1.De brede en diverse beginsituatie
1.1 leefwereld en belevingswereld
Leefwereld
concrete werkelijkheid waarin het kind opgroeit
de verschillende contexten/ milieus/ omgevingen
Deze hebben een invloed op het kind
Deze bieden bepaalde ontwikkelkansen
de kinderen nemen bepaalde ervaringen, normen en waarden hieruit mee
Verandert heel snel, is constant in evolutie
Belevingswereld
de manier waarop het kind omgaat met zijn ervaringen uit de leefwereld
de gevoelens, wensen, dromen en fantasie die uit deze ervaringen voortvloeien
wat er inwendig in het kind gebeurt
1.1.1 de leefwereld van kinderen vroeger en nu
vroeger
kinderen gezien als volwassenen
kennis en ervaring opdoen (straffen en belonen)
20ste eeuw
psychologen en pedagogen ontdekten dat kinderen informatie opdoen op een
andere manier dan volwassenen
heeft drastische veranderingen gebracht
de leefwereld van kinderen is enorm vergroot door: transport, televisie en internet
1.1.2 leefwereld van kinderen versus de leefwereld van de leerkracht
Als leerkracht ben je niet altijd vertrouwd met de leefwereld van de kinderen
,Lerarenkorps zijn overwegend ‘wit’
Gevaarlijk om als leerkracht je eigen leefwereld als maatstaf te nemen
Verborgen aannames van leerkrachten kunnen observaties van en conclusies over het
kind beïnvloeden
Als toekomstige leerkracht moet je inzicht krijgen in de diversiteit in deze leefwereld
1.1.2 de diverse leefwereld van kinderen
diversiteit in:
SES, religie, gezinssituatie, etniciteit, capaciteiten, ouderbetrokkenheid, taal, uiterlijk,
opvoeding, emoties
Diversiteit = alle mogelijke verschillen die kunnen ontstaan tussen mensen die in onze
maatschappij samenleven, op vlak van gender, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele
geaardheid …
Diversiteit is te verklaren door verschillen in etnische, sociale en culturele achtergronden
etnische achtergrond: de bevolkingsgroep waartoe de leerling behoort
culturele achtergrond: normen, waarden en rolverwachtingen die thuis worden
meegegeven (ook religie)
sociale achtergrond: sociale milieu en de maatschappelijke groepering
(welgestelde ouders of een kansarm gezin)
SAMENHANG:
etnische achtergrond bepaalt de cultuur en de sociale milieu waarin je opgroeit
bepaalde kinderen zullen gedeelde waarden en normen hebben, maar door een
andere migratieachtergrond minders gunstig sociaal leven
we kijken naar diversiteit als een unieke kans om rijke leerervaringen op te doen
het tonen van respect voor alle leerlingen en het geloof is een cruciaal element
van doeltreffend diversiteitsonderwijs
1.2 het kind in de thuiscontext
,thuiscontext = is en blijft het belangrijkste opvoedingsmilieu. Hier ontwikkelt het kind
zijn eerste oriënteringsschema’s (= ordenen van ervaringen en vormgeven van waarden
en normen)
thuiscontext versus gezin
we spreken niet over gezin omdat die bij elk kind anders is (bv. Pleeggezin/
instelling)
2centrale begrippen in thuiscontext
- solidariteitsrelaties
- diversiteit
thuiscontext = zijn degene die door geboorte, adoptie, huwelijk of een commitment van
solidariteit, diepe persoonlijke bindingen hebben en die op elkaar mogen en kunnen
rekenen voor het geven en ontvangen van steun van welke aard dan ook, voor zover
mogelijk en vooral in tijd van nood
voorbeelden van commitment van solidariteit: pleeggezin, grootouders, crisiscentra
1.2.1 relatie ouders – kinderen
pijlers die invloed hebben op de relatie met je ouders
1.loyaliteit
basis ouder-kindrelatie
er moet een balans zijn tussen geven – ontvangen
mate van betrouwbaarheid
kind is per definitie loyaal aan ouders, wil dat ze trots zijn
Eerlijk zijn en vertrouwen niet breken, trouw zijn aan de ander. Hoe betrouwbaarder de
relatie, hoe meer het kind op je zal kunnen rekenen/ bouwen
2. streefdoelen opvoeding
volwassenheid, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid
hoe moet je omgaan met de natuurlijke exploratiedrang van kinderen?
Je wilt ze verantwoordelijkheid geven maar ook niet te veel
3. eigen ervaringen ouders
Doorgeven of doorbreken? Invloed stress?
Wat je ouders hebben meegemaakt beïnvloedt hoe ze jou zullen opvoeden
, Soms hebben je ouders dingen meegemaakt die ze NIET willen reproduceren
doorbreken van opvoedingsstijlen
Invloed stress voornemens die je wou doorbreken (bv. niet roepen) toch doen in
stresssituaties
4. gezin en omgeving
Overdracht opvattingen
Opvattingen worden gedeeld met bepaalde groep
Waarde binnen een gezin, politieke voorkeuren
Je kan je ook afzijdig voelen in je gezin doordat je geen verbondenheid voelt
5. opvoedingsstijlen
Opvoedingsstijl = een samenhang tussen gedragingen, cognities en attitudes van
ouders ten opzichte van opvoeding
Roos van Leary:
Twee dimensies:
- De mate van invloed: de mate waarin ouders hun kinderen
sturen en grenzen stellen aan het gedrag van hun kinderen of de mate waarin ze
hun kinderen volgen en ruimte geven
- De mate van nabijheid: de mate waarin ouders een hechte en warme band met
hun kinderen opbouwen
Vier opvoedingsstijlen:
- Aansturende stijl: sturen en in contact
Ouders stellen regels op waarbij ze rekening houden met de behoeften en de
wensen van het kind en vinden het noodzakelijk om dit te communiceren met hun
kind.
Ouders passen meer beloning toe dan straf
- Controlerende stijl: sturen en uit contact
Ouders voeden hun kinderen op met strenge regels, controle en discipline
Ouders verwachten gehoorzaamheid en respect
Als kinderen de regels niet volgen volgt er een straf
Ouders tonen interesse maar met weinig warmte
- Begeleidende stijl: volgen en in contact