Materialen : deel 1 : hout en afgeleide producten
Intro
Belang van materialen in interieurvormgeving
Moodbord
Form follow function > form follows material (stoel met geplooide buis)
stoel : zitvlak, rugleuning
Eigenschappen aangepast aan gebruik
badkamer : tegels (moet waterdicht zijn) , formaat tegels
1. Hout en afgeleide producten
- Lange geschiedenis als bouwmateriaal
- Makkelijk te bewerken
- Aanwezig in alle klimaatzones
- Hernieuwbaar, boom kappen er groeit nieuwe : relatief duurzaam, niet duurzaam : invoeren
- Hout = constructie materiaal
- Veelzijdig : constructie materiaal maar ook afwerkingsmateriaal je kan er veel mee doen
- Emotioneel aantrekkelijk warm, natuurlijk
2. De boom
- Stam als bouwmateriaal
- Wortel gebruiken als fineer
o Fineer : dun houten plaatmateriaal van gelijkmatige dikte
- Fotosynthese
o Proces met licht (groeien)
o Koolzuur wordt opgenomen
o Zuurstof wordt afgegeven
o Kunnen uitleggen!
De bomen kan het CO2 uit de lucht halen : goed!
3. Macroscopische structuur
- Schors
o Beschermt de stam
- Cambium
o Nieuwe hout wordt hier aangemaakt, naar binnen toe
- Breedte groeiring
o Bepalen hoe oud
- Merg
o Kern stam
- Radiale doorsnede
o Door het middelpunt
1
,4. Groeiringen
Vroeghout Laathout : voor constructies
Groeiperiode : lente Rustperiode : winter
Sapstroom : veel nodig Kleine cellen, meer celwand
Grote cellen, weinig celwand Vast en stevig zorgt voor sterkte
Losse structuur, licht gewicht Zwaarder
Lichte kleur Donkere kleur
Naaldhout
- Kleurverschil tussen vroeg- en laathout
- Brede ringen = minder sterk
- Hout uit koudere streken sterker
Loofhout
- Ringporig loofhout : vaten in vroeghout
o Brede ringen = harder hout constructiehout
o Smalle ringen = zachter hout schrijnwerk
- Verspreidporig loofhout
5. Verkerning
Zorgt ervoor dat in de binnenste ringen beter bestemd tegen de stoffen
Duurzaam (lang kan meegaan)
- Jonge boom bladkroonvorming : veel sapstroom
- Oudere boom meer houtvorming : minder kroonvorming
- Geen sapstroom meer in binnenste gedeelte stam
- Omzettingen in harsen, looistoffen, kleurstoffen, gifstoffen
- Vaten raken verstopt door uitstulpingen (thyllen) afgesloten van vocht
- Kernhout
o Harder, sterker, duurzamer
o Donkerder dan splinthout
o Heeft lager vochtgehalte
o Niet snel aangetast door insecten, droger, sterker, harder
6. Houtweefsels en hun functie
Loofhout
- Transport
o Vaten
- Steunweefsels (vezels)
o Langwerpige cellen met verdikte wand
o Zorgen voor stijfheid
o Vezel richting geeft sterkte aan
o Vochtopname zwel en krimp
- Voedselopslag en samenhang
o Korte cellen met dunne wanden
o Radiaal en axiaal parenchymen : stralen
2
,Naaldhout
- Steun en transport
o Tracheïden : langgerekte cellen met hofstippel
Hofstippel : openingen tussen cellen
- Voedselopslag en samenhang
o Korte cellen met dunne wanden
o Parenchymen : vele smallen stralen
- Harsgangen
7. Houtsecties
Sectie : doorsnede
Cilinder : bovenvlak : kopse snede
Tangentiaal gesneden weg van het middelpunt
Dosse vlak : tangentiaal aan het uiteinde rekening houden dat het kan vervormen
Kwartier vlak : radiaal het beste
Half kwartier : tussensnijvlak
- Kops hout : kops punt : zwakste punt om het zuigt vocht op
o Groeiringen zichtbaar
o Zeer slijtvast
o Zuigt vocht op
- Kwartiers hout
o Door as van stam
o Lijnentekening
o Minst vervormingen
o Nat droog : KRIMP , vervormt niet
- Half kwartiers
o Groeiringen : 45° < hoek < 90°
o Licht gevlamde tekening
- Dosse gezaagd
o Hoek < 45°
o Gevlamde tekening
o Vervormingen
o Nat droog : trekt krom, vervormt wel
3
, 8. Schadelijke invloeden voor hout
- Weersomstandigheden
o Door zon en regen
- Mechanische slijtage
o Waar bv veel op gelopen word (een trap bv)
- Brand
o Brandbaarheid : boven 270 à 300°C ontvlamming
o Vlammen en rook
o Brandweerstand : gebouw moet blijven rechtstaan de tijd dat het gebouw
geëvacueerd kan worden
- Chemische invloeden
o Chemische producten die vanalles kunnen aantasten
o Bij hout dringt het in
8.1 Vocht zwel en krimp
- Vochtgehalte : % gewicht water / drooggewicht
- Hout is hygroscopisch : het past zich aan qua vochtgehalte aan de omgeving
- Verzadigd hout : kan meer dan 100% water bevatten : 100g droog hout zit 100g water
o Kan hoger liggen dan 100%
- Vochtspreiding : vrij water (in de vaten, dat circuleert) gaan makkelijk in en uit –
imbibitiewater (het water dat in de cellen zit) dit zorgt voor zwellen en krimpen –
chemisch gebonden water (speelt geen rol bij zwellen en krimpen tenzij bij vernietigen bv
branden)
8.1.1 Proces van drogen
- Verzadigd hout er kan geen water meer bij
- Verzadigd hout drogen : vers of groen hout : 60 tot 90%
- Ontruiming vrij water > vermindering gewicht
- Vezelverzadigingspunt : tussen 24 en 30%
o Het maximale houtvochtgehalte dat bereikt kan worden
- Ontruiming imbibitiewater
o Gewichtsvermindering + volumeverandering KRIMP
o Verhoging mechanische weerstand
- Vochtvrije toestand (theoretisch)
8.1.2 Stabiliteit van hout!!
- = mate van weerstand tegen vervormingen ten gevolge van vochtopname of -afgifte
- Afhankelijk van houtsoort, zaagsnede, schommelingen in relatieve vochtigheid
Lineaire krimp
Axiale richting De richting van de stam : te verwaarlozen
Radiale richting In richting van het hart
Tangentiale krimp 2x groter dan radiale en aanleiding tot vervormingen
Schommelingen in relatieve vochtigheid : in badkamers bv
4
Intro
Belang van materialen in interieurvormgeving
Moodbord
Form follow function > form follows material (stoel met geplooide buis)
stoel : zitvlak, rugleuning
Eigenschappen aangepast aan gebruik
badkamer : tegels (moet waterdicht zijn) , formaat tegels
1. Hout en afgeleide producten
- Lange geschiedenis als bouwmateriaal
- Makkelijk te bewerken
- Aanwezig in alle klimaatzones
- Hernieuwbaar, boom kappen er groeit nieuwe : relatief duurzaam, niet duurzaam : invoeren
- Hout = constructie materiaal
- Veelzijdig : constructie materiaal maar ook afwerkingsmateriaal je kan er veel mee doen
- Emotioneel aantrekkelijk warm, natuurlijk
2. De boom
- Stam als bouwmateriaal
- Wortel gebruiken als fineer
o Fineer : dun houten plaatmateriaal van gelijkmatige dikte
- Fotosynthese
o Proces met licht (groeien)
o Koolzuur wordt opgenomen
o Zuurstof wordt afgegeven
o Kunnen uitleggen!
De bomen kan het CO2 uit de lucht halen : goed!
3. Macroscopische structuur
- Schors
o Beschermt de stam
- Cambium
o Nieuwe hout wordt hier aangemaakt, naar binnen toe
- Breedte groeiring
o Bepalen hoe oud
- Merg
o Kern stam
- Radiale doorsnede
o Door het middelpunt
1
,4. Groeiringen
Vroeghout Laathout : voor constructies
Groeiperiode : lente Rustperiode : winter
Sapstroom : veel nodig Kleine cellen, meer celwand
Grote cellen, weinig celwand Vast en stevig zorgt voor sterkte
Losse structuur, licht gewicht Zwaarder
Lichte kleur Donkere kleur
Naaldhout
- Kleurverschil tussen vroeg- en laathout
- Brede ringen = minder sterk
- Hout uit koudere streken sterker
Loofhout
- Ringporig loofhout : vaten in vroeghout
o Brede ringen = harder hout constructiehout
o Smalle ringen = zachter hout schrijnwerk
- Verspreidporig loofhout
5. Verkerning
Zorgt ervoor dat in de binnenste ringen beter bestemd tegen de stoffen
Duurzaam (lang kan meegaan)
- Jonge boom bladkroonvorming : veel sapstroom
- Oudere boom meer houtvorming : minder kroonvorming
- Geen sapstroom meer in binnenste gedeelte stam
- Omzettingen in harsen, looistoffen, kleurstoffen, gifstoffen
- Vaten raken verstopt door uitstulpingen (thyllen) afgesloten van vocht
- Kernhout
o Harder, sterker, duurzamer
o Donkerder dan splinthout
o Heeft lager vochtgehalte
o Niet snel aangetast door insecten, droger, sterker, harder
6. Houtweefsels en hun functie
Loofhout
- Transport
o Vaten
- Steunweefsels (vezels)
o Langwerpige cellen met verdikte wand
o Zorgen voor stijfheid
o Vezel richting geeft sterkte aan
o Vochtopname zwel en krimp
- Voedselopslag en samenhang
o Korte cellen met dunne wanden
o Radiaal en axiaal parenchymen : stralen
2
,Naaldhout
- Steun en transport
o Tracheïden : langgerekte cellen met hofstippel
Hofstippel : openingen tussen cellen
- Voedselopslag en samenhang
o Korte cellen met dunne wanden
o Parenchymen : vele smallen stralen
- Harsgangen
7. Houtsecties
Sectie : doorsnede
Cilinder : bovenvlak : kopse snede
Tangentiaal gesneden weg van het middelpunt
Dosse vlak : tangentiaal aan het uiteinde rekening houden dat het kan vervormen
Kwartier vlak : radiaal het beste
Half kwartier : tussensnijvlak
- Kops hout : kops punt : zwakste punt om het zuigt vocht op
o Groeiringen zichtbaar
o Zeer slijtvast
o Zuigt vocht op
- Kwartiers hout
o Door as van stam
o Lijnentekening
o Minst vervormingen
o Nat droog : KRIMP , vervormt niet
- Half kwartiers
o Groeiringen : 45° < hoek < 90°
o Licht gevlamde tekening
- Dosse gezaagd
o Hoek < 45°
o Gevlamde tekening
o Vervormingen
o Nat droog : trekt krom, vervormt wel
3
, 8. Schadelijke invloeden voor hout
- Weersomstandigheden
o Door zon en regen
- Mechanische slijtage
o Waar bv veel op gelopen word (een trap bv)
- Brand
o Brandbaarheid : boven 270 à 300°C ontvlamming
o Vlammen en rook
o Brandweerstand : gebouw moet blijven rechtstaan de tijd dat het gebouw
geëvacueerd kan worden
- Chemische invloeden
o Chemische producten die vanalles kunnen aantasten
o Bij hout dringt het in
8.1 Vocht zwel en krimp
- Vochtgehalte : % gewicht water / drooggewicht
- Hout is hygroscopisch : het past zich aan qua vochtgehalte aan de omgeving
- Verzadigd hout : kan meer dan 100% water bevatten : 100g droog hout zit 100g water
o Kan hoger liggen dan 100%
- Vochtspreiding : vrij water (in de vaten, dat circuleert) gaan makkelijk in en uit –
imbibitiewater (het water dat in de cellen zit) dit zorgt voor zwellen en krimpen –
chemisch gebonden water (speelt geen rol bij zwellen en krimpen tenzij bij vernietigen bv
branden)
8.1.1 Proces van drogen
- Verzadigd hout er kan geen water meer bij
- Verzadigd hout drogen : vers of groen hout : 60 tot 90%
- Ontruiming vrij water > vermindering gewicht
- Vezelverzadigingspunt : tussen 24 en 30%
o Het maximale houtvochtgehalte dat bereikt kan worden
- Ontruiming imbibitiewater
o Gewichtsvermindering + volumeverandering KRIMP
o Verhoging mechanische weerstand
- Vochtvrije toestand (theoretisch)
8.1.2 Stabiliteit van hout!!
- = mate van weerstand tegen vervormingen ten gevolge van vochtopname of -afgifte
- Afhankelijk van houtsoort, zaagsnede, schommelingen in relatieve vochtigheid
Lineaire krimp
Axiale richting De richting van de stam : te verwaarlozen
Radiale richting In richting van het hart
Tangentiale krimp 2x groter dan radiale en aanleiding tot vervormingen
Schommelingen in relatieve vochtigheid : in badkamers bv
4