Politicologie
H2: ideologieën
1. Inleidin
g
Fors gesteld is politiek te omschrijven als de realisatie v/d ideale
samenleving, vanuit de bestaande samenleving hoe zo’n samenleving
eruitziet wordt vormgegeven in ideologieën: ideeën clusteren samen in
grotere coherente delen
Vertrekken vaak van een gedeeld onderliggend mensbeeld die
ontstaan zijn, althans de oude ideologieën, op (geïnstitutionaliseerde)
breuklijnen
Waar ligt het onderscheid?
o Klassieke ideologieën: liberalisme, conservatisme, socialisme,
anarchisme, nationalisme en fascisme
o Nieuwe ideologieën: feminisme, multiculturalisme, ecologisme,
fundamentalisme
Ideologie is 1 van de vele inspiratiebronnen voor gedrag (bv. standpunten,
voorstellen) & referentiepunten van politieke partijen & kiezers
2. Een oud, felbediscussieerd
concept
2.1. Geschiedenis van het concept
ideologie
‘Ideologie’ = kind van Verlichting, maar kent sinds dan een evolutie
Belangrijkste componenten:
- Antoine de Tracy (1754-1836): wou een nieuwe, empirische
wetenschap bedenken, nl een ideologie (wetenschap van ideeën/ idee-
ologie)
o Vanuit rationalistisch verlichtingsstandpunt zou deze wetenschap
oorsprong & inhoud van ideeën objectief bestuderen & hun
verhouding met de werkelijke wereld onderzoeken
- Napoleon (1769-1821): “een ideoloog = iemand die blind was voor de
werkelijkheid & zich enkel door abstracte idealen liet leiden”
o 1st aanhanger tot hij macht had uitgebreid
o Ideologie = radicaal, sinister, doctrinaire & abstract
o Negatieve connotatie start
- Marx (& Engels): ‘De Duitse ideologie’ (1845): ideologie =
verdraaiing van werkelijkheid bezittende klasse dringt hun visie op &
die verbergt & bevestigt bestaande machtsverhoudingen
o Marx: ideologie = manier om ons te misleiden over hoe de
samenleving in elkaar zit = machtsmanifestatie
Ideologie is onderdeel van ‘superstructuur’ = denken dat is
losgemaakt van zijn materiële basis (tegenbegrip =
wetenschap)
, Politicologie
- Lenin (1870-1924): ideologie = neutraal begrip & proletariaat moet
ook een ideologie hebben (geïnjecteerd door intellectuele voorhoede,
soort groep)
o Socialistische ‘ideologie’ (geen negatieve bijklank meer)
o Wetenschappelijk socialisme = ideologie proletariaat DUS
onderscheid tss wetenschap & ideologie is opgegeven
- Antonio Gramsci (1891 – 1937; communist) en z’n CULTURELE
HEGEMONIE: de reden waarom wereldbeeld bepaalde klasse dominant
is komt omdat het door da andere klassen stilzwijgend geaccepteerd
wordt (daarom is kapitalistisch proletariaat niet revolutionair)
o Belang v hegemonie voor bourgeoisideeën? Verdrijven andere
rivaliserende ideeën, en via de daaraan gekoppelde hegemonische
cultuur (o.a. in kunst, onderwijs en populaire cultuur) zo het
kapitalisme verankeren
GEVOLG: culturele normen en sociale patronen worden het
status quo in dagelijkse gewoonten waarden, visies en
percepties v/d heersende klasse worden universeel geldende
ideologie
WOII & KO connotatie v. ‘ideologie’ verhit vooral conservatieve
‘Ideologie’ spoort aan om té simplistisch naar de werkelijkheid te
kijken: een complexe wereld, waarbij veranderingen door de mens
noodzakelijk zijn
o Ideologie wil de sociale orde veranderen
‘Conservatisme’ eerder houding t.o.v. ‘ideologie’ die eerder
traditiegebaseerd is, met aandacht voor ervaring en geschiedenis:
complexe wereld, waarbij veranderingen buiten capaciteit v/d mens
ligt ( ideologie is zinloos)
3. Wat is
ideologie?
Er bestaan veel definities van ideologie
Syntheseomschrijving: ideologie = Een neutraler begrip dat verwijst
naar een manier van denken die gericht is op actie, een verzameling
ideeën die de doelen en middelen van sociaal handelen beschrijven,
stimuleren of verklaren ongeacht of die actie bedoeld is om
de maatschappelijke orde te behouden, te veranderen of geleidelijk
aan te passen
Ideologie is in elk geval geen wetenschappelijke theorie verschil is niet
altijd even duidelijk, MAAR wetenschappelijke theorieën zijn
wetenschappelijk van aard, ze moeten beschrijven en verklaren wat is, en
niet voorschrijven wat zou moeten zijn
4. De morfologie van
ideologieën
3 bestanddelen van ideologie:
, Politicologie
1. Descriptief element: soort analysekader, kijk op de bestaande
wereld, helpt om wereld te ordenen, te analyseren, om mensen &
problemen er een plaats in te geven (bv. Hoe zit de wereld in elkaar
en welke problemen zijn er?)
2. Prescriptieve bestanddeel: omschrijving van de ideale
samenleving (niet hoe het is, maar hoe het zou moeten zijn):
waarden, normen & doel komen hier naar voren & criteria &
richtlijnen voor actie worden bepaald
3. Operationele bestanddeel: uitspraken over weg die moet worden
gevolgd om 1 & 2 met elkaar te verbinden (bestaande => ideale
samenleving)
2de niveau: ideologie ontwikkelt abstracte ideeën & theorieën over hoe
maatschappij er moet uitzien // 3de niveau: ideologie neemt vorm aan van
strategieën & tactieken die door politieke bewegingen gebruikt kunnen
worden, gericht op machtsstrijd & mobilisatie politieke steun (ideologie tot
uiting in bv. partijprogramma’s, regeringsvoorstellen)
5. Links en rechts: een gps in de
politiek
5.1. Oorsprong van links-
rechts
Mensen hebben intuïtief systeem om ideologieën & partijen te
rangschikken (= soort onbewust politieke gps)
Populaire manier = onderscheid tussen links/rechts
L: PVDA – Vooruit – Groen – CD&V – OVLD – N-VA –VB: R
Het verschil tussen links & rechts verschuift door de geschiedenis heen &
de inhoud van die begrippen hangt af van hoe de meerderheid van de
burgers ze invullen
Bv. nationalisme begin 19de eeuw: links (streven nr gelijkheid van alle
leden v/e natie tegen onderdrukkende monarch) maar nu eerder
rechts
Ontstaan: 7 mei 1789 in debat over nieuwe machtsverhoudingen
Louis XVI: roept Staten-Generaal samen, maar financiële problemen
(geldgebrek) dus vergadering ging door in Salle des Menus-Plaisirs
(bij paleis van Versailles), in vergadering moest er gekozen worden
tussen motie van koningsgezinde (conservatieve) vertegenwoordiger
of die van een hervormingsgezinde vertegenwoordiger
Men telde de stemmen door vergadering in 2 op te delen
o Eens met conservatieve motie? Rechts staan
o Eens met hervormingsgezinde motie? Links staan
Later kreeg deze ruimtelijke indeling ook een duidelijke ideologische
betekenis
Nadien is de term over heel de wereld verspreid 1st Europa & dan de
rest van de wereld, & hoe? Via 2 kanalen:
H2: ideologieën
1. Inleidin
g
Fors gesteld is politiek te omschrijven als de realisatie v/d ideale
samenleving, vanuit de bestaande samenleving hoe zo’n samenleving
eruitziet wordt vormgegeven in ideologieën: ideeën clusteren samen in
grotere coherente delen
Vertrekken vaak van een gedeeld onderliggend mensbeeld die
ontstaan zijn, althans de oude ideologieën, op (geïnstitutionaliseerde)
breuklijnen
Waar ligt het onderscheid?
o Klassieke ideologieën: liberalisme, conservatisme, socialisme,
anarchisme, nationalisme en fascisme
o Nieuwe ideologieën: feminisme, multiculturalisme, ecologisme,
fundamentalisme
Ideologie is 1 van de vele inspiratiebronnen voor gedrag (bv. standpunten,
voorstellen) & referentiepunten van politieke partijen & kiezers
2. Een oud, felbediscussieerd
concept
2.1. Geschiedenis van het concept
ideologie
‘Ideologie’ = kind van Verlichting, maar kent sinds dan een evolutie
Belangrijkste componenten:
- Antoine de Tracy (1754-1836): wou een nieuwe, empirische
wetenschap bedenken, nl een ideologie (wetenschap van ideeën/ idee-
ologie)
o Vanuit rationalistisch verlichtingsstandpunt zou deze wetenschap
oorsprong & inhoud van ideeën objectief bestuderen & hun
verhouding met de werkelijke wereld onderzoeken
- Napoleon (1769-1821): “een ideoloog = iemand die blind was voor de
werkelijkheid & zich enkel door abstracte idealen liet leiden”
o 1st aanhanger tot hij macht had uitgebreid
o Ideologie = radicaal, sinister, doctrinaire & abstract
o Negatieve connotatie start
- Marx (& Engels): ‘De Duitse ideologie’ (1845): ideologie =
verdraaiing van werkelijkheid bezittende klasse dringt hun visie op &
die verbergt & bevestigt bestaande machtsverhoudingen
o Marx: ideologie = manier om ons te misleiden over hoe de
samenleving in elkaar zit = machtsmanifestatie
Ideologie is onderdeel van ‘superstructuur’ = denken dat is
losgemaakt van zijn materiële basis (tegenbegrip =
wetenschap)
, Politicologie
- Lenin (1870-1924): ideologie = neutraal begrip & proletariaat moet
ook een ideologie hebben (geïnjecteerd door intellectuele voorhoede,
soort groep)
o Socialistische ‘ideologie’ (geen negatieve bijklank meer)
o Wetenschappelijk socialisme = ideologie proletariaat DUS
onderscheid tss wetenschap & ideologie is opgegeven
- Antonio Gramsci (1891 – 1937; communist) en z’n CULTURELE
HEGEMONIE: de reden waarom wereldbeeld bepaalde klasse dominant
is komt omdat het door da andere klassen stilzwijgend geaccepteerd
wordt (daarom is kapitalistisch proletariaat niet revolutionair)
o Belang v hegemonie voor bourgeoisideeën? Verdrijven andere
rivaliserende ideeën, en via de daaraan gekoppelde hegemonische
cultuur (o.a. in kunst, onderwijs en populaire cultuur) zo het
kapitalisme verankeren
GEVOLG: culturele normen en sociale patronen worden het
status quo in dagelijkse gewoonten waarden, visies en
percepties v/d heersende klasse worden universeel geldende
ideologie
WOII & KO connotatie v. ‘ideologie’ verhit vooral conservatieve
‘Ideologie’ spoort aan om té simplistisch naar de werkelijkheid te
kijken: een complexe wereld, waarbij veranderingen door de mens
noodzakelijk zijn
o Ideologie wil de sociale orde veranderen
‘Conservatisme’ eerder houding t.o.v. ‘ideologie’ die eerder
traditiegebaseerd is, met aandacht voor ervaring en geschiedenis:
complexe wereld, waarbij veranderingen buiten capaciteit v/d mens
ligt ( ideologie is zinloos)
3. Wat is
ideologie?
Er bestaan veel definities van ideologie
Syntheseomschrijving: ideologie = Een neutraler begrip dat verwijst
naar een manier van denken die gericht is op actie, een verzameling
ideeën die de doelen en middelen van sociaal handelen beschrijven,
stimuleren of verklaren ongeacht of die actie bedoeld is om
de maatschappelijke orde te behouden, te veranderen of geleidelijk
aan te passen
Ideologie is in elk geval geen wetenschappelijke theorie verschil is niet
altijd even duidelijk, MAAR wetenschappelijke theorieën zijn
wetenschappelijk van aard, ze moeten beschrijven en verklaren wat is, en
niet voorschrijven wat zou moeten zijn
4. De morfologie van
ideologieën
3 bestanddelen van ideologie:
, Politicologie
1. Descriptief element: soort analysekader, kijk op de bestaande
wereld, helpt om wereld te ordenen, te analyseren, om mensen &
problemen er een plaats in te geven (bv. Hoe zit de wereld in elkaar
en welke problemen zijn er?)
2. Prescriptieve bestanddeel: omschrijving van de ideale
samenleving (niet hoe het is, maar hoe het zou moeten zijn):
waarden, normen & doel komen hier naar voren & criteria &
richtlijnen voor actie worden bepaald
3. Operationele bestanddeel: uitspraken over weg die moet worden
gevolgd om 1 & 2 met elkaar te verbinden (bestaande => ideale
samenleving)
2de niveau: ideologie ontwikkelt abstracte ideeën & theorieën over hoe
maatschappij er moet uitzien // 3de niveau: ideologie neemt vorm aan van
strategieën & tactieken die door politieke bewegingen gebruikt kunnen
worden, gericht op machtsstrijd & mobilisatie politieke steun (ideologie tot
uiting in bv. partijprogramma’s, regeringsvoorstellen)
5. Links en rechts: een gps in de
politiek
5.1. Oorsprong van links-
rechts
Mensen hebben intuïtief systeem om ideologieën & partijen te
rangschikken (= soort onbewust politieke gps)
Populaire manier = onderscheid tussen links/rechts
L: PVDA – Vooruit – Groen – CD&V – OVLD – N-VA –VB: R
Het verschil tussen links & rechts verschuift door de geschiedenis heen &
de inhoud van die begrippen hangt af van hoe de meerderheid van de
burgers ze invullen
Bv. nationalisme begin 19de eeuw: links (streven nr gelijkheid van alle
leden v/e natie tegen onderdrukkende monarch) maar nu eerder
rechts
Ontstaan: 7 mei 1789 in debat over nieuwe machtsverhoudingen
Louis XVI: roept Staten-Generaal samen, maar financiële problemen
(geldgebrek) dus vergadering ging door in Salle des Menus-Plaisirs
(bij paleis van Versailles), in vergadering moest er gekozen worden
tussen motie van koningsgezinde (conservatieve) vertegenwoordiger
of die van een hervormingsgezinde vertegenwoordiger
Men telde de stemmen door vergadering in 2 op te delen
o Eens met conservatieve motie? Rechts staan
o Eens met hervormingsgezinde motie? Links staan
Later kreeg deze ruimtelijke indeling ook een duidelijke ideologische
betekenis
Nadien is de term over heel de wereld verspreid 1st Europa & dan de
rest van de wereld, & hoe? Via 2 kanalen: