Samenvatting Psychopathologie:
Psychische gezondheid versus psychopathologie:
1. Psychisch (on)gezond
Leerdoelen hoofdstuk 1:
- Leg de verschillende componenten uit het bio-psycho-sociaal model in eigen woorden uit
en illustreer elke component met minstens twee voorbeelden.
- Licht de begrippen ‘kwetsbaarheid’ en ‘veerkracht’ toe als kernbegrippen in de verklaring
van het ontstaan van psychische stoornissen.
- Leg uit hoe betekenisgeving een invloed heeft op de beleving van een psychische
stoornis.
- Beschrijf het doel en de werking van het DSM5-classificatiesysteem.
- Formuleer een kritische bedenking bij de DSM 5.
1.1 Getuigenis:
Vanaf pagina 3 tot 5
1.2 Vreemd afwijkend gedrag, niet normaal?
“Niet normaal” is afwijkend van de norm die door je eigen cultuur en eigen maatschappij
wordt opgelegd.
Voorbeelden:
- Naakt rondlopen in het park wijkt naar ons gevoel af van onze maatschappelijke normen. Maar op een
naakt strand bijvoorbeeld begeef je jezelf in een subcultuur waar dit volledig aanvaard en verwacht
wordt. Ben je dan abnormaal of psychisch gestoord?
- Hoog IQ is ook afwijkend van de norm, maar wordt niet als psychisch gestoord ervaren in een
maatschappij. Dit is vaak een handige voorsprong op alle “normale” mensen.
We kunnen zeggen dat abnormaal gedrag meer kan gedefinieerd worden als gedrag dat
afwijkt van de culturele of sociologische normen in een maatschappij.
1.3 Psychisch lijden?
De aanwezigheid van de wanhoop en het onvermogen op verschillende vlakken in het leven,
wordt in de psychopathologie beschouwd als ‘onvrijheid’ waarin deze mens is terecht
gekomen.
Om de situatie van onvrijheid beter te begrijpen, staan we eerst stil bij: wat is vrijheid?
Vrijheid…
Is niet: “kunnen doen wat men zelf graag wil”. Want het soort vrijheid van “ik doe wat ik wil”
waarin je jezelf losmaakt uit een aantal bepaaldheden in een geregelde maatschappij leidt
vaak tot leegte indien je geen nieuw engagement aangaat. Zonder dit nieuwe engagement is
de kans groot dat dit niets oplevert voor je eigen zelfverwezenlijking. Dit soort vrijheid is dus
een illusie.
Is wel: het realiseren van een bewuste en vrijwillige keuze die je maakt als mens. Door deze
(vrijwillige) bewuste keuze heb je verplichtingen, een opdracht om deze keuze waar te
maken, want tegelijkertijd heb je een binding tegenover mensen, ideeën en taken. Enkel in dit
soort vrijheid en in dit engagement om je doel te bereiken ligt de kans tot zelfverwezenlijking.
Deze vrijheid is de basis voor psychische integratie. Dit wil zeggen dat je als mens op een
harmonische manier gebruik kan maken van je psychische functies zoals kennen, voelen en
willen in relatie tot de omgeving.
- Kennen (cognitief): denken, bewustzijn, oriëntatie, geheugen, waarnemen
- Voelen (affectief): stemming en gevoelens
- Willen (conatief): wil, driften, motivatie, bewegen, handelen.
1
, M.a.w. je hebt als psychisch gezonde mens de hand in hoe je je keuzes in je leven realiseert.
Je hebt hiervoor ook de energie, kennis en gevoelens om deze keuzes in relatie tot je
omgeving tot een goed einde te brengen.
Een psychische gezonde mens behoudt de mogelijkheid om zijn vrijheid te realiseren en
heeft de kans om zich zo, maar ook nog anders te gedragen. Als een gezonde mens in
moeilijkheden komt, zal hij in de mogelijkheid zijn om oplossingen te zoeken om zijn situatie
leefbaar te maken.
Onvrijheid:
De mens die kampt met een psychische stoornis is onvrij omdat hij de gemaakte keuzes niet
meer op eigen kracht kan realiseren. Hij trekt zich terug uit de relaties met anderen, voelt zich
leeg en komt in een noodsituatie terecht.
De mens in nood is niet meer in staat om met eigen individuele middelen het leven als zinvol
te ervaren in de relatie met zijn medemens en in de realisatie van zichzelf. Ook hij zoekt naar
oplossingen om zijn situatie leefbaar te maken, maar deze leveren niet het gewenste
resultaat op. Vaak geraakt hij steeds verder verwijderd van anderen, raakt hij geïsoleerd en
moegestreden. Hij lijdt op psychisch vlak.
We kunnen hier besluiten dat onvrijheid een wezenskenmerk is van een psychische stoornis.
2. Iedereen een beetje gek?
Toch kan je met de uiteenzetting over onvrijheid stellen dat de uitdrukking “iedereen een
beetje gek” ten onrechte het psychische lijden en de vereenzaming van een psychisch
gestoorde mens minimaliseert.
3. Prevalentie:
Cijfers zijn terug te vinden op pagina 10.
4. Eigenschappen van een psychische stoornis:
Zoals uit de voorgaande bedenkingen blijkt is het moeilijk om haarscherp het begrip
“psychische stoornis” te omschrijven. Veel mensen ervaren ooit psychische problemen. Deze
kunnen sterk variëren in de last die iemand hierdoor ervaart in verschillende domeinen van
zijn leven. Er is een grote grijze zone.
Veel mensen vinden dit moeilijk te hanteren. Men wil graag duidelijkheid. Het geeft een
oncomfortabel, onveilig gevoel dat er geen strikte scheidingslijn is tussen ‘ziek’ en ‘gezond’.
In de jaren ’50 van de vorige eeuw ontstond, vanuit het medisch model, een eerste
internationale opsomming, beschrijving en classificatie van psychische stoornissen: de DSM
ofwel Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.
DSM 5 omschrijft een psychische stoornis als volgt:
“Een psychische stoornis is een syndroom”:
- Een samen voorkomen van verschillende symptomen
- Gekenmerkt door een klinisch betekenisvolle verstoring van het denken, de
emotieregulering of van het gedrag.
- Weerspiegelt een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen
die aan de basis liggen van het psychisch functioneren.
Een psychische stoornis gaat meestal gepaard met:
- Betekenisvol lijden
- Beperking in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke activiteiten
- Onvrijheid
- Psychische desintegratie: psychische functies kunnen niet meer in harmonie gebruikt
worden.
2
, We kunnen zeggen dat geestelijke gezondheid een toestand is die een persoon toelaat zich
optimaal te ontwikkelen op psychisch, intellectueel, emotioneel en relationeel vlak. Een goede
geestelijke gezondheid moet ons in staat stellen om onze capaciteiten ten volle te benutten
en om een bijdrage te leveren aan de samenleving waartoe we behoren.
5. Ontstaan van psychische stoornissen:
Vaak zijn psychische problemen begrijpelijke menselijke reacties op specifieke situaties en
hebben ze niet zomaar een biomedische, genetische of neurologische oorzaak in de
hersenen.
Momenteel wordt er steeds gekeken naar drie groepen van factoren die elkaar beïnvloeden:
- Biologische elementen
- Psychologische elementen
- Sociale elementen.
Deze worden dan samen benoemd als het ‘bio-psycho-sociaal model’.
5.1 Bio-psycho-sociaal model:
Biologische factoren verwijzen naar aanleg en erfelijkheid, je lichamelijke conditie, je voeding,
je leeftijd, hormonen, de rol van scheikundige stoffen in de hersenen...
Psychologische factoren hebben te maken met je persoonlijkheid en hoe je omgaat met de
dingen die in je leven gebeuren, je gedachten, emoties, motivatie, leerprocessen….
Sociale factoren zijn bijvoorbeeld je opvoeding in het gezin van oorsprong of de huidige
partner/gezinssituatie, levensomstandigheden, conflicten op het werk, eenzaamheid,
armoede, culturele waarden en normen enz...
Elk van deze factoren kunnen een rol spelen bij het ontstaan of voortbestaan van een
bepaald probleem of stoornis en ze staan vaak onderling in wisselwerking. Ze hoeven niet
alle 3 tegelijk voor te komen.
Soms denkt men aan een psychologische oorzaak, waar uiteindelijk een erfelijke ziekte wordt
ontdekt.
Een schematische samenvatting van het ontstaan van een angststoornis of een depressie:
3
, 6. Kwetsbaarheid en veerkracht:
Zelden is één oorzaak verantwoordelijk voor een psychische stoornis. Meestal is er sprake
van een samenhangend geheel van factoren die uiteindelijk leiden tot een stoornis. Zelfs als
men weet welke factoren een rol spelen, dan nog is het vaak niet duidelijk op welke manier
die verschillende factoren op elkaar gaan inspelen. Kwetsbaarheid speelt hierin een
belangrijke rol.
De mate van kwetsbaarheid is afhankelijk van een samenspel van zowel risico- als
beschermende factoren.
Risicofactoren:
Persoonsgebonden risicofactoren:
- Neurobiologische factoren: erfelijkheid, gezondheidstoestand, gevolgen van
gezondheidsgeschiedenis van de persoon, lichamelijke klachten en chronische ziekten
verhogen het risico op het ontstaan van psychische klachten.
- Psychologische factoren zijn vb. de persoonlijkheid, zelfbeleving, temperament
Omgevingsgebonden risicofactoren: vb. opvoedingsklimaat, rolgedrag van opvoeders,
sociaaleconomische situatie van de samenleving en de woonomgeving.
Negatieve ingrijpende levenservaringen: negatieve ervaringen met andere mensen zoals
verlieservaringen en trauma’s.
Beschermende factoren:
Persoonsgebonden beschermende factoren
- Neurobiologische factoren: fysieke gezondheid, intelligentie
- Psychologische factoren vb. temperament, veerkracht en de vaardigheden om met
moeilijkheden om te gaan.
Omgeving gebonden beschermende factoren: vb. sociale steun, goede vriendenkring, goed
opvoedingsklimaat in gezin en school, sociaaleconomische en politiek stabiliteit, het hebben
van werk.
Positieve levenservaringen die mensen versterken: slagen in een moeilijke opdracht,
vriendschappen sluiten enz., …
De mate van kwetsbaarheid beïnvloedt de manier waarop mensen hun ervaringen
waarnemen en er betekenis aan geven.
Veerkracht:
Veerkracht is de mogelijkheid van een persoon om onder moeilijke omstandigheden te
overleven, wel te buigen maar niet te breken, en zelfs sterker te worden. Door veerkracht
wordt de draagkracht ook groter en verruimt de persoon zijn mogelijkheden.
Factoren die de veerkracht bevorderen:
- Levensstijl: slapen, eten, humor hebben, aan lichaamsbeweging doen, realistische doelen
stellen.
- Sociale steun (thuis, op het werk, in de vriendengroep)
- De mate waarin de persoon invloed kan uitoefenen op zijn leef- en werkomstandigheden
en de mate waarin gebeurtenissen al dan niet voorspelbaar zijn.
- Goed leiderschap in organisaties en bedrijven waar mensen tewerkgesteld zijn
4
Psychische gezondheid versus psychopathologie:
1. Psychisch (on)gezond
Leerdoelen hoofdstuk 1:
- Leg de verschillende componenten uit het bio-psycho-sociaal model in eigen woorden uit
en illustreer elke component met minstens twee voorbeelden.
- Licht de begrippen ‘kwetsbaarheid’ en ‘veerkracht’ toe als kernbegrippen in de verklaring
van het ontstaan van psychische stoornissen.
- Leg uit hoe betekenisgeving een invloed heeft op de beleving van een psychische
stoornis.
- Beschrijf het doel en de werking van het DSM5-classificatiesysteem.
- Formuleer een kritische bedenking bij de DSM 5.
1.1 Getuigenis:
Vanaf pagina 3 tot 5
1.2 Vreemd afwijkend gedrag, niet normaal?
“Niet normaal” is afwijkend van de norm die door je eigen cultuur en eigen maatschappij
wordt opgelegd.
Voorbeelden:
- Naakt rondlopen in het park wijkt naar ons gevoel af van onze maatschappelijke normen. Maar op een
naakt strand bijvoorbeeld begeef je jezelf in een subcultuur waar dit volledig aanvaard en verwacht
wordt. Ben je dan abnormaal of psychisch gestoord?
- Hoog IQ is ook afwijkend van de norm, maar wordt niet als psychisch gestoord ervaren in een
maatschappij. Dit is vaak een handige voorsprong op alle “normale” mensen.
We kunnen zeggen dat abnormaal gedrag meer kan gedefinieerd worden als gedrag dat
afwijkt van de culturele of sociologische normen in een maatschappij.
1.3 Psychisch lijden?
De aanwezigheid van de wanhoop en het onvermogen op verschillende vlakken in het leven,
wordt in de psychopathologie beschouwd als ‘onvrijheid’ waarin deze mens is terecht
gekomen.
Om de situatie van onvrijheid beter te begrijpen, staan we eerst stil bij: wat is vrijheid?
Vrijheid…
Is niet: “kunnen doen wat men zelf graag wil”. Want het soort vrijheid van “ik doe wat ik wil”
waarin je jezelf losmaakt uit een aantal bepaaldheden in een geregelde maatschappij leidt
vaak tot leegte indien je geen nieuw engagement aangaat. Zonder dit nieuwe engagement is
de kans groot dat dit niets oplevert voor je eigen zelfverwezenlijking. Dit soort vrijheid is dus
een illusie.
Is wel: het realiseren van een bewuste en vrijwillige keuze die je maakt als mens. Door deze
(vrijwillige) bewuste keuze heb je verplichtingen, een opdracht om deze keuze waar te
maken, want tegelijkertijd heb je een binding tegenover mensen, ideeën en taken. Enkel in dit
soort vrijheid en in dit engagement om je doel te bereiken ligt de kans tot zelfverwezenlijking.
Deze vrijheid is de basis voor psychische integratie. Dit wil zeggen dat je als mens op een
harmonische manier gebruik kan maken van je psychische functies zoals kennen, voelen en
willen in relatie tot de omgeving.
- Kennen (cognitief): denken, bewustzijn, oriëntatie, geheugen, waarnemen
- Voelen (affectief): stemming en gevoelens
- Willen (conatief): wil, driften, motivatie, bewegen, handelen.
1
, M.a.w. je hebt als psychisch gezonde mens de hand in hoe je je keuzes in je leven realiseert.
Je hebt hiervoor ook de energie, kennis en gevoelens om deze keuzes in relatie tot je
omgeving tot een goed einde te brengen.
Een psychische gezonde mens behoudt de mogelijkheid om zijn vrijheid te realiseren en
heeft de kans om zich zo, maar ook nog anders te gedragen. Als een gezonde mens in
moeilijkheden komt, zal hij in de mogelijkheid zijn om oplossingen te zoeken om zijn situatie
leefbaar te maken.
Onvrijheid:
De mens die kampt met een psychische stoornis is onvrij omdat hij de gemaakte keuzes niet
meer op eigen kracht kan realiseren. Hij trekt zich terug uit de relaties met anderen, voelt zich
leeg en komt in een noodsituatie terecht.
De mens in nood is niet meer in staat om met eigen individuele middelen het leven als zinvol
te ervaren in de relatie met zijn medemens en in de realisatie van zichzelf. Ook hij zoekt naar
oplossingen om zijn situatie leefbaar te maken, maar deze leveren niet het gewenste
resultaat op. Vaak geraakt hij steeds verder verwijderd van anderen, raakt hij geïsoleerd en
moegestreden. Hij lijdt op psychisch vlak.
We kunnen hier besluiten dat onvrijheid een wezenskenmerk is van een psychische stoornis.
2. Iedereen een beetje gek?
Toch kan je met de uiteenzetting over onvrijheid stellen dat de uitdrukking “iedereen een
beetje gek” ten onrechte het psychische lijden en de vereenzaming van een psychisch
gestoorde mens minimaliseert.
3. Prevalentie:
Cijfers zijn terug te vinden op pagina 10.
4. Eigenschappen van een psychische stoornis:
Zoals uit de voorgaande bedenkingen blijkt is het moeilijk om haarscherp het begrip
“psychische stoornis” te omschrijven. Veel mensen ervaren ooit psychische problemen. Deze
kunnen sterk variëren in de last die iemand hierdoor ervaart in verschillende domeinen van
zijn leven. Er is een grote grijze zone.
Veel mensen vinden dit moeilijk te hanteren. Men wil graag duidelijkheid. Het geeft een
oncomfortabel, onveilig gevoel dat er geen strikte scheidingslijn is tussen ‘ziek’ en ‘gezond’.
In de jaren ’50 van de vorige eeuw ontstond, vanuit het medisch model, een eerste
internationale opsomming, beschrijving en classificatie van psychische stoornissen: de DSM
ofwel Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.
DSM 5 omschrijft een psychische stoornis als volgt:
“Een psychische stoornis is een syndroom”:
- Een samen voorkomen van verschillende symptomen
- Gekenmerkt door een klinisch betekenisvolle verstoring van het denken, de
emotieregulering of van het gedrag.
- Weerspiegelt een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen
die aan de basis liggen van het psychisch functioneren.
Een psychische stoornis gaat meestal gepaard met:
- Betekenisvol lijden
- Beperking in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke activiteiten
- Onvrijheid
- Psychische desintegratie: psychische functies kunnen niet meer in harmonie gebruikt
worden.
2
, We kunnen zeggen dat geestelijke gezondheid een toestand is die een persoon toelaat zich
optimaal te ontwikkelen op psychisch, intellectueel, emotioneel en relationeel vlak. Een goede
geestelijke gezondheid moet ons in staat stellen om onze capaciteiten ten volle te benutten
en om een bijdrage te leveren aan de samenleving waartoe we behoren.
5. Ontstaan van psychische stoornissen:
Vaak zijn psychische problemen begrijpelijke menselijke reacties op specifieke situaties en
hebben ze niet zomaar een biomedische, genetische of neurologische oorzaak in de
hersenen.
Momenteel wordt er steeds gekeken naar drie groepen van factoren die elkaar beïnvloeden:
- Biologische elementen
- Psychologische elementen
- Sociale elementen.
Deze worden dan samen benoemd als het ‘bio-psycho-sociaal model’.
5.1 Bio-psycho-sociaal model:
Biologische factoren verwijzen naar aanleg en erfelijkheid, je lichamelijke conditie, je voeding,
je leeftijd, hormonen, de rol van scheikundige stoffen in de hersenen...
Psychologische factoren hebben te maken met je persoonlijkheid en hoe je omgaat met de
dingen die in je leven gebeuren, je gedachten, emoties, motivatie, leerprocessen….
Sociale factoren zijn bijvoorbeeld je opvoeding in het gezin van oorsprong of de huidige
partner/gezinssituatie, levensomstandigheden, conflicten op het werk, eenzaamheid,
armoede, culturele waarden en normen enz...
Elk van deze factoren kunnen een rol spelen bij het ontstaan of voortbestaan van een
bepaald probleem of stoornis en ze staan vaak onderling in wisselwerking. Ze hoeven niet
alle 3 tegelijk voor te komen.
Soms denkt men aan een psychologische oorzaak, waar uiteindelijk een erfelijke ziekte wordt
ontdekt.
Een schematische samenvatting van het ontstaan van een angststoornis of een depressie:
3
, 6. Kwetsbaarheid en veerkracht:
Zelden is één oorzaak verantwoordelijk voor een psychische stoornis. Meestal is er sprake
van een samenhangend geheel van factoren die uiteindelijk leiden tot een stoornis. Zelfs als
men weet welke factoren een rol spelen, dan nog is het vaak niet duidelijk op welke manier
die verschillende factoren op elkaar gaan inspelen. Kwetsbaarheid speelt hierin een
belangrijke rol.
De mate van kwetsbaarheid is afhankelijk van een samenspel van zowel risico- als
beschermende factoren.
Risicofactoren:
Persoonsgebonden risicofactoren:
- Neurobiologische factoren: erfelijkheid, gezondheidstoestand, gevolgen van
gezondheidsgeschiedenis van de persoon, lichamelijke klachten en chronische ziekten
verhogen het risico op het ontstaan van psychische klachten.
- Psychologische factoren zijn vb. de persoonlijkheid, zelfbeleving, temperament
Omgevingsgebonden risicofactoren: vb. opvoedingsklimaat, rolgedrag van opvoeders,
sociaaleconomische situatie van de samenleving en de woonomgeving.
Negatieve ingrijpende levenservaringen: negatieve ervaringen met andere mensen zoals
verlieservaringen en trauma’s.
Beschermende factoren:
Persoonsgebonden beschermende factoren
- Neurobiologische factoren: fysieke gezondheid, intelligentie
- Psychologische factoren vb. temperament, veerkracht en de vaardigheden om met
moeilijkheden om te gaan.
Omgeving gebonden beschermende factoren: vb. sociale steun, goede vriendenkring, goed
opvoedingsklimaat in gezin en school, sociaaleconomische en politiek stabiliteit, het hebben
van werk.
Positieve levenservaringen die mensen versterken: slagen in een moeilijke opdracht,
vriendschappen sluiten enz., …
De mate van kwetsbaarheid beïnvloedt de manier waarop mensen hun ervaringen
waarnemen en er betekenis aan geven.
Veerkracht:
Veerkracht is de mogelijkheid van een persoon om onder moeilijke omstandigheden te
overleven, wel te buigen maar niet te breken, en zelfs sterker te worden. Door veerkracht
wordt de draagkracht ook groter en verruimt de persoon zijn mogelijkheden.
Factoren die de veerkracht bevorderen:
- Levensstijl: slapen, eten, humor hebben, aan lichaamsbeweging doen, realistische doelen
stellen.
- Sociale steun (thuis, op het werk, in de vriendengroep)
- De mate waarin de persoon invloed kan uitoefenen op zijn leef- en werkomstandigheden
en de mate waarin gebeurtenissen al dan niet voorspelbaar zijn.
- Goed leiderschap in organisaties en bedrijven waar mensen tewerkgesteld zijn
4