psychologie H5
de humanistische benadering
1. uitgangspunten en basisbegrippen
1.1 ons gedrag, gevoelens, gedachten en interacties worden bepaald
vanuit betekenissen
betekenis die we geven aan alles wat we meemaken
● volgens hum. psychologie → subjectief en bepaalt door ons gedrag
● richten zich op de beleving in plaat van op het waarneembare gedrag van de
cliënt
1.2 ons gedrag, gevoelens, gedachten en interacties worden bepaald
vanuit onze vrije wil
● meer belang aan vrije wil
- durven eigen keuzes maken
● mens niet volledig bepaald door onbewuste
- menselijke vrijheid is het hoogste goed
● mensen maken keuzes op basis van innerlijke kompas
- geeft aan wat goed voor hen is
1.3 een humanistische benadering gaat uit van een
ontwikkelings-/groei-/ procesmodel
● elke mens kan zich op een positieve manier ontwikkelen als hij maar
voldoende groeikansen krijgt vanuit zijn omgeving.
● Niemand kan bepalen wat anderen moeten doen, het kan wel helpen om de
visie te verhelderen en verfijnen.
men gelooft zeer sterk in een innerlijke kern die mensen drijft en stuwt:
vanuit dit groeiproces:
- komen tot grotere integratie
- lijken meer op de persoon die ze willen zijn
- leiden zichzelf beter
→ het ‘ware zelf’ is wie ze echt zijn
→ het ‘zelf’ is voortdurend in ontwikkeling
1.4 een humanistische benadering probeert de mens als een geheel te
zien
= holistische benadering (= allesomvattend)
<-> reductionisme (= alles wordt afzonderlijk van elkaar beschouwd)
menselijke gedragingen alleen verklaard worden als de totaliteit daarvan mee in
kaart wordt gebracht <-> verandert er iets aan het geheel, dan verandert het geheel
en de delen ervan.
1
, 1.5 een humanistische benadering gaat uit van een kwalitatieve
onderzoeksbenadering
● In plaats van zich te beperken tot meetbare gedragsobservaties maken ze
gebruik van kwalitatieve onderzoeksmethoden.
(getuigenissen, ervaringsverslagen)
● Ze doen op een meer inclusieve en geïntegreerde manier aan wetenschap.
non-theoretische benadering = het benadrukken dat ieder individu leeft in een
dynamische wereld van ervaringen waarvan hij zelf het middelpunt is en waarover
men geen algemene uitspraken kan doen.
4. de humanistische kijk op motivatie
de humanistische benadering is ontstaan vanuit een zich afzetten tegen de uitwassen
van een psychoanalytische en behavioristische benadering.
4.1 kenmerken van de theorie van Maslow
● onderscheid 5 groepen van(fundamentele) behoeften
● gaat ervan uit dat de behoeften fundamenteel en dus aangeboren zijn
● er is een duidelijke hiërarchie tussen de behoeften en ze zijn permanent
aanwezig.
● de 5 behoeften
- komen voort uit de biologische aard van de mens
→ het zijn intrinsieke aspecten van onze menselijke natuur, die we niet
kunnen negeren
- er is een zekere hiërarchie tussen de niveaus
- ze zijn permanent aanwezig
→ de dominantie van een bepaalde behoefte kan van moment tot
moment verschillen.
→ een mens kan nooit helemaal tevreden zijn
4.2 De behoeftepiramide van Maslow
4.2.1 de lagere fysiologische behoeften
● lagere fysiologische basisbehoeften
bevinden zich aan de basis
Bv. voedsel, drinken, lucht, seksuele…
● ze zijn nodig om te kunnen overleven
● wanneer ze niet in een redelijke mate
kunnen bevredigd, staat hun hele
menselijke bestaan in functie.
4.2.2 de behoefte aan veiligheid en controle
● behoefte aan zekerheid, stabiliteit, voorspelbaarheid, controle en aan orde en
structuur
● duidelijkst bij kinderen
2
de humanistische benadering
1. uitgangspunten en basisbegrippen
1.1 ons gedrag, gevoelens, gedachten en interacties worden bepaald
vanuit betekenissen
betekenis die we geven aan alles wat we meemaken
● volgens hum. psychologie → subjectief en bepaalt door ons gedrag
● richten zich op de beleving in plaat van op het waarneembare gedrag van de
cliënt
1.2 ons gedrag, gevoelens, gedachten en interacties worden bepaald
vanuit onze vrije wil
● meer belang aan vrije wil
- durven eigen keuzes maken
● mens niet volledig bepaald door onbewuste
- menselijke vrijheid is het hoogste goed
● mensen maken keuzes op basis van innerlijke kompas
- geeft aan wat goed voor hen is
1.3 een humanistische benadering gaat uit van een
ontwikkelings-/groei-/ procesmodel
● elke mens kan zich op een positieve manier ontwikkelen als hij maar
voldoende groeikansen krijgt vanuit zijn omgeving.
● Niemand kan bepalen wat anderen moeten doen, het kan wel helpen om de
visie te verhelderen en verfijnen.
men gelooft zeer sterk in een innerlijke kern die mensen drijft en stuwt:
vanuit dit groeiproces:
- komen tot grotere integratie
- lijken meer op de persoon die ze willen zijn
- leiden zichzelf beter
→ het ‘ware zelf’ is wie ze echt zijn
→ het ‘zelf’ is voortdurend in ontwikkeling
1.4 een humanistische benadering probeert de mens als een geheel te
zien
= holistische benadering (= allesomvattend)
<-> reductionisme (= alles wordt afzonderlijk van elkaar beschouwd)
menselijke gedragingen alleen verklaard worden als de totaliteit daarvan mee in
kaart wordt gebracht <-> verandert er iets aan het geheel, dan verandert het geheel
en de delen ervan.
1
, 1.5 een humanistische benadering gaat uit van een kwalitatieve
onderzoeksbenadering
● In plaats van zich te beperken tot meetbare gedragsobservaties maken ze
gebruik van kwalitatieve onderzoeksmethoden.
(getuigenissen, ervaringsverslagen)
● Ze doen op een meer inclusieve en geïntegreerde manier aan wetenschap.
non-theoretische benadering = het benadrukken dat ieder individu leeft in een
dynamische wereld van ervaringen waarvan hij zelf het middelpunt is en waarover
men geen algemene uitspraken kan doen.
4. de humanistische kijk op motivatie
de humanistische benadering is ontstaan vanuit een zich afzetten tegen de uitwassen
van een psychoanalytische en behavioristische benadering.
4.1 kenmerken van de theorie van Maslow
● onderscheid 5 groepen van(fundamentele) behoeften
● gaat ervan uit dat de behoeften fundamenteel en dus aangeboren zijn
● er is een duidelijke hiërarchie tussen de behoeften en ze zijn permanent
aanwezig.
● de 5 behoeften
- komen voort uit de biologische aard van de mens
→ het zijn intrinsieke aspecten van onze menselijke natuur, die we niet
kunnen negeren
- er is een zekere hiërarchie tussen de niveaus
- ze zijn permanent aanwezig
→ de dominantie van een bepaalde behoefte kan van moment tot
moment verschillen.
→ een mens kan nooit helemaal tevreden zijn
4.2 De behoeftepiramide van Maslow
4.2.1 de lagere fysiologische behoeften
● lagere fysiologische basisbehoeften
bevinden zich aan de basis
Bv. voedsel, drinken, lucht, seksuele…
● ze zijn nodig om te kunnen overleven
● wanneer ze niet in een redelijke mate
kunnen bevredigd, staat hun hele
menselijke bestaan in functie.
4.2.2 de behoefte aan veiligheid en controle
● behoefte aan zekerheid, stabiliteit, voorspelbaarheid, controle en aan orde en
structuur
● duidelijkst bij kinderen
2