H1: INFUUSTHERAPIE
1. SOORTEN INTRAVENEUZE THERAPIE
1.1. INTRAVENEUZE INJECTIE
- Intraveneuze injectie = inbrengen van een geneesmiddel rechtstreeks in de
bloedbaan met een spuit en intraveneuze naald
INDICATIES
- Niet enteraal, transdermaal, rectaal, oraal, subcutaan mogelijk
- Slechte resorptie te verwachten
- Direct adequate concentraties moeten worden bereikt
- Volledige zekerheid moet bestaan over het bereiken van effectieve concentraties
in het lichaam
- Hoge concentraties moeten worden bereikt
1.2. INTRAVENEUS INFUUS
INDICATIES
- Corrigeren of behouden vd water- en elektrolytenhuishouding
- Waakinfuus
- Toedienen v intraveneuze medicatie
- Toedienen v bloed en bloedproducten
- Toedienen v totale parenterale nutritie
- Voorbereiding radiologische onderzoeken
Het corrigeren of behouden van de water- en elektrolytenhuishouding
- Dynamisch evenwicht
- Tss vloeistoffen & daarin opgeloste elektrolyten
- In 3 compartimenten => intracellulair & interstitieel + intravasculair
(=extracellulair)
- Osmose
- Verplaatsing van water
- Semi-permeabel membraan -> water doorlaten, geen elektrolyten
- Water verplaatsen nr plaats met hoogste concentratie elektrolyten
- Osmotische druk
- Isotoon milieu => osm. druk gelijk => gn water verplaatsen
- Hypertoon milieu => osm druk intracellulair kleiner dan extracellulair =>
water afgeven
- Hypotoon milieu => osm druk intracellulair groter dan extracellulair => water
aantrekken
, - Hypovolemische shock
- Hvlh vloeistof en elektrolyten kan veranderen als gevolg aan hypovolemische
shock
- = tekort in circulerend volume
- Oorzaken:
o Bloedverlies => te weinig bloed nr hart aangevoerd => bloedtransfusie
(perifeer infuus)
o Plasmaverlies => meest voorkomend bij uitgebreide verbranding =>
plasma onder blaren of verdampen =>
plasmatranfusie/plasmavervangingsmiddelen
o Ernstige diarree/braken/vochtophoping in maag-darmkanaal =>
vochtverlies => vochttransfusie waarin elektrolyten zijn opgelost
HET PERIFEER INTRAVENEUS INFUUS
- Perifeer infuus = flexibele kunststofkatheter ingebracht in onderarm, hand of
voet
- Doel = verkrijgen ve directe toegangsweg tot de perifeer veneuze circulatie vr
toediening v infuusvloeistoffen, medicatie en bloedproducten
CONTRA-INDICATIES
- Irriterende vloeistoffen
- Omvangrijke transfusies
- Langdurige infusie => anders zou je een ontsteking ku krijgen van je venewand ->
flebitis
- Hoge inloopsnelheid van >200ml/min
- Veelvuldig aanprikken vd perifere vaten
KEUZE VAN PUNCTIEPLAATS
- Onderarm
- Aan radiale zijde distaal vd onderarm
- Makkelijk
- Geringe beperking in mobiliteit
- Minst pijnlijk
- Prik zo laag mogelijk op onderarm -> want bij ontstaan v evt flebitis /
hematoom -> meer aanprikmogelijkheden overblijven
- Zo ver mogelijk van polsgewricht
- Handrug
- Zo ver mogelijk distaal -> zodat makkelijk opgeschoven & gn knik in katheter
bij bewegen pols
- Pijnlijk
- Instabiele plaats vr infuus -> kan vroegtijdig sneuvelen
- Elleboogplooi
- Aan radiale zijde vd onderarm
- Makkelijkst aan te prikken
- Niet zo’n pijnlijke plaats
- Weinig bewegingsvrijheid
- Fixatie dr spalken vaak noodzakelijk
, - Onderbeen en voetrug
- Mediale voorzijde
- Enkel in noodsituaties
- Geeft extra kans op flebitis
- Vuistregels
- Voorkeur pt
- De nt-dominante hand
- Niet meer dan 2 pogingen
- Vermijd deze prikplaatsen
o Mastectomie
o Shunt voor hemodialyse
o Wnr er fistel zal geplaatst worden
o Hematoom
o Huidaandoening
o Oedemateuze zones
o Locatie vlakbij gewricht
- Aandachtspunten
- Recht verlopende vene
- Stuwband aanleggen -> 15cm boven prikplaats
- Doorbloeding bevorderen -> vuist, arm nr beneden, bekloppen, warmte
- Wnr in elleboogplooi -> bloedvat mag nt pulseren = arterie
- Plaats nt scheren => want infecties ku ontstaan => wel tondeuse
CENTRAAL INTRAVENEUS INFUUS
- Centraal intraveneus infuus
- In veel grotere vene ingebracht (v. subclavia, v. jugularis en v. femoralis
- Katheter eindigt met uitstroomopening in onderste gedeelte vd vena cava
superior 2cm boven de overgang nr RA
- Voordelen
- Onbeperkte verblijfsduur
- Risico op verstopping beperkt -> omdat infuusvloeistof goed verdund w dr
grotere hvlh langsstromend bloed
- Zorgvrager -> meer bewegingsvrijheid
- PICC
- Peripheral inserted central catheter
- Via perifere armvene ingebracht -> opgevoerd tot in v.cava superior
- Risico op een pneumothorax (=aanprikken vd pleuraholte/long) w vermeden
- Pneumothorax
- Aanprikken vd pleuraholte/long => lucht van long vrij in borstkas
- RX nemen om te kijken of je het nt hebt aangeprikt & kijken of CVK correct
geplaatst is
- Indicaties
- Bij toedienen grote hvlh vocht
- Meten vd centraal veneuze druk
- Langdurig toedienen v hypertone infusievloeistoffen
, - Toedienen v irriterende gmn -> die bij een perifeer infuus de kans op flebitis
verhogen
- Indien technisch nt mog om perifeer infuus in te brengen
- Toedienen v bloed, bloedproducten en voeding
- Soorten
- Enkel- of multilumenkatheters
o Enkel-, dubbel- of driewegtoegangskanaal
o Proximale openingen vd katheters gescheiden en gemarkeerd tot in
bloedbaan
o Vr het gelijktijdig toedienen v gmn of vloeistoffen die nt gemengd
mogen w
- Getunnelde vs nt-getunnelde katheters
o Tunnel = onderhuidse geleiding over 5cm vooraleer in het bloedvat te
komen
o Getunneld -> een traject v min 5cm onder de huid w geleid voordat hij
in bloedvat w gevoerd
- Gecufte vs nt gecufte katheters
o Cuff = onderhuidse manchet of bandje rond de cvk waarin het
bindweefsel ingroeit -> zorgt vr fixatie
o Subcutane tunnel w afgesloten -> voorkomt dat bacterien tss
katheteropp en subcutane weefsel ku binnendringen => aantal
opstijgende infecties mogelijk verminderen
- Inbrengen vd katheter
- Onder plaatselijke verdoving -> dr dokter
- Maximale steriliteit
- Zorgvrager -> rugligging -> trendelburgstand -> zodat venen w opgezet en
bloedvat makkelijk kan w aangeprikt
- Na inbrengen -> RX-thorax
- Katheter is aan huid gehecht => na 10 dagen hechting verwijderen indien
gecufte cvk
1. SOORTEN INTRAVENEUZE THERAPIE
1.1. INTRAVENEUZE INJECTIE
- Intraveneuze injectie = inbrengen van een geneesmiddel rechtstreeks in de
bloedbaan met een spuit en intraveneuze naald
INDICATIES
- Niet enteraal, transdermaal, rectaal, oraal, subcutaan mogelijk
- Slechte resorptie te verwachten
- Direct adequate concentraties moeten worden bereikt
- Volledige zekerheid moet bestaan over het bereiken van effectieve concentraties
in het lichaam
- Hoge concentraties moeten worden bereikt
1.2. INTRAVENEUS INFUUS
INDICATIES
- Corrigeren of behouden vd water- en elektrolytenhuishouding
- Waakinfuus
- Toedienen v intraveneuze medicatie
- Toedienen v bloed en bloedproducten
- Toedienen v totale parenterale nutritie
- Voorbereiding radiologische onderzoeken
Het corrigeren of behouden van de water- en elektrolytenhuishouding
- Dynamisch evenwicht
- Tss vloeistoffen & daarin opgeloste elektrolyten
- In 3 compartimenten => intracellulair & interstitieel + intravasculair
(=extracellulair)
- Osmose
- Verplaatsing van water
- Semi-permeabel membraan -> water doorlaten, geen elektrolyten
- Water verplaatsen nr plaats met hoogste concentratie elektrolyten
- Osmotische druk
- Isotoon milieu => osm. druk gelijk => gn water verplaatsen
- Hypertoon milieu => osm druk intracellulair kleiner dan extracellulair =>
water afgeven
- Hypotoon milieu => osm druk intracellulair groter dan extracellulair => water
aantrekken
, - Hypovolemische shock
- Hvlh vloeistof en elektrolyten kan veranderen als gevolg aan hypovolemische
shock
- = tekort in circulerend volume
- Oorzaken:
o Bloedverlies => te weinig bloed nr hart aangevoerd => bloedtransfusie
(perifeer infuus)
o Plasmaverlies => meest voorkomend bij uitgebreide verbranding =>
plasma onder blaren of verdampen =>
plasmatranfusie/plasmavervangingsmiddelen
o Ernstige diarree/braken/vochtophoping in maag-darmkanaal =>
vochtverlies => vochttransfusie waarin elektrolyten zijn opgelost
HET PERIFEER INTRAVENEUS INFUUS
- Perifeer infuus = flexibele kunststofkatheter ingebracht in onderarm, hand of
voet
- Doel = verkrijgen ve directe toegangsweg tot de perifeer veneuze circulatie vr
toediening v infuusvloeistoffen, medicatie en bloedproducten
CONTRA-INDICATIES
- Irriterende vloeistoffen
- Omvangrijke transfusies
- Langdurige infusie => anders zou je een ontsteking ku krijgen van je venewand ->
flebitis
- Hoge inloopsnelheid van >200ml/min
- Veelvuldig aanprikken vd perifere vaten
KEUZE VAN PUNCTIEPLAATS
- Onderarm
- Aan radiale zijde distaal vd onderarm
- Makkelijk
- Geringe beperking in mobiliteit
- Minst pijnlijk
- Prik zo laag mogelijk op onderarm -> want bij ontstaan v evt flebitis /
hematoom -> meer aanprikmogelijkheden overblijven
- Zo ver mogelijk van polsgewricht
- Handrug
- Zo ver mogelijk distaal -> zodat makkelijk opgeschoven & gn knik in katheter
bij bewegen pols
- Pijnlijk
- Instabiele plaats vr infuus -> kan vroegtijdig sneuvelen
- Elleboogplooi
- Aan radiale zijde vd onderarm
- Makkelijkst aan te prikken
- Niet zo’n pijnlijke plaats
- Weinig bewegingsvrijheid
- Fixatie dr spalken vaak noodzakelijk
, - Onderbeen en voetrug
- Mediale voorzijde
- Enkel in noodsituaties
- Geeft extra kans op flebitis
- Vuistregels
- Voorkeur pt
- De nt-dominante hand
- Niet meer dan 2 pogingen
- Vermijd deze prikplaatsen
o Mastectomie
o Shunt voor hemodialyse
o Wnr er fistel zal geplaatst worden
o Hematoom
o Huidaandoening
o Oedemateuze zones
o Locatie vlakbij gewricht
- Aandachtspunten
- Recht verlopende vene
- Stuwband aanleggen -> 15cm boven prikplaats
- Doorbloeding bevorderen -> vuist, arm nr beneden, bekloppen, warmte
- Wnr in elleboogplooi -> bloedvat mag nt pulseren = arterie
- Plaats nt scheren => want infecties ku ontstaan => wel tondeuse
CENTRAAL INTRAVENEUS INFUUS
- Centraal intraveneus infuus
- In veel grotere vene ingebracht (v. subclavia, v. jugularis en v. femoralis
- Katheter eindigt met uitstroomopening in onderste gedeelte vd vena cava
superior 2cm boven de overgang nr RA
- Voordelen
- Onbeperkte verblijfsduur
- Risico op verstopping beperkt -> omdat infuusvloeistof goed verdund w dr
grotere hvlh langsstromend bloed
- Zorgvrager -> meer bewegingsvrijheid
- PICC
- Peripheral inserted central catheter
- Via perifere armvene ingebracht -> opgevoerd tot in v.cava superior
- Risico op een pneumothorax (=aanprikken vd pleuraholte/long) w vermeden
- Pneumothorax
- Aanprikken vd pleuraholte/long => lucht van long vrij in borstkas
- RX nemen om te kijken of je het nt hebt aangeprikt & kijken of CVK correct
geplaatst is
- Indicaties
- Bij toedienen grote hvlh vocht
- Meten vd centraal veneuze druk
- Langdurig toedienen v hypertone infusievloeistoffen
, - Toedienen v irriterende gmn -> die bij een perifeer infuus de kans op flebitis
verhogen
- Indien technisch nt mog om perifeer infuus in te brengen
- Toedienen v bloed, bloedproducten en voeding
- Soorten
- Enkel- of multilumenkatheters
o Enkel-, dubbel- of driewegtoegangskanaal
o Proximale openingen vd katheters gescheiden en gemarkeerd tot in
bloedbaan
o Vr het gelijktijdig toedienen v gmn of vloeistoffen die nt gemengd
mogen w
- Getunnelde vs nt-getunnelde katheters
o Tunnel = onderhuidse geleiding over 5cm vooraleer in het bloedvat te
komen
o Getunneld -> een traject v min 5cm onder de huid w geleid voordat hij
in bloedvat w gevoerd
- Gecufte vs nt gecufte katheters
o Cuff = onderhuidse manchet of bandje rond de cvk waarin het
bindweefsel ingroeit -> zorgt vr fixatie
o Subcutane tunnel w afgesloten -> voorkomt dat bacterien tss
katheteropp en subcutane weefsel ku binnendringen => aantal
opstijgende infecties mogelijk verminderen
- Inbrengen vd katheter
- Onder plaatselijke verdoving -> dr dokter
- Maximale steriliteit
- Zorgvrager -> rugligging -> trendelburgstand -> zodat venen w opgezet en
bloedvat makkelijk kan w aangeprikt
- Na inbrengen -> RX-thorax
- Katheter is aan huid gehecht => na 10 dagen hechting verwijderen indien
gecufte cvk