H4- Organisatie en regulering
van lichaamssystemen
Hoofdstukoverzicht
4.1. Soorten weefsels
4.2. Bindweefsel verbindt en ondersteund
4.3. Spierweefsel beweegt het lichaam
4.4. Zenuwweefsel communiceert
4.5. Epitheliaal weefsel beschermt
4.6. Integumentair systeem
4.7. Orgaansystemen, lichaamsholten en lichaamsmembranen
4.8. Homeostase
4.1. Soorten weefsels
Leerdoelen
1. Begrijpen waar de weefsels standhouden in organisatieniveaus;
2. Beschrijf de 4 hoofdklassen van weefsels en beschrijf hun functie.
4.1. Soorten weefsels
Weefsel/tissue: Samengesteld uit gespecialiseerde cellen van hetzelfde type die een
gemeenschappelijke functie in het lichaam vervullen.
Orgaan: Collectie van verschillende soorten weefsels
4 soorten weefsels:
1. Bindweefsel/connective tissue: Verschillende soorten weefsels aan te duiden die
verschillende delen van het lichaam aan elkaar kunnen hechten (pezen die spieren
aan botten hechten) en een algemeen ondersteunende functie kunnen hebben.
2. Spierweefsel/muscular tissue: Bedoelt om de delen van het lichaam in beweging te
brengen.
3. Zenuwweefsel/Nervous tissue: Ontvangt sensorische informatie en voert
zenuwimpulsen uit.
4. Epitheelweefsel/Epithelial tissue: Mooi geordend weefsel, bestaat uit verschillende
geordende cellen. Bedekt lichaamsoppervlakken en bekleedt lichaamsholten.
,4.2. Bindweefsel verbindt en ondersteund
Leerdoelen
1. De primaire soorten van het bindweefsel beschrijven en voor elk een functie geven;
2. De structuur en functie van bot en kraakbeen vergelijken;
3. Onderscheid maken tussen bloed en lymfe.
4.2.1. Bindweefsels
Bindweefsel: Divers qua structuur en functie, maar alle soorten bindweefsel hebben 3
vergelijkbare componenten:
- Gespecialiseerde cellen
- Gemalen substantie
- Proteïne vezels/Eiwitvezels MATRIX
Gemalen substantie:
- Niet-cellulair materiaal dat de cellen scheidt.
- Varieert in consistentie van vast ( bot ) tot halfvloeibaar (kraakbeen) tot vloeistof (bloed)
Matrix:
- Zorgen voor functie van bindweefsel in kwestie.
- Zorgen voor het herstellen en in leven houden van het bindweefsel.
3 algemene soorten bindweefsels:
- Vezelachtig
- Ondersteunend
- Vloeibaar
,Binnen bindweefsel zijn er 3 mogelijke typen van vezels:
o Witte Collageenvezels: Bevatten collageen, een eiwit dat ze flexibiliteit en
kracht geeft.
o Reticulaire vezels: Zeer dunne collageenvezels, sterk vertakte eiwitten die
delicate ondersteunende netwerken vormen.
o Elastische vezels: Bevatten Elastine, een eiwit dat niet zo sterk is als
Collageen, maar wel elastischer.
Elastische vezels keren terug naar hun oorspronkelijke vorm en kunnen
zonder schade meer dan 100 keer hun ontspannen grootte uitrekken.
Hoe ontstaan er overerfde bindweefselaandoeningen?
Wanneer mensen genen erven die tot misvormde vezels leiden.
BV. Marfan-syndroom
4.2.1.1. Vezelig bindweefsel
Figuur 4.1. Onderdelen van bindweefsel
Vezelig bindweefsel komt in 2 vormen voor:
Fibroblasten: Zijn op enige afstand van elkaar gelegen en zijn gescheiden door geleiachtige
grondsubstantie die witte collageenvezels en gele elastische vezels bevat.
Matrix: Omvat gemalen substantie en vezels
, Los: Ondersteunt epitheel en veel inwendige organen
o Fibroblasten
o Areolair bindweefsel
o Reticulair bindweefsel
o Aanwezig in longen, waardoor slagaders en urineblaas deze organen kunnen
uitzetten. Vormt een beschermde laag die veel inwendige organen omsluit,
zoals spieren, bloedvaten en zenuwen.
Vetweefsel is een speciaal soort van los bindweefsel waarin de cellen groter worden en
vet opslaan. Vetweefsel geeft ook een hormoon af dat de eetlustcontrole in de hersenen
reguleert.
Adipocyten:
o Cellen van wetweefsel, zijn overvol en elke cel is gevuld met vloeibaar vet.
o Lichaam gebruikt dit voor het opgeslagen van vet voor energie, isolatie en
orgaanbescherming.
Dicht: Verbindende functie
o Fibroblasten
o Bevat veel collageenvezels die samen verpakt zijn.
o Aangetroffen in pezen, die spieren met botten verbinden.
o Aangetroffen in ligamenten, die botten met andere botten bij gewrichten
verbinden.
Figuur 4.3: Afbeelding knie waar verschillende soorten bindweefsels worden geïllustreerd.
U ziet kraakbeen, bot, vetweefsel
van lichaamssystemen
Hoofdstukoverzicht
4.1. Soorten weefsels
4.2. Bindweefsel verbindt en ondersteund
4.3. Spierweefsel beweegt het lichaam
4.4. Zenuwweefsel communiceert
4.5. Epitheliaal weefsel beschermt
4.6. Integumentair systeem
4.7. Orgaansystemen, lichaamsholten en lichaamsmembranen
4.8. Homeostase
4.1. Soorten weefsels
Leerdoelen
1. Begrijpen waar de weefsels standhouden in organisatieniveaus;
2. Beschrijf de 4 hoofdklassen van weefsels en beschrijf hun functie.
4.1. Soorten weefsels
Weefsel/tissue: Samengesteld uit gespecialiseerde cellen van hetzelfde type die een
gemeenschappelijke functie in het lichaam vervullen.
Orgaan: Collectie van verschillende soorten weefsels
4 soorten weefsels:
1. Bindweefsel/connective tissue: Verschillende soorten weefsels aan te duiden die
verschillende delen van het lichaam aan elkaar kunnen hechten (pezen die spieren
aan botten hechten) en een algemeen ondersteunende functie kunnen hebben.
2. Spierweefsel/muscular tissue: Bedoelt om de delen van het lichaam in beweging te
brengen.
3. Zenuwweefsel/Nervous tissue: Ontvangt sensorische informatie en voert
zenuwimpulsen uit.
4. Epitheelweefsel/Epithelial tissue: Mooi geordend weefsel, bestaat uit verschillende
geordende cellen. Bedekt lichaamsoppervlakken en bekleedt lichaamsholten.
,4.2. Bindweefsel verbindt en ondersteund
Leerdoelen
1. De primaire soorten van het bindweefsel beschrijven en voor elk een functie geven;
2. De structuur en functie van bot en kraakbeen vergelijken;
3. Onderscheid maken tussen bloed en lymfe.
4.2.1. Bindweefsels
Bindweefsel: Divers qua structuur en functie, maar alle soorten bindweefsel hebben 3
vergelijkbare componenten:
- Gespecialiseerde cellen
- Gemalen substantie
- Proteïne vezels/Eiwitvezels MATRIX
Gemalen substantie:
- Niet-cellulair materiaal dat de cellen scheidt.
- Varieert in consistentie van vast ( bot ) tot halfvloeibaar (kraakbeen) tot vloeistof (bloed)
Matrix:
- Zorgen voor functie van bindweefsel in kwestie.
- Zorgen voor het herstellen en in leven houden van het bindweefsel.
3 algemene soorten bindweefsels:
- Vezelachtig
- Ondersteunend
- Vloeibaar
,Binnen bindweefsel zijn er 3 mogelijke typen van vezels:
o Witte Collageenvezels: Bevatten collageen, een eiwit dat ze flexibiliteit en
kracht geeft.
o Reticulaire vezels: Zeer dunne collageenvezels, sterk vertakte eiwitten die
delicate ondersteunende netwerken vormen.
o Elastische vezels: Bevatten Elastine, een eiwit dat niet zo sterk is als
Collageen, maar wel elastischer.
Elastische vezels keren terug naar hun oorspronkelijke vorm en kunnen
zonder schade meer dan 100 keer hun ontspannen grootte uitrekken.
Hoe ontstaan er overerfde bindweefselaandoeningen?
Wanneer mensen genen erven die tot misvormde vezels leiden.
BV. Marfan-syndroom
4.2.1.1. Vezelig bindweefsel
Figuur 4.1. Onderdelen van bindweefsel
Vezelig bindweefsel komt in 2 vormen voor:
Fibroblasten: Zijn op enige afstand van elkaar gelegen en zijn gescheiden door geleiachtige
grondsubstantie die witte collageenvezels en gele elastische vezels bevat.
Matrix: Omvat gemalen substantie en vezels
, Los: Ondersteunt epitheel en veel inwendige organen
o Fibroblasten
o Areolair bindweefsel
o Reticulair bindweefsel
o Aanwezig in longen, waardoor slagaders en urineblaas deze organen kunnen
uitzetten. Vormt een beschermde laag die veel inwendige organen omsluit,
zoals spieren, bloedvaten en zenuwen.
Vetweefsel is een speciaal soort van los bindweefsel waarin de cellen groter worden en
vet opslaan. Vetweefsel geeft ook een hormoon af dat de eetlustcontrole in de hersenen
reguleert.
Adipocyten:
o Cellen van wetweefsel, zijn overvol en elke cel is gevuld met vloeibaar vet.
o Lichaam gebruikt dit voor het opgeslagen van vet voor energie, isolatie en
orgaanbescherming.
Dicht: Verbindende functie
o Fibroblasten
o Bevat veel collageenvezels die samen verpakt zijn.
o Aangetroffen in pezen, die spieren met botten verbinden.
o Aangetroffen in ligamenten, die botten met andere botten bij gewrichten
verbinden.
Figuur 4.3: Afbeelding knie waar verschillende soorten bindweefsels worden geïllustreerd.
U ziet kraakbeen, bot, vetweefsel