Werkcollege 1 & 2
Prevalentie cijfers niet kennen maar wel de dendensen, bv komt meer bij mannen voor dan vrouwen
De testen en vragenlijsten ook niet kennen
Syndroom is een verzameling van symptonen
Elke stoornis is een syndroom
Relevantie van het vak = preventie (voortekeningen zijn dus belangrijk te kennen in het echte leven)
Anamnese-> voorgeschiedenis
Comorbiditeit -> Meerdere stoornissen tegelijkertijd
Psychopathologie
Wat is het?
• Beschrijven, classificatie, oorzaken en behandelingen
• Deelgebied van psychiatrie en klinische psychologie.
• Focus op afwijkende emoties, gedachten en gedrag.
• Aandacht voor de oorzaken en de behandelmogelijkheden
Stoornis is een geheel van symptonen, is langer en meer belemmering.
Elke psychische stoornis is een syndroom
Symptoom vs Syndroom vs comorbiditeit
• Symptoom = uiting van onderliggend probleem vb. hoofdpijn, misselijkheid, verhoogde hartslag
• Syndroom= verzameling van symptomen = problematiek achter verzameling van symptomen
• Comorbiditeit = samengaan van verschillende syndromen -> verschillende dingen gaan samen vb.
depressie en verslaving samen
Wat is normaal gedrag?
Generaties kunnen anders kijken naar stoornissen bv ernst zien in burn-out
Grens tussen normaal en abnormaal:
Zes criteria
• Uitzonderlijk
• Sociaal afwijkend
, • Foute perceptie of interpretatie van de realiteit
• Aanzienlijk emotioneel lijden
• Ongepast of contraproductief (dagdagelijkseleven)
• Gevaar
(Oefening dia 22)
Psychologisch: Gedrag, gevoelens en gedachten
Het diathese-stressmodel
• = Verklaringsmodel
• Combinatie van kwetsbaarheid en stressfactoren kan leiden
tot een stoornis
• Voorbeeld: depressie
• Bepaald je draag kracht
Diathese -> kwetsbaarheid (bijvoorbeeld erfelijk, persoonlijkheidsfactor)
Pathologie
Wat zijn instandhoudende factoren?
= elementen die maken dat een stoornis blijft bestaan of terugkeert, zelfs wanneer de uitlokkende oorzaak niet meer
aanwezig is.
• Cognitieve processen (bv. negatieve denkpatronen)
• Gedragsmatige factoren (vermijdingsgedrag, beloningsmechanismen)
• Emotionele processen (emotieregulatieproblemen)
,• Sociale en relationele factoren (steun, conflicten, isolatie)
• Biologische factoren (stressrespons, slaappatroon, lichamelijke kwetsbaarheid)
• Omgevingsfactoren (stressvolle omstandigheden, socio-economische druk)
Nature,nurture -> debat, worden dingen aangeleerd
Therapeutische stromingen
• = richtingen binnen de psychotherapie
• Elk eigen visie op ontstaan en behandeling
• Theoretisch kader en methodieken
Psychodynamisch
• Onbewuste processen en vroegkinderlijke ervaringen
• Freads psychoanalyse en verder ontwikkeld door Jung, Erikson en Klien
• Interne conflicten als kern samen met onverwerkte ervaringen
• Vrije associatie, droomanalyse, overdracht/tegenoverdracht
• Ingezet bij diepgewortelde emotionele en relationele problemen
Behavioristisch
Eerste generatie: klassieke gedragstherapie
• Gebaseerd op klassieke & operante conditionering (Pavlov, Skinner)
• Probleemgedrag = aangeleerd, dus ook af te leren
• Focus op observeerbaar gedrag, weinig aandacht voor gedachten
Tweede generatie: cognitieve gedragstherapie (CGT)
• Ontwikkeld door Beck & Ellis
• Gedachten, overtuigingen → grote rol bij psychische problemen
• Doel: negatieve denkpatronen herkennen, uitdagen, veranderen
Derde generatie: contextuele & acceptatiegerichte therapieën
• Focus op acceptatie & mindfulness, niet alleen verandering
• Voorbeelden:
ACT: leren omgaan met negatieve gedachten/emoties
DGT: emotieregulatieproblemen, borderline
MBCT: combinatie mindfulness & CGT, terugkerende depressie
Humanistisch
= Reactie op psychoanalyse en behaviorisme (jaren 1950)
• Focus op persoonlijke groei, zelfontplooiing, authenticiteit
• Belangrijke figuren: Carl Rogers, Abraham Maslow
• Rogers: cliëntgerichte therapie → empathie, acceptatie, echtheid
• Mens is holistisch
• Problemen ontstaan bij kloof tussen ‘ware zelf’ en ‘ideale zelf’
, • Maslow: behoeftehiërarchie → zelfactualisatie als hoogste doel
Systeempersepctief
= Focus op sociale context en relaties i.p.v. individu
• Psychische problemen = gevolg van ongezonde dynamieken en patronen
• Doel: verbeteren communicatie, doorbreken negatieve patronen
• Behandeling richt zich op gezin, relaties, werk, vrienden
• Belangrijke figuren:
• Murray Bowen: familiesysteemtheorie, emotionele verbondenheid
• Virginia Satir: gezinscommunicatie, relatieverbetering
Diagnostiek
• = systemische aanpak
• Volgt stappen van een wetenschappelijk proces
Belangrijk dat je weet wat het inhoud,
^probleem verhelderen, hypothese opstellen… Niet helemaal van buiten.
Classificatiesystemen
DSM-5 alle geestelijke/psychische stoornissen
(ook richtlijnen)
ICD-11 Alle medische stoornissen (meer
algemeen en beschrijven)
Classificatiesystemen
• Diagnostic and Statistical Manual of Mental
Disorders (DSM)
• International Classification of Diseases (ICD) ->
ook fysieke aandoeningen, gemaakt door WHO
Voor elke ziekte heb je een lijstje zoals deze die we ook zullen moeten kennen.
Hokjesdenken
Voordelen Nadelen