Contents
Module 1: Wat is filosofie en technologie?..............................................................................................................2
Technologie...........................................................................................................................................................2
Filosofie.................................................................................................................................................................2
Attitude..............................................................................................................................................................3
Methode............................................................................................................................................................3
Vragen...............................................................................................................................................................3
metafysica.........................................................................................................................................................3
logica.................................................................................................................................................................4
epistemologie of kennisleer..............................................................................................................................4
moraalfilosofie...................................................................................................................................................4
module 2: Wat moet ik doen om goed te doen........................................................................................................6
plichtethiek (immanuel kant, 18e eeuw)...............................................................................................................6
natruurlijke laag................................................................................................................................................6
zintuigelijke laag................................................................................................................................................6
redelijke laag.....................................................................................................................................................6
Consequentialisme (jeremy bentham en john stuart mill, 18 e eeuw)..................................................................8
utilitarisme........................................................................................................................................................8
deugdethiek (aristoteles, 3e-4e eeuw vc)............................................................................................................10
module 3: is technologie waardeneutraal..............................................................................................................11
inleiding...........................................................................................................................................................11
Brede interpretatie..........................................................................................................................................11
smalle interpretatie.........................................................................................................................................11
wat betekent het allemaal..................................................................................................................................11
argumenten pro..................................................................................................................................................12
argumenten contra.............................................................................................................................................12
kritische bedenkingen.........................................................................................................................................12
belang van neutraliteit........................................................................................................................................13
module 4: is ai disruptieve technologie..................................................................................................................14
zes hoofdzonden.................................................................................................................................................14
misbruik...........................................................................................................................................................14
privacy.............................................................................................................................................................14
bias..................................................................................................................................................................14
veiligheid.........................................................................................................................................................14
1|P a g e
, transparantie...................................................................................................................................................14
duurzaamheid.................................................................................................................................................15
morele verantwoordelijkheid..............................................................................................................................15
MODULE 1: WAT IS FILOSOFIE EN TECHNOLOGIE?
TECHNOLOGIE
Technologie is een artificieel proces, een artefact.
Ruwe omschrijving van technologie als ding
1. Artificieel of kunstmatig
a. Doorgaans dat het een gevolg van menselijk handelen is, “artefact” wordt soms ook gebruikt
wanneer het over dieren gaat. Een artefact is het bedoelde effect van menselijk handelen.
2. Functioneel
a. Alle technologie is ontworpen met een doel voor ogen, zonder die doelgerichtheid is een
ontwerp geen technologie.
3. Materieel
a. Technologie moet meetbaar en tastbaar zijn
Alle 3 de eigenschappen zijn noodzakelijk, maar elk een onvoldoende eigenschap.
Alle technologie is artificieel, maar niet al het artificiële is technologie.
Artificiële Intelligentie is een technologie die gebonden is aan iets materieel met een bijzonder vermogen.
Superintelligentie
Tegenwoordig wordt met die uitdrukking heel soms verwezen naar kunstmatige entiteiten die de
vermogens van mensen verregaand overtreffen, en die dat op meerdere vlakken doen: in cognitieve
zien, door in een flits patronen in data te herkennen, en op fysiek vlak, omdat ze zich bijzonder rap
kunnen verplaatsen, zowel in het water en de lucht als over de grond. (Deze vormen van slimme
technologie bestaan niet)
Algemene AI
Dit is technologie die verwant is aan hoe wij, mensen, functioneren. Het wordt “algemene” genoemd
omdat ze in staat is om al dan niet tegelijkertijd meer dan één taak uit te oefenen en om de
informatie uit ene taak voor een andere taak te gebruiken.
Algemene Ai is bewust van dingen die ze doet, in staat om te genieten en om te lijden of pijn te
hebben. (Deze AI bestaat niet)
Smalle AI
Het is de enige vorm van AI die vandaag de dag bestaat. Deze vorm van AI kan maar een zeer
specifieke opdracht uitvoeren, en dat ze niet kan switchen tussen verschillende soorten opdrachten.
Alles wat met smalle AI te maken heeft kan men onderscheiden is 2 soorten
1. Klassieke expertsystemen: in als-dan vorm, is gebaseerd op wat experten al weten
2. Machine learning: data analyseren, ‘leert’ nieuwe dingen
neurale netwerken/ deep learning
FILOSOFIE
2|P a g e
, Om een definitie te kunnen vormen van filosofie moeten we op zoek gaan naar de essentie ervan.
Dit is een kenmerk dat geldt
- voor alle filosofen (universele eigenschap)
- enkel voor filosofen (unieke eigenschap)
Om te zien of filosofie een essentie heeft, bekijken we dit op 3 niveaus:
ATTITUDE
1. Volgens de etymologie: Filosofie is liefde voor de wijsheid (vb familie is belangrijk)
PROBLEEM: niet enkel filosofen verkondigen wijsheden want volgens Aristoteles verlangen alle
mensen van nature naar wijsheid
2. Filosofie als kritisch denken: twijfelen aan wat gegeven is (Descartes: Je pense, donc je suis)
PROBLEEM: niet enkel filosofen zijn kritisch want wetenschappers zijn dat ook
geen essentie in attitude
METHODE
1. Gebruik van intuïtie: spontane overtuiging die je niet snel verandert, gezond verstand
PROBLEEM: niet enkel filosofen gebruiken intuïtie want wetenschappers doen dat ook, bv bij het
opstellen van een hypothese
2. conceptuele analyse: het ontrafelen en verbeteren van concepten zoals liefde, ziekte, vrijheid, …
PROBLEEM: niet alle filosofen gebruiken dit en zeker niet enkel filosofen want wetenschappers
kwamen met de differentiatie van massa en gewicht, sociale wetenschappers van gender en sekse
3. gedachte-experimenten: situatie inbeelden die nieuwe informatie oplevert zonder empirische data
- Voorbeeld ‘brain in a vat’: we kunnen niet weten of een of andere wetenschapper signalen stuurt
naar onze hersenen, die in een vat zitten, want ze kunnen niet nagaan of hun indrukken echt zijn.
- Voorbeeld kapotte trein: in situatie 1 sterven er 5 personen als je niets doet, 1 persoon als je de
trein van spoor verandert. We kiezen meestal voor de minste nadelen (consequentialistische keuze).
In situatie 2 sterven 5 personen als je niets doet, 1 persoon als je die voor de trein duwt. We kiezen
meestal niet voor de minste nadelen (geen consequentialistische keuze).
PROBLEEM: niet alle filosofen gebruiken dit en niet enkel filosofen want wetenschappers gebruiken
dit ook, zoals de kat van Schrödinger
geen essentie in methode
VRAGEN
Filosofen stellen heel moeilijke vragen omdat ze abstract en vaak onbeantwoordbaar zijn.
- Voorbeeld tijd: wat is tijd, zou tijd bestaan los van de mens, waarom tijd in 1 richting loopt, …
PROBLEEM: niet enkel filosofen stellen onbeantwoordbare vragen want wetenschappers doen
dat ook.
geen essentie in vragen
Filosofie heeft nog geen essentie, maar is een hoofddiscipline die opgesplitst kan worden in subdomeinen.
METAFYSICA
3|P a g e