McKenzie
1. Inleiding
- Ontstaan door Robin McKenzie in de jaren 50.
Verhaaltje: patiënt is op een half rechtstaande tafel gaan liggen en de pijn
verminderde. De tafel stond gewoon niet plat door onoplettendheid.
Eerst voor lage rugklachten, maar ontstaat ondertussen voor alle delen van de
wervelzuil en ook voor extremiteiten.
Mechanische diagnose en therapie (MDT) in plaats van McKenzie/ extension
principe.
2. Methode
- Belangrijkste kenmerken:
Classificatie in subgroepen:
o Classificatie zorgt voor gerichtere therapie en meer kans op slagen.
o Zit je in de 4e groep dan gaat het niet helpen
Accent ligt op centralisatie
- Pijn die van perifeer komt, geleidelijk aan
terugkeert naar centraal (eventjes erger
worden) en dan verdwijnt.
- Periferalisatie is het omgekeerde, maar dit
moeten we vermijden.
Progression of forces:
o Kracht geleidelijk aan laten toenemen binnen de behandelingen.
o Deze moet je aanpassen aan de actualiteit.
Zelfbehandeling:
o We moeten de patiënt tools geven om zichzelf beter te maken (onafhankelijk van
de therapeut), dus hands-off.
Voorlichting aan de patiënt
Vermijden recidieven
- Onderscheid andere methodes:
Herhaald bewegen: wat is het effect van iets tien keer te doen (!)
o Iemand een keer vooroverbuigen doet niks, tien keer doet opeens wel pijn.
o Hoog actueel is een keer al voldoende, laag actueel heeft meer herhalingen
nodig.
Zwaartepunt van de behandeling ligt bij de patiënt
Onafhankelijkheid promoten
Vooral hands-off
, 3. Classificatie
- Dit gebeurt dankzij het McKenzie formulier:
Goeie inter- en intrabetrouwbaarheid.
3.1. Derangement
- Verstoring van het normale rustevenwicht (binnenin de discus)
Principe van éclair: de nucleus kan bewegen in alle richtingen.
V A V A L R L R
- Flexie: - Extensie: - Lateroflexie - Lateroflexie links:
verplaatsing naar verplaatsing naar rechts: verplaating verplaatsing naar
achteren. voor. naar links. rechts.
- Te veel verplaatsing in een bepaalde richting
Vb. in de tuin werken: continue flexie geeft constant verplaatsing naar achteren.
- Kenmerken:
Principe centralisatie en periferalisatie.
Antalgische houding:
o Shift van het bekken naar de niet-pijnlijke zijde (gecombineerd met flexie).
Pijn kan continu zijn of intermittent.
Eventueel uitstralen:
o Pijn boven de knie heeft een betere prognose dan lager dan de knie.
Plots of geleidelijk ontstaan
Verandering van pijn bij beweging of houding (heel belangrijk!)
o Ene zal verergeren en het andere verbeteren.
Vooral tussen de 20 en 55 jaar met een piek rond de 35.
3.2. Dysfunctie
- Mechanische vervorming van structureel slecht weefsel (verkort weefsel):
- Gevolg van: trauma, inflammatie, degeneratie, operatie, aanhoudend derangement …
- Kenmerken:
Pijn is intermittent:
o Trek je eraan doet het pijn en anders niet
Pijn is lokaal:
o Uitzondering ANR = adhaerent nerv root (= verkleving rond de zenuw)
Eindstandige beperking
Bewegingen of houdingen hebben geen invloed op de pijn.
1. Inleiding
- Ontstaan door Robin McKenzie in de jaren 50.
Verhaaltje: patiënt is op een half rechtstaande tafel gaan liggen en de pijn
verminderde. De tafel stond gewoon niet plat door onoplettendheid.
Eerst voor lage rugklachten, maar ontstaat ondertussen voor alle delen van de
wervelzuil en ook voor extremiteiten.
Mechanische diagnose en therapie (MDT) in plaats van McKenzie/ extension
principe.
2. Methode
- Belangrijkste kenmerken:
Classificatie in subgroepen:
o Classificatie zorgt voor gerichtere therapie en meer kans op slagen.
o Zit je in de 4e groep dan gaat het niet helpen
Accent ligt op centralisatie
- Pijn die van perifeer komt, geleidelijk aan
terugkeert naar centraal (eventjes erger
worden) en dan verdwijnt.
- Periferalisatie is het omgekeerde, maar dit
moeten we vermijden.
Progression of forces:
o Kracht geleidelijk aan laten toenemen binnen de behandelingen.
o Deze moet je aanpassen aan de actualiteit.
Zelfbehandeling:
o We moeten de patiënt tools geven om zichzelf beter te maken (onafhankelijk van
de therapeut), dus hands-off.
Voorlichting aan de patiënt
Vermijden recidieven
- Onderscheid andere methodes:
Herhaald bewegen: wat is het effect van iets tien keer te doen (!)
o Iemand een keer vooroverbuigen doet niks, tien keer doet opeens wel pijn.
o Hoog actueel is een keer al voldoende, laag actueel heeft meer herhalingen
nodig.
Zwaartepunt van de behandeling ligt bij de patiënt
Onafhankelijkheid promoten
Vooral hands-off
, 3. Classificatie
- Dit gebeurt dankzij het McKenzie formulier:
Goeie inter- en intrabetrouwbaarheid.
3.1. Derangement
- Verstoring van het normale rustevenwicht (binnenin de discus)
Principe van éclair: de nucleus kan bewegen in alle richtingen.
V A V A L R L R
- Flexie: - Extensie: - Lateroflexie - Lateroflexie links:
verplaatsing naar verplaatsing naar rechts: verplaating verplaatsing naar
achteren. voor. naar links. rechts.
- Te veel verplaatsing in een bepaalde richting
Vb. in de tuin werken: continue flexie geeft constant verplaatsing naar achteren.
- Kenmerken:
Principe centralisatie en periferalisatie.
Antalgische houding:
o Shift van het bekken naar de niet-pijnlijke zijde (gecombineerd met flexie).
Pijn kan continu zijn of intermittent.
Eventueel uitstralen:
o Pijn boven de knie heeft een betere prognose dan lager dan de knie.
Plots of geleidelijk ontstaan
Verandering van pijn bij beweging of houding (heel belangrijk!)
o Ene zal verergeren en het andere verbeteren.
Vooral tussen de 20 en 55 jaar met een piek rond de 35.
3.2. Dysfunctie
- Mechanische vervorming van structureel slecht weefsel (verkort weefsel):
- Gevolg van: trauma, inflammatie, degeneratie, operatie, aanhoudend derangement …
- Kenmerken:
Pijn is intermittent:
o Trek je eraan doet het pijn en anders niet
Pijn is lokaal:
o Uitzondering ANR = adhaerent nerv root (= verkleving rond de zenuw)
Eindstandige beperking
Bewegingen of houdingen hebben geen invloed op de pijn.