De anatomische taal:
1. Wat is anatomie?
= wetenschap die zich bezighoud met de bouw van het lichaam
à Macroscopische anatomie
à Microscopische anatomie = histologie
2. De verschillende soorten anatomie
o systema'sche anatomie
à verschillende func9onele stelsel afzonderlijk bestuderen
à verloop bekijken doorheen het ganse lichaam
BV. zenuwstelsel, skelet, gastro-intes9naal enz.
o topografische anatomie
à uiteengerafelde stelsels worden in hun topografisch verband geplaatst
o regionale anatomie
à op basis van natuurlijke gebieden
à stelsels bestuderen in verschillende gebieden of regio’s
van het lichaam
BV. arm, been, thorax, abdomen, hoofd, hals, enz
3. Terminologie
à interna9onaal anatomische nomenclatuur à belangrijk omdat ze dé introduc9e is
voor de medische terminologie
à terminologie à volgt interna9onaal aanvaarde ‘nomina anatomica’
4. De anatomische positie
o lichaam in anatomische posi'e:
à staat rechtop
à met ogen naar horizon gericht
à armen langs het lichaam + handpalmen naar voren
à voeten staan tegen elkaar + tenen wijzen naar voor
=> pa9ënt of lichaam al9jd beschrijven vanuit deze posi9e,
ook al is de feitelijke houding anders
5. anatomische termen
o 4 denkbeeldige vlakken:
• Mediaan/ midsaggitaal vlak
à verdeeld lichaam in linker- en rechterhelI
• Saggitaal
à ver9caal vlak dat voorachterwaarts + evenwijdig met mediane vlak door lichaam
loopt
à paramediaan vlak = saggitaal vlak nabij de middellijn
• Coronaal
à Ver9caal vlak dat van links naar rechts door het lichaam loopt
à Staat loodrecht op sagiKale vlak
, • Transversaal/ horizontaal/ transversaal
à Loodrecht op zowel de sagiKale als de coronale vlakken
à Loodrecht op de lengteas van lichaam of ledemaat
à Opgelet! Rechts en links!
o Rela'es van structuren tov van andere structuur:
• Anterior (vooraan) / ventraal = meer naar voorzijde van
lichaam
Posterior (achteraan) / dorsaal = meer naar achterzijde
van lichaam
• Superior (hoger)/ craniaal = meer naar kruin van hoofd
Inferior (lager)/ caudaal = meer naar voetzolen toe
• Mediaal= naar mediane vlak toe
Lateraal= verder van mediane vlak af
o Rela'eve posi'e van 2 structuren vergelijken:
• Proximaal= korter bij de romp
Distaal= verder van romp verwijderd
BV. voet ligt distaal van de knie, knie ligt proximaal van voet
• Superficialis = oppervlakkig
Profundus = diep
• Internus = meer naar binnenzijde van orgaan/ holte toe
Externus = meer naar buitenzijde van orgaan/ holte toe
• Ipsilateraal= aan dezelfde zijde van het lichaam
Contralateraal= tegengestelde zijde van het lichaam