Filosofische =spontane, naïeve overtuigingen (nog niet grondig
intuïties ergens over nagedacht: eerste gedachte)
=”a priori” intuïties (niet voorafgegaan door
observaties of ervaringen)
Conceptuele =analyse van begrippen/concepten
analyse ->ontrafelen & verbeteren concepten die we in
dagelijks leven gebruiken (bv: liefde, drift (Freud)…)
Sceptiscisme =de filosofische overtuiging dat het onmogelijk is om
zekere kennis te verkrijgen
Volkpsychologie =hoop concepten: doorheen geschiedenis aangepast
afhankelijk van wie ze gebruikt (“common sense”)
Metafysica ~bestudeert aard & structuur van de wereld, het
wezen van de werkelijkheid & wat daarachter zit
(≠simpelweg wat we waarnemen)
->gaat over fundamentele kwesties
=>wat betekent het om te bestaan?
Determinisme ~alle gebeurtenissen in de wereld: veroorzaakt door
voorafgaande gebeurtenissen
1) Probabilistische oorzaken
2) Deterministische oorzaken
Logica ~regels van het denken, correct redeneren &
argumenteren
=>kritisch denken!
->grootste taak=drogredenen weerleggen
Epistemologie =kennisleer, bestudeert: aard, structuur &
mogelijkheid van kennis (waarover kunnen we zekere
kennis hebben…)
Ethiek ~wat is het goede leven? (morele plichten: zaken die
we wel of niet moeten doen)
->deelverzameling van het normatieve universum
(esthetisch, juridisch & ethisch)
Cirkelredenering =iets dat nog niet bewezen is wordt als correct
beschouwt
Sciëntisme =overtuiging dat natuurwetenschappen enige bron
zijn van echte kennis over eender welk onderwerp
H2: René Descartes
1
,Wetten Kepler Verdedigde heliocentrisme copernicus
-Baan rond zon=ellipsvormig (<->heilige cirkel:
perfectie, goddelijke oorsprong)
Traagheidswet -Galilei: geen mysterieuze bezieling nodig om
voorwerpen & organismen te laten bewegen
Doeloorzaak =oorzaak die in de toekomst ligt: oorzaak die
tegelijkertijd een doel is
Scholastiek werkelijkheid=bezield geheel: alles heeft natuurlijke
plaats + bezieling houdt werkelijkheid in beweging
=>voorwerpen streven ernaar tot rust te komen op
hun natuurlijke plaats
1. Vegetatieve ziel: basale levensfuncties (ademen…)
2. Sensitieve ziel: coördineert zintuigen, verbeelding,
geheugen…
3. Rationele ziel: stuurt onze denkactiviteiten
(=uniek aan de mens)
->Thomas van Aquino
Mechanische =oorzaken die eigen zijn aan een bepaald voorwerp &
oorzaken die voorafgaan aan de beweging
Methode 1) Methode van de twijfel
Descartes kennis ->nodig om onbetwijfelbare zekerheid te vinden
vergaren (alles in twijfel trekken)
2) Geometrische Methode: zodra 1e zekerheid
gevonden, hiermee andere zekerheden afleiden
Methode van de 1. Neem niets aan dat niet vanzelfsprekend waar
twijfel is; moet helder en onderscheiden zijn
2. Deel probleem op in verschillende onderdelen
3. Begin met meest eenvoudige onderdelen
4. Wees grondig
Des idées claires -2 voorwaarden: norm volgende zekerheden
et distinctes 1) Helderheid (intuïtief zeker, zo vanzelfsprekend dat
twijfel niet mogelijk)
2) Onderscheidenheid (intuïtie duidelijk
onderscheiden van eender welke andere
bewustzijnsinhoud
Causaliteitsprinci ~oorzaak idee van volmaaktheid moet groter zijn dan
pe het idee zelf
H3 Zijn wij ons brein?
2
, 3 cat. mentale 1) Ervaringen
toestanden =gericht op zelf (intern) of zintuiglijk (extern),
passieve toestand
2) Propositionele attitudes
=houdingen/attitudes die we aannemen tegenover
een propositie
3) Mentale handelingen
=duidelijke activiteit in de geest (wij=actor)
Bv: rekensom uitrekenen “in je hoofd”
Gewaarwording =bewust worden van veranderingen in lichaam of
geest
Bv: pijn, geluk
Zintuigelijke Bv: proprioceptie (6e zintuig) = vermogen om onze
waarnemingen lichaamsdelen te situeren in de ruimte
(bv: neus aanraken met blinddoek…)
Stemmingen ~diffuser, niet verbonden aan een specifiek voorwerp
(bv: gevoel van onheil, iets gedoemd om te
mislukken)
“Diffuse ervaringen”
<->emoties (hebben een bepaald object: bv kwaad op
iemand zijn)
Qualia = subjectieve/kwalitatieve aspecten van een ervaring
->hoe het is om die ervaring te hebben
Intentionaliteit = mentale toestand gericht op iets/iemand
Communiceerba ->toestand onder woorden brengen
ar- ->moeilijkst bij ervaringen
heid
Subjectieve =mate waarin je weet wat je denkt
toegankelijkheid ->laagst bij attitudes (weten niet wat we
geloven/verlangen)
Observeerbaar- =kunnen anderen mentale toestand zien door naar je
heid te kijken?
->moeilijkst bij mentale handelingen (varieert bij
ervaringen & attitudes)
Substantie- =opvatting dat hersenentoestanden en lichaam
dualisme (fysisch spul) & mentale toestanden (geestesspul)
fundamenteel verschillen
->“Ik denk dus ik ben”: enkel bewustzijn nodig (geen
lichaam)
3