1.1 De oprichting van een zaak
BEZITTINGEN : Fysieke zaken die een bedrijf bezit en gebruikt bij de bedrijfsvoering.
FINANCIERINGSMIDDELEN : Middelen die de onderneming gebruikt om haar activiteiten te financieren.
Voorbeelden van bezittingen:
-Winkelpand, PC en apparatuur, rekken, kasten, toonbank, Bestelwagen, kas, bank, …
Voorbeelden van financieringsmiddelen:
-Je betaald zelf 75 000 euro, de rest werd gefinancierd via een lening bij de KBC.
1.2 Vermogen van de zaak versus privévermogen
Privé Bedrijf/onderneming
Familiaal vermogen/ Bedrijfsvermogen
privé vermogen
1.3 Bedrijfsvermogen
Activa Passiva
Bezittingen Financieringsmiddelen
= aanwendingen = Financieringsbronnen
= werkmiddelen = Schulden
= middelen waarmee vennootschap
‘werkzaam’ of ‘actief’ is.
pag. 1
,1.3.1 Basisgelijkheid
Wat is de basisgelijkheid?
-Elke aanwending/bezitting moet op een of andere manier worden gefinancierd.
-Elke financieringsbrond moet op een of andere manier worden aangewend.
1.4 Indeling van de balans
Activa Passiva
Vaste activa Eigen vermogen
Winkelpand 180.000,00 Kapitaal (= eigen inbreng): 75.000,00
PC en apparatuur 2.500,00
Rekken, kasten 3.000,00
Bestelwagen 25.000,00
Vlottende Activa Vreemd vermogen
Bank 4.000,00 Lening KBC : ……………………………………
Kas 1.000,00
Totaal = 215.500,00 Totaal = 215.500,00
❖ Vreemd vermogen = schulden tegenover derden
❖ Vaste en vlottende activa zijn investeringen
❖ Kapitaal (=eigen inbreng) is de schuld tegenover de oprichter
Wat zegt men over hoe lager je gaat in beide zijden van de balans?
-Hoe lager je gaat in de activa, hoe sneller je het kan omzetten in geld.
-Hoe lager je gaat in de passiva, hoe sneller ze moeten terugbetaald worden.
pag. 2
, 1.5 De grote indeling van de balans
1.5.1 De grote blokken
Nuttige begrippen
Vaste activa Bezittingen van grote omvang en die gedurende meerdere jaren in de
onderneming blijven.
Vlottende activa Bezittingen waarvan de waarde snel wisselt. Deze bezttingen roteren
snel.
Eigen vermogen De financieringsbronnen die toebehoren aan de ‘aandeelhouders’. In ruil
voor geld krijg je ‘medezeggenschap’ in de vennootschap. Ook de latere
winsten worden bij het eigen vermogen genoteerd want dit is het
‘rendement’ als het ware van de ‘geldbelegging in de vennootschap’.
Vreemd vermogen De financieringsbronnen/schulden die hieronder staan moeten
terugbetaald worden aan ‘derden’ zoals leveranciers en banken. In deze
categorie worden zowel de lange als korte termijnschulden vermeld.
Oprichtingskosten Kosten van de oprichting van de vennootschap (vb. notariskosten).
Immateriële vaste niet-tastbare investeringen zoals software die gedurende jaren in de
activa onderneming blijft.
Materiële vaste activa Tastbare investeringen
Kapitaalvennootschap Vennootschapsvorm waarbij er kapitaalvereiste verplicht in te brengen is
bij de opstart.
Bij een lening word je na de termijn automatisch eigenaar van het goed.
Bij een leasing heb je na de termijn een aankoopoptie.
Examenvraag!!!!!: ’inrichtingswerken gehuurd pand’ Dit behoort tot de rubriek
‘overige materiële activa!!!!!
pag. 3