Grijze tekst hand-out= lezen; niet te kennen voor het examen.
- Erfgoed is een onverdunbaar recht.
- Erfgoed is van ons allemaal, inclusief.
Architectuurtheorie < denken over erfgoed
Methodieken= denkbare dimensie omzetten in vorm.
Inhoud:
• Erfgoed-terminologie.
• Instanties die voor het behoud van erfgoed ijveren.
• De geschiedenis van de erfgoedzorg of hoe een respectvolle omgang met het erfgoed
deel uitmaakt van een bewustwordingsproces.
• Hedendaagse banderingen ter attentie van erfgoedzorg.
Definiëring, indeling & categorisering Hand-out 2
1. Definiëring
Erfgoed= de term die men gebruikt om datgene aan te duiden, wat men van de
voorouders erft. Het belang van erfgoed wordt door een maatschappij bepaald en
gedragen = de term erfgoed wordt toegekend aan zaken die mensen waarderen, zich
mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties.
Er staat geen datum op erfgoed: zowel vroeger als nu geproduceerd, het is net datgene
wat we waardevol vinden om te bewaren.
2. Indeling ‘cultureel en natuurlijk erfgoed’
Erfgoed < kan van natuurlijke of culturele aard zijn.
Cultureel erfgoed= erfgoed dat door de mens gemaakt/geproduceerd werd.
Voorbeelden:
- Archeologische sites, steden, gebouwen, tuinen en parken;
- Waardevolle publicaties zoals literatuur, poëzie, muziek;
- Beeldhouwwerken, schilderijen;
- Dans, fotografie, film, taal;
- Kledingstukken;
- Gerechten, ambachten;
- Etc.
Natuurlijk erfgoed= erfgoed dat door de natuur ontstaan is.
Betreft niet enkel ongerepte natuurgebieden zoals bossen, wouden, bergmassieven,
koraalriffen, watervallen, etc;
Maar ook:
- Fossielen;
- Zeldzame gesteenten/mineralen;
- Zeldzame plant- en diersoorten;
- Etc.
1
,3. Categorisering
Materieel erfgoed < tastbare tradities of overblijfselen.
- Geeft een goed beeld van de (lokale) geschiedenis.
- Draagt bij aan de culturele identiteit.
Binnen materieel erfgoed onderscheid tussen roerend erfgoed en onroerend erfgoed.
• Roerend erfgoed < gemakkelijk verplaatsbaar, niet grondgebonden.
Hierbij wordt voornamelijk gedacht aan:
- Kunstwerken;
- Publicaties;
- Foto’s, film en kleding;
- Gebruiksvoorwerpen;
- Munten, postzegels;
- Botanische monsters, archeologische vondsten;
- Brouwsels (ambachtelijk gebrouwen bier).
Mobiel erfgoed is tevens ‘roerend erfgoed’ omdat het makkelijk verplaatsbaar is.
- Voertuigen en hun aanhangwagens;
- Vaartuigen;
- Luchtvaartuigen;
- Ruimtevaartuigen.
à In het beleid wordt dit gezien als onroerend erfgoed omdat het verbonden is aan een
bepaald grondgebied.
Opmerking
Een deel van het mobiel erfgoed wordt soms als industrieel erfgoed beschouwd, met als
gevolg dat het gecategoriseerd wordt als ‘onroerend goed’.
‘Geregistreerd mobiel erfgoed’ is land/natie gebonden.
à Voertuigen met een Belgische nummerplaat en vaartuigen die onder Belgische
vlag varen, zijn door hun registratie eigenlijk ook aan grond/ natie verbonden.
Roerend erfgoed wordt meestal bewaard in bibliotheken, archieven, musea, religieuze
centra, erfgoedcellen, private verzamelingen of verzamelingen van heemkundige kringen of
erfgoedverenigingen.
• Onroerend erfgoed < niet gemakkelijk verplaatsbaar, grondgebonden.
Hierbij wordt voornamelijk gedacht aan:
- Monumenten en landschappen
§ Belangrijke landschappen en landschapselementen
- Natuurlandschappen < natuurlijke bergmassieven, bossen, duinen, etc.
Vb. het Zwin Natuur Park, het Mont Blancmassief, Great Barrier Reef
- Cultuurlandschappen= door de mens aangelegde landschappen < akkers,
kanalen, havens, dreven, parken en tuinen, steden, dorpjes, etc.
Vb. Park van Versailles, Damse Vaart tussen Brugge en Sluis, rijstvelden
van Bali, het Zoniënwoud
2
, à Stedelijke cultuurlandschappen= waardevol stedenbouwkundig
erfgoed < bijzondere metropolen, grootsteden, steden en stedelijke
gebieden, typische dorpjes.
Vb. Grote Markt Brussel, de lay-out van Manhatten en Barcelona
§ Monumenten= waardevol bouwkundig erfgoed
Gebouwen met monumentaal karakter
- Religieuze gebouwen < kerken, moskeeën, synagogen, maçonnieke
tempels, etc.
Vb. Notre Dame, Hagia Sophia, de grote en kleine tempel van Abu Simbel
- Residentiële gebouwen als woonst van de adel < burchten, paleizen,
kastelen, etc.
Vb. Kasteel van Laken, Paleis Het Loo, de Purperen Verboden Stad
- Belforten in België en Frankrijk als symbolen van macht van schout en
schepenen
Vb. Belfort van Lier, Mechelen, Brugge, Kortrijk, Gent, Oudenaarde
- Stations
Vb. St Pancras railway station, de stations van Aalst, Gent-Sint-Pieters
- Bruggen
Vb. Iron Bridge, de Forth Bridge, de Golden Gate Bridge, Brooklyn Bridge
- Luchthavens
Vb. TWA Flight Center, Stansted Airport, Terminal Norman Foster
- Operagebouwen
Vb. Sydney Opera House, Opera Garnier, Opera van Gent
- Sportcomplexen
Vb. Olymisch stadion
- Oorlogs- en vredesmonumenten
Een oorlogsmonument= een gebouw, standbeeld of ander bouwwerk
opgericht om een oorlog of overwinning te vieren, of om hen die
omkwamen of gewond raakten in een oorlog te herdenken. Soms wordt
de term ‘bevrijdingsmonument’ gebruikt.
Vb. Leeuw van Waterloo, Menenpoort, Arc de Triomphe, Ijzerentoren
- Funerair erfgoed < grafmonumenten en begraafplaatsen
Vb. Kerkhof van Mariakerke met de bisschoppengalerij,
Westerbegraafplaats, Highgate Cemetery
- Sculpturaal erfgoed < als site-gebonden bouwkundige elementen zoals
grote standbeelden, obelisken, fonteinen, poortgebouwen, etc.
Vb. Statue of Liberty, Christ the Redeemer
Gebouwen zonder monumentaal karakter
Vb. kapelletjes, schuren, wind- en watermolens, begijnenhuisjes,
arbeiderswoningen of hoevetjes die omwille van hun authenticiteit en
typologie en/of typische kenmerken representatief zijn.
3
, - Archeologische sites
Archeologische site= een plaats waar bewijs van menselijke activiteiten uit het
verleden bewaard is gebleven en onderzocht is of onderzocht kan worden met
behulp van de discipline archeologie.
< Het bevat voorwerpen die op deze plek voor het laatst gebruikt zijn.
à Sites kunnen variëren:
§ Sites met weinig of geen overblijfselen boven de grond.
§ Sites met duidelijk zichtbare gebouwen en andere structuren.
Vb. Romeinse villa van Neerhare-Rekem, Vicus van Elewijt, een grafheuvel van de
Maritiem-Archaïsche cultuur
- Varend erfgoed = nautisch erfgoed < schepen, boten en drijvende inrichtingen met
inbegrip van hun uitrusting en van hun voorstuwingsmiddelen, waarvan het behoud
van algemeen belang is wegens hun historische, wetenschappelijke, industrieel-
archeologische of ander sociaal-culturele waarde.
In België zijn 28 vaartuigen beschermd als varend erfgoed en 5 zijn beschermd als
monument. Daarnaast staan een 100-tal schepen op de inventarislijst van onroerend
erfgoed.
- Heraldiek = wapenkunde, leer van de familiewapens
- Persoonsgebonden
- Ontstaan om wapenuitrustingen van ridders te versieren met
symbolische voorstellingen, emblemen waaruit later de wapens zijn
ontstaan.
- Heraldische wapens onderscheiden zich van preheraldische versierselen
doordat ze permanent en erfelijk van karakter zijn.
- De duiding van het geheel van conventies en regels die de samenstelling
en het gebruik van de heraldische wapens regelt à ontstaan van
regionaal gekleurd wapenrecht.
- Heraldiek als de wetenschap die zich bezighoudt met de studie naar het
ontstaan, de ontwikkeling, het gebruik, het recht, de reglementering en
de beschrijving van wapens van personen, families en instellingen =
hulpwetenschap van de geschiedenis.
- Heraldicus= kenner van heraldische wapens.
In bepaalde gevallen bestaan erfgoedsites zowel uit landschappelijke, stedenbouwkundige
als bouwkundige elementen.
• Militair erfgoed
Vb. stadsomwallingen, verdedigingsgordels vestingwerken, kazematten, bastions, etc.
• Industrieel erfgoed
Vb. fabrieken, koeltorens, watertorens, ijzergieterijen, bruggen, etc.
Opmerking: mobiel erfgoed worden vaak onder industrieel erfgoed onderbracht.
Slechts uitzonderlijk wordt onroerend erfgoed verplaatst.
Vb. de gebouwencollectie van het Openluchtmuseum Bokrijk
4