Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
PRINCIPES LITERATUURONDERZOEK
1. INTRODUCTIE
BIOMEDISCHE BIBLIOTHEEK
MEDLINE / PUBMED
MedLine is een samenvoeging van Medlars-on-line. Medlars staat voor Medical Literature Analysis and Retrieval System.
Basisprincipes van Medline:
▪ Trefwoorden van Index Medicus | MESH termen (Medical Subject Headings) ~ major of minor
▪ Main headings vs. Sub headings
▪ Limit functies (tijd, taal, type publicatie, subsets,…)
▪ Zoeken beperken tot artikels beschikbaar in bibliotheek
▪ Exploderen van zoektermen = combineren van termen
▪ Bij niet gekende MESH -> start zoeken met Nederlands, Franse of Duitse term, daarna kijken hoe geïndexeerd
Deze basisprincipes gelden vaak ook voor andere databanken, maar dan op hun eigen manier.
EMBASE
EMBASE geeft 60% overlap met MedLine, maar in vergelijking daarmee bevat EMBASE meer Europese literatuur en meer
literatuur omtrent geneesmiddelen.
Als je een literatuurstudie doet, kan je best MedLine en EMBASE combineren om zo geen evidentie te missen.
COCHRANE LIBRARY
Deze databank bevat voornamelijk systematic reviews die gebaseerd zijn op RCT’s. Ze brengt de effectiviteit van het
medisch/verpleegkundige handelen in kaart. Het geeft een overzicht van de huidige stand van zaken omtrent medische
kennis, richtlijnen/behandelingsschema’s voor klinische praktijk en inventariseert gebieden waar nog weinig onderzoek
voor handen is.
Het belangrijkste verschilpunt met bovenstaande databanken is dat Cochrane library uitsluitend systematic reviews bevat
en de andere databanken ook andere literatuur rapporteren over primair onderzoek.
CEBAM
Dit is GEEN databank, EERDER een organisatie. CEBAM staat voor Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine. Het
is een samenwerking tussen Belgische universiteiten die correcte en betrouwbare informatie bij verstrekkers van
medische zorg brengen.
CINAHL
Cinahl is een specifieke databank voor verpleegkunde en vroedkunde gerelateerde literatuur die komt vanuit journals en
tijdschriften.
Bij een literatuurstudie kan je best naast EMBASE en MedLine ook Cinahl includeren.
INVERT
Invert is een databank die uitsluitend Nederlandstalige artikels bevat vanuit verpleegkundige tijdschriften zoals Nursing,…
1
,Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
WEB OF SCIENCE
Web of Science is een databank die citatie-indexen bevat. Hoe meer iemand/een artikel/… geciteerd wordt, hoe
belangrijker het onderzoek is. Specifiek voor citatie-index is dat men kan nagaan welke papers een welbepaalde (reeds
gekende) publicatie citeren tijdens de daaropvolgende jaren, ervan uitgaand dat de aldus gevonden citerende auteurs in
hetzelfde onderzoekdomein actief zijn als de geciteerde.
Citatie-indexen zorgen ervoor dat je de impact kan beoordelen, maar pas op; impactfactoren zijn relatief!
Informatie staat voor kennis-in-beweging. Na korte tijd is de informatie voorbij gestreefd of onjuist.
Het hebben van kennis, staat NIET gelijk aan wijsheid. Wijsheid = integratie van ervaring (vanuit de praktijk) en kennis (uit
literatuur). Een vertaling maken van kennis naar de klinische praktijk is uitermate belangrijk, maar niet evident!
FORMULEREN ONDERZOEKSVRAAG
TYPEN ONDERZOEKSVRAAG
▪ Epidemiologische vragen
Bv. ‘Hoeveel zijn er?’
▪ Exploratieve vragen
Bv. ‘Waarom gedragen mensen zich op een bepaalde manier in gegeven omstandigheden? Wat denken
mensen?’
▪ Interventionele ‘outcome’ vragen
Bv. ‘Wat gebeurt er als interventie X wordt uitgevoerd, in vergelijking met interventie Y?’
▪ Achtergrond vragen
→ De achtergrondvraag wordt meestal gesteld vanwege de behoefte aan basisinformatie. Normaal gesproken
wordt deze vraag niet gesteld vanwege de noodzaak om een klinische beslissing te nemen over een specifieke
patiënt. Meestal vindt u dit soort informatie in algemene leerboeken.)
Bv. ‘Wat veroorzaakt migraine?’ Of ‘Hoe vaak moeten vrouwen boven 40 jaar een mammografie laten
doen?’
▪ Voorgrond vragen
→ Vraag naar specifieke kennis over het omgaan met patiënten met een ziekte en bevatten meestal 3-4
essentiële componenten volgens PICO.
PICO-FRAMEWORK
PICO is een ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de vier elementen van een goede klinische voorgrondvraag te
beschrijven. Elke onderzoeksvraag bevat 3-4 deelaspecten en per deelaspect moet men zoektermen achterhalen om deze
in een zoekstring te gieten.
P patiënt/probleem
I interventie
C comparative intervention / vergelijkende interventie
O outcome / uitkomst
2
,Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
Element of Patiënt Intervention (or cause, Comparison (optional) Outcome
the clinical prognosis)
question Describe as Is there an alternative What is the clinical
accurately as What is the main intervention or treatment to compare? outcome, including
possible the therapy you wish to consider? Including no disease, a time horizon if
patient or group Including an exposure to disease, placebo, a different relevant?
of patients of a diagnostic test, a prognostic prognostic factor
interest factor, a treatment, a patient absence of risk factor,
perception, a risk factor, etc. etc.
Voorbeeld In patients with do antibiotics / reduce sputum
acute bronchitis, production, cough
or days off?
Voorbeeld In children with what are the current treatments / in the management
cancer of fever and
infection?
Voorbeeld Among family- does standard care, listening to tranquil make a difference
members of music, or audiotaped in the reduction of
patients comedy routines reported anxiety?
undergoing
diagnostic
procedures
Voor kwalitatieve topics wordt vaker PEO gebruikt in plaats van PICO. PEO staat voor Population – Exposure – Outcomes
(or themes). Het richt zich niet op onderzoeksvragen met een interventie zoals gewoonlijk bij de PICO.
Als u uw klinische vraag eenmaal heeft geformuleerd, kan het u helpen bij het zoeken naar bewijs om het 'categorietype'
van uw vraag te begrijpen.
CATEGORIEËN
Diagnose → Hoe selecteer je een diagnostische test of hoe interpreteer je de resultaten van een specifieke test?
Bv. ‘Wat is de nauwkeurigheid van een casusopsporingsinstrument met twee vragen voor depressie bij patiënten
met een vermoeden van depressie, vergeleken met zes eerder gevalideerde instrumenten?’
Therapie → Welke behandeling is het meest effectief, of wat is een effectieve behandeling voor een bepaalde
aandoening?
Bv. ‘Zijn zinktabletten veilig en effectief voor de verlichting van verkoudheidssymptomen bij kinderen met
verkoudheid?’
Bv. ‘Verminderen antibiotica bij patiënten met acute bronchitis de sputumproductie, hoest of ziekteverzuim?’
Bv. ‘Wat zijn de huidige behandelingen voor kinderen met kanker om koorts en infectie te beheersen?’
Bv. ‘Verbeteren traditionele medische behandelingen of alternatieve (complementaire) behandelingen de
symptomen van patiënten met PMS (premenstrueel syndroom) beter?’
Schade of etiologie → Heeft een bepaalde behandeling schadelijke effecten, of hoe kunnen deze schadelijke effecten
worden vermeden?
Bv. ‘Wat zijn de risico's van de behandeling van astmapatiënten met bèta-adrenerge agonisten?’
Bv. ‘Is er een verhoogd risico op borstkanker voor een gezonde postmenopauzale patiënt die HRT gebruikt?’
Bv. ‘Is er bij vrouwen die orale anticonceptiva gebruiken een verband tussen het gebruik ervan en hart- en
vaatziekten?’
3
, Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
Prognose → Wat is het waarschijnlijke beloop van de ziekte van de patiënt, of hoe kan het risico worden gescreend of
verminderd?
Bv. ‘Wat is het normale rouwproces bij een gezonde vrouw die een miskraam heeft gehad en zijn er factoren die
verband houden met een langere rouwperiode dan normaal?’
Bv. ‘Wat zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van diabetes mellitus type II bij adolescente mannen?’
Preventie → Hoe kunnen de risicofactoren van de patiënt worden aangepast om het risico op ziekte te verminderen?
Bv. Verlaagt het gebruik van het griepvaccin bij patiënten van 65 jaar en ouder het toekomstige risico op
longontsteking in vergelijking met patiënten die het vaccin niet hebben gekregen?
Kwalitatief → Helpt bij het begrijpen van klinische verschijnselen, met de nadruk op het begrijpen van de ervaringen en
waarden van patiënten.
Bv. Hoe ervaren vrouwen met de diagnose fibromyalgie de perceptie van anderen over hun fysieke beperkingen?
VOORBEELDEN
Onderzoeksvraag =
▪ Verpleegkundig/vroedkundig relevant en klinisch
▪ Goed afgebakend; m.a.w. focus op een welbepaald deelaspect van een groter probleem
▪ Wetenschappelijk onderzoekbaar
▪ Eénduidig geformuleerd
Voorbeeld 1
▪ Niet afgebakend = ‘Wat kennen we over delirium?’
▪ Wel afgebakend = ‘Wat is het effect van cognitieve screening door verpleegkundigen bij geriatrische
heupfractuurpatiënten op de incidentie van delirium?’
Voorbeeld 2
▪ Niet afgebakend = kunnen we ‘decubitus’ voorkomen?
▪ Wel afgebakend = ‘Leidt het gebruik van screeninginstrumenten in de verpleegkundige praktijk tot een
vermindering van doorligwonden bij gehospitaliseerde patiënten met hart- en bloedvaatstoornissen?’
Voorbeeld 3 – ‘Welke verpleegkundige interventies zijn het meest efficiënt om cognitieve achteruitgang bij
gehospitaliseerde ouderen zo klein mogelijk te houden?’
▪ De populatie is afgebakend
▪ MAAR:
➢ ‘Verpleegkundige interventies’ = te algemeen, te vaag
➢ ‘Meest efficiënt’: in vergelijking met wat?
➢ ‘Zo klein mogelijk’: wat betekent dit?
Voorbeeld 4 – ‘Wat is de relatie tussen cognitieve screening bij ouderen na acute opname en het genezingsproces?’
▪ Cognitieve screening: door wie uitgevoerd? Hoe?
▪ Acute opname; waar? ZH? RVT? …
▪ Genezingsproces: welk genezingsproces?
Voorbeeld 5 - Wat is het effect van het dagelijks toepassen van een cognitieve screening door verpleegkundigen (d.m.v. de
DOS schaal) op de prevalentie van delirium bij gehospitaliseerde heupfractuurpatiënten ouder dan 70 jaar? → GOED !!
4
PRINCIPES LITERATUURONDERZOEK
1. INTRODUCTIE
BIOMEDISCHE BIBLIOTHEEK
MEDLINE / PUBMED
MedLine is een samenvoeging van Medlars-on-line. Medlars staat voor Medical Literature Analysis and Retrieval System.
Basisprincipes van Medline:
▪ Trefwoorden van Index Medicus | MESH termen (Medical Subject Headings) ~ major of minor
▪ Main headings vs. Sub headings
▪ Limit functies (tijd, taal, type publicatie, subsets,…)
▪ Zoeken beperken tot artikels beschikbaar in bibliotheek
▪ Exploderen van zoektermen = combineren van termen
▪ Bij niet gekende MESH -> start zoeken met Nederlands, Franse of Duitse term, daarna kijken hoe geïndexeerd
Deze basisprincipes gelden vaak ook voor andere databanken, maar dan op hun eigen manier.
EMBASE
EMBASE geeft 60% overlap met MedLine, maar in vergelijking daarmee bevat EMBASE meer Europese literatuur en meer
literatuur omtrent geneesmiddelen.
Als je een literatuurstudie doet, kan je best MedLine en EMBASE combineren om zo geen evidentie te missen.
COCHRANE LIBRARY
Deze databank bevat voornamelijk systematic reviews die gebaseerd zijn op RCT’s. Ze brengt de effectiviteit van het
medisch/verpleegkundige handelen in kaart. Het geeft een overzicht van de huidige stand van zaken omtrent medische
kennis, richtlijnen/behandelingsschema’s voor klinische praktijk en inventariseert gebieden waar nog weinig onderzoek
voor handen is.
Het belangrijkste verschilpunt met bovenstaande databanken is dat Cochrane library uitsluitend systematic reviews bevat
en de andere databanken ook andere literatuur rapporteren over primair onderzoek.
CEBAM
Dit is GEEN databank, EERDER een organisatie. CEBAM staat voor Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine. Het
is een samenwerking tussen Belgische universiteiten die correcte en betrouwbare informatie bij verstrekkers van
medische zorg brengen.
CINAHL
Cinahl is een specifieke databank voor verpleegkunde en vroedkunde gerelateerde literatuur die komt vanuit journals en
tijdschriften.
Bij een literatuurstudie kan je best naast EMBASE en MedLine ook Cinahl includeren.
INVERT
Invert is een databank die uitsluitend Nederlandstalige artikels bevat vanuit verpleegkundige tijdschriften zoals Nursing,…
1
,Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
WEB OF SCIENCE
Web of Science is een databank die citatie-indexen bevat. Hoe meer iemand/een artikel/… geciteerd wordt, hoe
belangrijker het onderzoek is. Specifiek voor citatie-index is dat men kan nagaan welke papers een welbepaalde (reeds
gekende) publicatie citeren tijdens de daaropvolgende jaren, ervan uitgaand dat de aldus gevonden citerende auteurs in
hetzelfde onderzoekdomein actief zijn als de geciteerde.
Citatie-indexen zorgen ervoor dat je de impact kan beoordelen, maar pas op; impactfactoren zijn relatief!
Informatie staat voor kennis-in-beweging. Na korte tijd is de informatie voorbij gestreefd of onjuist.
Het hebben van kennis, staat NIET gelijk aan wijsheid. Wijsheid = integratie van ervaring (vanuit de praktijk) en kennis (uit
literatuur). Een vertaling maken van kennis naar de klinische praktijk is uitermate belangrijk, maar niet evident!
FORMULEREN ONDERZOEKSVRAAG
TYPEN ONDERZOEKSVRAAG
▪ Epidemiologische vragen
Bv. ‘Hoeveel zijn er?’
▪ Exploratieve vragen
Bv. ‘Waarom gedragen mensen zich op een bepaalde manier in gegeven omstandigheden? Wat denken
mensen?’
▪ Interventionele ‘outcome’ vragen
Bv. ‘Wat gebeurt er als interventie X wordt uitgevoerd, in vergelijking met interventie Y?’
▪ Achtergrond vragen
→ De achtergrondvraag wordt meestal gesteld vanwege de behoefte aan basisinformatie. Normaal gesproken
wordt deze vraag niet gesteld vanwege de noodzaak om een klinische beslissing te nemen over een specifieke
patiënt. Meestal vindt u dit soort informatie in algemene leerboeken.)
Bv. ‘Wat veroorzaakt migraine?’ Of ‘Hoe vaak moeten vrouwen boven 40 jaar een mammografie laten
doen?’
▪ Voorgrond vragen
→ Vraag naar specifieke kennis over het omgaan met patiënten met een ziekte en bevatten meestal 3-4
essentiële componenten volgens PICO.
PICO-FRAMEWORK
PICO is een ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de vier elementen van een goede klinische voorgrondvraag te
beschrijven. Elke onderzoeksvraag bevat 3-4 deelaspecten en per deelaspect moet men zoektermen achterhalen om deze
in een zoekstring te gieten.
P patiënt/probleem
I interventie
C comparative intervention / vergelijkende interventie
O outcome / uitkomst
2
,Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
Element of Patiënt Intervention (or cause, Comparison (optional) Outcome
the clinical prognosis)
question Describe as Is there an alternative What is the clinical
accurately as What is the main intervention or treatment to compare? outcome, including
possible the therapy you wish to consider? Including no disease, a time horizon if
patient or group Including an exposure to disease, placebo, a different relevant?
of patients of a diagnostic test, a prognostic prognostic factor
interest factor, a treatment, a patient absence of risk factor,
perception, a risk factor, etc. etc.
Voorbeeld In patients with do antibiotics / reduce sputum
acute bronchitis, production, cough
or days off?
Voorbeeld In children with what are the current treatments / in the management
cancer of fever and
infection?
Voorbeeld Among family- does standard care, listening to tranquil make a difference
members of music, or audiotaped in the reduction of
patients comedy routines reported anxiety?
undergoing
diagnostic
procedures
Voor kwalitatieve topics wordt vaker PEO gebruikt in plaats van PICO. PEO staat voor Population – Exposure – Outcomes
(or themes). Het richt zich niet op onderzoeksvragen met een interventie zoals gewoonlijk bij de PICO.
Als u uw klinische vraag eenmaal heeft geformuleerd, kan het u helpen bij het zoeken naar bewijs om het 'categorietype'
van uw vraag te begrijpen.
CATEGORIEËN
Diagnose → Hoe selecteer je een diagnostische test of hoe interpreteer je de resultaten van een specifieke test?
Bv. ‘Wat is de nauwkeurigheid van een casusopsporingsinstrument met twee vragen voor depressie bij patiënten
met een vermoeden van depressie, vergeleken met zes eerder gevalideerde instrumenten?’
Therapie → Welke behandeling is het meest effectief, of wat is een effectieve behandeling voor een bepaalde
aandoening?
Bv. ‘Zijn zinktabletten veilig en effectief voor de verlichting van verkoudheidssymptomen bij kinderen met
verkoudheid?’
Bv. ‘Verminderen antibiotica bij patiënten met acute bronchitis de sputumproductie, hoest of ziekteverzuim?’
Bv. ‘Wat zijn de huidige behandelingen voor kinderen met kanker om koorts en infectie te beheersen?’
Bv. ‘Verbeteren traditionele medische behandelingen of alternatieve (complementaire) behandelingen de
symptomen van patiënten met PMS (premenstrueel syndroom) beter?’
Schade of etiologie → Heeft een bepaalde behandeling schadelijke effecten, of hoe kunnen deze schadelijke effecten
worden vermeden?
Bv. ‘Wat zijn de risico's van de behandeling van astmapatiënten met bèta-adrenerge agonisten?’
Bv. ‘Is er een verhoogd risico op borstkanker voor een gezonde postmenopauzale patiënt die HRT gebruikt?’
Bv. ‘Is er bij vrouwen die orale anticonceptiva gebruiken een verband tussen het gebruik ervan en hart- en
vaatziekten?’
3
, Prof. Milisen – Dobbels – Dierckx de Casterlé
Prognose → Wat is het waarschijnlijke beloop van de ziekte van de patiënt, of hoe kan het risico worden gescreend of
verminderd?
Bv. ‘Wat is het normale rouwproces bij een gezonde vrouw die een miskraam heeft gehad en zijn er factoren die
verband houden met een langere rouwperiode dan normaal?’
Bv. ‘Wat zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van diabetes mellitus type II bij adolescente mannen?’
Preventie → Hoe kunnen de risicofactoren van de patiënt worden aangepast om het risico op ziekte te verminderen?
Bv. Verlaagt het gebruik van het griepvaccin bij patiënten van 65 jaar en ouder het toekomstige risico op
longontsteking in vergelijking met patiënten die het vaccin niet hebben gekregen?
Kwalitatief → Helpt bij het begrijpen van klinische verschijnselen, met de nadruk op het begrijpen van de ervaringen en
waarden van patiënten.
Bv. Hoe ervaren vrouwen met de diagnose fibromyalgie de perceptie van anderen over hun fysieke beperkingen?
VOORBEELDEN
Onderzoeksvraag =
▪ Verpleegkundig/vroedkundig relevant en klinisch
▪ Goed afgebakend; m.a.w. focus op een welbepaald deelaspect van een groter probleem
▪ Wetenschappelijk onderzoekbaar
▪ Eénduidig geformuleerd
Voorbeeld 1
▪ Niet afgebakend = ‘Wat kennen we over delirium?’
▪ Wel afgebakend = ‘Wat is het effect van cognitieve screening door verpleegkundigen bij geriatrische
heupfractuurpatiënten op de incidentie van delirium?’
Voorbeeld 2
▪ Niet afgebakend = kunnen we ‘decubitus’ voorkomen?
▪ Wel afgebakend = ‘Leidt het gebruik van screeninginstrumenten in de verpleegkundige praktijk tot een
vermindering van doorligwonden bij gehospitaliseerde patiënten met hart- en bloedvaatstoornissen?’
Voorbeeld 3 – ‘Welke verpleegkundige interventies zijn het meest efficiënt om cognitieve achteruitgang bij
gehospitaliseerde ouderen zo klein mogelijk te houden?’
▪ De populatie is afgebakend
▪ MAAR:
➢ ‘Verpleegkundige interventies’ = te algemeen, te vaag
➢ ‘Meest efficiënt’: in vergelijking met wat?
➢ ‘Zo klein mogelijk’: wat betekent dit?
Voorbeeld 4 – ‘Wat is de relatie tussen cognitieve screening bij ouderen na acute opname en het genezingsproces?’
▪ Cognitieve screening: door wie uitgevoerd? Hoe?
▪ Acute opname; waar? ZH? RVT? …
▪ Genezingsproces: welk genezingsproces?
Voorbeeld 5 - Wat is het effect van het dagelijks toepassen van een cognitieve screening door verpleegkundigen (d.m.v. de
DOS schaal) op de prevalentie van delirium bij gehospitaliseerde heupfractuurpatiënten ouder dan 70 jaar? → GOED !!
4