1. De essentie
1.1. De geboorte van de positieve psychologie
Grondlegger: Martin Seligman
In 1998 werd hij voorzitter van de American Psychological Association (APA)
Voor WO II richtte psychologie zich op 3 doelen:
● Het behandelen van geestelijke stoornissen
● Het verbeteren van normale levens
● Het identificeren en versterken van bijzonder talent
Na WO II: Enkel focus op het genezen van mentale problemen
Nu: focus op normale en florerende levens
1.2. Wat is positieve psychologie?
Traditionele psychologie VS positieve psychologie:
Traditionele psychologie:
● Stelt vragen als:
○ Wat werkt niet?
○ Wat is er mis met deze persoon?
● Richt zich vooral op het verminderen van moeilijkheden
Positieve psychologie:
● Stelt vragen als:
○ Wat werkt wel?
○ Wat is er goed aan deze persoon?
● Richt zich op het vergroten van mogelijkheden
→ Wat maakt het leven de moeite waard?
1
, 1.3. De doelgroep van de positieve psychologie
De positieve psychologie richt zich niet enkel op mensen met psychische problemen, maar
op iedereen
→ Ze willen mentale gezondheid versterken, niet enkel ziekte behandelen
Prof. Dr. Corey Keyes ontwikkelde het dual-continua model (gebaseerd op MIDUS-studie)
→ Zijn onderzoeksvraag: hoe verhouden psychische gezondheid en psychische ziekte zich
tot elkaar?
● Iemand kan geen psychische stoornis hebben, maar zich toch niet goed voelen
● Iemand kan wel een stoornis hebben, maar zich toch psychisch gezond voelen
FLOREREN:
● Volgens Van Dale: synoniem = bloeien: ‘In een toestand van volle ontwikkeling zijn of
komen, zich geheel of rijk ontplooien.’
● Tot bloei komen en optimaal functioneren
● Je goed voelen en goed doen voor jezelf, voor anderen en voor de samenleving
1.4. Positief - psychologische interventies (PPI’s)
PPI’s zijn gerichte activiteiten of oefeningen die mensen helpen om hun welbevinden te
vergroten en positieve emoties, veerkracht en zingeving te versterken.
Belangrijk: person - activity fit → de juiste activiteit voor de juiste persoon
● Eigen autonomie: de persoon kiest er zelf voor, niet omdat het ‘moet’
● Interne motivatie: het komt van binnenuit
● Sociale steun: positieve effecten worden versterkt door steun en verbinding met
anderen
● Afwisseling: variatie in oefeningen voorkomt gewenning en houdt de motivatie hoog
Voorbeelden:
● Het schrijven van dankbaarheidsbrieven
● Het bijhouden van ‘3 goede dingen’
1.5. Kritiek op de positieve psychologie en het ontstaan van een
positieve psychologie 2.0
Kritiek op positieve psychologie:
● Eenzijdige focus: (Happyology) → teveel nadruk op geluk en positiviteit
● Naam ‘positieve psychologie’: laat blijken dat andere vormen van psychologie
negatief zijn
● Te overdreven, eenzijdige focus op geluk
● Het is een jonge tak van de wetenschap → gebrek aan langdurig onderzoek
● Onderzoeksgroep: een groot deel v/h onderzoek is uitgevoerd bij westerse, hoger
opgeleide deelnemers
2
,Positieve psychologie 2.0 en 3.0:
● Niet enkel veerkracht verhogen, maar ook veerkracht ontwikkelen als het tegenzit
● Niet enkel gefocust op individu, ook uitbreiding naar groepen, organisaties,
culturen, …
Uitdaging voor de toekomst:
● Dialectische benadering
○ Balans vinden tussen positieve en negatieve ervaringen
○ DICHOTOOM = zwart - wit denken
○ DIALECTISCH = ook het grijze zien
● Welbevinden op lange termijn wordt bereikt door ook de donkere kanten van het
bestaan te omarmen
● Onderzoeken hoe positieve psychologie kan bijdragen in moeilijke levenssituaties
● Nood aan nieuwe focus op onderzoek in verschillende culturen en gevarieerde
demografische groepen
2. Welbevinden
2.1. Aristoteles - Hedonisch en eudaimonisch welbevinden
Aristoteles:
● Zeer invloedrijke Griekse filosoof
● Levensperiode: 384 v.Chr. - 322 v.Chr.
● Invloed op geneeskunde, ethiek, natuurkunde,...
Hedonisch welbevinden:
● Veel positieve emoties, weinig negatieve emoties
● Maximaal plezier en minimaliseren van pijn
● Vraagt zich af: Is plezier het ultieme doel van een goed leven?
Eudaimonisch welbevinden:
● Daimon = je ware natuur
● Focus op het leiden van een deugdzaam, betekenisvol leven
→ Positieve psychologie: beide vormen zijn nodig voor een goed leven
2.2. Carol Ryff - zes factorenmodel van psychologisch welbevinden
Carol Ryff:
● Amerikaanse professor psychologie
● In 1989 onderzoek gestart naar welbevinden
● Belangrijkste bijdrage: Psychological Well-Being (PWB) → 6 factoren van
welbevinden
● Sterke wetenschappelijke onderbouwing
3
, 2.2.1. Zelf-acceptatie
- Positieve houding tegenover jezelf - Ontevreden over jezelf
- Kennen en accepteren van jezelf - Graag anders willen zijn
- Positief gevoel hebben over je verleden
2.2.2. Persoonlijke groei
- Jezelf zien als groeiend - Gevoel van stilstand
- Openstaan voor nieuwe ervaringen - Verveeld, ongeïnteresseerd,...
- Gevoel dat je je mogelijkheden
waarmaakt
2.2.3. Betekenisvol leven
- Gevoel dat je leven zin heeft - Gebrek aan zin in je leven
- Doelen en dromen - Weinig gevoel van doel, richting,...
- Gevoel van richting - Weinig betekenis zien in verleden
2.2.4. Positieve relaties
- Warme, bevredigende, betrouwbare - Weinig warme relaties, eenzaam,…
relaties - Moeilijk om betrokken te zijn bij
- Misschien wel belangrijkste anderen
dimensie
2.2.5. Meesterschap
- Competentie ervaren - Moeilijkheden om dagelijkse dingen
- Gevoel dat je invloed hebt op je te regelen
omgeving - Geen gevoel van controle op
- Kansen zien in omgeving omgeving
- Flow - Burn-out
2.2.6. Autonomie
- Zelfbepalend en onafhankelijk zijn - Zorgen maken over verwachtingen
- Sociale druk weerstaan of oordeel van anderen
- Gedrag van binnenuit reguleren - Conformeren aan sociale druk
4