© Kato Van de Velde
Economie:
H9: internationale samenwerking:
9.1 vormen van economische integratie:
economische integratie = als verschillende landen op economisch & sociaal gebied
samenwerken
van laag tot hoog
doel: tot grotere economische eenheid komen
streven naar economische integratie veronderstelt harmonisatie van economische politiek
van verschillende lidstaten
9.1.1 vrijhandelszone:
deelnemende landen komen overeen onderlinge handelsbelemmeringen af te schaffen
elke deelnemer blijft eigen handelsbelemmeringen tegenover derde landen behouden
voorbeeld: EVA (Europese vrijhandelsassociatie)
EER (Europese economische ruimte)
USMCA (United States – Mexico – Canada agreement)
openheidsgraad = economische indicator die aangeeft in hoeverre landen deelnemen aan
internationale handel
9.1.2 douane – unie:
1
, © Kato Van de Velde
onderlinge vrijhandel
gemeenschappelijke handelspolitiek tegenover derde landen
voorbeeld: Benelux douane – unie (België, Nederland, Luxemburg)
9.1.3 gemeenschappelijke markt:
= binnen douane – unie ook vrij verkeer van productiefactoren toegestaan
EG: vrij verkeer van goederen, diensten & kapitalen geen belemmeringen meer
verdrag van Schengen: vrij verkeer van personen tussen deelnemende landen
grenscontroles afschaffen
9.1.4 economische unie:
gemeenschappelijke markt
coördineert & harmoniseert economisch & sociaal beleid
Brexit: 31 januari 2020
pijlers van ‘handels- & samenwerkingsakkoord’ tussen EU & VK:
EU & VK bieden mekaar toegang tot markt zonder tarief- of quotabeperkingen
luik over gerechtelijke & politiesamenwerking
luik over toezicht op handhaving van eerlijke concurrentie
9.1.5 monetaire unie:
gemeenschappelijke munt
EURO
deelnemende landen komen onderling absoluut vaste wisselkoersen + coördineren hun
monetair beleid
9.2 de Economische & Monetaire Unie:
9.2.1 op weg naar de EMU:
verdrag van Maastricht economische convergentiecriteria:
inflatiecriterium = inflatie moet stabiel zijn
rentetarieven = langetermijnrente mag max. 2 procentpunten boven gemiddelde rente
van lidstaten met laagste inflatie liggen
wisselkoersstabiliteit = nationale valuta moeten gedurende tenminste de laatste 2 jaar
binnen smalle schommelingsmarges zijn gebleven zonder ernstige
spanningen
overheidstekort (< 3%) = mag niet meer dan 3% van bbp bedragen
overheidsschuld (< 60%) = mag niet meer dan 60% van bbp bedragen
alle lidstaten die aan criteria voldoen mogen tot EMU toetreden
9.2.2 1999 en later:
2
Economie:
H9: internationale samenwerking:
9.1 vormen van economische integratie:
economische integratie = als verschillende landen op economisch & sociaal gebied
samenwerken
van laag tot hoog
doel: tot grotere economische eenheid komen
streven naar economische integratie veronderstelt harmonisatie van economische politiek
van verschillende lidstaten
9.1.1 vrijhandelszone:
deelnemende landen komen overeen onderlinge handelsbelemmeringen af te schaffen
elke deelnemer blijft eigen handelsbelemmeringen tegenover derde landen behouden
voorbeeld: EVA (Europese vrijhandelsassociatie)
EER (Europese economische ruimte)
USMCA (United States – Mexico – Canada agreement)
openheidsgraad = economische indicator die aangeeft in hoeverre landen deelnemen aan
internationale handel
9.1.2 douane – unie:
1
, © Kato Van de Velde
onderlinge vrijhandel
gemeenschappelijke handelspolitiek tegenover derde landen
voorbeeld: Benelux douane – unie (België, Nederland, Luxemburg)
9.1.3 gemeenschappelijke markt:
= binnen douane – unie ook vrij verkeer van productiefactoren toegestaan
EG: vrij verkeer van goederen, diensten & kapitalen geen belemmeringen meer
verdrag van Schengen: vrij verkeer van personen tussen deelnemende landen
grenscontroles afschaffen
9.1.4 economische unie:
gemeenschappelijke markt
coördineert & harmoniseert economisch & sociaal beleid
Brexit: 31 januari 2020
pijlers van ‘handels- & samenwerkingsakkoord’ tussen EU & VK:
EU & VK bieden mekaar toegang tot markt zonder tarief- of quotabeperkingen
luik over gerechtelijke & politiesamenwerking
luik over toezicht op handhaving van eerlijke concurrentie
9.1.5 monetaire unie:
gemeenschappelijke munt
EURO
deelnemende landen komen onderling absoluut vaste wisselkoersen + coördineren hun
monetair beleid
9.2 de Economische & Monetaire Unie:
9.2.1 op weg naar de EMU:
verdrag van Maastricht economische convergentiecriteria:
inflatiecriterium = inflatie moet stabiel zijn
rentetarieven = langetermijnrente mag max. 2 procentpunten boven gemiddelde rente
van lidstaten met laagste inflatie liggen
wisselkoersstabiliteit = nationale valuta moeten gedurende tenminste de laatste 2 jaar
binnen smalle schommelingsmarges zijn gebleven zonder ernstige
spanningen
overheidstekort (< 3%) = mag niet meer dan 3% van bbp bedragen
overheidsschuld (< 60%) = mag niet meer dan 60% van bbp bedragen
alle lidstaten die aan criteria voldoen mogen tot EMU toetreden
9.2.2 1999 en later:
2