H8) ziek zijn: perceptie en interpretatie van symptomen en reacties daarop
8.1) Waaraan merken we dat we ziek zijn?
Ziekte leidt tot veranderingen in het lichaam: soms zichtbaar voor anderen en soms enkel intern en
subjectief waargenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen (Radley):
• Lichamelijke verschijnselen → objectief herkenbaar + kunnen door anderen worden vastgesteld
• Symptomen v ziekte → vereist interpretatie + betekenisgeving via persoonlijke en sociale context
De betekenis die mensen aan symptomen geven, wordt beïnvloed door:
eerdere ervaringen met ziekte levensfase
culturele achtergrond overtuigingen en voorstellingen over
geslacht ziekte
➔ Symptomen zijn meer dan medische labels → niet enkel afgeleiden v medische classificaties
Cassell maakt onderscheid tussen:
→ ongemak: wat iemand ervaart vóór het doktersbezoek
→ ziekte: wat medisch wordt vastgesteld na het doktersbezoek
Gevolg: iemand kan zich ziek voelen zonder een aantoonbare ziekte en omgekeerd.
Oorspr. werd GZ opgevat als afwezigheid v klachten en ziekte. → Binnen de benadering vd pos. GZ
verschuift de focus naar een betekenisvol leven, m.n.o. veerkracht, eigen regie, aanpassingsvermogen
en minder nadruk op ziekte en beperkingen.
De vraag hoe mensen weten dat ze ziek (/ aan het worden) zijn, wordt verklaard via:
1) symptoomperceptie 2) symptoominterpretatie 3) Acties die daarop volgen
8.2) Symptomen waarnemen en interpreteren
Prikkels strijden continu om onze aandacht → sommige lichamelijke signalen vallen sterker op dan
andere. ➔ = waarom mensen bij bepaalde symptomen medische hulp zoeken en bij andere niet.
Slechts een klein deel volwassenen zoekt bij symptomen medische hulp. Veel symptomen verdwijnen
spontaan + mensen vinden het vaak moeilijk om zelf te beoordelen of een symptoom op ziekte wijst.
Versch modellen verklaren hoe symptomen worden waargenomen:
1. Aandachtsmodel v Pennebaker stelt dat interne en externe cues / prikkels met elkaar
concurreren, waardoor eenzelfde lichamelijk signaal afh vd context wel / niet wordt opgemerkt.
2. Cognitief-perceptuele model v Cioffi benadrukt het belang v interpretatie en de invloed daarvan
op de houding tegenover een symptoom.
OZ toont aan dat symptoomperceptie wordt beïnvloed door:
Bottom-up-invloeden → fysieke kenmerken v lichamelijk signaal bepalen in welke mate het
wordt opgemerkt
Top-down-invloeden → cognitieve en emotionele processen, zoals aandacht en stemming, sturen
de waarneming v symptomen
➔ Deze factoren bepalen of lichamelijke veranderingen worden waargenomen en als betekenisvol
worden geïnterpreteerd.
139
, Bron: Morrison, V., & Bennett,
P. (2024b).
Gezondheidspsychologie.
Somatische informatie
Verzameling v signalen die het lichaam produceert → niet alle signalen = bewust waargenomen
→ = afh vd aandacht die eraan wordt besteed (zie volgende fase)
Pathologie
Bv. een reeds bestaande ziekte of aandoening kan de bron zijn v somatische informatie.
Fysiologie, emoties en omgeving
Signalen vanuit → het lichaam, emotionele reacties en omgevingsfactoren
Negatieve affectiviteit
Een negatieve gemoedstoestand, zoals angst of somberheid, kan somatische sensaties versterken en/of
ertoe leiden dat iemand meer aandacht besteedt aan de sensaties.
Selectieve aandacht
Mensen richten zich soms specifiek op bepaalde lichamelijke sensaties, vooral als ze zich zorgen
maken over hun GZ. Dit kan bepaalde somatische sensaties versterken.
Als somatische informatie voldoende aandacht krijgt, wordt het waargenomen als een somatisch
signaal. = dat de signalen worden gedetecteerd en bewust worden ervaren.
Somatische attributie = proces waarbij een persoon betekenis geeft aan de waargenomen signalen. Ze
koppelen bv de symptomen aan een specifieke oorzaak.
Resultaat v dit proces = lichamelijke symptomen die verder gekleurd wordt door de interpretatie en
emotionele reactie vd persoon.
8.3) Factoren die de symptoomperceptie en -interpretatie beïnvloeden
8.3.1) Lichamelijke signalen / somatische informatie
Lichamelijke signalen kunnen al dan niet wijzen op een ziekte.
Lichamelijke signalen = objectief vaststelbaar.
→ waarneembaar, zichtbaar of meetbaar en kunnen doorgaans ook door anderen worden geregistreerd.
→ Dit staat in contrast met symptomen.
140
,Symptomen worden waargenomen + geïnterpreteerd binnen persoonlijke en contextuele achtergrond.
= subjectief → verwijzen naar wat iemand zelf ervaart, denkt of rapporteert.
→ Heeft vooral betrekking op interne interpretaties v lichamelijke veranderingen, i.t.t. objectieve
of intersubjectieve (wat veel mensen denken) waarnemingen.
➔ Meestal zijn symptomen het gevolg v fysiologische veranderingen met lichamelijke (somatische)
kenmerken. Toch merkt een individu niet alle lichamelijke veranderingen op.
➔ Naast biologische factoren spelen ook andere elementen een rol bij symptoomperceptie:
• Pijnlijke of verstorende processen → lichamelijke signalen die het dagelijks functioneren
hinderen worden sneller als symptoom geïnterpreteerd.
• Nieuwe verschijnselen → subjectieve inschatting v hoe vaak een lichamelijk signaal voorkomt,
beïnvloedt:
1) de verwachte ernst van een symptoom
2) de vraag of de persoon in kwestie medische hulp zal zoeken
➔ Nieuwe of als zeldzaam beschouwde symptomen worden sneller gezien als ernstig. Omgekeerd
worden veelvoorkomende klachten vaak genormaliseerd. (bv vermoeidheid bij studenten)
• Hardnekkige verschijnselen → wanneer een lichamelijk signaal langer aanhoudt dan verwacht
en niet verdwijnt na zelfmedicatie, wordt het sneller als symptoom beschouwd.
• Aanwezige chronische ziekte → mensen met chronische aandoening merken meer symptomen op
en rapporteren deze vaker. Ervaring met ziekte vergroot de aandacht voor lichamelijke sensaties.
8.3.2) De rol van aandacht
Aandacht is beperkt, waardoor interne en externe signalen met elkaar concurreren. Wanneer iemand
afgeleid is, worden lichamelijke signalen minder snel opgemerkt.
Competition of cues theory ➔ context bepaalt of een lichamelijk signaal wordt waargenomen.
Hetzelfde signaal kan in de ene situatie opvallen en in een andere situatie onopgemerkt blijven.
Cognitieve / gedragsmatige afleiding kan helpen om symptomen minder intens te ervaren.
→ Verhoogde aandacht voor het lichaam vergroot gevoeligheid voor nieuwe / afwijkende signalen.
→ Media-aandacht voor ziekte kan deze lichaamsgerichte aandacht versterken, waardoor mensen
lichamelijke symptomen sneller als ziekte interpreteren en vaker medische hulp zoeken, ook wanneer
er geen lichamelijke verklaring is.
In extreme gevallen kan media-aandacht leiden tot massale psychogene aandoeningen /
massahysterie. Contextuele cues en emoties beïnvloeden sterk hoeveel aandacht mensen aan
lichamelijke signalen besteden en hoe deze worden geïnterpreteerd.
Aandachtsprocessen en verwachtingen spelen ook een belangrijke rol bij behandelingsreacties:
• Placebo-effect = positieve verwachtingen verminderen symptomen
→ kan optreden zonder werkzame behandeling
→ wordt beïnvloed door context, vertrouwen en manier van toedienen
• Nocebo-effect = negatieve verwachtingen veroorzaken / versterken klachten
→ kan optreden zonder lichamelijke oorzaak
→ symptomen kunnen ontstaan door informatie, suggestie of observatie van anderen
141
, 8.3.3) Sociale invloeden
Sociale invloeden = v belang in hoe mensen lichamelijke signalen waarnemen en interpreteren.
➔ vaak stereotiepe ideeën over wie bepaalde ziekten krijgt, wat maakt dat symptomen worden
herkend en serieus worden genomen.
Bv: hartziekten worden vaker met mannen geassocieerd dan met vrouwen.
→ Hierdoor herkennen vrouwen de 1ste signalen v een hartaanval minder snel bij zichzelf. Dit heeft
gevolgen voor het al dan niet zoeken van medische hulp.
→ Ook kennis en verwachtingen v zorgverleners kunnen de beoordeling v symptomen beïnvloeden.
Gebrek aan kennis kan ertoe leiden dat mensen signalen niet herkennen als potentieel ernstig,
waardoor medische hulp wordt uitgesteld. → verschilt tussen groepen, bv tussen mannen en vrouwen.
Media-aandacht kan verwachtingen creëren over wie risico loopt op ziekte.
Bv: Tijdens COVID-19-pandemie werden oudere en kwetsbare personen als risicogroep voorgesteld,
waardoor andere groepen hun symptomen mogelijk minder ernstig namen of niet meldden.
De aandacht die mensen aan symptomen besteden = contextafhankelijk:
• bij veel externe afleiding worden interne signalen minder opgemerkt
• bij weinig afleiding kunnen symptomen juist toenemen
➔ Verwachtingen = ook v belang → Wanneer lichamelijke signalen verwacht worden, worden deze
minder snel als ziekte gezien. Wanneer signalen onverwacht zijn → sneller als symptoom gezien.
Ook de sociale omgeving beïnvloedt hoe mensen met symptomen omgaan. In publieke situaties uiten
mensen pijn / ongemak minder snel dan in een privésituatie.
➔ Bij kinderen en adolescenten → sociale invloeden extra sterk. Volgens de social display rules
passen jongeren hun gedrag aan in aanwezigheid v leeftijdsgenoten en stellen zij het uiten / melden v
symptomen vaak uit om sociale uitsluiting te vermijden.
8.3.4) Individuele verschillen
Hetzelfde lichamelijke signaal kan door versch mensen anders worden geïnterpreteerd en al dan niet
als symptoom worden gezien.
→ Samenhang met individuele kenmerken zoals geslacht, levensfase, aandacht, emotioneel welzijn
en persoonlijkheidskenmerken.
Symptoomperceptie leidt niet automatisch tot zoeken v medische hulp. Sommige mensen blijven
hun dagelijkse activiteiten voortzetten ondanks klachten die anderen als ernstig zouden ervaren.
→ Lichamelijke ervaring = onvoldoende om hulpzoekend gedrag te verklaren. Ook gebruik v online
GZinformatie beïnvloedt de manier waarop mensen met symptomen omgaan.
Gendersocialisatie
➔ = van belang in hoe mannen en vrouwen aandacht besteden aan lichamelijke signalen, al verschilt
het bewijs per type symptoom.
→ Vrouwen ervaren vaker medisch onverklaarbare symptomen en scoren hoger op neuroticisme,
wat kan bijdragen aan een snellere interpretatie v lichamelijke signalen als symptoom.
→ sluit aan bij het feit dat vrouwen vaker gebruikmaken v GZzorg.
Bij mannen wordt een ander patroon gezien. OZ toont aan dat mannen:
• symptomen gem later opmerken
• GZinformatie vaker vermijden
142