1. Genexpressie: transcriptie en translatie
o het centrale dogma
= het tweestappenproces: DNA --> RNA --> proteïne
o transcrip;e
= proces van overbrengen van gene;sche info in DNA naar RNA- basensequen;e
à DNA --> RNA
o genexpressie
o à info --> AZ --> eiwiCen
2. Transcriptieproces
o RNA-synthese --> RNA-polymerase
1. het transcrip.eproces
à “hoe wordt een RNA-keten gesynthe;seerd ?”
1) RNA-polymerase= denatura;e DNA-helix)
(prokaryoten, bij eukaryoten door andere eiwi3en)
+ katalyseert synthese enkelstrengige RNA-keten in 5’--> 3’ rich;ng
2) Sjabloonstreng = 3’ --> 5’ ,wordt gelezen door synthese
3) Niet-sjabloon-streng = 5’-->3’ ,complementair aan sjabloonstreng
4) mRNA: AZ lezen
5) ribonucleosidetrifosfaten: ATP, GTP, UTP ene CTP
= RNA-voorlopers voor transscrip;e
6) RNA-polymerase: selecteert nucleo;de dat aan de keten moet worden
toegevoegd door zijn vermogen om te paren met blootgestelde base op de
DNA -template-streng
DNA-polymerase RNA-polymerase
à thymine – adenine à uracil – adenine
à nieuwe RNA-ketens ini;ëren
à GEEN primer nodig
, 2. Algemene structuur van mRNA gevonden in bacteriële & eukaryote cellen
(2) (3)
(1)
à de structuur en produc;e van eukaaryote mRNA’s
--> 1,2,3 = onderdelen
bacteriën – gekoppelde transcrip;e en transla;e + vaak polycistronisch
+ vaak polycistronisch --> AZ-coderende info v >1 gen
eukaryoten – volledig getranscribeerd voor transla;e
+ extra niveaus van controle van genexpressie
o Promotor
o RNA coderende sequen;e
o Terminator regio van een gen
DNA-polymerase hee^ primer nodig!!
o mRNA = complementair aan de basen-sequen;e in DNA
o RNA gekopieerd (3’-->5’ ; 5’-->3’ ) an;parallel
o RNA-synthese: geen primer
+ RNA keten vormen door toevoeging nucleuo;den c
3. Transcriptie in eukaryoten
1. Synthese van func.onele mRNA in prokaryoten en eukaryoten