College 1
Rubriekschema - - >
Rubriek 0: Vaste activa, eigen vermogen, lang vreemd vermogen, voorzieningen. Balansposten op de
langere termijn, dus langer dan 1 jaar.
Rubriek 1: Financiële rekeningen op korte termijn (< 1 jaar)
Rubriek 2: Tussenrekeningen
Rubriek 3: Voorraad grondstoffen (productiebedrijf, komt niet voor bij handelsbedrijf)
Rubriek 4: Kostensoorten
Rubriek 5: Kostenplaatsen
Rubriek 6: (Fabricageboekhouding: ouderwets)
Rubriek 7: Voorraad eindproducten en halffabricaten (productiebedrijf) / Voorraad handelsgoederen
(handelsbedrijf)
Rubriek 8: Opbrengst verkopen, dekkingen voor afdelingen.
Rubriek 9: Bijzondere baten en lasten
Schuingedrukt resultatenrekening (kosten (=debet) en opbrengsten (=credit))
Dikgedrukt Balans
Increase asset = debet
Increase liabilities = credit
Increase equity:
- Increase expense = debet
- Increase revenue= credit
Kosten wanbetaling: statisch / dynamisch
Statische methode -- >
Definitieve oninbaarheid: Overboeking saldo t.l.v. resultaat:
1.. Afschrijving debiteuren 4.. Afschrijvingskosten debiteuren
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. afschrijving debiteuren
Dynamische methode - - >
Definitieve oninbaarheid: Dotatie aan voorziening:
1.. Voorziening debiteuren 4.. Afschrijvingskosten debiteuren
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. voorziening debiteuren aanvullen
Statisch / dynamische methode - - >
Definitieve oninbaarheid: Overboeking saldo t.l.v voorziening: Dotatie aan voorziening:
1.. Afschrijving debiteuren 1.. Voorziening debiteuren 4.. Afschrijvingskosten deb
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. afschrijving debiteuren Aan 1.. voorziening deb
, College 2
Kasstroom overzichten
Kasstroom uit operationele activiteiten
- Direct
- Indirect (simpeler, begin met net income)
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Cash flow from investing
+ verkoop van machines of inventaris etc. = desinvestering
- Investeringen vast activa + afschrijvingen
+ aflossing leningen die debet staan
Cash flow from financing activities:
- aflossing leningen die credit staan
+ plaatsing lening
+ aandelenemissie (aandelenkapitaal + agio stijging)
- dividend betalen
Cash flow from operating activities - - >
Direct: Indirect:
Ontvangen van debiteuren Winst voor belasting
Betaald aan crediteuren - Betaalde belasting
Betaalde loon kosten + Afschrijvingskosten
Betaalde interest + Dotatie voorziening
Betaalde belasting Mutatie voorraden / debiteuren / crediteuren
Betaalde dividend (debet - = + credit + = +)
- betaald dividend
+ Ontvangen rente resultaat verkoop inventaris?
- Prive opname Mutatie onderhoudsvoorziening
Mutatie verkoopkosten vooruitbetaalde
Mutatie te betalen algemene kosten
- Privé opnamen
Kasstroom uit bedrijfsoperaties apart:
Ontvangen dividend – betaalde belasting – betaalde interest + ontvangen interest
Rubriekschema - - >
Rubriek 0: Vaste activa, eigen vermogen, lang vreemd vermogen, voorzieningen. Balansposten op de
langere termijn, dus langer dan 1 jaar.
Rubriek 1: Financiële rekeningen op korte termijn (< 1 jaar)
Rubriek 2: Tussenrekeningen
Rubriek 3: Voorraad grondstoffen (productiebedrijf, komt niet voor bij handelsbedrijf)
Rubriek 4: Kostensoorten
Rubriek 5: Kostenplaatsen
Rubriek 6: (Fabricageboekhouding: ouderwets)
Rubriek 7: Voorraad eindproducten en halffabricaten (productiebedrijf) / Voorraad handelsgoederen
(handelsbedrijf)
Rubriek 8: Opbrengst verkopen, dekkingen voor afdelingen.
Rubriek 9: Bijzondere baten en lasten
Schuingedrukt resultatenrekening (kosten (=debet) en opbrengsten (=credit))
Dikgedrukt Balans
Increase asset = debet
Increase liabilities = credit
Increase equity:
- Increase expense = debet
- Increase revenue= credit
Kosten wanbetaling: statisch / dynamisch
Statische methode -- >
Definitieve oninbaarheid: Overboeking saldo t.l.v. resultaat:
1.. Afschrijving debiteuren 4.. Afschrijvingskosten debiteuren
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. afschrijving debiteuren
Dynamische methode - - >
Definitieve oninbaarheid: Dotatie aan voorziening:
1.. Voorziening debiteuren 4.. Afschrijvingskosten debiteuren
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. voorziening debiteuren aanvullen
Statisch / dynamische methode - - >
Definitieve oninbaarheid: Overboeking saldo t.l.v voorziening: Dotatie aan voorziening:
1.. Afschrijving debiteuren 1.. Voorziening debiteuren 4.. Afschrijvingskosten deb
Aan 1.. debiteuren Aan 1.. afschrijving debiteuren Aan 1.. voorziening deb
, College 2
Kasstroom overzichten
Kasstroom uit operationele activiteiten
- Direct
- Indirect (simpeler, begin met net income)
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Cash flow from investing
+ verkoop van machines of inventaris etc. = desinvestering
- Investeringen vast activa + afschrijvingen
+ aflossing leningen die debet staan
Cash flow from financing activities:
- aflossing leningen die credit staan
+ plaatsing lening
+ aandelenemissie (aandelenkapitaal + agio stijging)
- dividend betalen
Cash flow from operating activities - - >
Direct: Indirect:
Ontvangen van debiteuren Winst voor belasting
Betaald aan crediteuren - Betaalde belasting
Betaalde loon kosten + Afschrijvingskosten
Betaalde interest + Dotatie voorziening
Betaalde belasting Mutatie voorraden / debiteuren / crediteuren
Betaalde dividend (debet - = + credit + = +)
- betaald dividend
+ Ontvangen rente resultaat verkoop inventaris?
- Prive opname Mutatie onderhoudsvoorziening
Mutatie verkoopkosten vooruitbetaalde
Mutatie te betalen algemene kosten
- Privé opnamen
Kasstroom uit bedrijfsoperaties apart:
Ontvangen dividend – betaalde belasting – betaalde interest + ontvangen interest