1. SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
Het sociologisch bewustzijn is tamelijk recent
1. De oudste wetenschap: Astronomie (werd al gebruikt zo’n 3000 jaargeleden). Toenmalige
astronomie was niet zuiver wetenschappelijk, zij bestond uit een mengeling van astrologie en
astronomie.
Babylonische en Egyptische priesters konden zon- en maansverduisteringen voorspellen (iets wat je
niet voor elkaar krijgt zonder jarenlange systematische waarneming van de sterrenhemel).
2. De tweede oudste wetenschap: Natuurkunde (de wetenschap van dode dingen),
gegrondvest door presocratici (filosofen in de periode voor en rond Socrates, zo rond 350 -
300 v.c.).
3. De derde oudste wetenschap: Biologie (Aristoteles en Hippocrates).
Bij de heropbloei na de Middeleeuwen werden deze wetenschappen in dezelfde volgorde
herontdekt. De eerste moderne wetenschappers waren sterrenkundigen(Copernicus, Tsycho Brahe,
Kepler, Galileï), gevolgd door natuurkunde (van Galileï tot Newton) en biologen (Harvey en Linnaeus).
Vanaf de 17de eeuw duikt er een nieuwe wetenschap op: de psychologie, en sinds de 18de à 19de
eeuw bestaat ook de sociologie.
Logica in de ontwikkeling van de wetenschap
Wat het verst van ons af staat, is het makkelijkste te objectiveren en dus te
bestuderen VB: sterrenkunde
Alles wat we typisch menselijk noemen (geest, rede, technische vaardigheden, kunst, …),
heeft de mens te danken aan de sociale verbanden waarin hij leeft. Het bewust zijn van die
sociale verbanden is niet eenvoudig en daarom heeft het eeuwen geduurd voor men ‘de
mens in zijn sociale omgeving’ kon zien als onderwerp van de wetenschappelijke studie
Albion Small (Tijdperk van sociologie)
Sociologie is minder exact dan andere wetenschappen omdat de samenleving in
permanente herschepping verkeert
,Sociologische verbeelding en het ontstaan van sociologie:
Ontstond in tijden van crisis- mensen begonnen te beseffen dat hun lot niet louter henzelf
bepaald wordt, maar ook sterk afhangt van anderen en van bredere maatschappelijke
structuren ➜ Albion Small
Waarom duurde dit besef zo lang?
Er bestaat geen ‘natuurlijke distantie’ tussen individu en maatschappij
De maatschappij zit diep in ons Wijzelf maken de maatschappij, maar de
maatschappij maakt ons ook
Vb: denk aan menselijke geest (we denken in taal), of het menselijk lichaam (zindelijkheid,
etiquette): alles is sociaal gevormd
Sociologie ontluistert = laat zien hoe de samenleving echt in elkaar zit
De sociologie ontmaskert de werkelijkheid: ze toont de werkelijke sociale verhoudingen die
vaak verborgen blijven. Daarom is ze subversief, want ze kan confronterend zijn
➜ Pierre Bourdieu zei hierover “Sociologische waarheid is zo krachtig dat ze kwetst”
= de socioloog bekijkt wat vanzelfsprekend lijkt, zoals ongelijkheid, racisme of sociale rollen,
met een frisse blik en stelt die zaken in vraag
De socioloog is dus als ‘ontdekkingsreiziger in eigen samenleving’: hij bekijkt zijn
eigen cultuur alsof hij er vreemd aan is, om zo patronen te ontdekken die anderen niet
opmerken
➜ vb. Montesquie (1698-1755): schreefLettres persanes (1721)
= zogezegde brieven van Perzische reizigers over het leven in Parijs. Door te doen alsof hij
een buitenstaander was, kon hij alledaagse gewoonten van zijn eigen samenleving in vraag
stellen
➜ vb. William Du Bois (1868-1963): beschreef hoe het voelt om te leven in een samenleving
waarvan je wel deel uitmaakt, maar waarin je nooit volledig geaccepteerd wordt. Hij
onderzocht de Amerikaanse samenleving ‘van binnenuit’, maar ervoer tegelijk de afstand van
iemand die er niet echt bij hoort- vooral in de context van racisme en discriminatie
Sociologen onderzoeken waarom samenlevingen veranderen- vaak door revoliuties of
ingrijpende transformaties. Elke tijd kent haar eigen sleuteltijdperk
➜ vb. Onderzoek toont dat het onderwijssysteem een reproductie is van sociale
ongelijkheid
, THE GREAT TRANSFORMATION (K. PolanyIi)
‘Twee Revoluties’? (K. Polanyi) of waren er meer?
Politieke revolutie en industriële revolutie
Abrupt gebeurd waardoor er een bewustzijn schok was
Grote transformatie
Historische drempeloverschrijdingen:
Beheersing van HET VUUR (ca. 0,5 tot 1,5 miljoen jaar geleden): begin v.d. menselijke beschaving bij
Jagers-verzamelaars
Belangrijke stap kanteling in de machtsbalans (nu is mens de dominante soort
i.p.v. dieren)
NEOLITHISCHE REVOLUTIE
Agrarisering- (12.000 jaar geleden begonnen): overgang naar Landbouwmaatschappij
Mensen gingen de natuur aanpassen aan zichzelf ipv andersom (planten en dieren temmen)
Belangrijke kenmerken:
➜ Sedentair leven (vaste woonplaats)
Land en dieren als bezit
Ontstaan van staten en georganiseerde macht
Begin van sociale ongelijkheid
Franse revolutie: (18e eeuw): zorgde voor politieke modernisering en democratisering
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
18e -19e eeuw: Massale overgang van landbouw naar industrie:
Ontwikkeling van stoomkracht, transport, fabrieken
Mensen gingen zich meer bewust worden van hun maatschappelijke positie
DIGITALE REVOLUTIE
Opkomst van informatie- of netwerkmaatschappij
Door AI & digitalisering veranderen werk, communicatie en macht
Zoals Stefan Zweig zei: we leven in een turbulente tijden van verandering
(velen zullen hun job verliezen door AI)
Sociale media beïnvloeden hoe we problemen zien (vb: Gaza, Oekraïne)
CLANMAATSCHAPPIJ LANDBOUWMAATSCHAPPIJ INDUSTRIËLE
MAATSCHAPPIJ
POLITIEK Stam Landbouwstaat Democratische staat
AUTORITEIT & Op basis van charisma Op basis van tradities Op basis van regels
GEZAG en procedures
TECHNIEK Aanpassen aan de Domesticatie van de natuur Beheersing van de
natuur natuur
WONEN Nomadisch Sedentair: vaste Megapolis
verblijfplaats
ECONOMIE Overlevingseconomie Geldeconomie: primaire en Kapitalisme: alle
zeldzame goederen soorten goederen
RECHT Gewoonterecht Gewoonte-, charter-, en Burgerlijk, formeel en
strafrecht grondwettelijk
recht
KENNIS Mythe, magie, Filosofisch/theologisch Wetenschappelijk en
mondelinge traditie Mondeling & schriftelijk multimediaal
, Sociaal probleem als bron van sociologische verbeelding
Wat als sociaal probleem wordt gezien, hangt af van sociale definiëring: Het resultaat van hoe
individuen en groepen betekenis geven
Vb: drugsgebruik versus autorijden ➜ wat als gevaarlijker wordt gezien, hangt af van
perceptie
“Toxic masculinity” ➜ mannelijkheid wordt steeds vaker als sociaal probleel bekeken
Klimaat ➜ pas recent erkend als cruciaal maatschappelijk vraagstuk
Migratie ➜ soms als probleem, terwijl migranten vaak essentieel zijn voor knelpuntberoepen
Wat is een sociaal probleem? (Klimaat, migratie,…?)
= een situatie die objectief vaststelbaar is, subjectief als problematisch wordt ervaren, collectief erkend wordt
en oplosbaar lijkt
objectief aspect: het probleem is meetbaar
➜ vb: loonkloof man-vrouw, ♀ als ondergeschikt (♂ verdienen structureel meer dan ♀)
subjectief aspect: het wordt als problematisch ervaren
Je stelt een sociaal probleem objectief vast en ervaart het subjectief
➜feit is nog geen probleem (belangrijk dat we aantonen als sociaal probleem)
collectief aspect: erkend door groepen in de samenleving
Niet alleen de overheid moet het als een probleem zien
➜ WIJ maken het probleem (feminisme,..)
oplosbaarheid: er moet een idee van mogelijke oplossingen bestaan
➜ Er kan iets aan gedaan worden
positionaliteit: de socioloog is zelf ook deel van het probleem (autorijden vs. drugsgebruik)
➜socioloog als medespeler
= Een sociaal probleem is dus iets wat in de samenleving opborrelt & meningsverschillen uitlokt
C.W. Mills over sociologische verbeelding
Persoonlijke klachten versus sociale problemen
Persoonlijke klachten: “troubles”
Hebben betrekking op persoonlijkheid van het individu en directe omgeving
Privéaangelegenheid: zijn privé en spelen zich af binnen persoonlijke sfeer
Iets wat iemand belangrijk vindt, wordt bedreigd (vb. tandpijn lijkt een persoonlijk probleem)
Sociale problemen: “issues”
Gaat over grotere maatschappelijke structuren en groepen
Ze zijn collectief van aard en worden door velen gedeeld
Algemene aangelegenheid
Iets wat een groep belangrijk vindt, wordt bedreigd
(vb. als we kijken naar tandzorg in armere regio’s zoals Marokko, wordt tandpijn een sociaal
probleem- het gaat dan om ongelijkheid in gezondheidszorg)
Mills leert ons dus het individuele te verbinden met het collectieve: wat persoonlijk lijkt, kan sociaal bepaald
zijn.
Het individuele in verband brengen met het collectieve (en omgekeerd)
Het sociologisch bewustzijn is tamelijk recent
1. De oudste wetenschap: Astronomie (werd al gebruikt zo’n 3000 jaargeleden). Toenmalige
astronomie was niet zuiver wetenschappelijk, zij bestond uit een mengeling van astrologie en
astronomie.
Babylonische en Egyptische priesters konden zon- en maansverduisteringen voorspellen (iets wat je
niet voor elkaar krijgt zonder jarenlange systematische waarneming van de sterrenhemel).
2. De tweede oudste wetenschap: Natuurkunde (de wetenschap van dode dingen),
gegrondvest door presocratici (filosofen in de periode voor en rond Socrates, zo rond 350 -
300 v.c.).
3. De derde oudste wetenschap: Biologie (Aristoteles en Hippocrates).
Bij de heropbloei na de Middeleeuwen werden deze wetenschappen in dezelfde volgorde
herontdekt. De eerste moderne wetenschappers waren sterrenkundigen(Copernicus, Tsycho Brahe,
Kepler, Galileï), gevolgd door natuurkunde (van Galileï tot Newton) en biologen (Harvey en Linnaeus).
Vanaf de 17de eeuw duikt er een nieuwe wetenschap op: de psychologie, en sinds de 18de à 19de
eeuw bestaat ook de sociologie.
Logica in de ontwikkeling van de wetenschap
Wat het verst van ons af staat, is het makkelijkste te objectiveren en dus te
bestuderen VB: sterrenkunde
Alles wat we typisch menselijk noemen (geest, rede, technische vaardigheden, kunst, …),
heeft de mens te danken aan de sociale verbanden waarin hij leeft. Het bewust zijn van die
sociale verbanden is niet eenvoudig en daarom heeft het eeuwen geduurd voor men ‘de
mens in zijn sociale omgeving’ kon zien als onderwerp van de wetenschappelijke studie
Albion Small (Tijdperk van sociologie)
Sociologie is minder exact dan andere wetenschappen omdat de samenleving in
permanente herschepping verkeert
,Sociologische verbeelding en het ontstaan van sociologie:
Ontstond in tijden van crisis- mensen begonnen te beseffen dat hun lot niet louter henzelf
bepaald wordt, maar ook sterk afhangt van anderen en van bredere maatschappelijke
structuren ➜ Albion Small
Waarom duurde dit besef zo lang?
Er bestaat geen ‘natuurlijke distantie’ tussen individu en maatschappij
De maatschappij zit diep in ons Wijzelf maken de maatschappij, maar de
maatschappij maakt ons ook
Vb: denk aan menselijke geest (we denken in taal), of het menselijk lichaam (zindelijkheid,
etiquette): alles is sociaal gevormd
Sociologie ontluistert = laat zien hoe de samenleving echt in elkaar zit
De sociologie ontmaskert de werkelijkheid: ze toont de werkelijke sociale verhoudingen die
vaak verborgen blijven. Daarom is ze subversief, want ze kan confronterend zijn
➜ Pierre Bourdieu zei hierover “Sociologische waarheid is zo krachtig dat ze kwetst”
= de socioloog bekijkt wat vanzelfsprekend lijkt, zoals ongelijkheid, racisme of sociale rollen,
met een frisse blik en stelt die zaken in vraag
De socioloog is dus als ‘ontdekkingsreiziger in eigen samenleving’: hij bekijkt zijn
eigen cultuur alsof hij er vreemd aan is, om zo patronen te ontdekken die anderen niet
opmerken
➜ vb. Montesquie (1698-1755): schreefLettres persanes (1721)
= zogezegde brieven van Perzische reizigers over het leven in Parijs. Door te doen alsof hij
een buitenstaander was, kon hij alledaagse gewoonten van zijn eigen samenleving in vraag
stellen
➜ vb. William Du Bois (1868-1963): beschreef hoe het voelt om te leven in een samenleving
waarvan je wel deel uitmaakt, maar waarin je nooit volledig geaccepteerd wordt. Hij
onderzocht de Amerikaanse samenleving ‘van binnenuit’, maar ervoer tegelijk de afstand van
iemand die er niet echt bij hoort- vooral in de context van racisme en discriminatie
Sociologen onderzoeken waarom samenlevingen veranderen- vaak door revoliuties of
ingrijpende transformaties. Elke tijd kent haar eigen sleuteltijdperk
➜ vb. Onderzoek toont dat het onderwijssysteem een reproductie is van sociale
ongelijkheid
, THE GREAT TRANSFORMATION (K. PolanyIi)
‘Twee Revoluties’? (K. Polanyi) of waren er meer?
Politieke revolutie en industriële revolutie
Abrupt gebeurd waardoor er een bewustzijn schok was
Grote transformatie
Historische drempeloverschrijdingen:
Beheersing van HET VUUR (ca. 0,5 tot 1,5 miljoen jaar geleden): begin v.d. menselijke beschaving bij
Jagers-verzamelaars
Belangrijke stap kanteling in de machtsbalans (nu is mens de dominante soort
i.p.v. dieren)
NEOLITHISCHE REVOLUTIE
Agrarisering- (12.000 jaar geleden begonnen): overgang naar Landbouwmaatschappij
Mensen gingen de natuur aanpassen aan zichzelf ipv andersom (planten en dieren temmen)
Belangrijke kenmerken:
➜ Sedentair leven (vaste woonplaats)
Land en dieren als bezit
Ontstaan van staten en georganiseerde macht
Begin van sociale ongelijkheid
Franse revolutie: (18e eeuw): zorgde voor politieke modernisering en democratisering
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
18e -19e eeuw: Massale overgang van landbouw naar industrie:
Ontwikkeling van stoomkracht, transport, fabrieken
Mensen gingen zich meer bewust worden van hun maatschappelijke positie
DIGITALE REVOLUTIE
Opkomst van informatie- of netwerkmaatschappij
Door AI & digitalisering veranderen werk, communicatie en macht
Zoals Stefan Zweig zei: we leven in een turbulente tijden van verandering
(velen zullen hun job verliezen door AI)
Sociale media beïnvloeden hoe we problemen zien (vb: Gaza, Oekraïne)
CLANMAATSCHAPPIJ LANDBOUWMAATSCHAPPIJ INDUSTRIËLE
MAATSCHAPPIJ
POLITIEK Stam Landbouwstaat Democratische staat
AUTORITEIT & Op basis van charisma Op basis van tradities Op basis van regels
GEZAG en procedures
TECHNIEK Aanpassen aan de Domesticatie van de natuur Beheersing van de
natuur natuur
WONEN Nomadisch Sedentair: vaste Megapolis
verblijfplaats
ECONOMIE Overlevingseconomie Geldeconomie: primaire en Kapitalisme: alle
zeldzame goederen soorten goederen
RECHT Gewoonterecht Gewoonte-, charter-, en Burgerlijk, formeel en
strafrecht grondwettelijk
recht
KENNIS Mythe, magie, Filosofisch/theologisch Wetenschappelijk en
mondelinge traditie Mondeling & schriftelijk multimediaal
, Sociaal probleem als bron van sociologische verbeelding
Wat als sociaal probleem wordt gezien, hangt af van sociale definiëring: Het resultaat van hoe
individuen en groepen betekenis geven
Vb: drugsgebruik versus autorijden ➜ wat als gevaarlijker wordt gezien, hangt af van
perceptie
“Toxic masculinity” ➜ mannelijkheid wordt steeds vaker als sociaal probleel bekeken
Klimaat ➜ pas recent erkend als cruciaal maatschappelijk vraagstuk
Migratie ➜ soms als probleem, terwijl migranten vaak essentieel zijn voor knelpuntberoepen
Wat is een sociaal probleem? (Klimaat, migratie,…?)
= een situatie die objectief vaststelbaar is, subjectief als problematisch wordt ervaren, collectief erkend wordt
en oplosbaar lijkt
objectief aspect: het probleem is meetbaar
➜ vb: loonkloof man-vrouw, ♀ als ondergeschikt (♂ verdienen structureel meer dan ♀)
subjectief aspect: het wordt als problematisch ervaren
Je stelt een sociaal probleem objectief vast en ervaart het subjectief
➜feit is nog geen probleem (belangrijk dat we aantonen als sociaal probleem)
collectief aspect: erkend door groepen in de samenleving
Niet alleen de overheid moet het als een probleem zien
➜ WIJ maken het probleem (feminisme,..)
oplosbaarheid: er moet een idee van mogelijke oplossingen bestaan
➜ Er kan iets aan gedaan worden
positionaliteit: de socioloog is zelf ook deel van het probleem (autorijden vs. drugsgebruik)
➜socioloog als medespeler
= Een sociaal probleem is dus iets wat in de samenleving opborrelt & meningsverschillen uitlokt
C.W. Mills over sociologische verbeelding
Persoonlijke klachten versus sociale problemen
Persoonlijke klachten: “troubles”
Hebben betrekking op persoonlijkheid van het individu en directe omgeving
Privéaangelegenheid: zijn privé en spelen zich af binnen persoonlijke sfeer
Iets wat iemand belangrijk vindt, wordt bedreigd (vb. tandpijn lijkt een persoonlijk probleem)
Sociale problemen: “issues”
Gaat over grotere maatschappelijke structuren en groepen
Ze zijn collectief van aard en worden door velen gedeeld
Algemene aangelegenheid
Iets wat een groep belangrijk vindt, wordt bedreigd
(vb. als we kijken naar tandzorg in armere regio’s zoals Marokko, wordt tandpijn een sociaal
probleem- het gaat dan om ongelijkheid in gezondheidszorg)
Mills leert ons dus het individuele te verbinden met het collectieve: wat persoonlijk lijkt, kan sociaal bepaald
zijn.
Het individuele in verband brengen met het collectieve (en omgekeerd)