DEEL 1:
1.
Evarist is ondertussen bijna 80 jaar oud. Hij heeft nood aan meer geld voor zijn
hobby – het aanleggen van miniatuurspoorbanen, waarvoor hij een grote loods op
een industrieterrein huurt. Hij is eigenaar van een woning uit de jaren 1920. Hij
beslist dan ook om zijn woning te verkopen aan Yousra, maar behoudt zich hierbij
een kosteloos en levenslang recht van bewoning (in de zin van art. 3.138, tweede
lid BW) voor. Tien jaar later komt Evarist ongelukkig ten val en moet hij
verhuizen naar een rusthuis. Yousra begint zich te verontrusten. Evarist had
vrijwel al zijn geld uitgegeven aan zijn modelspoorbaan en de huur van de grote
loods, en zijn pensioen gaat nu vrijwel integraal op aan het rusthuis. De woning
kan Evarist dus niet meer onderhouden. Hij weigert echter hardnekkig om zijn
recht van bewoning te beëindigen, in de hoop dat hij spoedig kan terugkeren. Na
enkele maanden blijkt echter dat een terugkeer onwaarschijnlijk is (Evarist kan
zich nauwelijks nog verplaatsen), zonder dat Evarist van mening verandert.
Evarist is echter voor het overige nog gezond, zodat zijn spoedige overlijden
onwaarschijnlijk is. Yousra komt bij u en vraagt hoe het recht van bewoning kan
eindigen zonder de medewerking van Evarist. Overloop de verschillende
mogelijkheden.
Vraag: hoe kan recht van bewoning worden beëindigd zonder
medewerking titularis? Al dan niet met rechterlijke tussenkomst
Stap 1: kwalificatie: staat in opgave: recht van bewoning: is een type van
vruchtgebruik (met maar een beperkt aantal bijzondere kenmerken: de
onvervreemdbaarheid en de beperking op eigen behoefte)
Hoe beëindig je dit recht? Terug kijken naar deel 1: 3.15 en 3.16, daarna
bijzondere bepalingen gebruikrechten
o 3.15: derde punt: teniet gaan van de titel onderhoudt het huis
niet, dus niet wat hij moet doen dus ontbinding vestigingstitel
is dit hier mogelijk? Contractuele wanprestatie, als je recht van
bewoning contractueel toestaat dan zijn de verbintenissen die
volgen uit dat recht maken deze deel uit van je contractinhoud en
kunnen die volgens het contractenrecht worden gesanctioneerd bv
met een ontbinding MAAR hiervoor is vereist: wederkerige
rechtsverhouding
o Recht van bewoning dat om niet is toegestaan zal in principe niet
kunnen ontbonden worden 3.15 niet van toepassing
o 3.16: ten tweede: onbruik: na voldoende lange tijd gebruik van
bewoning niet gebruikt recht gaat teniet voldoende lange
periode? 30 jaar lang
Ten veertiende: de vervallenverklaring: manifest misbruik van
gebruik en genot
Bv door gebrek aan onderhoudt is hier het probleem
Maar vervallenverklaring moet je aan de rechter vragen (nooit
zeker, in dit geval wel)
Is relatieve wijze in de zin van 3.17
2.
, De excentrieke en rijke verzamelaar Louis Troplong kocht enkele jaren geleden
een kostbaar standbeeld (een antieke versie van de Nikè van Samothrake),
waarvoor hij een deel van zijn villa liet herinrichten. Hij heeft een grote nis laten
maken, specifiek aangepast aan de afmetingen van het standbeeld en met
aangepaste verlichting. Ook is de nis beschilderd zodat het standbeeld in een
klassiek Griekse tuin lijkt te staan. Het standbeeld staat hierin. Het is niet
vastgemaakt en kan gemakkelijk verplaatst worden. Tragischerwijze heeft Louis
Troplong een groot deel van zijn fortuin ingezet om te wedden op de uitslag van
de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij kan hierdoor één van zijn
schuldeisers niet meer betalen, en deze legt onroerend beslag op de villa. Louis
Troplong wil zijn Nikè redden van dit beslag en stelt dat ze roerend is. De
beslaglegger vindt dat ze onroerend is. Wie heeft gelijk?
Bevat het beslag om woning ook beslag op standbeeld?
Hoofdvraag: kwalificatie tussen roerend en onroerend
Hoe? Restcategorie is roerend (hier gaan we niet zoeken)
Je moet naar specifieke gevallen kijken
Onroerende goederen
o Uit de aard: niet het geval: grond en volumes
o Door incorporatie: bouwwerk of plant of noodzakelijk element ander
goed (standbeeld is dat niet)
o Door bestemming: voorwaarden: onroerend goed (huis), roerend
goed (beeld), zelfde eigenaar (lijkt hier het geval), 3.24: lichamelijk
roerend goed: diegene die het heeft is ook eigenaar (ervan
uitgaan) , bestemmingsvoorwaarde: ofwel staat het roerend goed
ten dienste van het onroerend goed (nuttig voor exploitatie (hier
niet)) ofwel is het ornamenteel: bedoelt om bij een ander goed te
blijven, aangekoppeld hier aan voldaan onroerend goed
aangepast aan roerend goed
o Onroerend goed door bestemming is accesorium in de zin van 3.9
als er beslag wordt gelegd op het hoofdgoed dat het beslag zich
uitstrekt tot het assecorium
Dus: beslag woning omvat ook beeld
3.
Jan Schram is de trotse eigenaar van een Rolls Royce Silver Ghost (een dure
oldtimer), die hij nog van zijn grootvader had gekregen 27 jaar geleden. Op 18
oktober 2021 wordt deze wagen gestolen door een onbekende persoon; de dief
was slim genoeg om ook de diverse documenten (inschrijvingsbewijs in twee
delen, keuringsbewijs enzovoort) te stelen. Jan is natuurlijk ontroostbaar en
zoekt naarstig naar zijn Rolls Royce. Op 19 december 2025 vindt hij zijn wagen
terug in de handen van Evita Hocks. Evita legt een koopbewijs voor van een
garage, waarbij zij een redelijke prijs heeft betaald. De garage heeft een goede
reputatie. Kan Jan zijn Rolls Royce revindiceren? Wees hierbij grondig en
genuanceerd.
Kan hij een vordering instellen op de grond van 3.51
1.
Evarist is ondertussen bijna 80 jaar oud. Hij heeft nood aan meer geld voor zijn
hobby – het aanleggen van miniatuurspoorbanen, waarvoor hij een grote loods op
een industrieterrein huurt. Hij is eigenaar van een woning uit de jaren 1920. Hij
beslist dan ook om zijn woning te verkopen aan Yousra, maar behoudt zich hierbij
een kosteloos en levenslang recht van bewoning (in de zin van art. 3.138, tweede
lid BW) voor. Tien jaar later komt Evarist ongelukkig ten val en moet hij
verhuizen naar een rusthuis. Yousra begint zich te verontrusten. Evarist had
vrijwel al zijn geld uitgegeven aan zijn modelspoorbaan en de huur van de grote
loods, en zijn pensioen gaat nu vrijwel integraal op aan het rusthuis. De woning
kan Evarist dus niet meer onderhouden. Hij weigert echter hardnekkig om zijn
recht van bewoning te beëindigen, in de hoop dat hij spoedig kan terugkeren. Na
enkele maanden blijkt echter dat een terugkeer onwaarschijnlijk is (Evarist kan
zich nauwelijks nog verplaatsen), zonder dat Evarist van mening verandert.
Evarist is echter voor het overige nog gezond, zodat zijn spoedige overlijden
onwaarschijnlijk is. Yousra komt bij u en vraagt hoe het recht van bewoning kan
eindigen zonder de medewerking van Evarist. Overloop de verschillende
mogelijkheden.
Vraag: hoe kan recht van bewoning worden beëindigd zonder
medewerking titularis? Al dan niet met rechterlijke tussenkomst
Stap 1: kwalificatie: staat in opgave: recht van bewoning: is een type van
vruchtgebruik (met maar een beperkt aantal bijzondere kenmerken: de
onvervreemdbaarheid en de beperking op eigen behoefte)
Hoe beëindig je dit recht? Terug kijken naar deel 1: 3.15 en 3.16, daarna
bijzondere bepalingen gebruikrechten
o 3.15: derde punt: teniet gaan van de titel onderhoudt het huis
niet, dus niet wat hij moet doen dus ontbinding vestigingstitel
is dit hier mogelijk? Contractuele wanprestatie, als je recht van
bewoning contractueel toestaat dan zijn de verbintenissen die
volgen uit dat recht maken deze deel uit van je contractinhoud en
kunnen die volgens het contractenrecht worden gesanctioneerd bv
met een ontbinding MAAR hiervoor is vereist: wederkerige
rechtsverhouding
o Recht van bewoning dat om niet is toegestaan zal in principe niet
kunnen ontbonden worden 3.15 niet van toepassing
o 3.16: ten tweede: onbruik: na voldoende lange tijd gebruik van
bewoning niet gebruikt recht gaat teniet voldoende lange
periode? 30 jaar lang
Ten veertiende: de vervallenverklaring: manifest misbruik van
gebruik en genot
Bv door gebrek aan onderhoudt is hier het probleem
Maar vervallenverklaring moet je aan de rechter vragen (nooit
zeker, in dit geval wel)
Is relatieve wijze in de zin van 3.17
2.
, De excentrieke en rijke verzamelaar Louis Troplong kocht enkele jaren geleden
een kostbaar standbeeld (een antieke versie van de Nikè van Samothrake),
waarvoor hij een deel van zijn villa liet herinrichten. Hij heeft een grote nis laten
maken, specifiek aangepast aan de afmetingen van het standbeeld en met
aangepaste verlichting. Ook is de nis beschilderd zodat het standbeeld in een
klassiek Griekse tuin lijkt te staan. Het standbeeld staat hierin. Het is niet
vastgemaakt en kan gemakkelijk verplaatst worden. Tragischerwijze heeft Louis
Troplong een groot deel van zijn fortuin ingezet om te wedden op de uitslag van
de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij kan hierdoor één van zijn
schuldeisers niet meer betalen, en deze legt onroerend beslag op de villa. Louis
Troplong wil zijn Nikè redden van dit beslag en stelt dat ze roerend is. De
beslaglegger vindt dat ze onroerend is. Wie heeft gelijk?
Bevat het beslag om woning ook beslag op standbeeld?
Hoofdvraag: kwalificatie tussen roerend en onroerend
Hoe? Restcategorie is roerend (hier gaan we niet zoeken)
Je moet naar specifieke gevallen kijken
Onroerende goederen
o Uit de aard: niet het geval: grond en volumes
o Door incorporatie: bouwwerk of plant of noodzakelijk element ander
goed (standbeeld is dat niet)
o Door bestemming: voorwaarden: onroerend goed (huis), roerend
goed (beeld), zelfde eigenaar (lijkt hier het geval), 3.24: lichamelijk
roerend goed: diegene die het heeft is ook eigenaar (ervan
uitgaan) , bestemmingsvoorwaarde: ofwel staat het roerend goed
ten dienste van het onroerend goed (nuttig voor exploitatie (hier
niet)) ofwel is het ornamenteel: bedoelt om bij een ander goed te
blijven, aangekoppeld hier aan voldaan onroerend goed
aangepast aan roerend goed
o Onroerend goed door bestemming is accesorium in de zin van 3.9
als er beslag wordt gelegd op het hoofdgoed dat het beslag zich
uitstrekt tot het assecorium
Dus: beslag woning omvat ook beeld
3.
Jan Schram is de trotse eigenaar van een Rolls Royce Silver Ghost (een dure
oldtimer), die hij nog van zijn grootvader had gekregen 27 jaar geleden. Op 18
oktober 2021 wordt deze wagen gestolen door een onbekende persoon; de dief
was slim genoeg om ook de diverse documenten (inschrijvingsbewijs in twee
delen, keuringsbewijs enzovoort) te stelen. Jan is natuurlijk ontroostbaar en
zoekt naarstig naar zijn Rolls Royce. Op 19 december 2025 vindt hij zijn wagen
terug in de handen van Evita Hocks. Evita legt een koopbewijs voor van een
garage, waarbij zij een redelijke prijs heeft betaald. De garage heeft een goede
reputatie. Kan Jan zijn Rolls Royce revindiceren? Wees hierbij grondig en
genuanceerd.
Kan hij een vordering instellen op de grond van 3.51