelijk.
Streamingplatform Een bedrijf dat video-on-demand aanbiedt via het internet. Dit
kan op basis van een abonnement, advertenties of een
licentievergoeding (bijvoorbeeld Disney+, BBC iPlayer).
Digitale Een klein apparaat met internetverbinding dat op een
mediaspeler / televisie wordt aangesloten en via apps toegang biedt tot
streamingapparaat verschillende streamingplatforms.
Reality-tv Televisieprogramma’s waarin het ongescripte gedrag van
‘gewone mensen’ centraal staat.
Avant-garde Werk dat erop gericht is de normen en conventies van een
medium uit te dagen, en ook de groep makers die dit soort
werk produceert.
Documentaire Een vorm die tot doel heeft echte gebeurtenissen vast te
leggen, vaak met een verklarend doel of om een onderwerp te
analyseren en te bediscussiëren.
Connotaties Een term uit de semiotische analyse voor de betekenissen die
1
, TELEVISIESTUDIES: CONCEPTEN TEKSTEN
worden geassocieerd met een bepaald teken of een
combinatie van tekens.
Privésfeer De huiselijke wereld van het gezin, het huis en het
persoonlijke leven.
Ondertiteling Geschreven tekst die op het televisiescherm verschijnt,
meestal om gesproken tekst in een vreemde taal te vertalen.
Nasynchronisatie/ Het vervangen van de oorspronkelijke gesproken tekst in een
dubbing programma, reclame enzovoort door later toegevoegde
spraak, vaak om een vreemde taal te vertalen.
Cultuur De gedeelde houdingen, leefwijzen en aannames van een
groep mensen.
Glocalisering Het proces waarbij een wereldwijd verspreid product, bedrijf
of programma wordt aangepast aan een lokale markt.
Sociologie De academische studie van de samenleving, gericht op het
beschrijven en verklaren van aspecten van het sociale leven.
Tekst Een object zoals een televisieprogramma, film of gedicht,
beschouwd als een netwerk van betekenisvolle tekens dat
geanalyseerd en geïnterpreteerd kan worden.
Conventies De kaders en procedures die worden gebruikt om teksten te
maken of te interpreteren.
Ident Een korte sequentie met het logo van een televisiezender of
streamingplatform (of van een programmastrand) die vóór
een programma verschijnt en de kijker eraan herinnert waar
hij/zij kijkt. Een essentieel onderdeel van het communiceren
van merkidentiteit.
Kapitalisme De organisatie van een economie rond het privébezit van
opgehoopte rijkdom, waarbij arbeid wordt uitgebuit om winst
te produceren die deze rijkdom vergroot.
Merkherkenning Het vermogen van het publiek om de onderscheidende
identiteit van een product, dienst of instelling te herkennen,
evenals de daaraan verbonden waarden en betekenissen.
Flow De manier waarop programma’s, reclames enzovoort elkaar
zonder onderbreking opvolgen gedurende de dag of een deel
ervan, en de kijkervaring van die aaneengesloten reeks
programma’s, reclames, trailers enzovoort.
Auteurschap De vraag wie als auteur wordt beschouwd, wat de rol van de
auteur als maker is en wat de betekenis is van diens bijdrage
aan het bestudeerde materiaal.
Kwaliteitstelevisie Programma’s die worden gezien als duurder geproduceerd en
cultureel waardevoller dan andere. De term kan culturele en
genderhiërarchieën creëren die suggereren dat televisie
anderszins ‘lage cultuur’ is.
Publieke dienst In televisie: het aanbieden van een mix van programma’s die
informeren, onderwijzen en entertainen, met als doel de
ontwikkeling van het publiek en de samenleving in het
algemeen te bevorderen.
2
, TELEVISIESTUDIES: CONCEPTEN TEKSTEN
Royal Charter Document waarin het doel, de missie en de publieke taken
van de BBC zijn vastgelegd. Wordt elke tien jaar vernieuwd na
onderhandelingen met de zittende regering.
Peak TV Een term uit de industrie, geïntroduceerd door de
Amerikaanse televisie-executive John Landgraf, om te
verwijzen naar de enorme hoeveelheid gescripte series die in
de tweede helft van de jaren 2010 in de VS werden
geproduceerd door netwerk-, kabel- en streamingdiensten.
Publieke tv Televisie die wordt gefinancierd door de overheid of door
particuliere ondersteuners, en niet uitsluitend door reclame-
inkomsten.
Tvpersoonlijkheden Personen die op televisie verschijnen en door het publiek
worden herkend als beroemdheden, met een media-imago en
publieke status die verder reiken dan hun rol in een specifiek
programma.
Serieel Een televisievorm waarbij een zich ontwikkelend verhaal
wordt verteld over een reeks afzonderlijke afleveringen.
Soapserie / opera Een doorlopende dramaserie met een groot aantal
personages op een vaste locatie, waarin relaties, emoties en
wisselingen van geluk centraal staan.
Populaire cultuur Teksten die zijn gemaakt door ‘gewone’ mensen (in
tegenstelling tot een elite) of voor hen zijn gemaakt, en de
manieren waarop deze worden gebruikt.
Publieke sfeer De wereld van politiek, economische aangelegenheden en
nationale en internationale gebeurtenissen, in tegenstelling
tot de privésfeer van het huiselijk leven.
Klasse Een maatschappelijke groep gedefinieerd door haar relatie tot
economische activiteit, bijvoorbeeld als arbeidersklasse of als
bezitters van economische macht (de bourgeoisie).
Kijkcijfers Het geschatte aantal kijkers dat bepaalde programma’s heeft
bekeken, vergeleken met het aantal kijkers van andere
programma’s.
Format Het basisontwerp van een programma, inclusief setting,
hoofdpersonages, genre, vorm en centrale thema’s.
Commerciële tv Televisie die wordt gefinancierd door de verkoop van
reclametijd of door sponsoring van programma’s.
Nichepublieken Specifieke groepen kijkers, bijvoorbeeld gedefinieerd naar
leeftijd, gender of sociaaleconomische status, die de beoogde
doelgroep van een programma kunnen vormen.
Cultural Studies De academische discipline die zich richt op de studie van
cultuur, met aandacht voor teksten, instituties, publieken en
economische contexten.
Structure of feeling De in een samenleving heersende aannames, houdingen en
ideeën, voortkomend uit de ideologieën die aan die
samenleving ten grondslag liggen.
Commissioning Het Britse proces waarbij programma-ideeën worden gepitcht,
ontwikkeld en geselecteerd voor financiering en uitzending. In
3
BIGNELL & WOODS (2022)
Mediawijsheid De vaardigheden en competenties die kijkers ontwikkelen om
de audiovisuele ‘talen’ van mediateksten gemakkelijk te
kunnen begrijpen.
Regulering De controle van televisie-instellingen door middel van wetten,
gedragscodes of richtlijnen.
Genre Een soort of type programma. Programma’s binnen hetzelfde
genre hebben gedeelde kenmerken.
Lineaire tv Televisie-uitzendingen die vanuit een centrale bron via een
kanaal in een continue stroom worden uitgezonden, volgens
een vast uitzendschema.
Omroep/ De transmissie van signalen vanuit een centrale bron die door
broadcasting verspreide ontvangers over een groot geografisch gebied
kunnen worden ontvangen.
VCR (videorecorder) Programmeerbaar apparaat dat op een televisie wordt
aangesloten en programma’s afspeelt en opneemt op
videocassettes.
DVR (digitale Programmeerbaar apparaat dat op een televisie wordt
videorecorder) aangesloten en televisieprogramma’s opneemt en afspeelt via
een harde schijf.
Terrestrische tv Uitzendingen via een grondgebonden transmissiesysteem, in
tegenstelling tot uitzendingen via satelliet.
Digitale tv Televisiebeeld en -geluid die zijn gecodeerd in enen en nullen
van elektronische data. Digitale signalen kunnen ook door
kijkers teruggestuurd worden via kabels, waardoor interactie
met televisieprogramma’s mogelijk is.
Analoge tv Uitzendsignalen in golven met variërende frequentie. Analoge
signalen vereisen meer ruimte of ‘bandbreedte’ dan digitale
signalen en maken geen interactieve respons van kijkers
mogelijk.
Streamingplatform Een bedrijf dat video-on-demand aanbiedt via het internet. Dit
kan op basis van een abonnement, advertenties of een
licentievergoeding (bijvoorbeeld Disney+, BBC iPlayer).
Digitale Een klein apparaat met internetverbinding dat op een
mediaspeler / televisie wordt aangesloten en via apps toegang biedt tot
streamingapparaat verschillende streamingplatforms.
Reality-tv Televisieprogramma’s waarin het ongescripte gedrag van
‘gewone mensen’ centraal staat.
Avant-garde Werk dat erop gericht is de normen en conventies van een
medium uit te dagen, en ook de groep makers die dit soort
werk produceert.
Documentaire Een vorm die tot doel heeft echte gebeurtenissen vast te
leggen, vaak met een verklarend doel of om een onderwerp te
analyseren en te bediscussiëren.
Connotaties Een term uit de semiotische analyse voor de betekenissen die
1
, TELEVISIESTUDIES: CONCEPTEN TEKSTEN
worden geassocieerd met een bepaald teken of een
combinatie van tekens.
Privésfeer De huiselijke wereld van het gezin, het huis en het
persoonlijke leven.
Ondertiteling Geschreven tekst die op het televisiescherm verschijnt,
meestal om gesproken tekst in een vreemde taal te vertalen.
Nasynchronisatie/ Het vervangen van de oorspronkelijke gesproken tekst in een
dubbing programma, reclame enzovoort door later toegevoegde
spraak, vaak om een vreemde taal te vertalen.
Cultuur De gedeelde houdingen, leefwijzen en aannames van een
groep mensen.
Glocalisering Het proces waarbij een wereldwijd verspreid product, bedrijf
of programma wordt aangepast aan een lokale markt.
Sociologie De academische studie van de samenleving, gericht op het
beschrijven en verklaren van aspecten van het sociale leven.
Tekst Een object zoals een televisieprogramma, film of gedicht,
beschouwd als een netwerk van betekenisvolle tekens dat
geanalyseerd en geïnterpreteerd kan worden.
Conventies De kaders en procedures die worden gebruikt om teksten te
maken of te interpreteren.
Ident Een korte sequentie met het logo van een televisiezender of
streamingplatform (of van een programmastrand) die vóór
een programma verschijnt en de kijker eraan herinnert waar
hij/zij kijkt. Een essentieel onderdeel van het communiceren
van merkidentiteit.
Kapitalisme De organisatie van een economie rond het privébezit van
opgehoopte rijkdom, waarbij arbeid wordt uitgebuit om winst
te produceren die deze rijkdom vergroot.
Merkherkenning Het vermogen van het publiek om de onderscheidende
identiteit van een product, dienst of instelling te herkennen,
evenals de daaraan verbonden waarden en betekenissen.
Flow De manier waarop programma’s, reclames enzovoort elkaar
zonder onderbreking opvolgen gedurende de dag of een deel
ervan, en de kijkervaring van die aaneengesloten reeks
programma’s, reclames, trailers enzovoort.
Auteurschap De vraag wie als auteur wordt beschouwd, wat de rol van de
auteur als maker is en wat de betekenis is van diens bijdrage
aan het bestudeerde materiaal.
Kwaliteitstelevisie Programma’s die worden gezien als duurder geproduceerd en
cultureel waardevoller dan andere. De term kan culturele en
genderhiërarchieën creëren die suggereren dat televisie
anderszins ‘lage cultuur’ is.
Publieke dienst In televisie: het aanbieden van een mix van programma’s die
informeren, onderwijzen en entertainen, met als doel de
ontwikkeling van het publiek en de samenleving in het
algemeen te bevorderen.
2
, TELEVISIESTUDIES: CONCEPTEN TEKSTEN
Royal Charter Document waarin het doel, de missie en de publieke taken
van de BBC zijn vastgelegd. Wordt elke tien jaar vernieuwd na
onderhandelingen met de zittende regering.
Peak TV Een term uit de industrie, geïntroduceerd door de
Amerikaanse televisie-executive John Landgraf, om te
verwijzen naar de enorme hoeveelheid gescripte series die in
de tweede helft van de jaren 2010 in de VS werden
geproduceerd door netwerk-, kabel- en streamingdiensten.
Publieke tv Televisie die wordt gefinancierd door de overheid of door
particuliere ondersteuners, en niet uitsluitend door reclame-
inkomsten.
Tvpersoonlijkheden Personen die op televisie verschijnen en door het publiek
worden herkend als beroemdheden, met een media-imago en
publieke status die verder reiken dan hun rol in een specifiek
programma.
Serieel Een televisievorm waarbij een zich ontwikkelend verhaal
wordt verteld over een reeks afzonderlijke afleveringen.
Soapserie / opera Een doorlopende dramaserie met een groot aantal
personages op een vaste locatie, waarin relaties, emoties en
wisselingen van geluk centraal staan.
Populaire cultuur Teksten die zijn gemaakt door ‘gewone’ mensen (in
tegenstelling tot een elite) of voor hen zijn gemaakt, en de
manieren waarop deze worden gebruikt.
Publieke sfeer De wereld van politiek, economische aangelegenheden en
nationale en internationale gebeurtenissen, in tegenstelling
tot de privésfeer van het huiselijk leven.
Klasse Een maatschappelijke groep gedefinieerd door haar relatie tot
economische activiteit, bijvoorbeeld als arbeidersklasse of als
bezitters van economische macht (de bourgeoisie).
Kijkcijfers Het geschatte aantal kijkers dat bepaalde programma’s heeft
bekeken, vergeleken met het aantal kijkers van andere
programma’s.
Format Het basisontwerp van een programma, inclusief setting,
hoofdpersonages, genre, vorm en centrale thema’s.
Commerciële tv Televisie die wordt gefinancierd door de verkoop van
reclametijd of door sponsoring van programma’s.
Nichepublieken Specifieke groepen kijkers, bijvoorbeeld gedefinieerd naar
leeftijd, gender of sociaaleconomische status, die de beoogde
doelgroep van een programma kunnen vormen.
Cultural Studies De academische discipline die zich richt op de studie van
cultuur, met aandacht voor teksten, instituties, publieken en
economische contexten.
Structure of feeling De in een samenleving heersende aannames, houdingen en
ideeën, voortkomend uit de ideologieën die aan die
samenleving ten grondslag liggen.
Commissioning Het Britse proces waarbij programma-ideeën worden gepitcht,
ontwikkeld en geselecteerd voor financiering en uitzending. In
3