100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Verdieping in de ziekteleer

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
58
Geüpload op
11-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een gestructureerde samenvatting van 'Verdieping in ziekteleer' gegeven door Prof. Dr. Katrien De Vusser. Het telt 56 pagina's en omvat alle thema's die ze aanhaalt tijdens het semester.













Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
11 januari 2026
Aantal pagina's
58
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

ZIEKTELEER
1. INLEIDING

1.1 EVOLUTIE VAN ZIEKTE IN DE WESTERSE WERELD

Levensverwachting stijgt sneller dan ooit en dat maakt dat we te kampen hebben met een vergijzing
van de bevolking. De homeostase van oudere mensen werkt niet meer optimaal. Veroudering wordt
dus meer en meer als ziektebeeld/diagnose gezien. Doordat de gezondheidszorg erop vooruitgaat en
we meer en meer kunnen, worden we ook meer en meer geconfronteerd met chronische ziekte. Een
reactie op deze vergrijzing/chronische ziekten:
 Zorgprogramma’s
 Accreditering
 Multidisciplinaire benadering van problemen (bv. Iemand met co-morbiditeiten krijgt een
transplantatie -> artsen die te maken hebben met dei co-morbiditeiten worden meegenomen in
dat proces)
Daarnaast treedt er ook een verandering op in de relatie tussen arts-patiënt. Vroeger was men zeer
paternalistisch terwijl men nu streeft naar een patiënt-centered model.
Enkele basisbegrippen om gezondheid te bekijken:
 Mortaliteit = sterfte binnen een bepaalde periode binnen een bepaalde populatie
 Morbiditeit = fractie die lijdt aan een bepaalde ziekte
= maat voor ‘invaliditeit’ die een ziekte met zich meebrengt
 DALY = disability-adjusted life years
= aantal mensen dat sterft aan een aandoening + aantal mensen dat leven met een
beperking door ziekte
 Formule: DALY = YLL (Years of Life Lost) + YLD (Years Lived with Disabilities
 Om algemene impact van de ziekte op de maatschappij te schatten. (Bv. Psychiatrische
ziekte; treft jonge mensen met hoge mortaliteit en morbiditeit -> hoge DALY)
1.2 ONTSTAAN EN TYPES VAN ZIEKTE

1) Infectieus Bv. Pneumonie, TBC, Hepatitis, HIV
2) Genetisch – congenitaal Bv. Ziekte van Huntington, Mucoviscidose
3) Immunologisch-inflammatoir Bv. Lupus, Rheumatoïde artritis, DM I, Graves, Hashimoto,
Polymyositis
4) Toxisch Bv. COPD, CVA, AMI, Lever cirrose, pancreatitis, maagulcera
5) Degeneratief Bv. ALS, Ziekte van Parkinson, osteoporose, artrose
6) Tumoraal (oncologisch) Bv.


1.2.1 INFECTIEUS
Bacterieel:
 Eencellige organismen die acuut (bv. urineweginfectie) of chronisch (Bv. tuberculose) kunnen
voorkomen
 De behandeling is hetzij ‘symptomatisch’, meestal met AB
 Transmissie: Aerogeen (Bv. meningokokken) – Faeco-oraal (Bv. salmonella) – seksueel (Bv.
neisseria gonorrhoe)
 Diagnose door kweken, door detectie van antistoffen in het bloed (serologie: IgM, IgG) of door
antigenen in lichaamsvochten
Bij de anamnese + kliniek is het vaak duidelijk als het gaat over iets bacterieel  koorts en hoe ziek is
de patiënt.
! Bij bacteriële infecties ALTIJD kweken nemen ≠ viraal !
Soorten kweken: hemocultuur, urinecultuur, sputumcultuur,…

,Bij gezonde mensen is de kans kleiner dat het gaat over een multiresistente kiem. Bij zieke patiënten is
er meer kans op een multiresistente kiem, waarbij behandeling met gerichte AB noodzakelijk is. Dus
eerst kweken en dan pas AB toedienen.
Bijvoorbeeld: Kinkhoest, difterie, ziekte van Lyme, Meningitis, Pneumonie, TBC, Tetanus


Viraal:
 Klein infectieus partikel met erfelijk materiaal en proteïnekapsel dat nood heeft aan een cel van
de gastheer om zich hierin te repliceren. Kan zowel acuut (Bv. respiratoir syncytiaal virus) als
chronisch (Bv. HIV) voorkomen
 De behandeling hetzij ‘symptomatisch’, meestal met antivirale middelen
 Transmissie: Aerogeen (Bv. influenza virus) – Faeco-oraal (Bv. norovirus) – Seksueel (Bv. HIV)
 Diagnose door detectie van antistoffen in het bloed, antigen of door PCR (= via PCR weten
hoeveel virus aanwezig is in de patiënt). Dit wordt weinig gedaan bij gezonde mensen, wel bij
immuungecompromiteerde patiënten.
Bijvoorbeeld: RSV, Griep, Corona, Hepatitis, HIV
Er bestaat ook een speciaal type infectie: ‘opportunistische infectie’
 Infecties met minder virulente kiemen die bij de gezonde patiënt geen infectie veroorzaken,
maar wel bij patiënten met een verminderde immuunafweer. Ze kunnen de morbiditeit bij ziekte
patiënten doen stijgen.
Voorbeelden: CMV, Epstein Barr, Polyoma virus

1.2.2 GENETICHE CONGENITALE AANDOENINGEN
Congenitaal = een ziekte die bestaat bij de geboorte, ongeacht de oorzaak
Genetisch = een ziekte die veroorzaakt wordt door een afwijking in het genetisch materiaal (DNA)
Genetisch materiaal van de cel is gebundeld in chromosomen en genen. Een chromosoom is een
hele lange draad (dubbele helix) DNA bestaande uit basenparen of nucleotiden; Adenine,
Guanine, Cytosine en Thymine. Bij deling van een cel wordt het DNA gekopieerd. Deze
basenparen kunnen coderen (afgelezen worden) en per drie basenparen (samen een codon),
wordt 1 bepaald AZ aangemaakt. Volgens de volgorde dat het DNA aangeeft, worden de AZ
achter elkaar geplaatst. Deze AZ vormen dan samen een specifiek eiwit. De lichaamscellen
bestaan uit 46 chromosomen (23 chromosomenparen). Het humane genoom (23
chromosomenparen) bestaan uit 22 autosomen en 1 geslachtschromosomenpaar (XX of XY).
1 gen = een stuk van de DNA ketting dat aanleiding geeft tot 1 eiwit. Dit betekent dat voor
hetzelfde gen, telkens twee kopieën bestaan; één van de vader en één van de moeder
(“allelen”).
Homozygoot = de twee allelen zijn hetzelfde
Heterozygoot = de twee allelen zijn verschillend
Bijvoorbeeld: een gen met een mutatie dat aanleiding geeft tot een ‘foutief’ eiwit, kan ofwel
enkel van 1 ouder voortkomen of van beide.
Dominant = één foutief allel geeft aanleiding tot de ziekte
Recessief = de ziekte komt pas tot uiting bij twee foutieve allelen
Bijvoorbeeld:
Autosomaal dominante ziekte Autosomaal recessieve ziekte
 Ziekte van Huntington  Mucoviscidose
 Poli cystische nieren  Fenylketonurie (PKU)
 Syndroom van Marfan  Sikkelcelanemie
 Achondroplasie  Thalassemie
½ op overerving ¼ op overerving

1.2.3 IMMUNOLOGISCH – INFLAMMATOIR
Immuniteit = cellen en eiwitten die een rol spelen in de verdediging van het lichaam tegen infectie en
andere ‘lichaamsvreemde’ substanties -> wat ons beschermt tegen de omgeving

Antigen = moleculaire structuur waartegen een specifiek immuunantwoord kan worden gevormd

, ≠!
Antistof = eiwit, aangemaakt door de plasmacellen in het menselijk immuunsysteem gericht op de
herkenning van lichaamsvreemde antigenen
Auto-immuunziekten:
 Normaal; tolerantie -> het niet opbouwen van een immuunantwoord ten opzichte van een
bepaald antigen. Dit is de regel voor lichaamseigen antigen
 Abnormaal; wanneer tolerantie voor een lichaamseigen antigen wordt doorbroken. Er wordt een
immuunreactie ontwikkeld tegen één of meerdere organen van het eigen lichaam bv. lever,
schildklier, pancreas…
 Behandeling van AI-ziekten is dikwijls met immuunsuprimerende medicatie zoals
corticosteroïden. Deze werken zeer krachtig, maar hebben ook veel nevenwerkingen; Cushing
syndroom, bisonnek, maangezicht, diabetes, botontkalking,…
 Diagnose door immunoglobulines (dragers van immuniteit geproduceerd door de B-lymfocyten)
op te sporen; IgM (vroegtijdig, verdwijnend), IgG (levenslange immuniteit), IgE (allergie).
Bijvoorbeeld orgaan specifieke AI ziekten: Ziekte van Hashimoto, Ziekte van Graves, Diabetes type I,
Pernicieuze anemie
Bijvoorbeeld systemische AI ziekten: Lupus, Reumatoïde artritis, MS
Bijvoorbeeld darm- en vaat gerelateerd: Coeliakie, Ziekte van Crohn, Colitis ulcerosa
Allergie:
= Symptomatische immunologische gemedieerde overgevoeligheidsreactie gericht tegen een
lichaamsvreemde ongevaarlijke stof (allergenen).
De reactie ontstaat door mastcellen te activeren die zorgen voor degranulatie. Ze maken histamine vrij
waardoor je de specifieke allergische reactie krijgt (= overreactie).
Bv. op wespensteek of pollen

1.2.4 TOXISCH
Acute tot chronische; asymptomatische tot levensbedreigende effecten
Types: alcohol, tabak, drugs, medicatie, beroepsmatige expositie (Bv. asbest)
Bijvoorbeeld: COPD, CVA, AMI, levercirrose, pancreatitis, maagulcera, nefropathie

1.2.5 DEGENERATIEF
In kader van veroudering van de bevolking
Bijvoorbeeld: dementie, artrose, osteoporose, ALS, Ziekte van Parkinson
1.3 DIAGNOSE VAN ZIEKTE


1.3.1 ANAMNESE – KLINISCH ONDERZOEK
Bepaalde ziektebeelden hebben typische symptomen = pathognomonische symptomen.

1.3.2 LABORATORIUMANALYSE
Sensitiviteit en specificiteit van testen speelt een rol bij vals- negatieve en vals-positieve testen.
Specifieke testen: 100% zeker, maar soms ook vals negatief omdat de test zo specifiek is
 meet het percentage zieke patiënten dat correct positief test
Sensitieve testen: veel vals positieven, want er wordt breed gescreend dus er moet meer
onderzoek gebeuren naar echt positieve testen
 meet het percentage gezonde patiënten dat correct negatief test
Een goede labotest is daarom 80% sensitief en specifiek, anders is deze klinisch niet bruikbaar

1.3.3 BEELDVORMING
Ultrasone golven  Echografie en doppler onderzoek

, Geluidsgolven met hoge frequentie worden opgewekt door een transducer en gereflecteerd in
het lichaam. De reflectie is afhankelijk van het type weefsel (steen -> sterk, weefsel -> matig,
vocht -> zwak). Een doppler geeft de stroomrichting aan en een duplex is een combinatie van
beide.
Voordelen Nadelen
Geen ioniserende stralen, dus onschadelijk Kwaliteit afbeelding minder goed dan CT/NMR
Geen contraststoffen noodzakelijk Gehinderd door lucht en bot
Onderzoekerafhankelijk
X-stralen  RX en CT-scan
CT = computer tomografie = smalle röntgenbundel die om het lichaam roteert met als resultaat
snedes doorheen het lichaam (veel foto’s die achter elkaar worden geplaatst)
Voordelen Nadelen
Geringe resultaten kunnen worden Ioniserende straling (genetische schade,
aangetoond kunnen tumoren in de hand werken)
Gebruik van contraststoffen Jodiumhoudende contrastmiddelen
Geen overprojectie zoals bij conventionele RX (nierschade, allergie)
Ook visualisatie naast lucht en bot- Kostprijs
bevattende structuren
Mogelijkheid tot 3D reconstructies
Magnetische velden  NMR scan
Nucleaire Magnetische Resonantie = eveneens tomografische opnames, maar zonder
röntgenstralen, wel met sterke magnetische velden
Voordelen Nadelen
Zeer hoge contrastresolutie, zeker voor ‘weke Niet compatibel met magnetisch materiaal
weefsels’ Duur
Mogelijkheid van contrastgebruik Claustrofobie maakt het onderzoek soms
(gadolinium), niet jodiumhoudend onmogelijk
3D reconstructies
Geen röntgenstralen belasting, onschadelijk
Isotopen onderzoek  PET-scan (positron-emissie-tomografie)
Door gebruik van radioactieve ‘nucliden’. Deze worden gekoppeld aan een vector (hormoon,
RBC, suikermolecule) neemt de nuclide mee naar het orgaan waar de vector normaal
gemetaboliseerd wordt. De nucliden zenden daar positronen uit die gedetecteerd worden door
de PET-scanner. Zo bekomen we informatie eerder over metabolisme en/of activiteit van een
bepaald letsel/orgaan, dan over de anatomie/structuur. Het kan gekoppeld worden aan een CT
om de anatomische info te verkrijgen. De PET-scan wordt voornamelijk gebruikt binnen
oncologie, maar kan ook bij infecties gebruikt worden.
 PET toont hypermetabolisme (= verbruik van suiker), dus kan zowel voor tumoren als voor
infecties gebruikt worden. Er zijn 2-3 indicaties voor een PET-scan:
o Koorts zonder focus
o Niet pluisgevoel, vermagering,… -> algemeen screeningsonderzoek
o Oncologie
Nadelen: arbeidsintensief – stralingsbelasting

1.3.4 HISTOPATHOLOGISCH ONDERZOEK
4 soorten pathologisch onderzoek:
1) Cytologie = opsporing van cellen in lichaamsvochten
2) Biopsie = afname van een weefselstaal voor ‘histologisch’ onderzoek
3) Resectiestuk = macro- en microscopisch onderzoek van een operatief verwijderd
orgaan/letsel
4) Autopsie = macro- en microscopisch onderzoek van het gehele lichaam post-mortem
Doel van pathologisch onderzoek:
 Bevestiging van klinisch vermoede diagnose
 Achterhalen van de klinisch onduidelijke oorzaak van een ziekte
 Voorspellen van gevoeligheid van een tumor voor bepaalde therapie

,  Risico stratificatie/gradering van een letsel
1.4 BEHANDELING VAN ZIEKTE

Acuut (Bv. AB voor longontsteking) vs. Chronisch (Bv. antihypertensiva voor arteriële hypertensie)

Curatief vs. Palliatief
Soorten behandelingen: medicatie, chemotherapie, radiotherapie, heelkunde, kinesitherapie,
logopedie,…


2. ALCOHOL EN VERSLAVING

2.1 EPIDEMIOLOGISCHE ASPECTEN

6,5% van alles doden in Europa gerelateerd aan alcohol. Meer dan 2.370.000 levensjaren verloren door
leverziekte voor de leeftijd van 50 jaar; meer dan longkanker, slokdarm, maag, darm en
pancreaskanker samen.
Het verbruik is viervoudig gestegen tussen 1950 en 1980. Alcohol is ook een belangrijk probleem bij de
jeugd. Men schakelt vroeger over van bier naar sterkere dranken waardoor er meer gevallen zijn van
kanker, pancreatitis en epilepsie.
Mannen drinken vaker alcohol dan vrouwen, maar vrouwen bereiken sneller hogere
alcoholbloedspiegels en zijn gevoeliger voor de effecten daarvan.
Veilige grenzen van alcohol is een variërend begrip:
 Mannen 60g alcohol per dag (max 3 pintjes of 3 glazen wijn)
 Vrouwen 20-30g alcohol per dag (max 2 pintjes of 2 glazen wijn)
NB: Een gemiddelde patiënt met alcoholische cirrose drinkt 15 flessen wijn per week
2.2 ALCOHOL GEBRUIKSSTOORNISSEN (AUD)

Alcoholonttrekking is de belangrijkste prognostische factor bij alcoholisch leverlijden. 60% hervalt na
een periode van abstinentie binnen het jaar. Ethisch-sociale vooroordelen ten aanzien van patiënten in
een medisch milieu  slechts 10% van de patiënten met alcoholisch leverlijden krijgt een behandeling
voor AUD (Alcohol Use Disorder)
Verslaving is een psychiatrische problematiek
Abstinentie is mogelijk te bereiken bij patiënten met AUD en tegenaangewezen bij gevorderde
leverziekte.
Korte termijn alcoholabstinentie  ACUUT ONTREKKINGSDELIER
 Het ontstaan van symptomen beginnen tussen de 6-24u na de laatste inname van alcohol
(intentioneel of non-intentioneel)
 Pathofysiologie
o Genetische factoren
o Alcohol werkt neurodeprimerend door versterking van GABA en inhibitie van Glutamaat.
Acute onttrekking van alcohol verstoort abrupt de ‘nieuw ontstane homeostase’ in
aanwezigheid van alcohol
 Symptomen
o Mild; angst, onrust, hoofdpijn, nausea, fors zweten
o Ernstig; tonisch-clonische epileptische aanvallen, alcoholische hallucinosis, delirium
tremens
Delirium tremens
 Hallucinaties, desoriëntatie, tachycardie, hypertensie, hyperthermie, agitatie en diaphoresis
 Begint meestal 48u en duurt 1-5 dagen
 Mortaliteit actueel 5%
Diagnose => klinisch! UITSLUITEN: IC bloedig, encefalopathie, Wernicke syndroom
Behandeling:
 Ondersteuning van de vitale PM
€24,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
nikkivancampfort

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
nikkivancampfort Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen