1. Ondernemen … p. 2
1.1 Economische betekenis van ondernemen … p. 2
1.2 Werkingsmiddelen
• Arbeid, kapitaal en kennis … p. 2
• Noodzakelijke werkingsmiddelen … p. 2–3
• Noodzakelijke financieringsmiddelen … p. 3
1.3 Stakeholders … p. 3
2. Registreren: Basismodel van het dubbel boekhouden … p. 4
2.1 Boekhouden als taal voor ondernemen … p. 4
2.2 Basisvergelijking van het dubbel boekhouden … p. 4
2.3 Agency-theorie … p. 4
2.4 Algemeen accountingmodel … p. 5
2.5 Stakeholders en informatiebehoefte … p. 5
2.6 Relatie tot boekhoudstandaarden … p. 5
3. Rapporteren: historische evolutie … p. 6
3.1 Geschiedenis van het boekhouden … p. 6
3.2 Belgische context … p. 6
3.3 Europese harmonisatie … p. 6
3.4 Internationale harmonisatie … p. 6
3.5 Verenigingen en stichtingen … p. 7
Zelftest – Ondernemen, Registreren en Rapporteren … p. 8
Deel 2 – Boekhoudbeginselen en rapporteringsstandaarden in België …
p. 10
1. Wettelijk kader en basisstructuur van het Belgisch boekhoud- en jaarreke-
ningenrecht … p. 10
1.1 Wetboek van Economisch Recht (WER) en uitvoeringsbesluiten … p. 10
1.2 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) … p. 11
1.3 Uitvoeringsbesluiten (Koninklijke Besluiten) … p. 12
,2. Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) … p. 13
2.1 Taak … p. 13
2.2 Bevoegdheid … p. 13
2.3 Bijkomende opdrachten … p. 13
2.4 Kenmerken … p. 13
3. Belang en doel van het Belgisch boekhoudsysteem … p. 14
Zelftest – Deel 2 … p. 15
Deel 3 – Algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen in België … p. 17
1. Structuur van de algemeen aanvaarde boekhoudprincipes … p. 17
2. Basisveronderstellingen – Boekhoudkundige uitgangspunten … p. 18
2.1 Ondernemingsentiteit … p. 18
2.2 Ondernemingen en vennootschappen naar grootte … p. 19
2.3 Uitdrukking in geldwaarde … p. 20
2.4 Bestendigheid (consistentie) … p. 21
2.5 Continuïteit (Going Concern) … p. 22
3. Vaststellen van transacties … p. 23
3.1 Verantwoordingsstukken … p. 23
3.2 Volledigheid … p. 24
3.3 Niet-compensatie … p. 24
3.4 Toerekening aan de juiste periode … p. 25
4. Waardering van transacties … p. 26
4.1 Individuele waardering … p. 26
4.2 Voorzichtigheidsprincipe … p. 27
4.3 Objectiviteit … p. 27
4.4 Relevantie … p. 27
5. Rapporteringsregels … p. 28
5.1 Periodiciteit … p. 28
5.2 Vergelijkbaarheid … p. 28
5.3 Getrouw beeld (True and Fair View) … p. 28
6. Juridische referenties … p. 29
Zelftesten en oefeningen – Deel 3 … p. 30 – 83
,Deel 1: Ondernemen, Registreren en Rapporteren
1. Ondernemen
Economische betekenis van ondernemen
Ondernemen betekent het combineren van beschikbare werkingsmiddelen zoals
arbeid, kapitaal en kennis, met het doel iets te realiseren. Dit kan zowel een
commercieel doel zijn (winst maken) als een maatschappelijk doel (bijvoorbeeld een
vereniging die activiteiten organiseert).
• Werkingsmiddelen:
o Arbeid: personeel en leidinggevenden die taken uitvoeren
o Kapitaal: geld, gebouwen, machines, materiaal
o Kennis: expertise, knowhow en vaardigheden
• Wie onderneemt?
o Ondernemingen: bedrijven die winst willen maken
o Verenigingen en stichtingen: organisaties zonder winstdoel, gericht op
een maatschappelijk of sociaal doel
• Gemeenschappelijk: alle organisaties combineren middelen om een doel te
realiseren.
• Verschil: het eindresultaat:
o Ondernemingen: winst of verlies voor de eigenaars
o VZW’s/stichtingen: alle kosten worden gedekt; eventuele winst wordt
gebruikt voor het werkingsdoel
Noodzakelijke werkingsmiddelen
Om een onderneming of organisatie te laten functioneren, zijn bepaalde middelen
nodig. Deze kunnen worden onderverdeeld in vijf categorieën:
1. Materiële werkingsmiddelen die langdurig meegaan:
o Voorbeelden: gebouwen, machines, voertuigen
o Kunnen eigendom zijn of via financiële leasing gebruikt worden
2. Materiële werkingsmiddelen via contracten:
o Voorbeelden: huur van gebouwen of machines, leasecontracten
, 3. Diensten van derden:
o Uitbesteedde taken zoals schoonmaak, IT-diensten of consultancy
4. Vlottende middelen:
o Kortlopende middelen zoals voorraden, kasgeld en debiteuren
5. Prestaties van personeel en leiding:
o Het werk dat medewerkers uitvoeren is ook een essentieel
werkingsmiddel
Noodzakelijke financieringsmiddelen
Werkingsmiddelen kunnen alleen bestaan als er genoeg financiering is.
Financieringsmiddelen zijn nodig om middelen aan te kopen, te huren of te betalen.
• Bronnen van financiering:
. Eigenaars/aandeelhouders: kapitaal in ondernemingen
. Initiatiefnemers en derden: vaak bij verenigingen of stichtingen
. Schuldeisers/derden: leningen of kredieten, van toepassing bij zowel
ondernemingen als verenigingen
Stakeholders
Een organisatie heeft relaties met verschillende belanghebbenden, oftewel
stakeholders, die elk specifieke informatie nodig hebben.
• Categorieën van stakeholders:
o Interne stakeholders: personeel, management, eigenaars
o Externe stakeholders: klanten, leveranciers, banken, overheid
o Interface stakeholders: partijen die zowel intern als extern invloed
hebben, zoals toezichthouders of investeerders
• Elke stakeholder heeft een informatiebehoefte, bijvoorbeeld: winstcijfers voor
aandeelhouders, betalingsvoorwaarden voor leveranciers, financiële stabiliteit
voor banken. Dit maakt een rapporteringsmodel noodzakelijk.