Hoofdstuk 7 Arbeidsmarktontwikkelingen en bedrijfsbeleid
7.1 Loonkostenbepalende factoren
Hoeveel ruimte er is om het loon te verhogen is afhankelijk van de arbeidsproductiviteit* en
prijsontwikkeling. Als je de prijs van je producten verhoogt of je werknemers per persoon
meer produceren, ontstaat er financiële ruimte om lonen te verhogen zonder een toename
van de loonkosten per eenheid product. Dit wordt de ‘loonruimte’ genoemd.
*Arbeidsproductiviteit = toegevoegde waarde/aantal werknemers.
Een voorwaarde is wel dat de prijsstijging ook ruimte biedt voor loonstijging. Is de
prijsstijging een gevolg van hogere grondstofprijzen, dan schept het ook geen loonruimte.
Op het moment dat de gronstofprijzen stijgen, en je dus je prijzen laten stijgen, ben je de
‘extra’ inkomen kwijt aan hogere productiekosten. Er is dan sprake van national verarming
vanwege de hogere internationale grondstofprijzen. Als dit het geval is, daalt de koopkracht
van de werknemers door hogere prijzen. Hier zullen ze niet mee akkoord gaan en gaan
hogere lonen afdwingen. Dit komt tot uitdrukking in een oplopende arbeidsinkomensquote
(aiq). De arbeidsinkomensquote is het loonaandeel in de nationale productie.
Zie onderstaande berekening:
7.1 Loonkostenbepalende factoren
Hoeveel ruimte er is om het loon te verhogen is afhankelijk van de arbeidsproductiviteit* en
prijsontwikkeling. Als je de prijs van je producten verhoogt of je werknemers per persoon
meer produceren, ontstaat er financiële ruimte om lonen te verhogen zonder een toename
van de loonkosten per eenheid product. Dit wordt de ‘loonruimte’ genoemd.
*Arbeidsproductiviteit = toegevoegde waarde/aantal werknemers.
Een voorwaarde is wel dat de prijsstijging ook ruimte biedt voor loonstijging. Is de
prijsstijging een gevolg van hogere grondstofprijzen, dan schept het ook geen loonruimte.
Op het moment dat de gronstofprijzen stijgen, en je dus je prijzen laten stijgen, ben je de
‘extra’ inkomen kwijt aan hogere productiekosten. Er is dan sprake van national verarming
vanwege de hogere internationale grondstofprijzen. Als dit het geval is, daalt de koopkracht
van de werknemers door hogere prijzen. Hier zullen ze niet mee akkoord gaan en gaan
hogere lonen afdwingen. Dit komt tot uitdrukking in een oplopende arbeidsinkomensquote
(aiq). De arbeidsinkomensquote is het loonaandeel in de nationale productie.
Zie onderstaande berekening: