100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Onderzoeksproject Theorie 1MA IA UA - Inge Somers

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
69
Geüpload op
12-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van de lessen prof Inge Somers met extra notities van de les tot een volledige samenvatting, opgebouwd als een cursus met begrijpelijke verhalende delen. Met alle informatie van de slides, eigen notities en extra opgezochte info van moeilijke onderdelen.

Meer zien Lees minder














Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
12 januari 2026
Aantal pagina's
69
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Onderzoeksproject Theorie
Stéphanie Gerlof
2025-2026

,HC 1: Inleiding
1.1 Wat is interieur?
Citaat van Mark Pimlott (2013): hij stelt dat de eerste academische vraag is “wat is het
interieur?” en dat dit nog niet volledig is uitgewerkt; het zal even “rommelig” zijn.


Interieur is oud (we leven al eeuwen in ruimtes) én nieuw (als academische discipline). Het
vak zoekt nog naar heldere grenzen: hoe klein (kamer, huis) of groot (stad, land, zelfs
mentale binnenwereld) is “interieur”? Dat maakt het spannend: er is veel te ontdekken, te
definiëren en te toetsen.

→ Prehistorische grotten (Lascaux) en rotswoningen (Cappadocië).
Het idee van binnen zijn is oeroud. Mensen maakten altijd
omhullingen om te leven, werken, schuilen. Interieur is dus niet
alleen modern design; het gaat over de menselijke behoefte
aan beschutting en omgeving door de tijd heen.
→ Afgewerkte en ontworpen interieurs
→ Interieurs uit functie vertrokken
→ Tijdelijke interieurs (efimere) bv. Indelingen van shops en restaurants veranderen
snel en veel.
→ Mobiele interieurs, bv. Een cruise schip
→ Ontspannende interieurs
→ Publieke/buiten inteireurs; een ruimte tussen 2 gebouw, een
binnentuintje
→ Kledingstuk vormt een interieur
→ D<omein afbakenen in publieke omgeving, bv. Kleedje leggen in een park
→ Iets in een openbare ruimte dat een interieur geeft, bv. Zitje bij een graf
→ Digitale interieurs
→ Interieurs op het doek



“You will always be inside” (Hollis & Stone, 2022)

Een breed statement over binnen-zijn.
We zijn bijna altijd binnen: in huizen, werkplekken, winkels, landen, en zelfs in onze
innerlijke wereld (gedachten/gevoelens). Interieur is dus overal, niet alleen een kamer maar
ook een conditie van in-iets-zijn.

,Flammarion (1888)

Illustratie “L’atmosphère”: iemand die “door de hemelkoepel
kijkt”.
Speels idee dat zelfs buiten vaak voelt als binnen: we denken in
omhullingen (luchtlagen, grenzen). Dat verruimt “interieur” naar
ruimtelijke lagen en mentale grenzen.

Interieur <> Interiority (met Gormley)
Trefwoorden: privacy, intimiteit, bescherming, geborgenheid, beslotenheid, nabijheid;
referentie naar Anthony Gormley.

• Interieur = fysieke binnenruimte.

• Interiority = innerlijke binnen-ervaring (hoe je je voelt in die
ruimte).
Die woorden benoemen wat mensen vaak zoeken in een
interieur: veilig zijn (bescherming/geborgenheid), jezelf
kunnen zijn (privacy/intimiteit), dichtbij anderen of favoriete dingen (nabijheid), of
juist afscherming (beslotenheid).= fluïde interpretatie van het interieur

Waarom Gormley? Zijn sculpturen leggen de link tussen lichaam en ruimte: je “bewoont”
niet alleen kamers, je bewoont ook je innerlijk. Interieurtheorie wil beide begrijpen.

1.2 Wat is theorie?
Theorie = Een coherente beschrijving, verklaring en voorstelling van waargenomen
verschijnselen.
Theorie is een net van begrippen en uitspraken dat ordent wat we zien en voelen. Het
maakt patronen zichtbaar en geeft je taal om erover te denken, spreken en beslissen.

Jonathan Culler: theorie maakt meesterschap “onmogelijk” (en toch nodig)

→ Theorie geeft concepten, maar bevraagt ook voortdurend vaste ideeën en
resultaten.
→ Theorie is nooit af: ze werkt én wrikt. Je krijgt krachtige begrippen om orde te
scheppen, maar tegelijk leer je kritisch blijven en aannames te herzien. Dat is precies
wat een academische houding is.

,Therminologie van een theorie = dubbel:

1. Aan de ene kant vaste theorie (zoals relativiteit), In de academische context is
theorie onderbouwd, samenhangend, en verklarend (duidelijke relaties tussen
factoren). Een resultaat van een onderzoek.
2. aan de andere kant speculatieve theorie (“mijn theorie is dat…”), In het dagelijks
taalgebruik is “theorie” vaak een idee of gok.
Een theorie moet meer zijn dan een hypothese

Theorie = kennisontwikkeling (‘body of knowledge’)

Theorieontwikkeling als deel van kennisopbouw; een body of knowledge is
samenhangende vakkennis die onderzoek voedt en de verdere ontwikkeling van kennis
binnen een discipline.
Een discipline heeft een kennislichaam (begrippen, methodes, cases). Theorie is de
structuur die dit lichaam vormgeeft en groei mogelijk maakt: nieuwe vragen → nieuwe
inzichten → verfijning.

Wetenschapsfilosofie
Wetenschapsfilosofie: Een tak binnen de filosofie, die zich bezighoudt met het kritische
onderzoek naar de vooronderstellingen (aannamen), de methoden en de resultaten van
de wetenschappen.

4 uitgangen:

→ Ontologie: wat is het? is interieur een plaats, een ervaring, een proces? Zijnsleer, de
essentie van de dingen.
→ Epistemologie: hoe kennen we het? leren we via waarneming, metingen, beleving?
Belangrijk!!
→ Methodologie: hoe onderzoeken we het? ontwerpend onderzoek, post-occupancy,
casestudies?
→ Sociaal-filosofisch: hoe beïnvloeden onderzoek en context elkaar? hoe cultuur,
economie, politiek het vak kleuren (en andersom).

Theorie: verschillende vormen – verschillende benaderingen
→ Paradigma
→ Theorie
→ conceptueel raamwerk/theoretisch model
→ taxonomie
→ typologie.

= Dit zijn verschillende gereedschappen om kennis te ordenen en begrijpelijk te maken. Elk
dient een ander doel (denkkader, verklaren, visualiseren, indelen).

,Paradigma
Een paradigma is een gedeeld denkkader (concepten, waarden, praktijken) in een
gemeenschap. Ze vormt een bepaalde kijk op de realiteit en ligt aan de basis van de manier
waarop deze gemeenschap zich organiseert

Het dominante denkkader van een vak. Denk voor interieur aan verschuivingen: van
decoratie-gericht naar beleving/ethiek/zintuigen-gericht. Zo’n verschuiving verandert wat
we belangrijk vinden en hoe we werken.

Volgens Kuhn bestaat een paradigma theorie uit:

→ Vaktheorieën (kernbegrippen en geldige problemen)
→ Filosofische aannames (oorzaak-gevolg, empirisch kennen)
→ Waarden (logica, eerlijkheid, herhaalbaarheid)
→ Exempla/canon (voorbeelden die brug slaan met praktijk)

Samen vormen ze het kader waarin een discipline werkt en onderwijst. De canon (cases) is
ons oefenterrein: wij leren denken én doen.

De vakwetenschappelijke theorieën van een discipline:
in deze theorieën worden de grondbegrippen van het vak vastgelegd. Het gaat om een
theoretisch raamwerk waarbinnen, volgens de wetenschappelijke groep, problemen als
zinvolle problemen van het vak kunnen erkend worden en waarbinnen ook een oplossing
geformuleerd moet worden, wil die voor erkenning door de groep in aanmerking komen.
Theorieën bepalen wat we onderzoeken en wanneer een oplossing geldig is.


De filosofische vooronderstellingen:
dit zijn de algemene stellingen die in vele disciplines gehanteerd worden en waarvan de
leden van een wetenschappelijke groep zich nauwelijks bewust zijn. Zoals bijvoorbeeld het
idee dat de causale verklaring (oorzaak en gevolg) het verklaringsmodel van de
wetenschap is of het idee dat de empirische werkelijkheid een materiële en niet een
geestelijke wereld is. Een ander filosofisch uitgangspunt is dat de materiële wereld gekend
kan worden door waarneming en experiment.
Aannames zijn vaak onzichtbare grondregels (bijv. “wat je kan meten, is echter”). Ze
sturen methodes en uitkomsten.

waarden:
het gaat hier over de waarden die de wetenschappelijkheid van het onderzoek
garanderen. De logische consistentie van het redeneren, de waardenvrijheid van het
onderzoek en bovenal de eerlijkheid omtrent de feiten. Wetenschappelijke feiten zijn het
resultaat van precieze en herhaalde waarneming en experiment. Waarden bewaken
kwaliteit (betrouwbaarheid, eerlijkheid)

,exemplarische voorbeelden (canon):
dit laatste onderdeel van het paradigma heeft een totaal ander karakter dan de vorige drie.
De drie vorige onderdelen zijn theoretisch van aard, de exemplarische voorbeelden zijn
praktisch van aard. Zij moeten de studenten leren de brug te slaan tussen theorie en
werkelijkheid. De drie vorige onderdelen worden meestal onderwezen in de auditoria,
de exemplarische voorbeelden horen vooral thuis in de studio’s of practicumzalen.
Canon verbindt abstracte theorie met concrete oefening: voorbeelden in studio’s leren je
toepassen en afwegen.

drie fasen in de groei van een vak:

1. Pré-paradigmatische periode (geen consensus),

2. Paradigmatische periode (er is een gedeeld denkkader),

3. Periode van paradigmatische omwenteling (paradigmashift door hardnekkige
afwijkingen).


Stel je een jonge discipline voor (zoals interieurtheorie enkele decennia geleden). In het
begin is iedereen nog wat zoekende: wat bestuderen we precies? Welke vragen horen
wel/niet bij het vak? Dat is de pré-paradigmafase.
Na verloop van tijd ontstaat er consensus over kernbegrippen, methodes en voorbeelden.
Onderzoekers en docenten delen een taal, dat is normale wetenschap. Je kunt dan stap
voor stap bouwen, kennis stapelt zich op.
Maar soms stapelen anomalieën (afwijkingen) zich op: dingen die niet meer goed passen
binnen het heersende kader. Dan is een omwenteling nodig: een nieuw perspectief,
nieuwe definities, soms een compleet andere bril. Voor interieurtheorie betekent dat
bijvoorbeeld: niet enkel kijken naar stijl of decoratie, maar ook naar beleving, ethiek,
zintuigen, processen. Dat is een paradigmaverschuiving richting een rijker, breder begrip
van “interieur”.

Theorie
Theorie bestaat uit uitspraken, uitgangspunten en beweringen die een onderwerp
verklaren en ordenen (Mautner; Birsong & Lawlor).

Het is een samenhangende beschrijving, verklaring en voorstelling van waargenomen of
ervaren fenomenen (Gioia & Pitre)

Een theorie is geen losse mening; het is een samenhangende set ideeën die jou helpt
begrijpen waarom iets is zoals het is, en voorspellen wat er gebeurt als je ingrijpt. Voor
interieur: een theorie kan uitleggen hoe licht, materiaal en indeling samen comfort of
onrust veroorzaken. Met zo’n kader kun je beter beslissen in je ontwerp.

, Een theorie is niet hetzelfde als geschiedenis, geschiedenis beschrijft en behandelt wat er
gebeurde (bijv. Pile: A history of interior design), theorie neemt een standpunt en verklaart.

Geschiedenis is als een tijdlijn: je leert voorbeelden kennen. Theorie is de logica achter die
voorbeelden: waarom werkte iets, wanneer werkt het (niet), en wat betekent dat voor
jouw keuzes vandaag? Beide zijn waardevol, maar met theorie kun je actief sturen.

Een theorie is niet hetzelfde als kritiek, Kritiek beoordeelt (bijv. Loos), theorie bouwt
modellen en alternatieven.

Kritiek is een evaluatie: is dit ontwerp goed/slecht en waarom? Theorie gaat verder: ze
ontleedt patronen en stelt voor hoe het ook kan. Een goede ontwerper kan kritisch lezen,
maar theoretisch denken maakt je creatiever en systematischer.

Bij kritiek wordt er een standpunt ingenomen.

Conceptueel raamwerk / theoretisch model
Een model toont visueel hoe onderdelen samenhangen en bewegen.
(door het beschrijven van een proces of actie)

Uitleg:
Denk aan een kaart van een stad: niet de echte straten, maar de
structuur. Een conceptueel model van interieur kan tonen hoe
persoonlijke voorkeur, licht en akoestiek samen de beleving vormen.
Zo’n schema helpt je denken en communiceren met opdrachtgevers en
team.



Taxonomie (empirisch indelen)
= Indeling in groepen op basis van kenmerken. Een vorm van
classificatie en verwijst naar de gehanteerde methodologie van de
indeling als de hiërarchische ordening.

Taxonomie is als een bibliotheeksysteem voor je ontwerpwereld. Je
kunt materialen indelen (hard/zacht, warm/koud), lichtbronnen
(direct/indirect/diffuus), of stoeltypes. Zo’n ordening geeft overzicht en versnelt beslissen.



Typologie (conceptueel indelen)
= Indelen op basis van enkele gemeenschappelijke kenmerken (niet
puur meten).
Bijvoorbeeld: Je kan Belgische steden onderverdelen volgens
provincies, inwonersaantal of combinatie.
€7,56
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
interieurarchistudent

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
interieurarchistudent Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
9
Laatst verkocht
6 maanden geleden
student interieurarchitectuur

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen