H1: Situering en werkwijze van dierenveredeling
1. Definitie van algemene doelstellingen van dierenveredeling
1.1 Definitie
• Dierenveredeling = verbeteren van het genoom met een bepaald doel voor ogen
• Wat is een verbeterd dier?
o afhankelijk van de specifieke doelstellingen en de diersoort waarmee je werkt
o Dier dat meer vruchtbaar is/ meer nakomelingen produceert → makkelijk te meten,
nakomelingen tellen
o Dier dat ziekte resistent is → moeilijk te meten
o Verbetering van melkproductie
o Verbetering van vleesproductie
o Verbetering van het dier
▪ Bv sportpaarden
• Bv. eierproductie bij legkippen
o biologische grenzen op het vergroten van de eierproductie
→ kip selecteren die 3 eieren op 2 dagen legt lukt niet
o gewone kip is volgroeid (2,6 kg) op 6 weken → kip sneller laten groeien lukt niet (limiet)
▪ anders plofkippen → vallen dood neer zodra er een stressfactor is
o traag groeiende kippen (8 weken) → beter voor welzijn (en lekkerder)
▪ wel dubbel zo duur
• varkens daarentegen volledig volgroeid op 6 maanden
o geeft ook veel meer vlees
1.2 Doelstellingen
1.2.1 Opbrengstverhoging Energie die koe/schaap/… opneemt kan of naar
vleesproductie of naar melkproductie
• Melk: Melkvee, geit, schaap, buffel
• Vlees: Vleesvee, varken, kip, schaap, kalkoen, konijn Sommige kunnen naar beide maar zullen nooit
• Eieren: leghennen een top niveau bereiken op beide
• Vis: Aquacultuur naast vangst
• Wol: schaap
• Pels: Konijn/nerts (mag niet meer)
• Sport: Paard/hond
Voederconversie = de hoeveelheid voeder die een dier moet opnemen om 1 kg te groeien
• hoe lager, hoe beter
1.2.1.1 Melkproductie
Koeien voor melkproductie: Holstein
• Knokig en mager met laag hangende uier
o Melkproductie is een productiekenmerk
o Vlees en spieren zijn ook een productiekenmerk
o kan niet voor beide tegelijk selecteren dus eentje gaat verloren
• voordeel koe t.o.v. geit?
o Minder voeding nodig om eigen metabolisme op peil te houden
o lagere voederconversie voor melkproductie
o koeien kunnen opnieuw bevrucht worden als ze in lactatie zijn
1
,Geiten voor melkproductie: Saanen
Schapen voor melkproductie:
• Chios (Griekenland → feta)
• Fries melkschaap
1.2.1.2 Vleesproductie
Gemeenschappelijke kenmerken van dieren die worden geselecteerd voor vlees:
• Rechte rug (Spieren trekken de rug recht)
• Brede schouders
• Maken procentueel meer vet aan dan spieren
→ meer eten geven voor beter vlees
MAAR: niet te vet mesten → voederconversie moet voordelig blijven
Vleesvlee:
• Texelschaap
• Piètrain varken
• Breedborstkalkoen
• Belgisch Wit Blauw (BWB)
Productie van vlees
• België: veel productie varkensvlees en export ervan
• Export naar Duitsland, China, Nederland, Frankrijk
Consumptie van vlees (regio)
• Carcass weight = geslacht dier zonder ingewanden (wel spieren, botten, vel)
• Grootste stijging van consumptie van vlees in meer ontwikkelde landen (exclusief China en
Brazilië omdat dat de transitie landen zijn van developing naar industrieel)
• Meer welvaart gaat gepaard met meer vleesproductie
• In België is de vleesproductie gestagneerd of neemt licht af
Consumptie van vlees (soort)
• Kip het meeste want dat mag in iedere religie gegeten worden en heeft lage voederconversie
o Selecteren op vleesproductie: Via SEUROP
o Je kijkt naar de achterkant van het dier
o S = veel spieren (bv. BWB)
o P = geen spieren (bv. Holstein)
o Je hebt vetvlees en spierenvlees
→ tendens gaat naar minder vetvlees
• Aberdeen Angus (AA): schotse koe
o Meeste vet
• BWB: veel spieren, minder vet
• Vleeskoeien baren bijna altijd via keizersnede
Wat veroorzaakt de felle spiergroei?
• Myostatine gen onderdrukt spiergroei normaal
• Vleesdieren hebben een natuurlijk voorkomende mutatie → inactivatie myostatine
Vleesproductie bij varkens: hoger aantal dieren → meer vlees
• Zeugen: worden geselecteerd voor aantal nakomelingen
o Worpgrootte: # biggen / worp
o Worpgetal: # biggen / jaar
• Beren voor spiergroei
o Volwassen varken weegt 250 – 300 kg
2
,1.2.1.3 Eierproductie
hen legt gemiddeld 300-325 eieren per jaar
• Selecteren voor meer eieren gaat niet
• Leghennen hebben slechte, zwakke botten
o Eierschaal is gemaakt van calcium → minder calcium naar botten
o Leghennen zijn bijna altijd kruisingen
1.2.1.4 Visvangst
Vraag naar vis, schaal- en schelpdieren neemt toe
• Hierdoor neemt de visserij en aquacultuur ook toe
o Aquacultuur = kweken van waterdieren en planten
▪ Bv. mosselen die gezaaid worden of zalm die gekweekt wordt
▪ Is goed want we eten meer dan de oceaan aankan
1.2.1.5 Insecten
Veel voordelen:
• Korte levenscyclus
• Hoge eiwitbron
• Klein en makkelijk te kweken
• Niet veel voeder nodig
Nadeel: exoskelet bevat chitine (allergieën mogelijk)
1.2.2 Kwaliteit
1.2.2.1 Vleeskwaliteit
Laatste decennia vooral geselecteerd voor:
• Goede voederconversie
o Voederconversie is de grootste kost van een bedrijf
o Hoe minder voer die moet opnemen, hoe efficiënter
• Hoog percentage mager vlees, weinig vet
• Minder aandacht voor vleeskwaliteit
NU:
• ontwikkeling van niche markten gericht op vleeskwaliteit
• vooral op IMF (= intramusculair vet)
o vlees dooraderd met vet → meer smaak
o bij het bakken springen vetcellen → esters komen vrij
• voorbeelden van prominente rassen:
o Berkshire varken
o Aberdeen Angus
• Extreme vleeskwaliteit: vaak met marbeling → prijzig
o Wagyu
o Cerdo Iberico
▪ Groeien traag (1 jaar) → prijzig
▪ Minder kinderen
1.2.2.2 Wolkwaliteit
Merino schaap → dure wol
• Vooral in Australië en Nieuw-Zeeland
1.2.2.3 Bont
Bijproduct van vleeskonijnen: Rex konijnen hebben hoge kwaliteit pels
3
, 1.2.3 Robuustheid en verminderde gevoeligheid voor ziekten
Dieren die ziek zijn, groeien niet
• Ziektegevoeligheid is dus zeer belangrijk
Bv. melkproductie in Afrika
• Trypanosoma: parasiet → slaapziekte die kan leiden tot sterfte in kuddes
→ tolerante rassen: afweersysteem kan parasiet aan
→ resistente rassen: er vindt geen infectie plaats
o Zebu (rund)
▪ Beter aangepast aan warm klimaat
▪ Minder gevoelig voor runderpest
▪ Dikkere huid → tolerant aan trypanosoma
o West Afrikaanse dwerggeit
▪ Trypanosoma tolerant
o West African Shorthorn (rund)
▪ Aangepast aan aride gebieden
▪ Trypanosoma tolerant
Bv. vleesproductie in Brazilië: Nelore (rund)
• Kan goed tegen hitte
• Niet veel voeder nodig
1.2.4 Methaanreductie
• Doelstelling waar de laatste jaren meer en meer voor geselecteerd wordt
• Minder uitstoot door:
o Ander voeder te geven
o Selecteren op dieren die minder methaan produceren bij hetzelfde voeder
1.2.5 Conclusie
• doelstellingen zijn zeer verscheiden
o moeilijk om alles te combineren in 1 ras
o Meestal wordt 1 ras gekweekt voor 1 specifieke doelstelling
• Afhankelijk van diersoort
o Tweeledige types
▪ Meer naar strikte scheiding: Reproductiekenmerken / Productiekenmerken
• Ei/vlees
o Specifieke vader en moederlijnen
▪ Specifiek een lijn selecteren voor een kenmerk
▪ Bv. moederlijn voor aantal nakomelingen en vaderlijn voor veel vlees
• Deze kruisen geeft veel nakomelingen met veel vlees
▪ Enkel voor varkens, vleeskuikens en kalkoenen
• Niet voor runderen want die krijgen maar 1 kalf per worp
2. Interactie van disciplines
Genetica: Inzicht in genetische controle van eigenschappen en de manier waarop ze overerven
• Moleculaire genetica: DNA-based
o Welke variatie is verantwoordelijk voor welk fenotype
o Verschillende versies van een gen zijn allelen
• Kwantitatieve genetica: wiskundige modellen om de genetische aanleg van een dier in te schatten
op basis van fenotypische kenmerken
4
1. Definitie van algemene doelstellingen van dierenveredeling
1.1 Definitie
• Dierenveredeling = verbeteren van het genoom met een bepaald doel voor ogen
• Wat is een verbeterd dier?
o afhankelijk van de specifieke doelstellingen en de diersoort waarmee je werkt
o Dier dat meer vruchtbaar is/ meer nakomelingen produceert → makkelijk te meten,
nakomelingen tellen
o Dier dat ziekte resistent is → moeilijk te meten
o Verbetering van melkproductie
o Verbetering van vleesproductie
o Verbetering van het dier
▪ Bv sportpaarden
• Bv. eierproductie bij legkippen
o biologische grenzen op het vergroten van de eierproductie
→ kip selecteren die 3 eieren op 2 dagen legt lukt niet
o gewone kip is volgroeid (2,6 kg) op 6 weken → kip sneller laten groeien lukt niet (limiet)
▪ anders plofkippen → vallen dood neer zodra er een stressfactor is
o traag groeiende kippen (8 weken) → beter voor welzijn (en lekkerder)
▪ wel dubbel zo duur
• varkens daarentegen volledig volgroeid op 6 maanden
o geeft ook veel meer vlees
1.2 Doelstellingen
1.2.1 Opbrengstverhoging Energie die koe/schaap/… opneemt kan of naar
vleesproductie of naar melkproductie
• Melk: Melkvee, geit, schaap, buffel
• Vlees: Vleesvee, varken, kip, schaap, kalkoen, konijn Sommige kunnen naar beide maar zullen nooit
• Eieren: leghennen een top niveau bereiken op beide
• Vis: Aquacultuur naast vangst
• Wol: schaap
• Pels: Konijn/nerts (mag niet meer)
• Sport: Paard/hond
Voederconversie = de hoeveelheid voeder die een dier moet opnemen om 1 kg te groeien
• hoe lager, hoe beter
1.2.1.1 Melkproductie
Koeien voor melkproductie: Holstein
• Knokig en mager met laag hangende uier
o Melkproductie is een productiekenmerk
o Vlees en spieren zijn ook een productiekenmerk
o kan niet voor beide tegelijk selecteren dus eentje gaat verloren
• voordeel koe t.o.v. geit?
o Minder voeding nodig om eigen metabolisme op peil te houden
o lagere voederconversie voor melkproductie
o koeien kunnen opnieuw bevrucht worden als ze in lactatie zijn
1
,Geiten voor melkproductie: Saanen
Schapen voor melkproductie:
• Chios (Griekenland → feta)
• Fries melkschaap
1.2.1.2 Vleesproductie
Gemeenschappelijke kenmerken van dieren die worden geselecteerd voor vlees:
• Rechte rug (Spieren trekken de rug recht)
• Brede schouders
• Maken procentueel meer vet aan dan spieren
→ meer eten geven voor beter vlees
MAAR: niet te vet mesten → voederconversie moet voordelig blijven
Vleesvlee:
• Texelschaap
• Piètrain varken
• Breedborstkalkoen
• Belgisch Wit Blauw (BWB)
Productie van vlees
• België: veel productie varkensvlees en export ervan
• Export naar Duitsland, China, Nederland, Frankrijk
Consumptie van vlees (regio)
• Carcass weight = geslacht dier zonder ingewanden (wel spieren, botten, vel)
• Grootste stijging van consumptie van vlees in meer ontwikkelde landen (exclusief China en
Brazilië omdat dat de transitie landen zijn van developing naar industrieel)
• Meer welvaart gaat gepaard met meer vleesproductie
• In België is de vleesproductie gestagneerd of neemt licht af
Consumptie van vlees (soort)
• Kip het meeste want dat mag in iedere religie gegeten worden en heeft lage voederconversie
o Selecteren op vleesproductie: Via SEUROP
o Je kijkt naar de achterkant van het dier
o S = veel spieren (bv. BWB)
o P = geen spieren (bv. Holstein)
o Je hebt vetvlees en spierenvlees
→ tendens gaat naar minder vetvlees
• Aberdeen Angus (AA): schotse koe
o Meeste vet
• BWB: veel spieren, minder vet
• Vleeskoeien baren bijna altijd via keizersnede
Wat veroorzaakt de felle spiergroei?
• Myostatine gen onderdrukt spiergroei normaal
• Vleesdieren hebben een natuurlijk voorkomende mutatie → inactivatie myostatine
Vleesproductie bij varkens: hoger aantal dieren → meer vlees
• Zeugen: worden geselecteerd voor aantal nakomelingen
o Worpgrootte: # biggen / worp
o Worpgetal: # biggen / jaar
• Beren voor spiergroei
o Volwassen varken weegt 250 – 300 kg
2
,1.2.1.3 Eierproductie
hen legt gemiddeld 300-325 eieren per jaar
• Selecteren voor meer eieren gaat niet
• Leghennen hebben slechte, zwakke botten
o Eierschaal is gemaakt van calcium → minder calcium naar botten
o Leghennen zijn bijna altijd kruisingen
1.2.1.4 Visvangst
Vraag naar vis, schaal- en schelpdieren neemt toe
• Hierdoor neemt de visserij en aquacultuur ook toe
o Aquacultuur = kweken van waterdieren en planten
▪ Bv. mosselen die gezaaid worden of zalm die gekweekt wordt
▪ Is goed want we eten meer dan de oceaan aankan
1.2.1.5 Insecten
Veel voordelen:
• Korte levenscyclus
• Hoge eiwitbron
• Klein en makkelijk te kweken
• Niet veel voeder nodig
Nadeel: exoskelet bevat chitine (allergieën mogelijk)
1.2.2 Kwaliteit
1.2.2.1 Vleeskwaliteit
Laatste decennia vooral geselecteerd voor:
• Goede voederconversie
o Voederconversie is de grootste kost van een bedrijf
o Hoe minder voer die moet opnemen, hoe efficiënter
• Hoog percentage mager vlees, weinig vet
• Minder aandacht voor vleeskwaliteit
NU:
• ontwikkeling van niche markten gericht op vleeskwaliteit
• vooral op IMF (= intramusculair vet)
o vlees dooraderd met vet → meer smaak
o bij het bakken springen vetcellen → esters komen vrij
• voorbeelden van prominente rassen:
o Berkshire varken
o Aberdeen Angus
• Extreme vleeskwaliteit: vaak met marbeling → prijzig
o Wagyu
o Cerdo Iberico
▪ Groeien traag (1 jaar) → prijzig
▪ Minder kinderen
1.2.2.2 Wolkwaliteit
Merino schaap → dure wol
• Vooral in Australië en Nieuw-Zeeland
1.2.2.3 Bont
Bijproduct van vleeskonijnen: Rex konijnen hebben hoge kwaliteit pels
3
, 1.2.3 Robuustheid en verminderde gevoeligheid voor ziekten
Dieren die ziek zijn, groeien niet
• Ziektegevoeligheid is dus zeer belangrijk
Bv. melkproductie in Afrika
• Trypanosoma: parasiet → slaapziekte die kan leiden tot sterfte in kuddes
→ tolerante rassen: afweersysteem kan parasiet aan
→ resistente rassen: er vindt geen infectie plaats
o Zebu (rund)
▪ Beter aangepast aan warm klimaat
▪ Minder gevoelig voor runderpest
▪ Dikkere huid → tolerant aan trypanosoma
o West Afrikaanse dwerggeit
▪ Trypanosoma tolerant
o West African Shorthorn (rund)
▪ Aangepast aan aride gebieden
▪ Trypanosoma tolerant
Bv. vleesproductie in Brazilië: Nelore (rund)
• Kan goed tegen hitte
• Niet veel voeder nodig
1.2.4 Methaanreductie
• Doelstelling waar de laatste jaren meer en meer voor geselecteerd wordt
• Minder uitstoot door:
o Ander voeder te geven
o Selecteren op dieren die minder methaan produceren bij hetzelfde voeder
1.2.5 Conclusie
• doelstellingen zijn zeer verscheiden
o moeilijk om alles te combineren in 1 ras
o Meestal wordt 1 ras gekweekt voor 1 specifieke doelstelling
• Afhankelijk van diersoort
o Tweeledige types
▪ Meer naar strikte scheiding: Reproductiekenmerken / Productiekenmerken
• Ei/vlees
o Specifieke vader en moederlijnen
▪ Specifiek een lijn selecteren voor een kenmerk
▪ Bv. moederlijn voor aantal nakomelingen en vaderlijn voor veel vlees
• Deze kruisen geeft veel nakomelingen met veel vlees
▪ Enkel voor varkens, vleeskuikens en kalkoenen
• Niet voor runderen want die krijgen maar 1 kalf per worp
2. Interactie van disciplines
Genetica: Inzicht in genetische controle van eigenschappen en de manier waarop ze overerven
• Moleculaire genetica: DNA-based
o Welke variatie is verantwoordelijk voor welk fenotype
o Verschillende versies van een gen zijn allelen
• Kwantitatieve genetica: wiskundige modellen om de genetische aanleg van een dier in te schatten
op basis van fenotypische kenmerken
4