Myofasciale pijnproblematiek
1. Theoretisch benadering
1.1. Terminologie
- Myofasciaal pijnsyndroom: pijn die veroorzaakt wordt door spieren.
Acuut: door overbelasting of mineur repetitief trauma.
Chronisch: langdurig uitgestelde spierdisfunctie.
- Myofasciaal spierdisfunctie
Spier functioneert goed indien die op het juiste moment met de juiste kracht kan
aangesproken worden in samenwerking met de antagonisten.
Spier functioneert niet goed indien er te weinig lengte is, verzwakt is, slechte timing
of moeilijke samenwerking met antagonisten.
- Myofasciaal pijnsyndroom vs. fibromyalgie
Fibromyalgie is een veralgemeend probleem met verhoogde nociceptie, diepe
gevoeligheid in de weke delen en gemeenschappelijke pijnpunten (met het
myofasciaal pijnsyndroom).
Myofasciaal pijnsyndroom is regionaal met een hoge irriteerbaarheid die invloed
heeft op de bewegingsfuncties.
- Pijnpunten:
Ashipunt: een plaats op het lichaam die gevoelig wordt bij een aandoening of
kwetsuur
Tenderpoint: een zone in een spier of vetweefsel die bij mechanische stimulatie een
lokale pijn veroorzaakt.
o Dit komt vooral voor bij fibromyalgie of CVS
Triggerpunt: hyperirriteerbare, zelfonderhoudende spot in een skeletspier of fascia.
o Elk triggerpunt is een ashipunt, maar niet elke ashipunt is een triggerpoint.
1.2. Triggerpunt
- Myofasciaal triggerpunt: een kleine gevoelige zone binnen een gespannen bandje dat
zich bevindt binnen een skeletspier die pijn geeft bij mechanische stimulatie of zonder
die lokaal kan zijn of gerefereerd in een patroon die specifiek is aan de spier.
- Klinische kenmerken:
Een gespannen bandje palperen met daarin een gevoelige spot: nodule.
Bij mechanische stimulatie geeft dit herkenbare pijn.
Er kan een lokale twitch respons optreden (= vibratie van de spiervezel).
Bewegingsbeperking zowel kwaliteit als kwantiteit (delay).
De klacht kan zich uitbreiden bij ernstige myofasciale betrokkenheid.
Associatie met gerefereerde autonome symptomen en gerefereerde pijn.
, Spier Gerefereerde pijn
Sternocleido- Hoofdpijn, tandpijn …
mastoïdeus
Trapezius Suboccipitale pijn, schoudertop pijn, pijn tussen scapula en
(ascendens) processus spinosus.
Trapezius Suboccipitale pijn
(descendens)
Pectoralis major Klachten van de bortsregio die uitstralen naar de linkerarm.
Gluteus minimus Pijn in de dorsale zijde van het bovenbeen en onderbeen.
- Componenten van een triggerpunt:
Motorisch: vb. spierzwakte, slechte kwaliteit, slechte timing en slechte samenwerking
Sensorisch
o Vb. pijn, veranderde gevoeligheid (sensitisatie), uitstraling …
o Allodynie: iets niet pijnlijks voelt pijnlijk aan.
o Hyperalgesie: kleinste pijnprikkel wordt gevoeld door verlaging drempel.
Autonoom: vb. ongemakkelijk worden, duizelig, kippenvel …
- Activitatie van triggerpunten:
Rechtstreeks: overbelasting, trauma, spiervermoeidheid …
Onrechtstreeks: andere punten, mechanische disfuncties, visceraal, metabool …
- Soorten triggerpunten:
Actief - Spontaan pijn geven
- Jump sig: wegspringen onder je vinger
- Uitstraling
- Locale twitch respons (vibratie)
- Uitwijking van de naald tijdens dry needling
Latent - Pijn bij druk
- Kan evolueren naar een actief triggerpunt.
Primair - Dit is de hoofdoorzaak voor de pijn.
Secundair - Dit ontstaat door mechanische overbelasting in een spier die werkt als
agonist/antagonist met een primair triggerpunt.
Satelliet - Dit ligt in een uitstralingszone van een actief triggerpunt.
1. Theoretisch benadering
1.1. Terminologie
- Myofasciaal pijnsyndroom: pijn die veroorzaakt wordt door spieren.
Acuut: door overbelasting of mineur repetitief trauma.
Chronisch: langdurig uitgestelde spierdisfunctie.
- Myofasciaal spierdisfunctie
Spier functioneert goed indien die op het juiste moment met de juiste kracht kan
aangesproken worden in samenwerking met de antagonisten.
Spier functioneert niet goed indien er te weinig lengte is, verzwakt is, slechte timing
of moeilijke samenwerking met antagonisten.
- Myofasciaal pijnsyndroom vs. fibromyalgie
Fibromyalgie is een veralgemeend probleem met verhoogde nociceptie, diepe
gevoeligheid in de weke delen en gemeenschappelijke pijnpunten (met het
myofasciaal pijnsyndroom).
Myofasciaal pijnsyndroom is regionaal met een hoge irriteerbaarheid die invloed
heeft op de bewegingsfuncties.
- Pijnpunten:
Ashipunt: een plaats op het lichaam die gevoelig wordt bij een aandoening of
kwetsuur
Tenderpoint: een zone in een spier of vetweefsel die bij mechanische stimulatie een
lokale pijn veroorzaakt.
o Dit komt vooral voor bij fibromyalgie of CVS
Triggerpunt: hyperirriteerbare, zelfonderhoudende spot in een skeletspier of fascia.
o Elk triggerpunt is een ashipunt, maar niet elke ashipunt is een triggerpoint.
1.2. Triggerpunt
- Myofasciaal triggerpunt: een kleine gevoelige zone binnen een gespannen bandje dat
zich bevindt binnen een skeletspier die pijn geeft bij mechanische stimulatie of zonder
die lokaal kan zijn of gerefereerd in een patroon die specifiek is aan de spier.
- Klinische kenmerken:
Een gespannen bandje palperen met daarin een gevoelige spot: nodule.
Bij mechanische stimulatie geeft dit herkenbare pijn.
Er kan een lokale twitch respons optreden (= vibratie van de spiervezel).
Bewegingsbeperking zowel kwaliteit als kwantiteit (delay).
De klacht kan zich uitbreiden bij ernstige myofasciale betrokkenheid.
Associatie met gerefereerde autonome symptomen en gerefereerde pijn.
, Spier Gerefereerde pijn
Sternocleido- Hoofdpijn, tandpijn …
mastoïdeus
Trapezius Suboccipitale pijn, schoudertop pijn, pijn tussen scapula en
(ascendens) processus spinosus.
Trapezius Suboccipitale pijn
(descendens)
Pectoralis major Klachten van de bortsregio die uitstralen naar de linkerarm.
Gluteus minimus Pijn in de dorsale zijde van het bovenbeen en onderbeen.
- Componenten van een triggerpunt:
Motorisch: vb. spierzwakte, slechte kwaliteit, slechte timing en slechte samenwerking
Sensorisch
o Vb. pijn, veranderde gevoeligheid (sensitisatie), uitstraling …
o Allodynie: iets niet pijnlijks voelt pijnlijk aan.
o Hyperalgesie: kleinste pijnprikkel wordt gevoeld door verlaging drempel.
Autonoom: vb. ongemakkelijk worden, duizelig, kippenvel …
- Activitatie van triggerpunten:
Rechtstreeks: overbelasting, trauma, spiervermoeidheid …
Onrechtstreeks: andere punten, mechanische disfuncties, visceraal, metabool …
- Soorten triggerpunten:
Actief - Spontaan pijn geven
- Jump sig: wegspringen onder je vinger
- Uitstraling
- Locale twitch respons (vibratie)
- Uitwijking van de naald tijdens dry needling
Latent - Pijn bij druk
- Kan evolueren naar een actief triggerpunt.
Primair - Dit is de hoofdoorzaak voor de pijn.
Secundair - Dit ontstaat door mechanische overbelasting in een spier die werkt als
agonist/antagonist met een primair triggerpunt.
Satelliet - Dit ligt in een uitstralingszone van een actief triggerpunt.