Inleiding
à GELIJKENIS TUSSEN PROKARYOOT EN EUKARYOOT TRANSCRIPTIE
prokaryoten eukaryoten
Promotorsequen0es: snelheid van transcrip@e ini@a@e
Regula'esequen'es: zorgen ervoor dat genen kunnen reageren op effector moleculen
Regula0e proteïnen (ac@vators en repressors): binden op regula@esequen@es
à controleren genexpressie
Chroma@ne structuur speelt rol in
regula@e
Processen om matuur mRNA te vormen
(5’cap, 3’ polyAstaart, splicing)
Alterna0eve splicing: 1 gen à
meerdere mogelijke mRNA’s
Transport van mRNA (nucleus à
cytoplasma)
Regula@e van transla0e
Operons: deel waar genen die coderen Geen operons: coderende genen met
voor proteïnen die samen werken in de gerelateerde func@e verspreid over het
cel zijn geeorganiseerd genoom
Groeien en delen Meercelligen ontwikkeling en
differen@a@e --> meer controle op
genexpressie
1. Controlelevels in de genexpressie bij eukaryoten
Eukaryoten Prokaryoten
Eencellig & meercellig eencellig
Controle van genexpressie ingewikkelder reageren snel op omgeving door
veranderingen in genregulatie
* reden: compartimentering in cellen + * voornamelijk op transcriptioneel niveau
eisen die worden gesteld door behoefte aan * met enige translationele controle
meercellige eukaryoten om grote aantallen * transcriptionele respons: bewerkstelligd
en soorten cellen te genereren door de interactie van regulerende eiwitten
* met name de afwezigheid van een met stroomopwaartse regulerende DNA-
membraangebonden kern in prokaryoten sequenties
maakt translatie mogelijk op een mRNA dat * snelle veranderingen in niveaus van
nog steeds wordt gemaakt eiwitsynthese worden meestal bereikt door
* aanwezigheid van kern in eukaryote cel: gentranscriptie uit te schakelen + door
> scheidt processen van transcriptie & snelle afbraak van de mRNA-moleculen
translatie
> gevolg: meer niveaus waarop
genexpressie van eiwitcoderende genen
in eukaryoten kan worden gereguleerd
, Genexpressie gebeurt door aanmaakt mRNA
à mRNA gemaakt als primair transcript
à wordt uiteindelijk mature mRNA
à mRNA naar cytoplasme à vertaald naar eiwit
2. Controle van de initiatie van de transcriptie door de regulatie door regulatorische eiwitten
à regula@e van proteïne coderende gen expressies in eukaryoten
ð meestal op level van transcrip@e ini@a@e
à promotor: upstream van gen
à enhancer: bindingsplaats voor ac@vator (verder weg van gen gelegen)
General transcrip0on machinery: komt samen op promotor à enkel minimale
transcripi@e
à indien regula@eproteïnen aanwezig zijn à maximale transccrip@e mogelijk
à ac0vator: binden op promotor proximale elementen en enhancer: rekruteren van
proteïne die chroma@ne toegankelijker maken voor transcrip@e complex à
transcrip@e kan starten
à repressor: binden op silencers (regula@esequen@e) à verminderen/ uitschakelen
van transcrip@e
à ACTIVATOREN
à 3 klassen van proteïnen betrokken bij transcrip@e ini@a@e:
① Algemene Transcrip@e Factoren (GTF’s)
à binden op promotor à recruteren RNA polymerase II
à alleen GFT’s aanwezig à minimale transcrip@e
à gen invloed op snelheid van transcrip@ee ini@a@e
--> GEEN invloed op graad van transcrip@e
à bepakeen of er wel transcrip@e plaatsvind
② ac@vatoren
à zorgen voor maximale transcrip@e
à 2 domeinen (gescheiden door flexibele regio)
® DNA binden
® Transcrip@e ac@verend
c