1. WAT IS ZORG?
1.1 WAT IS ZORGBREED WERKEN?
ZORGBREED WERKEN = Een preventieve (om problemen te vermijden) en proactieve (actie
ondernemen, maar niet noodzakelijk vanuit problemen) aanpak waarbij de leerkracht van bij het begin
rekening houdt met de diversiteit in de klas.
HET DOEL is om een leeromgeving te creëren waarin alle leerlingen maximale ontwikkelingskansen
krijgen, zonder dat er meteen extra maatregelen nodig zijn.
KENMERKEN:
- Het aanbod is gericht op alle leerlingen
- De leerkracht differentieert
- Er wordt gewerkt aan een positief leerklimaat waarin leerlingen zich veilig en betrokken
voelen
- Observatie en reflectie zijn essentieel om noden tijdig te detecteren
DE BEGINSITUATIE:
Als leerkracht wil je dat alle kleuters stappen zetten op vlak van hun ontwikkeling.
Maar elke kleuter heeft een andere beginsituatie dus je kan je niet richten tot de gemiddelde
kleuter (deze bestaat niet).
1.2 WAT IS DAN ZORGVERBREDING?
ZORGVERBREDING = Een reactieve aanpak die wordt ingezet wanneer de reguliere zorg niet
volstaat. Het is een manier om de bestaande zorg uit te breiden voor leerlingen die extra
ondersteuning nodig hebben.
KENMERKEN:
- De focus is gericht op leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
- Er worden aanvullende maatregelen genomen, zoals remediëring, extra begeleiding of
aangepaste materialen (STICORDI).
- Vaak gebeurt dit in samenwerking met het zorgteam of externe partners.
- Zorgverbreding kan leiden tot een individueel handelingsplan.
STICORDI = Stimuleren, Compenseren, Remediëren, Dispenseren
- Gericht op alle ll - Individueel / kleinere
- Preventief en Differentiatie groepen
proactief De leerkracht - Reactief
- De leerkracht Max. ontwikk - STICORDI maatregel
differentieert - Naast leerkracht ook
externen
2. CONTINUÜM VAN ZORG
, 2.1 VERTREKKEN VANUIT EEN GEMEENSCHAPPELIJK KADER VOOR
ZORG
Het geeft structuur aan de organisatie van leerlingenbegeleiding in je school.
Het vormt één doorlopend aansluitend geheel en bestaat uit vier fasen.
-> Scholen hebben een basisaanbod voor alle leerlingen (zorgbreed werken) en zorg bieden voor
leerlingen voor wie dit niet volstaat (zorgverbreding).
GEVOLG: Minder leerlingen hebben nood aan bijkomende maatregelen.
BREDE BASISZORG (FASE 0)
Je stimuleert de ontwikkeling van alle leerlingen door:
- Een krachtige leeromgeving uit te bouwen
- De leerlingen systematisch op te volgen
- Actief werken aan het verminderen van risicofactoren
- Actief werken aan het versterken van beschermende factoren
VERHOOGDE ZORG (FASE 1)
Wanneer de brede basiszorg niet (meer) volstaat aan de onderwijsbehoeften van een leerling
voorzie je extra begeleiding. -> STICORDI
UITBREIDING VAN ZORG (FASE 2)
Er is nood aan bijkomende inzichten.
Zowel school als de ouder of leerling zelf kunnen dat signaleren aan het CLB.
Het kan de start betekenen van een handelingsgericht diagnostisch traject (HGC-traject) dat
eventueel uitmondt in een (gemotiveerd) verslag.
In deze fase blijft de school de maatregelen uit de verhoogde zorgfase verderzetten.
INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM (FASE 3)
Geeft de leerlingen de keuze om studievoortgang te maken binnen het gewoon onderwijs met een
IAC of om de overstap te maken naar het buitengewoon onderwijs
2.2 UITGANGS- EN AANDACHTSPUNTEN BIJ HET ZORGCONTINUÜM
1.1 WAT IS ZORGBREED WERKEN?
ZORGBREED WERKEN = Een preventieve (om problemen te vermijden) en proactieve (actie
ondernemen, maar niet noodzakelijk vanuit problemen) aanpak waarbij de leerkracht van bij het begin
rekening houdt met de diversiteit in de klas.
HET DOEL is om een leeromgeving te creëren waarin alle leerlingen maximale ontwikkelingskansen
krijgen, zonder dat er meteen extra maatregelen nodig zijn.
KENMERKEN:
- Het aanbod is gericht op alle leerlingen
- De leerkracht differentieert
- Er wordt gewerkt aan een positief leerklimaat waarin leerlingen zich veilig en betrokken
voelen
- Observatie en reflectie zijn essentieel om noden tijdig te detecteren
DE BEGINSITUATIE:
Als leerkracht wil je dat alle kleuters stappen zetten op vlak van hun ontwikkeling.
Maar elke kleuter heeft een andere beginsituatie dus je kan je niet richten tot de gemiddelde
kleuter (deze bestaat niet).
1.2 WAT IS DAN ZORGVERBREDING?
ZORGVERBREDING = Een reactieve aanpak die wordt ingezet wanneer de reguliere zorg niet
volstaat. Het is een manier om de bestaande zorg uit te breiden voor leerlingen die extra
ondersteuning nodig hebben.
KENMERKEN:
- De focus is gericht op leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
- Er worden aanvullende maatregelen genomen, zoals remediëring, extra begeleiding of
aangepaste materialen (STICORDI).
- Vaak gebeurt dit in samenwerking met het zorgteam of externe partners.
- Zorgverbreding kan leiden tot een individueel handelingsplan.
STICORDI = Stimuleren, Compenseren, Remediëren, Dispenseren
- Gericht op alle ll - Individueel / kleinere
- Preventief en Differentiatie groepen
proactief De leerkracht - Reactief
- De leerkracht Max. ontwikk - STICORDI maatregel
differentieert - Naast leerkracht ook
externen
2. CONTINUÜM VAN ZORG
, 2.1 VERTREKKEN VANUIT EEN GEMEENSCHAPPELIJK KADER VOOR
ZORG
Het geeft structuur aan de organisatie van leerlingenbegeleiding in je school.
Het vormt één doorlopend aansluitend geheel en bestaat uit vier fasen.
-> Scholen hebben een basisaanbod voor alle leerlingen (zorgbreed werken) en zorg bieden voor
leerlingen voor wie dit niet volstaat (zorgverbreding).
GEVOLG: Minder leerlingen hebben nood aan bijkomende maatregelen.
BREDE BASISZORG (FASE 0)
Je stimuleert de ontwikkeling van alle leerlingen door:
- Een krachtige leeromgeving uit te bouwen
- De leerlingen systematisch op te volgen
- Actief werken aan het verminderen van risicofactoren
- Actief werken aan het versterken van beschermende factoren
VERHOOGDE ZORG (FASE 1)
Wanneer de brede basiszorg niet (meer) volstaat aan de onderwijsbehoeften van een leerling
voorzie je extra begeleiding. -> STICORDI
UITBREIDING VAN ZORG (FASE 2)
Er is nood aan bijkomende inzichten.
Zowel school als de ouder of leerling zelf kunnen dat signaleren aan het CLB.
Het kan de start betekenen van een handelingsgericht diagnostisch traject (HGC-traject) dat
eventueel uitmondt in een (gemotiveerd) verslag.
In deze fase blijft de school de maatregelen uit de verhoogde zorgfase verderzetten.
INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM (FASE 3)
Geeft de leerlingen de keuze om studievoortgang te maken binnen het gewoon onderwijs met een
IAC of om de overstap te maken naar het buitengewoon onderwijs
2.2 UITGANGS- EN AANDACHTSPUNTEN BIJ HET ZORGCONTINUÜM