Examen bestaat uit 3 soorten vragen:
1. volledige witte pagina (8punten) vooral bedoeld om te kijken dat je nt enkel inhoud snapt mr zowel
analytisch en synthetisch denken (argumenteren maar ook synthetisch werken: dingen die mekeer brengen
die niet in cursus naast elkaar werden gebracht) en dan dit verwoorden in een gestructureerde uiteenzetting
waar je ergens begint en ergens eindigt jezelf tijdens het studeren AFVRAGEN
2. bestaat uit 4 onderdelen (elk 2 punten) je gaat daarin bepaalde argumenten moeten toelichten
3. 4 kleine ondeeltjes (1 punt per vraag) citaten, namen, termen, begrippen toelichten en beschrijven
Inleiding
§1. TERMINOLOGISCHE VERDUIDELIJKING
1. Een etymologische aanloop
Moraal - moreel – moraliteit
ethos - ethisch – ethiek
zeden - zedelijk - zedelijkheid
Hoofdstuk 0. Wat is ethiek?
o Bron: Grieks
o Ethos1 (): verblijfplaats van dieren (cfr. ethologie), vandaar gewoonte, zede, gebruik; een geheel van
regels en gedragsvormen eigen aan een groep (cfr. habitude - habiter, moeurs - demeurer) Wat
hebben we nodig om ons veilig te voelen?
o Èthos2 (): karakter, gezindheid, grondhouding.
Verschil: ene lijkt meer sociaal/collectief en ander meer te maken met innerlijke overtuiging (vanuit mijn
persoonlijke overtuiging ga ik dat (niet) doen)
1. Moraal (Ethos)
=Een objectief systeem van gedragsregels over goed en slecht, geoorloofd en verboden.
Bepaalt hoe we ons behoren te gedragen binnen een groep (gezin, beroep, maatschappij).
*Kenmerk: Wordt aangeleerd en overgedragen via socialisatie.
2. Moraliteit
Legt de nadruk op het handelingsbewustzijn en de kwaliteit van handelen.
Individueel standpunt: Hoe een persoon zelf ethische keuzes maakt.
3. Ethiek
Systematische en kritische reflectie over moraal en moraliteit.
Niet louter intuïtief, maar methodisch nadenken over morele kwesties en de interactie tussen moraal
en moraliteit.
Kunnen we echt zelf beslissen, of worden onze keuzes beïnvloed door moraal en moraliteit?
1
, Voorbeeld: Taal (zoals Nederlands) is een structuur waarbinnen we communiceren en die ons gedrag
mede bepaalt.
§2. VORMEN VAN ETHIEK
Praktische wijsbegeerte: wil onze omgang met de werkelijkheid en/of die werkelijkheid zelf verbeteren. Ze
heeft ‘de werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn’ tot voorwerp, de werkelijkheid onder het aspect van het
goede, zoals ze zou moeten zijn
Vormen;
1. Descriptieve ethiek
Ethiek die beschrijft hoe samenlevingen bepaalde morele regels hanteren. Dit gebeurt door:
Historische analyse
Onderzoek vanuit menswetenschappen
Voorbeelden & Grondleggers
Lawrence Kohlberg: morele ontwikkeling → Heinz-dilemma
Adam Smith (grondlegger moderne economie, 18e eeuw)
Max Weber (grondlegger moderne sociologie & bureaucratie)
o Boek: Protestantse ethiek en het moderne kapitalisme
o Verschil tussen Noord- en Zuid-Europa in arbeidsethos
Émile Durkheim:
o Zelfmoordcijfers stijgen wanneer maatschappelijke structuren losser worden → stabiele
samenleving biedt houvast
Wilhelm Wundt (1879):
o Oprichter eerste psychologisch laboratorium → bestudeerde menselijk gedrag vanuit
economie, maatschappij en cultuur
2. Normatieve ethiek/verklarende ethiek
= filosofische reflectie op het morele, die op zoek gaat naar de legitimering van morele normen. Waarom-
vraag. Wat is goed en kwaad en hoe kunnen we dit funderen? (= moraalfilosofie)
vormen van normatieve ethiek:
Algemene ethiek: bestudeert normatieve en meta-ethische problemen in hun algemeenheid, zonder
toe te passen op concrete situaties. Algemene principes en fundamentele grondslagen voor het
‘menselijk handelen’ in het algemeen
Bijzondere ethiek: Algemene principes in verband brengen met bijzondere situaties. Toegepaste
ethiek (applied ethics) = ongelukkig gekozen term omdat het niet zo gemakkelijk is als het lijkt.
Individuele ethiek: bestuderen van menselijk handelen, legitimerende normen en funderende
beginselen voor zover het gaat om de mens als individu, zijn individueel geluk en goede leven.
(micro-ethiek)
Sociale ethiek: bestuderen van het menselijk handelen voor zover het gaat om de mens als
gemeenschapswezen. (Macro-ethiek)
2
,3. Meta-ethiek
Bestudeert de fundamenten van ethiek:
Wat betekenen ethische begrippen?
Wat is de bron van morele principes?
Kohlberg & het Heinz-dilemma
Kohlberg onderzocht hoe morele ontwikkeling tot stand komt.
Heinz-dilemma:
o Heinz’ vrouw heeft kanker en een experimenteel medicijn kan haar redden. Het medicijn is
extreem duur en Heinz kan het niet betalen.
o Vraag: Is het terecht dat Heinz het medicijn steelt?
o Doel: Niet het juiste antwoord vinden, maar analyseren hoe mensen morele keuzes maken.
Theoretische wijsbegeerte: wil onze kennis vermeerderen zonder zich om de directe bruikbaarheid of
toepassing ervan te bekommeren. Ze heeft ‘de werkelijkheid zoals ze is’ tot voorwerp.
Stadia van Morele Ontwikkeling – Lawrence Kohlberg
Kohlberg’s model: empirisch onderbouwde typologie van morele ontwikkeling, onderzocht via morele
dilemma’s zoals het Heinz-dilemma.
Heinz-dilemma: Mag Heinz een medicijn stelen om zijn zieke vrouw te redden?
Drie niveaus van morele ontwikkeling
Niveau 1: Pre-conventioneel (gericht op eigenbelang en strafvermijding)
- Fase 1: Regels volgen uit gehoorzaamheid aan autoriteiten
- Fase 2: Goed is wat eigenbelang dient (pragmatisch denken)
Niveau 2: Conventioneel (gericht op sociale erkenning en conformiteit)
- Fase 3: Goed is voldoen aan verwachtingen van anderen en loyaal zijn
- Fase 4: Goed is wetten respecteren en plichten vervullen
Niveau 3: Post-conventioneel (gericht op universele principes en maatschappelijke belangen)
- Fase 5: Goed is zich houden aan onderlinge afspraken en streven naar nut voor zoveel mogelijk mensen
- Fase 6: Goed is handelen volgens universele rechtvaardigheidsprincipes
Controverses rond Kohlberg’s theorie
➢ Mannen vs. vrouwen: Kohlberg stelde vast dat de meeste mannen niveau 6 bereiken, terwijl de
meeste vrouwen op niveau 4 blijven.
Kritiek: Hij concludeerde dat mannen moreel volwassener zijn dan vrouwen, wat later sterk
bekritiseerd werd.
3
, ➢ Feministische kritiek (Carol Gilligan - ‘Care Ethics’):
Vrouwen hanteren een ethiek van zorg en verbondenheid in plaats van abstracte universele
principes.
Moreel handelen draait niet alleen om het volgen van universele regels, maar ook om concrete zorg
voor anderen.
Kohlberg’s model is te rationeel en individualistisch, terwijl ethiek ook gebaseerd kan zijn op
empathie en relaties.
Belang van Descriptieve Ethiek
➢ Descriptieve ethiek beschrijft moreel gedrag vanuit empirisch onderzoek (economie, psychologie,
sociologie).
➢ MAAR: wetenschap kan geen morele principes funderen → risico op normatieve vooroordelen in
wetenschappelijk onderzoek.
➢ Wetenschappers moeten voorzichtig zijn bij het trekken van ethische conclusies.
Hoofdstuk 1. Problemen voor een normatieve ethiek
1.Legitimeringscrisis
1.1. De paradox voor een actuele ethiek naast economische, politieke en culturele crises, wordt er ook
gesproken over een morele crisis.
Een morele crisis is niet:
Een loutere aantasting van traditionele waarden
o Het gaat niet simpelweg om het verdwijnen van traditionele waarden.
o De uitspraak “vroeger was het beter” is een te simplistische visie.
o Morele opvattingen evolueren en morele flexibiliteit is noodzakelijk.
o Bijvoorbeeld: mensen die vasthouden aan wat hen is geleerd zonder rekening te houden met
andere perspectieven.
Het ontbreken van een herformulering
o Er bestaan herformuleringen van morele waarden, zoals het Universeel Verdrag voor de
Rechten van de Mens (UVRM).
o Probleem: deze teksten zijn vaak te formalistisch en bieden geen concrete richtlijnen over
hoe men zijn leven moet inrichten.
De legitimeringscrisis betekent dat de hedendaagse ethiek zich in een paradoxale situatie bevindt:
Ethiek zoekt naar morele fundamenten, maar traditionele en universele waarden botsen met
hedendaagse pluralistische samenlevingen.
4