Perifeer Lager Motor Neuron (PMN) letsel
o Meestal ipsilateraal
o Parese (verlamming)
o Hypo- tot areflexie (verlaagde of afwezige reflexen)
o Hypotonie (verlaagde spierspanning)
o Spieratrofie (verlies van spiermassa)
o Fasciculaties (ongeordende spiertrekkingen zonder bewegingseffect)
Centraal Motorisch Neuron (CMN) letsel / Pyramidaal syndroom
o Hyperreflexie van peesreflexen (overactivatie)
o Clonus of Hoffmann-Trömner fenomeen
o Pathologische huidreflexen (voetzoolreflex in extensie/Babinski)
o Verdwijnen van buikhuidreflexen
o Verschijnen van primitieve reflexen (snoutreflex, palmomentaal reflex)
o Hypertonie en spasticiteit (toenemende weerstand bij snel passief bewegen)
o Knipmesfenomeen
o Verlies van fijne motoriek
Facialisverlamming (Gelaat)
o Perifeer letsel: Mond hangt af en het oog kan moeilijk gesloten worden
o Centraal letsel (bv. beroerte): Mond hangt af, maar het oog kan nog makkelijk
worden dichtgeknepen
Spierziekten (algemeen)
o Krachtsverlies voornamelijk in proximale spiergroepen (schouder- en heupgordel)
o Spieratrofie
o Normoreflexie tot hyporeflexie
o Geen fasciculaties of spasticiteit
Sensorische Ataxie
o Ongecontroleerde en ongecoördineerde bewegingen
o Symptomen nemen toe bij het sluiten van de ogen (positieve proef van Romberg)
o Gestoorde gnostische sensibiliteit (feedback uit lemniscaal systeem ontbreekt)
1
,Les 2 & 3: Cerebrovasculaire Aandoeningen (CVA)
Ischemisch CVA (Herseninfarct/beroerte)
o Ontstaan door: bloedvoorziening naar neuronen komt in gedrang
o Plotselinge neurologische uitval door arteriële of veneuze occlusie
o Functieverlies kan door: een ischemische kern (onherstelbaar) en een penumbra
(bedreigd maar te redden weefsel)
o Dichter bij de kern = meer bedreigde regio
o Povere collaterale circulatie = het snel uitbreiden van de ischemische kern
(penumbra dus sneller opgeslokt door deze kern als bloodverziening niet hertseld wordt)
Arteria Cerebri Media (ACM) Infarct
o Motorische uitval: gelaat + arm lateraal > been mediaal (spasticiteit van felxoren en
extensoren zijn niet in gelijke mate angetast, ze zijn omgekeerd)
§ Contralaterale hemiplegie (OL redelijk gespaard à pyramidaal patroon)
o Contralaterale hemihypo-esthesie : diep > oppervlakkig (weer relatieve sparing been)
o Contralaterale homonieme hemianopsie (sensibiliteit aantasting aan dezelfde zijde)
o Taalstoornis/Afasie (in dominante hemisfeer: linker hemisfeer (20% vd linkshandigen
rechter hemisfeer)
§ Motorisch = Broca (anomie) OF sensorisch = Wernicke
o Neglect (bij letsel niet-dominante hemisfeer)
§ Negeren van contralaterale zijde van de wereld; de helft van een bord op eten,
andere helft zien maar negeren dat het ook van hun is
§ Belang in inschatting van ruimtes à moeite met vorm na te tekenen
o Blik- en hoofddeviatie naar de kant van het infarct in de ACUTE fase
o Homonieme hemianopsie: afhankelijk van grote ACM = blindheid van één oog
Arteria Cerebri Anterior (ACA) Infarct
o Motorisch uitval: arm en gelaat > been
§ Parese en gevoelsverlies van voornamelijk het contralaterale been
o Soms: ernstige apathie / urinaire incontinentie (frontaal mictiecentrum à zorgt voor
initiate van mictie)
o Bilateraal arteria cerebri anterior syndroom: rode zone op distributiegebied (= ACA)
§ Bilateraal gevoelsverlies in benen + urinaire incontinentie (frontaal mictiecentrum)
§ Uitzonderlijk cerebrale paraplegie
Arteria Cerebri Posterior (PCA) Infarct
o Groen op distributie gebied (= PCA)
o Contralaterale homonieme hemianopsie: probleem van beide ogen waarbij maar de
helft kan worden verwerkt in de hersenen
o Soms sparing van de centrale visus (door bloedtoever van cerbri media aan deel van
de occipitale cortex)
2
, o Bilateraal arteria cerebri posterior syndroom:
§ Top of the basilar: embool op T-splitsing à probleem beide posterieure arteries
§ Bilateraal hemianopsie (= blindheid) (soms centrale visus gespaard)
§ Anton syndroom
Anton syndroom
o Ontkenning van blindheid bij totale corticale blindheid
Arteria Basilaris Infarct
o Functiestoornissen in de hersenstam + cerebellum + occipitale kwab
o Parese van de vier ledematen + gelaatspieren van keel en tong
o Blikparese (ogen niet over middellijn krijgen à niet kunnen kijken naar contralarteale zijde)
o Nystagmus
o Vertigo (duizeligheid) en ataxie (coördinatieprobleem)
o Zeldzaam “locked-in” syndroom
Locked-in syndroom
o Pyramidale baan geraakt niet to aan ledematen
o Volledige verlamming behalve verticale oogbewegingen + intact bewustzijn
§ Ook intact gehoor, visus, sensibiliteit
o = complete tetralgie = patiënt opgesloten in eigen lichaam
Lacunaire Infarcten (kleine bloedvaten)
o Letsels (oclussie/vernauwing) kleiner dan 15mm in diepe hersengebieden (thalamus,
capsula interna à dus NIET corticaal)
o Begint met wisselende uitval en vordert naar definiteve uitval
§ Pure motor stroke: Enkel motorische uitval
§ Pure sensory stroke: Enkel sensibel verlies
§ Sensiromotrisch
§ Hemiataxie-hemiparese: combinatie van zwakte en coördinatiestoornissen
aan één zijde van het lichaam.
o Kan assymptomatisch zijn en heeft beter prognose dan grote corticale infarcten
Transient Ischemisch Attack (TIA)
o Voorbijgaande neurologische uitval
o Volledig herstel binnen 24 uur ó CVA = uitval meer dan 24u
3
, Cerebrale Veneuze Sinustrombose (CVT)
o Trombose in de hersenaders of sinussen
o Hoofdpijn en papiloedeem
o Epileptische aanvallen
Parenchymateuze Hersenbloeding
o Diepe bloeding: Vaak door hypertensie in basale ganglia of thalamus
o Lobaire bloeding: Oppervlakkig gelegen, vaak door amyloïdangiopathie
o Hevige hoofdpijn, misselijkheid en braken
Subarachnoïdale Bloeding (SAB)
o Meest voorkomend door trauma
o Acute "donderslaghoofdpijn" (ernstigste ooit)
o Nekstijfheid
o Kortdurend bewustzijnsverlies of verwardheid
Sclerose
1. Atherosclerose = verdikking + verharding van vaatwand waardoor netto bloedstroom kan
afnemen. Mogelijks ook ulceratie: inhoud van plaque bloodgesteld aan de inhud vh bloed
kan resulteren in lokale klontervorming en embolen.
2. Arteriosclerose = vernauwing kleinere distale bloedvaatjes door homogen verdikking vd
vaatwand + cholesterol opstapeling. Mogelijks ontstaan van lacunaire infarcten.
3. Cardio-emboligeen = bij VKF worden er makkelijk klonters gevormd want de voorkamers
kloppen niet regelamtig. Kan ook ontstaan bij Endocarditis, hematogene uitzaaiing en
beroertes.
Dens artery sign (beeldvorming)
Lijnvormige hyperdensiteit = witte treep thv klonter die bastzit in cerebri media
Waterscheidings infarct (type CVA)
Tgv bloeddrukval (NIET door klonter) +atheroscelrotsiche vernauwing van proximaal bloedvat in
periferie van 2 aangrenzende vaatgebieden
ICA – Arteria carotis interna occlusie
o Kan voorafgegaan zijn door TIA met visusverlies in 1 oog
o Verstoring in flow van cerberi media en/of anterior
o Acute aflsuiting kan symptoomloos à afhankelijk van collateralen à als deze goed zijn aan
de andere kant kunnen zij het tekort aan bloed tijdelijk opvangen
o Proximale occlusie = door meer turbulente flow en afzetting vd bloedvatwand
o Distale oclussie =gevolg van elbool dat uit hart komt; groter letsel als klonter niet verdwijnt
4
,Les 4: Neuro-inflammatoire en Infectieuze Aandoeningen
Multiple Sclerose (MS)
o Auto-imuunziekte: sporadisch plaques in witte stof van centraal zenuwstelsel
o Op lange termijn ook gliose = sclerotische plaques
o Myeline oligodendrocyten afgebroken door ontsteking = demyelinisatie
§ Onvolledige prikkelgeleiding + verstoord de bloedhersenbarrière
o Naast myeline verlies ook secundaire axonale degeneratie = grijze stof verlies
= “black holes” op MRI
o Presenteert zich zeer variabel
o Neuritis optica (25%): ontsteking oogzenuw
o Pijnlijke visusdaling aan één oog / gedaalde visusscherpte
o Pijnlijke oogbeweging / soms kleurenzicht verlies (vooral rood minder helder)
o Visus heeft goede progonose & 50% van p met neurtisi optica ontwikkeld MS
o VEP = visual evoked potential: naar dambord kijken à vertraagde geleiding van
visuele prikkels tot aan de achterkant vd hersenen
o Sensibele stoornissen: Paresthesieën en het symptoom van Lhermitte (gevoel van
elektrische schok/signaal naar beneden bij het vooroverbuigen vd nek)
o Motorische stoornissen: Piramidebaansymptomen (benen, later ook armen)
o Niet meer hinkelen, lopen traag, struikelen, snel moe na lopen
o Geen buikreflex
o Hersenstam: diplopie (= dubbelzicht) + internucleaire oftalmoplegie (INO =
adductiebeperking tijdens blik opzij) + aangezichtparese
o Cerrebelair: vooral bij chronische; coördinatieproblemen + schokkende oogbeweging
(nystagmus + vertigo)
o Algemeen: Chronische moeheid, depressie, MCI en sfincterstoornissen (urinaire
urgency = ontremde detrusoractiviteit)
o EDSS schaal 0 – 10 (0 = geen klacht / 10 = overleden door MS)
o Levensverkorting met 10 jaar door alle complicaties
o In het begin veel leasies + pyramidal/cerrebelaire symptomen = ongunstig
prognotische factoren
o Myelopathie: op tippen stappen, urgency syndroom, spastische gang, hyperreflexie
o Relapse remitting: overgang naar secundaire progressieve vorm
o Benigne MS: geen aanvallen maar geleidelijke achteruitgang
o PPMS = primaire progressieve MS: proggressie vanaf beging à best te behandelen
o MS is niet te genezen, proberen vertragen à corticosteroïden, onderdrukken ZS
5
,Bacteriële Meningitis
o Meningo-encefalitis ó abces
o Ontsteking/infectie hersenvliezen + hersenweefsel ó afgekapselde ruimtes, minder typische symp
o Hoge koorts en hevige hoofdpijn
o Nekstijfheid (teken van Brudzinski = weerstand + benen optrekken bij nek anteflexie)
o Fotofobie (lichtschuwheid) en braken
o Verwarring à bewustzijnsdaling à coma met evt dood
o Zeldzaam: meningokokkensepsie = fulminante ziekte naar coma in uren
(tegenwoordig inenting hiertegen)
o Soms epileptisch
o Myelitis indien infectie niet behandeld wordt
o Behandeling: antibiotische therapie + dexamethasone (onderdrukking ontsteking)
Virale Meningitis
o Vrij acuut, milder beloop (lijkt op ernstige griep)
o Koorts, hoofdpijn en misselijheid zonder neurologische uitval
o Alleen symptoom behandeling maar geen virus behandeling
o Klacht enkele dagen tot max 2 weken
Encefalitis (Hersenweefsel – ontsteking)
o (Sub)acuut ontstaan; koorts, hoofdpijn en bewustzijnsdaling
o Bij ong 40% is er een virale verwekker
o Focale uitval en epilepsie
o ZEER variabel: van mild + na 1/2 weken weg zonder behandeling ó tot in enkele
dagen dood of weken durend + restverschijnselen
o Herpes Simplex Encefalitis: mogelijks gewekt door HSV I & HSV II (= herpes simlplex virus)
o Tast specifiek vaak de temporale kwabben aan (taal- en gedragsstoornissen)
§ Door zwelling van temoporalkwab duwt deze tegen de hersenstam
Ziekte van Lyme
o Ontstaan: spirocheet, overgedragen ixodes teken
o Stadium 1:
o Erythema migrans: rode ring, geleidelijk uitbreidende erytheem op beetplaats
o Algemene malaise, koorts, hoofd-/spier-/keelpijn, lymfeklierzwellingen
o Stadium 2: na weken/maanden
o Radiculaire pijn en perifere zenuwuitval/verlamming (craniale zenuwen)
§ Guillain-Barré-like
o Stadium 3: zeldzaam + laattijdig
o CZS symptomen: Ataxie, geheugenklachten en mono-/hemiparesen
o Neuroborreliose: hersenontsteking tgv Ziekte van Lyme
6
, Les 5 & 6: Bewegingsstoornissen en Cerebellum
Ziekte van Parkinson
o Oorzaak ongekend (Erfelijk + omgeving?)
o Reacties: stratiaal dopaminetekort = afsterven dopaminerge neuronen
§ minstens 50% afsterven voor symptomen à redelijk reserve
§ Ook serotonerge + adrenerge beïnvloed
o Diagnose: altijd sprake van bewegingsarmoede + minstens 1 vd 3 kernsymptomen
o Voorafgaand: REM-sleep disorder (dromen uitvoeren), depressie, minder reukzin,
micrografie (klein schrijven), maskergelaat (weinig mimiek), algemeen slaapprobleem
o Hypokinesie: bewegingsarmoede + montone / stille aka “hypofone” spraak + kwijlen
o Bradykinesie (traagheid vd beweging)
o Decrement: afnemende grootte vd bewegingsuitslag (uitlokken met bv vingertappen)
3 kernsymptomen
o Rigiditeit: verhoogde weerstand tegen passieve beweging onafhankelijk vd snelheid
§ Tandrad fenomeen: tikkend loslaten en aanspannen vd spieren
§ Teken van Forment = erger als we bewegingen gelijk uitvoeren
o Temor: rusttremor: kan toenemen bij emotie (geen volledig hoofdtremor)
§ "Pillendraaiers aspect" = pro-/supinatie met duim, lijkt op geld tellen
o Gangstoornis & minder posturale controle (onszelf recht houden)
§ Gezond persoon houd evenwicht met max 1 extra stap bij schouders trekken langs achter
§ Draaiien ‘en bloc’: geen vloeiende draaibeweging
§ Festinatie: onwillekeurig verkorting en versnelling van passen gevolgd door
§ Propulsie: niet plotselling kunnnen stoppen of steeds harder gaan
§ Freezing: plotseling blokkeren van stappen, vaak bij smalle doorgang
o Cognitief + gedragsverandering is pas laattijdig in de ziekte
§ Dementie in eerste jaren vd ziekte pleit sterk tegen diagnose van Parkinson
o Enkel symptoom behandeling (belangrijkste = levodopa: dopamine aanmaken)
§ Honeymoon effect: begin zeer goed effect waardoor krachtige eersten jaren
o On/off fase = responsflucttuaties: fase waar medicatie goed (on) & slecht (off) werkt
§ In begin goed voorspelbaar (bv; “early morning dystonia” = pijnlijke dystonie voet)
o “Wearing off” = eindedosis-off: levodopa werkt minder dan 4u
o Nieuw: neurochirurgie à bilaterale elektrode: vermindering dyskinesieën +
fluctuaties (doet NIKS aan dopaminelevels!)
o Kiné: lopen, houding, draaiien, evenwichht balans / Logopedie: voor dysartrie
Vasculair parkinsonisme
o Ontstaan door vasculair letsel (lacunair infarct) in basale ganglia + witte stof (frontaal)
o Hypertensie = belangrijkste risicofactor
o Tov van ziekte van parkinson: Vooral lower body parkinsonisme, minder tremor
7