Verpleegkunde voor
pediatrische zorg
1.Hoesten
1.1. Astma
= chronische obstructieve luchtwegaandoening
Chronische ontsteking luchtwegvernauwing slijmproductie +
bronchoconstrictie (= samentrekken van de spierwand in de kleine LW)
Aantasting mucosa (opzwelling) kleine bronchi bronchioli
Hyperreactiviteit van de bronchi = reactie van de ontstoken LW
Oorzaak: deels erfelijk & overgevoeligheid
o Dieren, stress, inspanning, pollen, chemische stoffen, koude
Symptomen
Chronische hoest, wheezing, plotse dyspnee, benauwdheid (bij inspanning), …
Respiratoire distress: neusvleugelen, headbobbing, kreunen, voorkeurshouding,
tirage, tachypnee <-> Respiratoir falen: bovenstaande + TC, hypertensie, zweten,
angst, onrust, huilen laattijdig: cyanose, slaperig tot coma tot AH-stilstand
Diagnose
Klinisch onderzoek: verlengde expiratie met wheezing
Longfunctie (= spirometrie): pas vanaf +/- 6 jaar betrouwbaar, lage
Allergieonderzoek: IgE, eosinofiele granylocyten (WBC) = hyperreactiviteit
Behandeling
Algemeen: uitlokkende factoren vermijden, antihistaminica, slijmbestrijding, …
1ste keus bij astma= inhalatiecorticosteroïden (ICS) ontstekingsremmend
Bronchodilatoren ontspanning van de bronchoconstrictie
o SABA (vb. Ventolin - ASTMA) – SAMA (vb. Atrovent – COPD)
o Duovent = ventolin + atrovent
Verloop:
o Stap 1= zo nodig ventolin enkele x/week
o Stap 2= ICS (startdosis) + ventolin (onderhoudsbehandeling dagelijks)
o Stap 3= ICS verdubbelen of LABA (> 4 – 6 jaar) of LTRA (< 4 – 6 jaar)
Behandeling slaat niet goed aan? Onvoldoende inhalatie, foutief gebruik, …
Acute opstoot: aerosol (3 ml), O2-therapie (max. 6l), Highflow/Optiflow
o Voordelen HF: bevochtiging, warm, positieve druk openhouden alveoli
Monitoring: Rood (rechtsboven) – Geel (linksboven) – Groen linksonder)
1
,1.2. Passief roken
Twee soorten:
o Tweedehandsrook = inhaleren van de rook
o Derdehandsrook = in huis van roker, blijft hangen in kleren/zetel/muren/…
Gevolg: verwikkeling astma, meer verkoudheden/bronchitis/keelontsteking/…, hoger
risico op wiegendood
1.3. Mucoviscidose
= erfelijke taaislijmziekte
Aantasting van de exocriene klieren (= zweetklieren, speekselklieren, in longen, in
spijsvertering, …) aantasting spijsvertering & respiratoir stelsel
Oorzaak: recessieve genetische aandoening (beide allelen zijn gemuteerd)
o 1 allel gemuteerd drager zonder klachten wel overdraagbaar
Failure to thrive
Er is intake maar groei en gewicht evolueren niet mee
Endocrien = geven hormonen af aan het bloed
Exocrien = geven hun product af via afvoergangen aan omgeving
Spijsvertering: dunne darm, mond, pancreas (verteringssappen verstoord suikers
en vetten worden niet goed opgenomen failure to thrive)
Diagnose
1e klacht= meconiumileus uitblijven van 1e stoelgang
Vruchtwaterpunctie, neonatale screening (hielprik), zweettest (iontoforese
verhoogde hoeveelheid chloor)
Controles
Therapieonderhoud = complex belangrijke rol van ouders
o Gevolg therapieontrouw = bronchiëctasieën atelectase bullae
longfalen longtransplantatie
o Bronchiëctasieën= bronchiën blijvend verwijd en beschadigd slijm
Om de 3 maanden
o Raadpleging muco-centrum: G + L, sputumkweek, spirometrie (> 5j)
Jaarlijks
o Bloedafname (CRP, eiwitten), UC (microalbuminurie DM?), RX-thorax
(controle longen), KNO (sinussen= exocriene klieren chronische sinusitis),
psycholoog (ondersteuning ouders en kind), screening darmkanker (> 40j),
inspanningsvermogen (kinesist), echo lever/2j (exocriene klieren gal
verstopping), glucose challenge test (> 10j, verkorte OGTT, onderzoek naar DM
endocriene cellen gaan kapot, ook in de pancreas), lichaamssamenstelling
+ DEXA-scan (= botdensimetrie controle vet- en spierpercentage slechte
ontwikkeling spieren = kiné + eiwitten innemen)
2
, 1.3.1. Spijsverteringsstelsel
Problemen
Gewicht R/ olie toevoegen aan voeding, frequenter voeden, hyper calorische
bijvoedingen, Creon (verteringsmedicatie: dosering afstemmen op eten)
Pancreasinsufficiëntie
Leverproblemen: levercirrose S/ icterus, ascites in buikholte, maagbloedingen
Diabetes R/ insuline, medicatie
kans op colontumoren
Behandeling
Sondevoeding toedienen: op latere leeftijd extra koolhydraten/…
Maagsonde
o Controle bij kinderen met beperking: uiteinde in water geen bubbels = niet
in longen = goede positie / Anders: RX, ‘plof’
PEG-sonde= percutane endoscopische gastrostomie
o Slangetje via de huid in de buikwand direct in de maag
o Mickey-Button: niet volledig terugbetaald (nadeel)
Voordeel: geen leidingen, enkel toegangspoort aanwezig
1.3.2. Respiratoir stelsel
Regelmatige controle sputumstaal en longfunctie
Twee atypische bacteriën: S. aureus & P. aeruginosa (pseudomonas)
Verstoorde longfunctie AB opstarten (geen behandeling= risico op infectie)
Preventieve behandeling
AHkiné (spieren versterken, AH optimaliseren, slijmen leren ophoesten, IPPV= aerosol
onder druk), puffers, acetylcysteïne (bewezen effectieve werking bij muco dagelijks
innemen), vaccins (griep, rsv, pneumokokken, covid)
CFTR-modulatoren
Kaftrio (samenstelling van 3 producten)
o Sinds vorig jaar goedgekeurd in Europa veel belovende resultaten
o Kan muco stoppen en klachten verbeteren werkt in t.h.v. celmembraan
o Nadeel: niet voor iedereen werkzaam (subtypes) + mogelijke bijwerkingen
1.4. Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)
1.4.1. Bronchiolitis
=LWI van de lage luchtwegen
Verwekker: meestal RSV maakt cellen kapot
Voornamelijk bij jonge zuigelingen
CAVE apnee! (Monitoring 48 - 72 uur)
o Vaak opname afhankelijk van dyspnee
o Opname tot 2 jaar bij tekort aan zuurstof stoppen met ademen
o Moeite met drinken van flesje/moedermelk= te kort van adem (hypoxie)
S/ neusverkoudheid resp. distress, TP, tirage, wheezing, ronchi, neusvleugelen, T°
R/ O2, ICS, alg. ondersteuning, evt. beademing, monitor, isolatie, aerosol, …
1.4.2. (Spastische) bronchitis
3
pediatrische zorg
1.Hoesten
1.1. Astma
= chronische obstructieve luchtwegaandoening
Chronische ontsteking luchtwegvernauwing slijmproductie +
bronchoconstrictie (= samentrekken van de spierwand in de kleine LW)
Aantasting mucosa (opzwelling) kleine bronchi bronchioli
Hyperreactiviteit van de bronchi = reactie van de ontstoken LW
Oorzaak: deels erfelijk & overgevoeligheid
o Dieren, stress, inspanning, pollen, chemische stoffen, koude
Symptomen
Chronische hoest, wheezing, plotse dyspnee, benauwdheid (bij inspanning), …
Respiratoire distress: neusvleugelen, headbobbing, kreunen, voorkeurshouding,
tirage, tachypnee <-> Respiratoir falen: bovenstaande + TC, hypertensie, zweten,
angst, onrust, huilen laattijdig: cyanose, slaperig tot coma tot AH-stilstand
Diagnose
Klinisch onderzoek: verlengde expiratie met wheezing
Longfunctie (= spirometrie): pas vanaf +/- 6 jaar betrouwbaar, lage
Allergieonderzoek: IgE, eosinofiele granylocyten (WBC) = hyperreactiviteit
Behandeling
Algemeen: uitlokkende factoren vermijden, antihistaminica, slijmbestrijding, …
1ste keus bij astma= inhalatiecorticosteroïden (ICS) ontstekingsremmend
Bronchodilatoren ontspanning van de bronchoconstrictie
o SABA (vb. Ventolin - ASTMA) – SAMA (vb. Atrovent – COPD)
o Duovent = ventolin + atrovent
Verloop:
o Stap 1= zo nodig ventolin enkele x/week
o Stap 2= ICS (startdosis) + ventolin (onderhoudsbehandeling dagelijks)
o Stap 3= ICS verdubbelen of LABA (> 4 – 6 jaar) of LTRA (< 4 – 6 jaar)
Behandeling slaat niet goed aan? Onvoldoende inhalatie, foutief gebruik, …
Acute opstoot: aerosol (3 ml), O2-therapie (max. 6l), Highflow/Optiflow
o Voordelen HF: bevochtiging, warm, positieve druk openhouden alveoli
Monitoring: Rood (rechtsboven) – Geel (linksboven) – Groen linksonder)
1
,1.2. Passief roken
Twee soorten:
o Tweedehandsrook = inhaleren van de rook
o Derdehandsrook = in huis van roker, blijft hangen in kleren/zetel/muren/…
Gevolg: verwikkeling astma, meer verkoudheden/bronchitis/keelontsteking/…, hoger
risico op wiegendood
1.3. Mucoviscidose
= erfelijke taaislijmziekte
Aantasting van de exocriene klieren (= zweetklieren, speekselklieren, in longen, in
spijsvertering, …) aantasting spijsvertering & respiratoir stelsel
Oorzaak: recessieve genetische aandoening (beide allelen zijn gemuteerd)
o 1 allel gemuteerd drager zonder klachten wel overdraagbaar
Failure to thrive
Er is intake maar groei en gewicht evolueren niet mee
Endocrien = geven hormonen af aan het bloed
Exocrien = geven hun product af via afvoergangen aan omgeving
Spijsvertering: dunne darm, mond, pancreas (verteringssappen verstoord suikers
en vetten worden niet goed opgenomen failure to thrive)
Diagnose
1e klacht= meconiumileus uitblijven van 1e stoelgang
Vruchtwaterpunctie, neonatale screening (hielprik), zweettest (iontoforese
verhoogde hoeveelheid chloor)
Controles
Therapieonderhoud = complex belangrijke rol van ouders
o Gevolg therapieontrouw = bronchiëctasieën atelectase bullae
longfalen longtransplantatie
o Bronchiëctasieën= bronchiën blijvend verwijd en beschadigd slijm
Om de 3 maanden
o Raadpleging muco-centrum: G + L, sputumkweek, spirometrie (> 5j)
Jaarlijks
o Bloedafname (CRP, eiwitten), UC (microalbuminurie DM?), RX-thorax
(controle longen), KNO (sinussen= exocriene klieren chronische sinusitis),
psycholoog (ondersteuning ouders en kind), screening darmkanker (> 40j),
inspanningsvermogen (kinesist), echo lever/2j (exocriene klieren gal
verstopping), glucose challenge test (> 10j, verkorte OGTT, onderzoek naar DM
endocriene cellen gaan kapot, ook in de pancreas), lichaamssamenstelling
+ DEXA-scan (= botdensimetrie controle vet- en spierpercentage slechte
ontwikkeling spieren = kiné + eiwitten innemen)
2
, 1.3.1. Spijsverteringsstelsel
Problemen
Gewicht R/ olie toevoegen aan voeding, frequenter voeden, hyper calorische
bijvoedingen, Creon (verteringsmedicatie: dosering afstemmen op eten)
Pancreasinsufficiëntie
Leverproblemen: levercirrose S/ icterus, ascites in buikholte, maagbloedingen
Diabetes R/ insuline, medicatie
kans op colontumoren
Behandeling
Sondevoeding toedienen: op latere leeftijd extra koolhydraten/…
Maagsonde
o Controle bij kinderen met beperking: uiteinde in water geen bubbels = niet
in longen = goede positie / Anders: RX, ‘plof’
PEG-sonde= percutane endoscopische gastrostomie
o Slangetje via de huid in de buikwand direct in de maag
o Mickey-Button: niet volledig terugbetaald (nadeel)
Voordeel: geen leidingen, enkel toegangspoort aanwezig
1.3.2. Respiratoir stelsel
Regelmatige controle sputumstaal en longfunctie
Twee atypische bacteriën: S. aureus & P. aeruginosa (pseudomonas)
Verstoorde longfunctie AB opstarten (geen behandeling= risico op infectie)
Preventieve behandeling
AHkiné (spieren versterken, AH optimaliseren, slijmen leren ophoesten, IPPV= aerosol
onder druk), puffers, acetylcysteïne (bewezen effectieve werking bij muco dagelijks
innemen), vaccins (griep, rsv, pneumokokken, covid)
CFTR-modulatoren
Kaftrio (samenstelling van 3 producten)
o Sinds vorig jaar goedgekeurd in Europa veel belovende resultaten
o Kan muco stoppen en klachten verbeteren werkt in t.h.v. celmembraan
o Nadeel: niet voor iedereen werkzaam (subtypes) + mogelijke bijwerkingen
1.4. Respiratoir Syncytieel Virus (RSV)
1.4.1. Bronchiolitis
=LWI van de lage luchtwegen
Verwekker: meestal RSV maakt cellen kapot
Voornamelijk bij jonge zuigelingen
CAVE apnee! (Monitoring 48 - 72 uur)
o Vaak opname afhankelijk van dyspnee
o Opname tot 2 jaar bij tekort aan zuurstof stoppen met ademen
o Moeite met drinken van flesje/moedermelk= te kort van adem (hypoxie)
S/ neusverkoudheid resp. distress, TP, tirage, wheezing, ronchi, neusvleugelen, T°
R/ O2, ICS, alg. ondersteuning, evt. beademing, monitor, isolatie, aerosol, …
1.4.2. (Spastische) bronchitis
3