GOEDERENRECHT
,INHOUDSOPGAVE
INLEIDING........................................................................................................................................................................................ 2
ZAKELIJKE RECHTEN......................................................................................................................................................................... 6
INDELING VAN ZAKEN EN GOEDEREN............................................................................................................................................... 9
EIGENDOMSRECHT......................................................................................................................................................................... 20
EIGENDOMSBEPERKINGEN............................................................................................................................................................. 32
VRUCHTGEBRUIK........................................................................................................................................................................... 37
RECHT VAN OPSTAL....................................................................................................................................................................... 44
ERFPACHT...................................................................................................................................................................................... 49
VRIJWILLIGE, TOEVALLIGE EN GEDWONGEN MEDE-EIGENDOM...................................................................................................... 54
ZAKELIJKE ZEKERHEDEN................................................................................................................................................................. 58
GEDWONGEN MEDE-EIGENDOM/APPARTEMENTSRECHT............................................................................................................... 71
HYPOTHEEK................................................................................................................................................................................... 81
PAND............................................................................................................................................................................................. 89
PUBLICITEIT................................................................................................................................................................................... 92
IPR (= INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT)....................................................................................................................................... 97
, INLEIDING
HET NIEUWE GOEDERENRECHT
Boek 3 van het BW (goederen) heeft een eerbiedigende werking
o 1 september 2021 dingen die gebeurd zijn voor deze
datum worden nog gebaseerd op de vorige wet
o Nieuwe regels doen geen afbreuk aan al verworven rechten
o Nieuwe regels zijn niet van toepassing op rechtsgevolgen van
rechtshandelingen en rechtsfeiten die dateren van voor de
inwerkingtreding van het nieuwe recht, maar ontstaan na de
inwerkingtreding van nieuwe recht (tenzij: partijen anders
beslissen
WAT IS GOEDERENRECHT?
Onderdeel van zakenrecht/zakelijk zekerheidsrecht
Goederenrecht = regelt de verhouding tussen
rechtssubjecten (personen) en rechtsobjecten (goederen)
Goederenrecht van belang voor:
o Individuele welvaartsindicator door numerus clausus =
wetgever (art. 3.3. NBW)
o Publiciteitssysteem nagaan wat eigendom is van wie
vestiging, overdracht en wijziging van zakelijke
(zekerheids)rechten zekerheid over:
Zakelijke rechten = individueel vermogen
Zakelijke zekerheidsrechten = lasten op onderdelen van
vermogen
Schuldeisers kunnen eenvoudig nagaan hoe solvabel hun schuldenaar is
Vb. als je bal bij de buren rolt, mag je er dan zelf om gaan? Nee, volgens het
nieuwe goederenrecht niet
SITUERING VAN HET GOEDERENRECHT – BASISCONCEPTEN
2
, Objectief recht Subjectief recht
= het abstracte recht = het recht in zijn concrete toepassing
Geheel van geschreven en De concrete aanspraken die
ongeschreven regels die zich een persoon kan laten
dwingend tot ons allemaal gelden ten aanzien van
richten of tot een bepaald anderen of een bepaald
individu goed en die geput worden ui
het objectief recht
Wordt onderverdeeld in
Vb. art. 1382 BW burgerlijke rechten en
politieke rechten
Vb. recht op schadevergoeding op
grond van
art. 1382 BW
ONDERVERDELING VAN SUBJECTIEF RECHT
Burgerlijke rechten Politieke rechten
Rechten die burgers tegen Rechten die de burger kan
elkaar kunnen laten gelden inroepen tegenover de
met betrekking tot: overheid
- Staat van NP Participatierechten =
- Betrekking tussen burger kan deelnemen
private personen aan uitoefening van
- Herstelvorderingen als openbaar gezag
gevolg van de Politieke vrijheidsrechten =
schending van een rol van de overheid is
subjectief recht eerder passief
Sociaal-economische
rechten die verband
houden met hedendaagse
verzorgingsstaat horen hier
ook bij
ONDERVERDEMING VAN BURGELIJKE RECHTEN
Extra-patrimoniale rechten Patrimoniale rechten
Rechten die buiten het Rechten die deel uit maken
vermogen van een van het vermogen =
persoon vallen vermogensrecht
Kenmerken: Kenmerken:
- Niet in geld - In geld
waardeerbaar = waardeerbaar =
morele waarde economische
- Niet verhandelbaar waarde
- Overlijden van persoon = - Verhandelbaar
einde - Overlijden van persoon =
niet het einde
Soorten: Soorten:
3
,INHOUDSOPGAVE
INLEIDING........................................................................................................................................................................................ 2
ZAKELIJKE RECHTEN......................................................................................................................................................................... 6
INDELING VAN ZAKEN EN GOEDEREN............................................................................................................................................... 9
EIGENDOMSRECHT......................................................................................................................................................................... 20
EIGENDOMSBEPERKINGEN............................................................................................................................................................. 32
VRUCHTGEBRUIK........................................................................................................................................................................... 37
RECHT VAN OPSTAL....................................................................................................................................................................... 44
ERFPACHT...................................................................................................................................................................................... 49
VRIJWILLIGE, TOEVALLIGE EN GEDWONGEN MEDE-EIGENDOM...................................................................................................... 54
ZAKELIJKE ZEKERHEDEN................................................................................................................................................................. 58
GEDWONGEN MEDE-EIGENDOM/APPARTEMENTSRECHT............................................................................................................... 71
HYPOTHEEK................................................................................................................................................................................... 81
PAND............................................................................................................................................................................................. 89
PUBLICITEIT................................................................................................................................................................................... 92
IPR (= INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT)....................................................................................................................................... 97
, INLEIDING
HET NIEUWE GOEDERENRECHT
Boek 3 van het BW (goederen) heeft een eerbiedigende werking
o 1 september 2021 dingen die gebeurd zijn voor deze
datum worden nog gebaseerd op de vorige wet
o Nieuwe regels doen geen afbreuk aan al verworven rechten
o Nieuwe regels zijn niet van toepassing op rechtsgevolgen van
rechtshandelingen en rechtsfeiten die dateren van voor de
inwerkingtreding van het nieuwe recht, maar ontstaan na de
inwerkingtreding van nieuwe recht (tenzij: partijen anders
beslissen
WAT IS GOEDERENRECHT?
Onderdeel van zakenrecht/zakelijk zekerheidsrecht
Goederenrecht = regelt de verhouding tussen
rechtssubjecten (personen) en rechtsobjecten (goederen)
Goederenrecht van belang voor:
o Individuele welvaartsindicator door numerus clausus =
wetgever (art. 3.3. NBW)
o Publiciteitssysteem nagaan wat eigendom is van wie
vestiging, overdracht en wijziging van zakelijke
(zekerheids)rechten zekerheid over:
Zakelijke rechten = individueel vermogen
Zakelijke zekerheidsrechten = lasten op onderdelen van
vermogen
Schuldeisers kunnen eenvoudig nagaan hoe solvabel hun schuldenaar is
Vb. als je bal bij de buren rolt, mag je er dan zelf om gaan? Nee, volgens het
nieuwe goederenrecht niet
SITUERING VAN HET GOEDERENRECHT – BASISCONCEPTEN
2
, Objectief recht Subjectief recht
= het abstracte recht = het recht in zijn concrete toepassing
Geheel van geschreven en De concrete aanspraken die
ongeschreven regels die zich een persoon kan laten
dwingend tot ons allemaal gelden ten aanzien van
richten of tot een bepaald anderen of een bepaald
individu goed en die geput worden ui
het objectief recht
Wordt onderverdeeld in
Vb. art. 1382 BW burgerlijke rechten en
politieke rechten
Vb. recht op schadevergoeding op
grond van
art. 1382 BW
ONDERVERDELING VAN SUBJECTIEF RECHT
Burgerlijke rechten Politieke rechten
Rechten die burgers tegen Rechten die de burger kan
elkaar kunnen laten gelden inroepen tegenover de
met betrekking tot: overheid
- Staat van NP Participatierechten =
- Betrekking tussen burger kan deelnemen
private personen aan uitoefening van
- Herstelvorderingen als openbaar gezag
gevolg van de Politieke vrijheidsrechten =
schending van een rol van de overheid is
subjectief recht eerder passief
Sociaal-economische
rechten die verband
houden met hedendaagse
verzorgingsstaat horen hier
ook bij
ONDERVERDEMING VAN BURGELIJKE RECHTEN
Extra-patrimoniale rechten Patrimoniale rechten
Rechten die buiten het Rechten die deel uit maken
vermogen van een van het vermogen =
persoon vallen vermogensrecht
Kenmerken: Kenmerken:
- Niet in geld - In geld
waardeerbaar = waardeerbaar =
morele waarde economische
- Niet verhandelbaar waarde
- Overlijden van persoon = - Verhandelbaar
einde - Overlijden van persoon =
niet het einde
Soorten: Soorten:
3