LES 1: Sociale gelaagdheid (Bourdieu)
1. Hoe nemen wij de samenleving waar?
We kijken selectief:
- door onze positie: geslacht, leeftijd, inkomen, opleiding)
- door ons referentiekader (interieurarchitect, socioloog)
- door onze sociale klasse
Sociologie maakt ons bewust van:
- selective exposure
- selective perception
- selective retention
→ we zien nooit de werkelijkheid “zoals ze is”, maar altijd gefilterd
2. Wat is sociologie?
Sociologie bestudeert:
- het samenleven van mensen
- gedragspatronen, relaties, structuren
- hoe dingen ontstaan, blijven bestaan en veranderen
Kenmerken
- empirisch: gebaseerd op feiten
- systematisch: verbanden zoeken, niet losse weetjes
- generaliserend: patronen zoeken, geen individuele uitzonderingen
3. Sociale gelaagdheid in woonvoorkeuren
Kernvraag: Hoe komen woonvoorkeuren tot stand?
→ ze worden beïnvloed door:
- leeftijd
- opleiding
- socio-economische status
- migratieachtergrond
- stedelijk vs. landelijke context
- cultuur en socialisatie
voorbeelden:
- Jongeren vs. ouderen
- Hooggeschoolden vs. laaggeschoolden
- Stad vs. platteland
- Migranten onderling verschillen ook
1
, 4. De samenleving stuurt onze smaak
Wat we mooi vinden, lijkt ‘persoonlijk’, maar is in realiteit sociaal en cultureel
bepaald:
- Kunst voorkeur
- Mode
- Voeding
- Interieur
- Wonen
→ hoe hoger geschoold, hoe groter cultuurparticipatie → zelfde patroon in
architectuur en interieur
5. Pierre Bourdieu: de kern van de les (=socioloog)
a. Habitus
- een ingebouwd patroon v n gewoontes, voorkeuren, waarden
- ontstaat voornamelijk door opvoeding en sociale klasse
- stuurt onze smaak, zonder dat we dit bewust merken
b. Cultureel kapitaal
- bestaat uit o.a:
- kennis van kunst en cultuur
- taalgebruik
- opleiding
- “fijngevoeligheid" voor esthetiek
→ de dominante klasse (hoogopgeleiden) bezit veel cultureel kapitaal
c. Sociale reproductie
- smaken en voorkeuren worden doorgegeven van ouder op kind
- zo blijven klassenverschillen bestaan
d. Distinctie
“smaken verschillen en maken verschillen”
→ we gebruiken smaak om afstand te creëren van bv.:
- “wij hebben goede smaak, zij niet”
- design ←→ kitsch
- minimalisme ←→ overdaad
→ smaak wordt een wapen in sociale hiërarchie
e. Economisch kapitaal ≠ cultureel kapitaal
- rijk zijn betekent niet automatisch “goede smaak hebben”
- daarom heb je parvenu, patsers, strebers → die economische
welvaart hebben maar (volgens de elite) “incorrecte” smaak
2
, f. Vandaag: nieuwe trends
- minder deterministisch dan vroeger (meer mobiliteit)
- wel cultureel omnivorisme: hoogopgeleiden combineren
“hoge” en “lage” cultuur
- Maar: smaak blijft sterk sociaal bepaald
Belang voor ontwerpers:
- Vanuit welke positie kijk ik?
- Voor wie ontwerp ik?
- Welke sociale groepen sluiten mijn ontwerp (onbewust) in of uit?
6. Verwerkingsopdracht
a. Woonrages analyseren (Barbara Laan)
b. Reflectievragen over jouw eigen smaak
c. Bourdieu in de praktijk analyseren via Woody Allen – Manhattan → hoe
kunstkennis wordt gebruikt om sociale grenzen te trekken
7. BESLUIT
⇒ Onze smaak is niet persoonlijk, maar sociaal gevormd
⇒ Bourdieu toont dat smaak verbonden is met habitus, gevormd door sociale
klasse
⇒ Smaak wordt gebruikt om afstand te creëren tussen groepen (distinctie)
⇒ Cultureel kapitaal bepaald wie welke kunst, architectuur en interieur
waardeert
⇒ Sociologie helpt ontwerpers om bewust te zijn van sociale ongelijkheid en
diversiteit, zodat ontwerpen inclusiever en contextueel sterker worden
3
, LES 2: Sociologie van de tijd (Hartmut Rosa)
1. Doel van dit lesonderdeel
→ hoe tijd een sociaal construct is en wat versnelling doet met mensen én
met ontwerp
- Tijd heeft een sociale betekenis (niet alleen kloktijd)
- Je kan ontwerpen die versnellen of ontwerpen die vertraging bieden
- Onze samenleving verandert in een versnellende richting → dit
beïnvloedt wonen, werken, relaties en architectuur
2. Wat is tijd voor ons?
- onze visie op tijd is niet universeel, maar westers en sociaal gevormd
- tijd lijkt objectief, maar de ervaring van tijd is cultureel en sociaal
bepaald
3. Hartmut Rosa – dé socioloog van tijd
→ ze beschrijft onze moderne samenleving als een versnelde samenleving.
Om tijdsdruk, burn-out en gejaagdheid te begrijpen, moeten we de processen
van sociale versnelling kennen
→ 3 grote denkers die achtergrond vormen:
- Weber: rationalisering
- Durkheim/ luhmann: differentiatie
- Simmel/ Beck: individualisering
→ Rosa bouwt hierop voort met sociale versnelling
4. Wat versnelt er eigenlijk?
Tijd zelf versnelt niet (een uur blijft een uur), maar de processen binnen de
samenleving (categorieën van Rosa)
5. Categorie 1: technische versnelling
- transport (trein, vliegtuig auto)
- communcatie (internet, smartphones, AI)
- productie (3D-printing, automatisering)
→ intentie = dingen sneller maken
MAAR: technische versnelling veroorzaakt ook versnelling in andere
domeinen (zoals werkdruk, communicatie-explosie, multitasking)
6. Categorie 2: versnelling van sociale veranderingen
instabiliteit van sociale structuren:
- Beroepen veranderen sneller
- Relaties zijn minder langdurig
4
1. Hoe nemen wij de samenleving waar?
We kijken selectief:
- door onze positie: geslacht, leeftijd, inkomen, opleiding)
- door ons referentiekader (interieurarchitect, socioloog)
- door onze sociale klasse
Sociologie maakt ons bewust van:
- selective exposure
- selective perception
- selective retention
→ we zien nooit de werkelijkheid “zoals ze is”, maar altijd gefilterd
2. Wat is sociologie?
Sociologie bestudeert:
- het samenleven van mensen
- gedragspatronen, relaties, structuren
- hoe dingen ontstaan, blijven bestaan en veranderen
Kenmerken
- empirisch: gebaseerd op feiten
- systematisch: verbanden zoeken, niet losse weetjes
- generaliserend: patronen zoeken, geen individuele uitzonderingen
3. Sociale gelaagdheid in woonvoorkeuren
Kernvraag: Hoe komen woonvoorkeuren tot stand?
→ ze worden beïnvloed door:
- leeftijd
- opleiding
- socio-economische status
- migratieachtergrond
- stedelijk vs. landelijke context
- cultuur en socialisatie
voorbeelden:
- Jongeren vs. ouderen
- Hooggeschoolden vs. laaggeschoolden
- Stad vs. platteland
- Migranten onderling verschillen ook
1
, 4. De samenleving stuurt onze smaak
Wat we mooi vinden, lijkt ‘persoonlijk’, maar is in realiteit sociaal en cultureel
bepaald:
- Kunst voorkeur
- Mode
- Voeding
- Interieur
- Wonen
→ hoe hoger geschoold, hoe groter cultuurparticipatie → zelfde patroon in
architectuur en interieur
5. Pierre Bourdieu: de kern van de les (=socioloog)
a. Habitus
- een ingebouwd patroon v n gewoontes, voorkeuren, waarden
- ontstaat voornamelijk door opvoeding en sociale klasse
- stuurt onze smaak, zonder dat we dit bewust merken
b. Cultureel kapitaal
- bestaat uit o.a:
- kennis van kunst en cultuur
- taalgebruik
- opleiding
- “fijngevoeligheid" voor esthetiek
→ de dominante klasse (hoogopgeleiden) bezit veel cultureel kapitaal
c. Sociale reproductie
- smaken en voorkeuren worden doorgegeven van ouder op kind
- zo blijven klassenverschillen bestaan
d. Distinctie
“smaken verschillen en maken verschillen”
→ we gebruiken smaak om afstand te creëren van bv.:
- “wij hebben goede smaak, zij niet”
- design ←→ kitsch
- minimalisme ←→ overdaad
→ smaak wordt een wapen in sociale hiërarchie
e. Economisch kapitaal ≠ cultureel kapitaal
- rijk zijn betekent niet automatisch “goede smaak hebben”
- daarom heb je parvenu, patsers, strebers → die economische
welvaart hebben maar (volgens de elite) “incorrecte” smaak
2
, f. Vandaag: nieuwe trends
- minder deterministisch dan vroeger (meer mobiliteit)
- wel cultureel omnivorisme: hoogopgeleiden combineren
“hoge” en “lage” cultuur
- Maar: smaak blijft sterk sociaal bepaald
Belang voor ontwerpers:
- Vanuit welke positie kijk ik?
- Voor wie ontwerp ik?
- Welke sociale groepen sluiten mijn ontwerp (onbewust) in of uit?
6. Verwerkingsopdracht
a. Woonrages analyseren (Barbara Laan)
b. Reflectievragen over jouw eigen smaak
c. Bourdieu in de praktijk analyseren via Woody Allen – Manhattan → hoe
kunstkennis wordt gebruikt om sociale grenzen te trekken
7. BESLUIT
⇒ Onze smaak is niet persoonlijk, maar sociaal gevormd
⇒ Bourdieu toont dat smaak verbonden is met habitus, gevormd door sociale
klasse
⇒ Smaak wordt gebruikt om afstand te creëren tussen groepen (distinctie)
⇒ Cultureel kapitaal bepaald wie welke kunst, architectuur en interieur
waardeert
⇒ Sociologie helpt ontwerpers om bewust te zijn van sociale ongelijkheid en
diversiteit, zodat ontwerpen inclusiever en contextueel sterker worden
3
, LES 2: Sociologie van de tijd (Hartmut Rosa)
1. Doel van dit lesonderdeel
→ hoe tijd een sociaal construct is en wat versnelling doet met mensen én
met ontwerp
- Tijd heeft een sociale betekenis (niet alleen kloktijd)
- Je kan ontwerpen die versnellen of ontwerpen die vertraging bieden
- Onze samenleving verandert in een versnellende richting → dit
beïnvloedt wonen, werken, relaties en architectuur
2. Wat is tijd voor ons?
- onze visie op tijd is niet universeel, maar westers en sociaal gevormd
- tijd lijkt objectief, maar de ervaring van tijd is cultureel en sociaal
bepaald
3. Hartmut Rosa – dé socioloog van tijd
→ ze beschrijft onze moderne samenleving als een versnelde samenleving.
Om tijdsdruk, burn-out en gejaagdheid te begrijpen, moeten we de processen
van sociale versnelling kennen
→ 3 grote denkers die achtergrond vormen:
- Weber: rationalisering
- Durkheim/ luhmann: differentiatie
- Simmel/ Beck: individualisering
→ Rosa bouwt hierop voort met sociale versnelling
4. Wat versnelt er eigenlijk?
Tijd zelf versnelt niet (een uur blijft een uur), maar de processen binnen de
samenleving (categorieën van Rosa)
5. Categorie 1: technische versnelling
- transport (trein, vliegtuig auto)
- communcatie (internet, smartphones, AI)
- productie (3D-printing, automatisering)
→ intentie = dingen sneller maken
MAAR: technische versnelling veroorzaakt ook versnelling in andere
domeinen (zoals werkdruk, communicatie-explosie, multitasking)
6. Categorie 2: versnelling van sociale veranderingen
instabiliteit van sociale structuren:
- Beroepen veranderen sneller
- Relaties zijn minder langdurig
4